IN MEMORIAM
Redactioneel Etcetera 182
Zoë Ghyselinck
© Koen Broos
Nu de laatste getuigen ongeveer allemaal definitief zwijgen, is het aan de volgende generaties Duitsers om met het hitleriaanse verleden in het reine te komen. Het zwijgen van die getuigen heeft dat zeker niet gemakkelijker gemaakt, integendeel. Over de demonen die onvermijdelijk uit die omertá opduiken gaat Nachtland, dat Marius von Meyenburg in 2022 in opdracht van het Londense Royal Court Theatre schreef. Tg STAN speelt deze wrange komedie, waarin broer en zus het huis van hun pas overleden vader opruimen en op een merkwaardig schilderijtje botsen. Gesigneerd door ene A. Hitler, maar is het ook echt van hem? Een expert bevestigt, broer en zus ruiken geld, veel geld. Een debat ontspint zich, zeker omdat de vrouw van de broer joodse is. De beerput gaat open en stinkt. Of is het iets genuanceerder? Tg STAN kiest voor een debat tussen gelijken, hoe extreem sommige gevoeligheden ook liggen. Misschien wat voorzichtig, maar genoeg stof tot nadenken in post-fascistische tijden.
Het is dé vraag die alle ernstige en minder ernstige ‘hitlerologen’ zich al bijna een eeuw stellen: wat als Adolf Hitler in 1907 of 1908 – toen hij daartoe pogingen deed – wél aanvaard zou zijn aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen? Historici houden, wellicht terecht, niet van ‘wat als’- vragen die puur speculatief zijn en per definitie niet op bronnen kunnen berusten. De tastbare waarheid is al moeilijk genoeg om te achterhalen, als ze dat ooit al is. Feit is dat de jonge Hitler kunstenaar wilde worden, en zich miskend voelde (en veel erger dan dat) door de joodse of verjoodste elite die de Weense cultuur in zijn ogen domineerde. Hitler bleef wel schilderen na zijn afwijzing, hij schilderde, vaak in meerdere exemplaren, stadstaferelen uit Wenen en omgeving, en dat zijn opmerkelijk vaak kerken. Toen brak de Eerste Wereldoorlog uit, en de rest is gruwelijke geschiedenis.
Een Weens schilderijtje van A.H. is het centrale object waarrond Nachtland van Marius von Meyenburg draait. Nicola en Philipp (Jolente De Keersmaeker en Frank Vercruyssen) ruimen het huis van hun overleden vader op, ze zijn het aan het ‘leegmaken’ – een term die Philipp oneerbiedig vindt. Op zolder vinden ze, goed weggestopt, een schilderij van een kerk, meer bepaald de Ruprechtskirche in het 1ste district van Wenen, de oudste kerk van de stad. Bij nader inzien blijkt het gesigneerd met ‘A. Hitler’. Ze halen er een kunsthistorica (Roos De Graeve) bij, blijkbaar gespecialiseerd in dit soort brave kitsch, die de echtheid bevestigt. Dan gaan de poppen aan het dansen, want dit voorwerp kan veel, heel veel geld waard zijn. Er zijn genoeg weirdo’s te vinden die bereid zijn om voor nazi-parafernalia grof geld te betalen. Zo’n figuur (Damiaan De Schrijver) zal ook opduiken, en hij heeft zo zijn redenen om hierin buitensporig geïnteresseerd te zijn. Deze plot heeft alles van een potsierlijke komedie, en dat is het in grote mate, maar er zijn anderen die dit verhaaltje van hebzucht en misplaatste eerbied voor ‘erfgoed’ doorkruisen. Fabian (Bert Haelvoet) is de echtgenoot van Nicola, hij ziet als eerste de lucratieve kansen in van deze vondst. Maar hij snijdt zich bij het losmaken van het kader van het schilderij, de wonde ontsteekt en hij wordt krankzinnig en verdwijnt uit beeld. Judith (Scarlet Tummers) is de joodse echtgenote van Philipp, zij doet er alles aan om dit giftig geschenk uit de nalatenschap te doen verdwijnen. En dan is er Louise, en hier stop ik met spoilen.
