De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
© Kurt van der Elst
Hilarisch hyperkinetisch parodiëren de soappersonages in Jetse Batelaans nieuwe voorstelling onze opgejaagde levens door in fast forward te spelen. Kan het ooit nog echt rustig worden?
Om 19u begint de voorstelling in hetpaleis. Voorzien einduur: 20u15. Om 20u begint de filmscreening van een vriend in Monty. Erop gokken dat de screening niet stipt begint en dat de voorstelling op tijd eindigt? “Tuurlijk”, zeg ik tegen mijn Etcetera-collega’s. ‘Veel zin om over Nu is het nog rustig te schrijven’. Moet lukken. Nu is het nog rustig.
De voorstelling begint en eindigt later. Puffend race ik naar Monty, niet zonder ironie denkend aan het advies van de filosoof Byung-Chul Han: “leef achteruit”. Als tegengif voor de hedendaagse laatkapitalistische ratrace nodigt Han ons uit om de tegenovergestelde beweging te maken: stilstaan in plaats van voorthollen, luiheid als verzet.
“De voorstelling illustreert té goed wat ze wil aankaarten: afstomping door de ratrace. Zelfs een versnelling hoger schakelen vult de leegte niet op. Redt de voor Batelaan typische ontregeling de boel?”
Terwijl een fietskoerier me vanuit de tegenovergestelde richting op het smalle fietspad voorbij knalt, flitsen de beelden van Batelaans voorstelling aan me voorbij. Dat mag je letterlijk nemen, want het opgefokte en absurde Nu is het nog rustig ensceneert het fenomeen speedwatchen: het versneld bekijken van een serie. Achtergronddoeken en losse decorstukken verbeelden afwisselend een supermarkt, ziekenhuis, een kantoor, een keuken, park en een bushalte. De acht soappersonages (dokters, een maaltijdkoerier, kantoorlui en een kassierster) ratelen hun middelmatige dialogen af, hun versnelde bewegingen schokken. Dat is aanvankelijk hilarisch, zoals wanneer dokter Ibrahim (Imrane Tarrahi Akajjoua) geïntimideerd stotterend een woedeaanval van zijn collega Gerard (Joep van der Geest) ondergaat: het contrast tussen Gerards versnelde getier en Ibrahims aarzelende, hortende bewegingen werkt stevig op mijn lachspieren.
Ik zit in de Montybar te wachten tot ik tussen twee films door de zaal in mag. Laatkomers mogen de projectie niet verstoren. Niet erg, denk ik, tijd om na te denken over Nu is het nog rustig. Een klassieke Batelaan met maatschappijkritiek en absurde humor. Op hol geslagen klokken, ongeduldige dokters, recreatieve fietstochten op koerswedstrijdtempo en gesprekjes over leeftijd (“Vijftig? Nee! Dat zou je echt niet zeggen”) parodiëren onze hang naar vlugger, jonger en productiever.
En toch. Zelfs met de fast forward-techniek sluipt de verveling erin. Misschien ook omwille van het afstompende effect ervan. De banale misverstanden, relatieperikelen, het overduidelijke geflirt tussen de koerier en de kassierster, verdrietjes en pleziertjes van de voorbijrazende personages worden er nog vlakker door. Na een tijd went de grap van het versneld spelen, en kijk je naar een persiflage op een soap en de voorspelbare verhaallijnen die daarbij horen. De voorstelling illustreert té goed wat ze wil aankaarten: afstomping door de ratrace. Zelfs een versnelling hoger schakelen vult de leegte niet op. Redt de voor Batelaan typische ontregeling de boel?
Nu is het nog rustig, maar daarkomtie: chaos, de(con)structie, metacommentaar, het doorbreken van de vierde wand! Decorstukken, achterdoeken en soapscènes wisselen elkaar manisch af onder het onnatuurlijke licht van felgekleurde spots, sneller en sneller, de chronologie van de scènes lijkt zoek, muziek overstemt geleidelijk aan de dialogen, haperingen klinken door de luidsprekers, rookwolken verschijnen, de verhaallijnen escaleren, vreemde bulten en bobbels doen de decors op warzones lijken. Ondertussen zwelt rustige muziek aan en horen we de luidsprekers kraken, alsof iets anders doorheen de kakafonie probeert te komen.
