Outside eyes uit Iran: Nasim Ahmadpour
Als macht afwezigheid performt [NL]
Nasim Ahmadpour
© Sofie De Backere
Steven Prengels noemt zichzelf componist, maar zijn praktijk vertrekt evenzeer van Duchamp als van Schubert. In No One’s Gonna Love You Like Me componeert hij niet zomaar muziek, maar een gemeenschap van tachtig lichamen. Zo toont hij wat ‘componeren’ in de meest letterlijke zin betekent: samenbrengen en herbetekenen.
In het biootje op zijn site brengt componist en kunstenaar Steven Prengels enkele slimme en relevante bedenkingen over zijn werk: ‘John Cage zei: “Als je muziek wil schrijven: bestudeer dan Duchamp.” Ik denk dat ik dat deed. Ik keek naar bestaande kunst en gaf die een nieuwe context, dat is een groot deel van mijn denkwerk. Alles is een readymade. En als je de omgeving of de context daarvan wijzigt, kunnen we misschien nieuwe betekenislagen ontdekken, die de artiest van het origineel niet bedoelde. Of zoals Schönberg zei: “Muziek is geen geluid, maar een concept.” En we mogen niet vergeten: componeren (van het Latijnse “componere”) betekent “samenbrengen”.’
Prengels is in de eerste plaats componist, maar ook regisseur, schrijver, beeldend kunstenaar (op zijn site brengt hij o.a. een hommage aan Marcel Broodthaers) en nog zo een en ander. En al die disciplines bracht hij samen in zijn werk voor Les Ballets C de la B en voor andere gezelschappen. En dus ook voor LaGeste, de opvolger van Les Ballets C de la B.
In No One’s Gonna Love You Like Me brengt Prengels veel samen: zo een 80 mensen op de scène: mannen en vrouwen, jong, oud en ouder, amateurs (van het Latijnse amator) en veel muziek: composities van hemzelf, bewerkingen van Schubert, enkele nummers uit de populaire muziek.
Als de toeschouwers de zaal inkomen, zitten al die 80 mensen in lange rijen op drie zijden van de speelvloer, een immense ruimte. De scène is leeg, op een buffetpiano na. Stilte. Hoog in de ruimte is een groot venster, waarvan de gordijnen open zijn, schemerlicht valt binnen. De schoonheid van schemerlicht – om de titel van Guido Lauwaerts recentste dichtbundel te citeren. Drie lange rijen van mensen, elk naast elkaar gezeten op een stoel, ze kijken voor zich uit, ze zwijgen. De vrouwen dragen sobere kleren van donkergroene kleuren, de mannen zwarte kostuums en zwarte hemden. Dan gaan de rolgordijnen neer, alles donker en zwart gedurende enkele seconden. Licht gaat aan.
Een man, Prengels zelf, staat op en gaat achter de piano zitten. Hij speelt enkele noten. Een vrouw komt van haar stoel en gaat op de scène staan. Ze voert enkele passen uit: voet naar links, voet naar rechts, ze klikt met haar linker- en dan met haar rechterhiel op de scène, in een sober ritme. Een tweede vrouw komt op en voert dezelfde danspassen uit. Een man en een derde vrouw komen de scène op, ze voeren dezelfde danspassen uit, en dan komt er ineens muziek uit de boxen: No One’s Gonna Love You Like Me. Het nummer komt mij bekend voor. Ik zoek het thuis op: het komt uit de soundtrack van de film Brokeback Mountain en is gecomponeerd door Gustavo Santaolalla, die Latijns-Amerikaanse folk combineert met genres als rock etc. Prengels voegt er een koorzang aan toe.
Er staan ondertussen zo een 16 vrouwen en mannen op de scène, ze zingen het nummer mee en dansen. Als het nummer ten einde is, gaan ze terug naar hun zitplaatsen. Alle 80 vrouwen en mannen staan recht en beginnen een meerstemmige compositie van Prengels te zingen, met de rechterhand op hun hart.
Prengels gaat weer achter de piano zitten. Hij zet een melodie in, een twintigtal vrouwen en mannen gaan, gezeten op hun stoel, het liedje zingen en brengen ondertussen een Pina Bauschachtige dansje: ze steken de armen omhoog en gaan met hun handen wapperen, armen naar beneden, weer omhoog en weer handengewapper, enz.