“Nicola begint zelfs over de Palestijnen, alsof dat er hier iets mee te maken heeft, waarop Judith in een onhandige zionistische kramp schiet. Meteen gaat het wel over vandaag, over de kramp waarin heel weldenkend Duitsland sinds 7 oktober 2023 geschoten is.”
Nachtland heeft nochtans niet de vorm van een huiselijke komedie, die gewoonlijk naar een soort realisme neigt, maar heeft de vorm van een reconstructie. Nicola richt zich meteen tot ons, tot het publiek, en ze wil het verhaal doen terwijl haar broer meteen vragen heeft bij haar standpunt. Ze bekvechten over de aandacht die ze voor hun zieke vader in diens laatste dagen hadden, en de echtgenoten komen even kijken – meer niet, men wil hen er niet bij. Die ruziënde toon houdt de hele voorstelling aan, en men blijft bewust vaag over het feit of de reproductie van de gebeurtenissen (waarvan het publiek dus getuige is) ongemakkelijk verloopt, of dat bij de gebeurtenissen zelf de achterdocht en de hebzucht zo escaleerden. Dit is allemaal niet helder in de eerste graad, maar het toont wel iets belangrijks: als Duitsers, of ze nu van de tweede of derde naoorlogse generatie zijn, een spoor van de nazitijd vinden, gaan alle alarmen af. Iedereen lijkt zijn eigen privé-familieverhaal geschreven te hebben, iedereen heeft in de jaren van zwijgen meer dan genoeg tijd gehad om rechtvaardigingen te vinden of desnoods te verzinnen. In De geheugenlozen vertelt Géraldine Schwarz hoe haar grootvader het bedrijfje van een onteigende jood opportunistisch opkocht, en hoe dat een leven lang, tot in de volgende generatie, geminimaliseerd, geëxcuseerd en – op een zeldzaam moment – onder ogen gezien werd, in dit geval onder druk van een kritische zoon, haar vader. Argumenten én gevoelens schoten daarbij alle kanten op.
“Nachtland doet bij momenten denken aan Thomas Bernhard, zeker in de onderliggende gedachte dat alle Duitsers, hoe gelouterd ook na 1945, antisemieten blijven. Natuurlijk is dat een hyperbool, maar ze legt veel bloot, en verklaart misschien ook de schroom, in Duitsland, om de huidige excessen van het zionisme te bekritiseren.”
Maar deze reflex, deze (laffe?) zelfverdediging functioneert ook wanneer er iets totaal onverwachts opduikt, zoals een aquarel van de jonge Hitler in een kader van Samuel Morgenstern, zijn joodse compagnon, destijds. Hier is het fictie, maar het kan gewoon echt gebeuren. Technisch gaat het om de vraag naar de ‘herkomst’ van het stuk, want enkel als daarvan bewijs bestaat, kan het voor veel geld geveild worden. Nu was ‘herkomst’ in nazi-Duitsland een zéér beladen term, en dat voelen deze figuren zeker ook aan, al doen ze alsof ze zich daar niet bewust van zijn. Tot de joodse Judith zich aangesproken voelt om hierover door te gaan, want haar familie was slachtoffer van indringende, dodelijke vragen over ‘herkomst’. Nicola en Philipp verdedigen zich, ze noemen Judith overgevoelig, ze merken niet dat ze het antisemitisme – alsof het een deel is van de ‘Duitse cultuur’ – hun uitspraken bezoedelt. Nicola begint zelfs over de Palestijnen, alsof dat er hier iets mee te maken heeft, waarop Judith in een onhandige zionistische kramp schiet. Meteen gaat het wel over vandaag, over de kramp waarin heel weldenkend Duitsland sinds 7 oktober 2023 geschoten is. Meestal zijn het nog kleine uitschuivers, zoals Philipp die over zijn vrouw zegt dat “haar vader een normale Duitser is”, maar ze vormen een patroon. De kunsthistorische experte is daarin nog het meest schaamteloos, helemaal bezeten door haar expertise – nazikunst dus. Het kan geen toeval zijn dat er op antisemitische hondenfluitjes geblazen wordt wanneer het over geld gaat, want die perverse collusie tussen jodenhaat en kapitalisme heeft A.H. in 1933 tot rijkskanselier gemaakt. Wie in deze familie uit de niet onbemiddelde middenklasse, dat vermoed ik toch, bezwaar maakt tegen een financieel erg aantrekkelijke deal, krijgt de laagste verwijten naar zijn hoofd. En die dissidente, Judith dus, maakt vervolgens zelf de raarste sprongen, tot en met een indecent proposal aan de potentiële koper – die niet verbergt hoe aantrekkelijk hij haar vindt. Menselijke lelijkheid, in overtreffende trap. Het kitscherige schilderijtje, met de kenmerkende zin voor detail waarmee de jonge A.H. schilderde, maakt iedereen ziek, letterlijk (Fabians kwetsuur die ontsteekt) en figuurlijk (alle anderen).
