Leestijd 7 — 10 minuten

My long distance friend

Carina Molier

Het theaterwerk van de Nederlandse regisseur Carina Molier is vaker omschreven als ‘documentair’. In haar voorstellingen speelt ze graag op de grens en met de grens tussen feit en fictie, persoon en personage. Dat is niet het geval in My long distance friend, een documentaire film die zij samen met Maria Mok maakte. Hierin ligt de focus volledig op de feiten en de personen.

Dat levert in dit geval voldoende drama op. Maar dat drama wordt niet rechttoe rechtaan uitgespeeld. Het wordt opgenomen in een contemplatieve atmosfeer. De film eindigt met het beeld van een vliegtuig dat langzaam van de startbaan opstijgt. De voice-over verwijst naar een passage uit het essay Hoeveel globalisering verdraagt de mens? van Rüdiger Safranski. Daarin stelt de Duitse filosoof dat de moderne mens in het bos verdwaald is. In die situatie heeft hij drie mogelijkheden: ofwel keert hij op zijn stappen terug in een poging om het punt te vinden waar alles fout liep; ofwel blijft hij verder gaan in de hoop toch ergens uit te komen; ofwel – en dat lijkt de keuze te zijn die Safranski voorstelt – maakt hij een open plek in het bos, gaat zitten en denkt na over zijn situatie. Langzaam verdwijnt het vliegtuig uit beeld. De opening van de film kondigt dit einde reeds aan: ook hier worden impressies uit een verkeerstoren gecombineerd met een filosofische reflectie. Het vliegtuig is een visueel motief en staat in de film voor de grenzeloze mobiliteit van de moderne mens. Maar het vliegtuig staat ook letterlijk voor het loskomen van de mens van de aarde, van zijn wortels. Over de gesprekken uit de verkeerstoren schuift de stem van die andere Duitse filosoof Peter Sloterdijk: ‘Ik geloof dat de metafoor van het geworteld zijn zich pas in die tijden heeft kunnen ontwikkelen waarin duidelijk was vastgesteld dat mensen helemaal geen wortels hebben. Dan ontstaat het verlangen om een dier te worden. De utopie van het vrije gebruik van de benen, dat is iets wat de mens bijzonder fascineert.’

De verwijzingen naar Safranski en Sloterdijk zouden kunnen suggereren dat de documentaire een intellectuele beschouwing is over de globalisering. Toch is dat niet zo. De film is veel meer een ingetogen en bij momenten ontroerende meditatie over geborgenheid en ontheemding. Er valt veel voor te zeggen dat de documentaire voor Carina Molier (en dus wellicht ook voor de toeschouwer) een open plek is zoals Safranski die beschreef: een plek om even na te denken over waar we op dit ogenblik staan. Dat nadenken is niet overbodig. Nederland is de voorbije jaren geteisterd, meer nog: geterroriseerd door een discours over identiteit en eigenheid: ‘Het verlangen naar eigenheid heeft niet langer een nostalgisch gezicht. Het is verbeten geworden, het dreigt en stelt eisen’, aldus Bas Heijne. De film van Molier/Mok houdt zich ver van de agressie en de heftigheid waarmee dit debat in Nederland gevoerd wordt. Hij verplaatst het debat van een maatschappelijk naar een direct, persoonlijk en emotioneel niveau. Veel meer dan over nationale traditie en eigenheid, gaat het in deze film over familie, over het hebben van ouders en kinderen, over het hebben van een thuis. En dat in een wereld die zowel een permanent gecon-necteerd netwerk als een archipel van geïsoleerde eilandjes is.

Iedere belangrijke ontmoeting in een mensenleven is of wordt een spiegel. De ontmoeting van Carina Molier met de drieëntwintigjarige Zimbabwaanse schone OG tijdens een party in Amsterdam een tiental jaren geleden is een dergelijke ontmoeting. My long distance friend is het verslag van (een deel van) die vriendschap. De voice-over in de film is de stem van Carina Molier zelf. Zij is het die ons door de film gidst. Betrokken, maar tegelijk ook afstandelijk. De commentaren die ze geeft en de vragen die ze stelt, gaan niet alleen haarzelf aan, maar ook de kijker: ‘Waar vind je je plek? Of maak je die zelf?

Home is where the heart belongs. Of is het toch complexer?’ OG is een fascinerende jonge vrouw die er op het eerste gezicht in slaagt de wereld naar haar hand te zetten, og laat zich onderhouden door verschillende mannen. In de film zien we er op z’n minst vier of vijf. Ze weet haar leven in evenwicht te houden. Ze heeft geen eigen woonst, maar beweegt zich tussen Duitsland, Oostenrijk, Afrika, Cuba en Thailand. Zij vertegenwoordigt Sloterdijks ‘utopie van het vrije gebruik van de benen’. In het begin van de film zegt ze nog zelfverzekerd: ‘I feel at home everywhere. I am my own roots.’ Het is het standpunt van het postmoderne en kosmopolitische individu dat gelooft in meervoudige identiteiten, van de mobiele wereldburger die zich via het internet met de hele globe geconnecteerd voelt. Maar al van in het begin van de film stelt Carina Molier zich de vraag: is og een romantische rolling stone of een slachtoffer? Een kosmopoliet of een verdwaalde ziel? We zien og in clubs en op feesten dansen: ‘Dancing is the only language I speak fluently’. Het is de taal van de extase, van de roes, van de vergetelheid, van de uitwissing van iedere vaste identiteit. Maar ze is momentaan en, zo begint OG ook langzaam te beseffen, destructief.