Een man staat op en spreekt zijn spelgenoten toe: ‘Ik had 8 man nodig en die gingen zo door de zaal.’ Hij gaat 8 stappen recht voor zich, gaat dan 8 stappen naar links, 8 stappen naar rechts en na de vierde 8 stappen staat hij ongeveer waar hij zijn minimalistische dansje is begonnen. Een twintigtal vrouwen staan op en beginnen elk dezelfde reeks passen, in diverse richtingen. Uit de boxen schalt een Duits liedje: Du bist die ruh van Schubert, bewerkt voor koor door Prengels. De vrouwen voegen zwaaiende armbewegingen toe, houden soms hun handen voor hun ogen. Eén man nodigt een vrouw uit om samen te dansen, nadien vormen zich meer en meer koppels. Een man komt met een micro op de scène en begint te zingen: Love me tender, love me sweet. Een Presley-klassieker. Na de eerste strofe zingt iedereen mee.
“Het ensemble heeft een eigen sobere stijl: hartverwarmend en geestig. En misschien ook politiek: wat suggereert de figuur van de rode vrouw die nadrukkelijk in het ensemble komt?”
Daarna volgt een nieuwe scène, een nieuwe swingende meezinger klinkt uit de boxen: Chica chica bum chic van de Portugees-Braziliaanse Carmen Miranda, die tijdens haar korte leven uitgroeide tot een van de eerste samba-supersterren. Tijdens dit vrolijke nummer klinkt er plots hard gebons op de scène. Iedereen valt stil. Het luide gebons komt van achter een deur, na enige tijd gaat de deur open: schemerlicht valt binnen, we zien beweging van op de Bijlokekaai, autolichten, voorbijgangers, stadsleven… Een vrouw komt binnen: ze draagt een rood kleedje. Het enige kleurrijke personage op de scène. Dan volgt de meest sobere choreografie denkbaar: de vrouw die links op de eerste stoel zit, buigt zich naar haar buurvrouw en fluistert haar iets in het oor. De buurvrouw buigt zich vervolgens naar haar buurvrouw op de derde stoel en fluistert haar de vermoedelijk zelfde boodschap in het oor, en zo gaat dat een na een door. De vrouw in het rood staat een beetje verloren op de scène en kijkt het aan. Wanneer de vrouw op de laatste stoel rechts de boodschap in haar oor gefluisterd krijgt, staat ze op en gaat naast haar stoel staan.
Dan verschuiven de performers een na een van hun stoel naar de stoel naast hen en dan gebeurt het: de vrouw in het rood stormt op de middenste stoelenrij af en gaat daar zitten op de… middenste stoel. Prengels begint aan een nieuwe song, gezongen door het hele koor. De rode vrouw staat op en begint te spelen op een mondharp, een vrouw uit het koor vervoegt haar op een tweede mondharp en plots schalt weer Chica chica bum chic uit de boxen. De rode vrouw begint een sensuele dans met een man, en enkele ogenblikken later zingt en danst het hele koor. Na enige tijd richt een oudere vrouw uit het koor het woord tot de rode vrouw: ‘Ik dacht dat ik u vergeten was. Ik zie u nog graag. Ziet gij mij niet meer graag?’ Het koor zingt Llorando (uit de film Mulholland Drive). Na enige tijd komt het hele koor op de rode vrouw en haar danspartner af. Iedereen staat stil. Dan gaat het licht uit. Einde.
Het gezelschap van La Geste en Steven Prengels houdt de erfenis van Les Ballets C de la B levend. Maar er zijn ook citaten uit en referenties aan Pina Bausch, Jérôme Bel e.v.a. Het ensemble heeft een eigen sobere stijl: hartverwarmend en geestig. En misschien ook politiek: wat suggereert de figuur van de rode vrouw die nadrukkelijk in het ensemble komt? Is dat de ‘vreemde’ die in een gemeenschap aanbelandt? En wat mooi is: al dansend wordt zij kind aan huis in de gemeenschap.
No One’s Gonna Love You Like Me ging in première tijdens Bijloke Wonderland in augustus 2025.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.