Souls

Antoine Tempe

Lieve Dierckx

Leestijd 4 — 7 minuten

Olivier Dubois – Souls

Al bij het binnenkomen jaagt een loeiharde soundscape door de zaal: een pulserend, industrieel geluid met vage Afrikaanse trommelklanken. In de schemerige blackbox liggen zes dansers opgerold en half begraven in een zandvlakte binnen een groot vierkant kader. Zij laten zich niet opjagen door het hoge tempo van de muziek. Uiterst langzaam, in een trage voortgang tussen geboorte en dood, komen ze één voor één op gang in een uitgesponnen diagonale oversteek waarbij ze over en door elkaar heen rollen, tot ze een groep vormen in een verre hoek. Daar beginnen ze aan een uitputtingsslag: een eindeloos lange rondgang door het mulle zand waarbij één drager de ander meetorst in zijn nek, op zijn rug, hangend over zijn buik. Ze geven niet op.

Choreograaf Olivier Dubois was met Souls aan herbronning toe, nadat hij afgelopen decennium als een stormram door het Franse danslandschap raasde. Hij kwam pas op zijn 23ste eerder toevallig op een danspodium terecht en werd opgepikt door choreografen als Sasha Waltz, Angelin Preljocaj en Jan Fabre. Zij zagen potentieel in zijn atypische lichaamsbouw, zwaargebouwd en lenig.  En kijk, ook Cirque du Soleil en Las Vegas staan op zijn curriculum.

Twaalf jaar later verzilverde Dubois deze schat aan ervaringen met zijn eerste solo, Pour tout l’or du monde (2006), een zowel grappige als confronterende voorstelling waarin hij in een maagdelijk wit decor zijn rol als danser/koopwaar uitlicht en de verhoudingen tussen danser, choreograaf, publiek en repertoire op de korrel neemt. Dit thema breidde hij uit naar de parcourstentoonstelling Envers et face à tout (2009) waarin hij 40 dansers laat getuigen over hun status als danser. Vervolgens sublimeerde hij het gegeven in een trilogie rond verzet en transformatie, Ook daar blijft hij vrolijk tegen schenen schoppen. De lijfelijkheid van het kluwen naakte dansers in Tragédie (2012), het derde luik van de trilogie, leverde hem internationale faam op. Tussendoor vergaarde hij opdrachten van Franse ballet- en operagezelschappen en rijfde hij een benoeming als directeur van het Centre National Chorégraphique in Roubaix binnen. Hij verblijft in Caïro, de stad waarop hij verliefd is en waar Souls in première ging.

In deze laatste creatie keert Dubois naar binnen. Hij zocht een antwoord op de vraag waarom hij danst, waarom hij zijn lichaam op een podium etaleert. Op zoek naar de bron van dans belandde hij in Afrika, waar hij zes dansers uit zes verschillende landen ontmoette: Egypte, Congo, Zuid-Afrika, Senegal, Ivoorkust en Marokko. Dubois ziet in hen ‘oude zielen’  met wie hij een dialoog wil aangaan. Van hen verwacht hij dat ze diep in zichzelf de doden zullen oproepen, om te tonen waarom dans in hen, en in hemzelf, leeft.

Toch is Souls geen voorstelling geworden waar Afrikaanse elementen de dienst uitmaken. Afgezien van het zand als scenografisch gegeven, komen de Afrikaanse associaties eerder voort uit het groepsgevoel en de zorgzaamheid die de dansers oproepen.  Dat gebeurt in gemillimeterde choreografische constellaties van Dubois die hier met vaste hand een hedendaagse choreografie uittekent, met veel unisono en duetwerk, en soepele overgangen.

Misschien had hij wat meer moeten loslaten, want net het vitale element waar de choreograaf  naar op zoek is, lijkt in Souls te ontbreken. Dat wordt pas goed duidelijk in de slotscène, die wél sterk bezield is. Vijf dansers zijgen er levenloos neer achter het lage zandmuurtje dat ze vol ijver hadden opgeworpen aan de kant van het publiek. De zesde, die in een hoek neerlag, staat op uit de doden en versleept elk van zijn lotgenoten tot ze naast elkaar zijn opgebaard, met hun hoofden richting  publiek.  Eén voor één brengt hij hen een indrukwekkend dodensaluut. Voor elk van de hedendaagse codes in de choreografie van Dubois (repetitieve beweging, minimalistische setting, neutrale uitdrukking) vindt hij een echo in een primitief Afrikaans dodendansritueel, met niet meer dan zijn stampende voeten als geluid. Op dat ogenblik gebeurt er iets. Terwijl voordien de dans verdronk in de oorverdovende soundscape, die tot een kwartier voor het einde aanhoudt, en de présence van de Afrikaanse dansers geneutraliseerd werd in hyperstrak groepswerk, komt plots deze danser tot leven, is de voorstelling bezield.

Dat Dubois met de beste bedoelingen de dialoog met het Afrikaanse continent aangaat, staat buiten kijf. Zo wil hij de voorstelling in elk van de thuislanden van de dansers opvoeren, en wil hij de dansopleiding van het CNN Roubaix koppelen aan twee van de Afrikaanse centra waar hij de dansers van Souls ontmoette.  Bovendien besefte Dubois tijdens het werkproces van Souls dat als hij een strakke regie voert over zes Afrikaanse dansers vanuit een blanke, Europese visie, er vragen over dominantieverhoudingen kunnen opduiken. Net omdat Dubois dit thema doorheen zijn oeuvre uitspitte, weet hij hoe gevoelig de dialoog ligt. In een interview noemde hij het feit dat een blanke choreograaf met Afrikaanse dansers werkt een paradox, en voegde hij daar in één adem aan toe dat het zijn intentie is “om zandkorrels in de radertjes te strooien, zodat de machine – de mijne – vastloopt.”

In Souls is de machine van Olivier Dubois te lang en te luid blijven doorgaan. Het resultaat is een voorstelling die onder het maaiveld blijft, waarin het potentieel van de dansers onvoldoende tot zijn recht komt. Intussen koester ik een utopie: Afrikaanse choreograaf ontmoet zes westerse dansers om in een Afrikaanse voorstelling op zoek te gaan naar – ik zeg maar wat – de wortels van performancekunst.  Benieuwd hoe de dialoog gevoed zou worden.

Nog in de Hallen van Schaarbeek op 15 november 2014 en in Théâtre de Liège op 24 oktober.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#138

15.09.2014

14.12.2014

Lieve Dierckx

Lieve Dierckx is vertaler en theaterwetenschapper. Ze schrijft freelance over dans en podiumkunsten voor verschillende magazines, huizen en choreografen.