“De doorsnee mens moet vandaag aan een razend tempo werken om de rekeningen te betalen, holt vervolgens naar de schoolpoort, en is dolgelukkig als er nog energie voorblijft voor zogenaamde self care zoals yoga, om er de dag erna weer tegenaan te gaan. Is het al te makkelijk om te suggereren dat de kinderen het werkelijk anders gaan doen?”
Vervolgens horen we een voice-over: een man en een vrouw praten opmerkelijk rustig, bijna intiem met elkaar. Vooral de onmogelijk onthechtte vrouw klinkt alsof ze elke dag twee uur mediteert en een kilo ashwaganda slikt. Een groot contrast met wat er op de scène voorbijdendert. De traagheid van hun gesprek klinkt haast even onnatuurlijk als de versnelde dialogen van de soappersonages. Keuvelend (is dit een toevallige kennismaking, een date?) vertelt de vrouw casual dat ze beroepsmatig “stem in theatervoorstellingen” is. Op elk moment kan haar stem live opduiken in voorstellingen. Tot de stomme verbazing van de man blijkt dat in deze voorstelling te zijn. Via een app bekijken ze ons, het publiek. “Meisje op de vierde rij met de rode muts, kan je even opstaan?” Tot jolijt van de twee stemmen kunnen ze de hele zaal overeind krijgen: een wat brave versie van de doorgaans wilde publieksinteracties die ik van Batelaan gewend ben (ik denk aan een joelende zaal kinderen die heen en weer rennen en zich tegen theaterdeuren aan werpen om “de emoties buiten te houden” tijdens Een leuk avondje uit).
Er volgt een poging om de zaal écht rustiger te krijgen terwijl de chaos op de scène doorgaat. Gehoorzaam doet het publiek een “haaaaaaaaaa”-ademhaling mee met de vrouwenstem, maar het sorteert geen wezenlijk effect.
Finaal adresseert Nu is het nog rustig het gedrag van de volwassenen en hun impact ervan op de kinderen in de zaal, en daarbuiten. De voorstelling nodigt de volwassenen expliciet uit om daarbij stil te staan, en vraagt impliciet aan de kinderen om het anders te doen. Is het te laat om, zoals Byung-Chul Han ons voorschrijft, achteruit te leven?
Er is al veelvuldige kritiek gekomen op Han. De man die de afgelopen decennia aan een ijltempo tientallen boeken publiceerde lijkt zijn eigen pleidooi voor nietsdoen niet na te volgen. Daarnaast vraagt dat achteruit leven om een boel privileges. De doorsnee mens moet vandaag aan een razend tempo werken om de rekeningen te betalen, holt vervolgens naar de schoolpoort, en is dolgelukkig als er nog energie voorblijft voor zogenaamde self care zoals yoga, om er de dag erna weer tegenaan te gaan. “Haaaaaaaaaa”. Is het al te makkelijk om te suggereren dat de kinderen het werkelijk anders gaan doen?
“Temidden van de chaos tijdens de slotscène zitten de maaltijdkoerier en de supermarktkassierster samen op een bankje in het park, eindelijk op date. Niet in fast forward. Misschien ligt daar de essentie van de voorstelling: de uitnodiging om dat op te merken.”
Voor je denkt dat ik een hardnekkige vooruitgangsdenker of al te cynisch ben: ik steek paradoxaal veel energie in pogingen om ‘minder’ te doen, omdat ik geloof dat echte aandacht, rustig kijken en zorgvuldig luisteren het beste tegengewicht vormt tegen onze maatschappij in overdrive. Het is waarom ik zo graag met z’n allen in de theater- of filmzaal zit, en waarom ik kunstcritica ben. Toch wordt het veel te weinig écht rustig.
Temidden van de chaos tijdens de slotscène zitten de maaltijdkoerier en de supermarktkassierster samen op een bankje in het park, eindelijk op date. Verder doen ze niets. Langzaam komen ze dichterbij elkaar tot ze waarschijnlijk elkaars warme adem kunnen voelen. Tot hun wangen elkaar raken. Tot hun lippen elkaar bijna raken. Bijna…
Temidden van alle chaos zijn zij stilgevallen. Rustig. Niet in fast forward. Misschien ligt daar de essentie van de voorstelling: de uitnodiging om dat op te merken.
De speeldata van deze voorstelling vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.