Ontroerend Goed

Aaron De Keyzer

Leestijd 6 — 9 minuten

Ontroerend Goed: All That Is Wrong

Sommige theatermakers hebben een strak (carrière)plan, andere laten zich intuïtief meevoeren door wat er op hun pad komt. Alexander Devriendt van de Gentse theaterperformancegroep Ontroerend Goed sloot onlangs zijn trilogie met tienerjongeren af met de voorstelling All That Is Wrong.

Wellicht had hij daar vijf jaar geleden, toen eersteling Pubers bestaan niet (2007) werd gepresenteerd, nooit van durven dromen. Des te mooier is het om te zien hoe de drie producties, die en stoemelings uit elkaar lijken voortgesproten, steeds preciezer worden in hun mededeling, steeds exacter in hun vorm. All That Is Wrong is een uitgepuurd hoogtepunt, een sobere en ontroerende autobiografie én een biografie van de generatie die nu de wereld instapt.

In 2006 zit Ontroerend Goed nog in een dipje. De vijfdelige satirische theaterreeks Soap (2006) is grandioos geflopt, het is onduidelijk welke richting de groep nu uit moet. Devriendt is naast zijn bezigheden bij Ontroerend Goed aan het werk in de theaterateliers van kopergietery. Met een groep tieners presenteert hij een atelierproject dat zoveel potentie bezit dat het uitgroeit tot een volwaardige voorstelling. Pubers bestaan niet (2007) is een heftige trip waarin de jongeren de clichés over zichzelf te kijk zetten. De voorstelling wordt een hit in binnen- en buitenland – in 2008 wint Pubers bestaan niet op de Edinburgh Fringe de Total Theatre Award. De opwinding heeft meer te maken met de geënsceneerde authenticiteit van het materiaal (‘Dit is hoe we zijn’ – zie ook de Engelse vertaling: Once and for all we’re gonna tell you who we are so shut up and listen) en de ongebreidelde spelenergie van de dertien tieners dan met een veellagig dramaturgisch concept. De voorstelling stoelt op één simpel idee: een tableau vivant van de dertien wordt een aantal keer herhaald, in andere sferen of op andere muziekjes, vervolgens gedeconstrueerd tot duo’s en solo’s en opnieuw opgebouwd. Sommige herhalingen zijn niet meer dan gimmicks, andere maken wel degelijk een statement over de identiteit van pubers. Het nieuwe spoor zorgt er in ieder geval voor dat Ontroerend Goed een tweede adem vindt.

Twee jaar later komt er met een deel van de tieners – intussen twee jaar ouder en de ervaring van een imposante wereldtournee rijker – een vervolg: Teenage Riot (2010). Devriendt trapt niet in de val van de makkelijke sequel. Teenage Riot is evenzeer gemaakt met authentiek spelersmateriaal, maar in artistiek opzicht beter uitgekiend, dramaturgisch doordachter en rijker in vormentaal. Dit keer hebben de jongeren zich teruggetrokken in ‘’t kot’, een hermetisch afgesloten houten kubus die op scène staat. Wat binnenin gebeurt, krijgt het publiek te zien aan de hand van een handcamera, die hun binnenwereld op de buitenwand projecteert. Het gebruik van de camera is dubbelzinnig: de jongeren isoleren zich, maar willen zich ook graag tonen – in de houdingen en de poses die zij verkiezen, met de provocatieve shots die zij het oog van de camera toestaan. De teenagers zetten zich af tegen de onechtheid van de volwassen wereld (‘Volwassenen zijn geen voorbeeld, ze zijn een waarschuwing’) maar de schoonheid van Teenage Riot schuilt in de nuance, want na verloop van tijd slaat in ‘’t kot’ de twijfel toe. Willen ze wel volharden in dat ‘tegen’ zijn? Is dat dan het leven? Sommige jongeren verlaten het kot, andere blijven. Volwassen worden is kiezen. Teenage Riot kent een even grote zegetocht als zijn voorganger: Edinburgh, wereldtournee.

En dan is er nu All That Is Wrong. Opnieuw kiest Devriendt voor een nieuwe vorm, soberder dan die van beide voorgangers. Het decrescendo aan puberaal geweld zet zich door – van dertien naar acht en van acht naar slechts één puber, intussen al lang geen puber meer. Op scène staat Koba Ryckewaert, ten tijde van Pubers bestaan niet de benjamin en nu, vijf jaar later, net achttien geworden. Net als voorheen respecteert Devriendt zijn spelersmateriaal – Koba’s instap in de volwassen wereld en de keuzes die ze moet maken zijn slechts onderwerp van All That Is Wrong omdat ze onderwerp zijn van Koba’s persoonlijke zoektocht. Het meisje, dat zich ten tijde van Pubers al ontwikkelde als een taalgevoelige blogster, leverde zelf de bulk van het tekstmateriaal en wordt op scène enkel bijgestaan door de Amerikaanse performer Zach Hatch. Geen bergen gekke props zoals in Pubers, geen ingenieuze videomontage zoals in Teenage Riot – gewoon een zwart speelvlak met daarop een magere, blonde jonge vrouw die wat schuchter de zaal inkijkt. Weg branie, weg Publikumsbeschimpfung. Koba is eerder schrijfster dan actrice, dus doet ze op scène wat ze het beste kan: schrijven. Met wit krijt gaat ze op de zwarte speelvloer aan de slag. ik is het eerste woord dat verschijnt. Vanuit dat ik, vanuit die persoonlijke blik zal ze trachten de wereld te beschrijven, te inventariseren, op te lijsten. Taal wordt een taaldaad, een constructie die een werkelijkheid schept, waarop vervolgens daadkrachtig ingegrepen kan worden.