Nachtland doet bij momenten denken aan Thomas Bernhard, zeker in de onderliggende gedachte dat alle Duitsers, hoe gelouterd ook na 1945, antisemieten blijven. Natuurlijk is dat een hyperbool, maar ze legt veel bloot, en verklaart misschien ook de schroom, in Duitsland, om de huidige excessen van het zionisme te bekritiseren – een vorm van psychologische omkering. De verdienste van deze sobere enscenering bij Tg STAN – enkel een transparant plastic doek achteraan, en arbitraire lichtwissels – is dat ze aan het denken zet, slechts heel af en toe provocerend, meestal krijg je alle tijd om na te denken bij de emotionele en intellectuele kronkels van deze doorsnee-Duitsers. Of van doorsnee-Vlamingen, want met ons collaboratieverleden gaan we vaak even onhandig om, ook na twee of drie generaties. Je ziet dus toneelspelers die helder spreken, die niets illustreren, die allemaal wel wat naïef ogen, die af en toe uitschieten, die het publiek zoeken – de eerste rijen mogen het schilderijtje zelfs even vastpakken en doorgeven – en die ons toeschouwers geruststellen, toch op het eerste gezicht. Misschien is het allemaal wat té voorzichtig, té genuanceerd, al is de afloop – Louise… – nog erg verrassend. Het hele bouwsel stort zo ongeveer in, maar ik ging dus niet spoilen.
“De verdienste van deze sobere enscenering bij Tg STAN is dat ze aan het denken zet, slechts heel af en toe provocerend, meestal krijg je alle tijd om na te denken bij de emotionele en intellectuele kronkels van deze doorsnee-Duitsers.”
Adolf Hitler werd dus tot twee keer toe afgewezen aan de Akademie, maar bleef wel, als arme ondernemer, schilderijen maken die hij liet inkaderen door Samuel Morgenstern, een soort joint venture. Morgenstern werd in 1938 onteigend, kon niet emigreren, stierf van ontbering in het getto van Łódź, de rest van zijn familie kwam om in Auschwitz-Birkenau. A.H. heeft de Duitse en meteen ook de Europese geschiedenis herschreven, en dat verhaal, in al zijn verschijningsvormen en interpretaties, van bevrijding tot frustratie, van opluchting tot revisionisme, van zwijgzaamheid tot terrorisme, bepaalt al bijna honderd jaar onze geesten. Zeker de geesten van de kleinburgers, bij wie het vernis van tolerantie al te gemakkelijk afbladdert. Een postkaartachtig schilderij van een bescheiden Weense kerk volstaat daarvoor. In de Ruprechtskirche was een tijdlang een reizende installatie opgesteld, een soort monument voor Franz Reinisch, die als enige priester de eed van de trouw aan de Führer weigerde en daarvoor in 1942 geëxecuteerd werd. En er wappert een regenboogvlag. Zelfkritiek en tolerantie kan toch. Zolang tenminste het onderbewuste niet geprovoceerd wordt, zoals Marcus von Meyenburg, Thomas Bernhard indachtig, suggereert.
De eerstvolgende speeldata van deze voorstellingen zijn 22 april in Schoten, 23 april in Aalst, 24 april in Tielt, 25 april in Ieper en 29 april in Ninove.
De volledige speellijst vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.
Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.
Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist), Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez)? Andere namen worden snel bekendgemaakt.