In stukken en brokken krijgen we het levensverhaal van og te horen. Hoe ze als kind thuis wegloopt: ‘I felt very young that I did not belong to Africa’. Hoe ze op haar dertiende in Europa weet te geraken. Hoe ze veel te jong zwanger wordt. Hoe ze gedwongen wordt haar kind naar Afrika, naar haar moeder terug te brengen. Hoe ze zowel van haar moeder als van haar dochter vervreemdt. Hoe ze naarmate ze ouder wordt, die banden zou willen herstellen: dochter en moeder zijn. Het losgeslagen en gebroken leven van OG wordt het prisma waardoorheen Carina Molier naar haar eigen leven begint te kijken. De nomadische en avontuurlijke og roept bij Carina herinneringen op aan haar eigen vader die voor zaken voortdurend de wereld rondreisde en een groot deel van zijn leven in anonieme hotelkamers doorbracht. Skype-gesprekken met OG worden afgewisseld met reisdia’s uit de nalatenschap van vader Molier en met de zo typische familiefilmpjes uit de jaren zestig en zeventig. De dia’s, de super 8-filmpjes, de Skype-beelden, de journaalbeelden over Zimbabwanen die de grens met Zuid-Afrika overvluchten,… brengen allemaal een eigen textuur mee en schenken de documentaire een zekere korreligheid. Het zijn de verschillende lagen waaruit een leven is opgebouwd. De soms etherische, soms vervreemdende muzikale score versterkt nog de meditatieve en zelfs intimistische sfeer van de film.

Terwijl OG probeert haar dochter naar Europa te halen en haar moeder in Zimbabwe opnieuw opzoekt, valt in het verhaal van Carina de familie langzaam uit elkaar. De ondernemingszin van vader Molier en zijn nomadische bestaan staan haaks op de behoefte van zijn vrouw aan zorg en regelmaat. Na achtenveertig jaar huwelijk vraagt zij de scheiding aan. We zien hoe Carina haar oud en breekbaar geworden vader verzorgt: ‘De thuiszorg is verzekerd, maar wie moet er echt voor hem zorgen?’ Na zijn dood denkt de dementerende moeder dat haar man weer naast haar in bed ligt: ‘Banden voor het leven zijn niet te breken. Wanneer kies je voor elkaar? Wanneer ben je tot elkaar veroordeeld?’, vraagt de voice-over zich af. In Afrika ontdekt OG dat ze eigenlijk niets tegen haar moeder te zeggen heeft. Terug in Europa kan zij voor haar dochter ook zelf niet de moeder zijn die ze zo graag zou willen zijn. We horen opnieuw de stem van Sloterdijk: ‘Het is niet zo dat de mens één reusachtige zeepbel heeft geblazen waarin het hele zijn is opgenomen. Maar we moeten het zo zien, dat ieder levend wezen, elk individu zijn eigen zeepbel blaast, en we moeten de wereld veel meer zien als schuim en niet als één grote monosferische zeepbel, met in het midden de mens als contemplatieve god. Er zijn alleen maar geïsoleerde eilandjes. De mens is een eilandbewoner.’

Tegenover de ‘plat’ geworden wereld waarin alles en iedereen met elkaar verbonden is en waarin we de identiteit kunnen aannemen die we willen aannemen enerzijds en de behoefte aan duidelijk afgebakende (nationale, religieuze, etnische,…) gemeenschappen anderzijds, plaatsen Carina Molier en Maria Mok het kwetsbare netwerk van familiale banden. Hoe bepalen zij onze identiteit in een wereld waarin ook de traditionele gezinsstructuur onder druk staat? My long distance friend is geen nostalgische film. Het is een film over onvermijdelijk existentieel verlies en hoe daarmee om te gaan.

My long distance friend. Een film van Carina Molier in samenwerking met Maria Mok. SNG film in coproductie met Ikon, 2011.

www.carinamolier.nl

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#128

01.03.2012

—

31.05.2012

Erwin Jans

Erwin Jans is dramaturg bij het Toneelhuis (Antwerpen). Tevens publiceert hij over theater, literatuur en cultuur in onder andere De Morgen, De Tijd, Eutopia, Etcetera, DW B, rekto:verso, nY, De Reactor, De Leeswolf en Theatermaker.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!