De dramaturgische evolutie van het schrijven is de logica zelve – zelden werd in een theatervoorstelling zo simpel maar doeltreffend aangetoond dat het persoonlijke zich in het hart bevindt van het politieke. Aanvankelijk gaat het om een autobiografisch schrijven (ik-moeder-zus-mager) waarin Koba via het gebruik van dubbele aanhalingstekens zowel haar blik op zichzelf als die van anderen op haar incorporeert (‘introvert’). Maar de autobiografie deint als vanzelf uit naar de wereld die haar omringt (‘Ik wil alles begrijpen’). Koba schrijft oorzaken en gevolgen samen, legt vanuit het narratief van haar eigen leven lijnen naar de buitenwereld. Wat te denken bijvoorbeeld van de woordenslag ‘moeder-niet veel geld-kapitalisme’? Op volstrekt natuurlijke manier maakt de schriftuur duidelijk dat grote begrippen als honger, oorlog, geld en macht verbonden zijn met het dagelijkse leven van gewone mensen. Het uitreiken naar de wereld krijgt ook vormelijk een vertaling. Zag het publiek Koba’s schrijven aanvankelijk enkel live, dan wordt het na een tijdje door Zach met de handcamera gefilmd en geprojecteerd. De woorden krijgen zo breder bereik, niet enkel letterlijk, door de uitvergroting via de camera, maar door de bemiddeling van het scherm krijgen ze ook meer gewicht: het schrijven is geen intieme daad meer, maar een daad die met het publiek kan worden gedeeld. Een persoonlijke mededeling wordt een politiek manifesto –action writing, met een grote urgentie. De frase ‘toekomst nu’ wordt gedeeltelijk weggewist tot er alleen ‘nu’ overblijft – nú moet het gebeuren.

Terzijde. Waarom overvalt me niet de ergernis die ik zo vaak voel bij voorstellingen die hun pijlen richten op ‘kapitalisme’ of ‘crisis’, en daarmee zo vaak en passant ook op ons, het schuldige publiek? Omdat het engagement van een achttienjarige me ‘authentiek’ lijkt – weer dat gevaarlijke woord –, vrij van overwegingen rond politieke correctheid of de goedkeuring van de ‘geëngageerde’ theaterwereld? Dat is natuurlijk naïef: achter Koba doemen de sturende figuren op van volwassen makers als dramaturg Joeri Smet en regisseur Alexander Devriendt. Misschien heeft het te maken met de manier waarop de bekommernissen om de wereld in een persoonlijk reflectieproces worden gedeeld, in plaats van afgevuurd? Koba beschuldigt niet, ze maakt een stavaza. Voor zichzelf, en voor Zach, die in dat opzicht een dienstbare maar noodzakelijke rol vervult – hij faciliteert niet alleen praktisch haar denken en spreken, maar vervult ook de rol van buffer. Hij zorgt er voor dat Koba niet in een lege ruimte schrijft, maar vangt ook elke morele beschuldiging op. In tegenstelling tot de ongefilterde woede die bij Teenage Riot recht op het publiek afkwam richt Koba haar woede, haar onmacht en hulpeloosheid in de eerste plaats tot zichzelf, en tot Zach. Wij zijn daar getuige van.

Koba’s wordcloud groeit, overwoekert het speelvlak, er wordt plaats gemaakt op wanden en plafonds om verder te schrijven. Tijd voor een derde dramaturgische shift: van het persoonlijke over het politieke naar het artistieke. Het tempo versnelt, de letters kunnen de gedachten niet meer bijhouden, Koba’s schrijven wordt dwangmatig krabbelen, als in een écriture automatique. Niet langer wat, maar dát er geschreven wordt is van belang. De betekenis van de woorden ruimt plaats voor de handeling van het schrijven zelf, als autonome daad, een daad van ontvoogding – is dit volwassen worden? Taal wordt taalbeeld, en de tekening die ontstaat is die van een wereld waarin er véél is, te veel om alles te lezen, te veel informatie om in zich op te nemen, te veel keuzes om te maken. Op dat moment keert het beeld van de dertien terug, waarvoor Koba in haar eentje spokeswoman is: een hele generatie staat op het punt om de wereld te bestormen, kritisch kijkend naar wat er fout gaat, en vastbesloten om daar iets aan te doen. Maar waar te beginnen? De ‘to do’s’ die na Koba’s frenetieke inventarisatie uiteindelijk geformuleerd raken zijn ontroerend nederig en verfrissend concreet. Geen loos geblaat over morele boetedoening, maar tastbare acties: vegetarisch eten, geen producten meer kopen van multinationals. En schrijven. Nu.

Samen met haar dragers is de trilogie van Alexander Devriendt volwassen geworden. Speelse, dwarse pubers zijn kwade tieners geworden, kwade tieners zoekende en verantwoordelijke jongvolwassenen. Op dezelfde manier is Devriendts vormentaal gerijpt: het zotte geweld is bedaard en de ongebreidelde woede gekanaliseerd tot de constructieve schriftuur van één reflecterende jonge vrouw. Theater en leven versterken elkaar zo, en zo vanzelfsprekend, dat schreeuwen overbodig wordt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#131

15.12.2012

14.03.2013

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de kleine redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!