Leestijd 6 — 9 minuten

Mokerslagen van schoonheid: Peter Sellars’ The Children of Herakles

De openingsvoorstelling van het aankomende Holland Festival in Amsterdam wordt Euripides’ De kinderen van Herakles, in een verbluffend heldere, eenvoudige en transparante regie van de Amerikaanse regisseur Peter Sellars. De productie beleefde haar continentale première een ldeine twee jaar terug, september 2002, tijdens de RuhrTriennale, het festival onder leiding van Gerard Mortier. Een vrij onbekende tragedietekst van 2400 lentes oud bleek een verrassend jonge, moderne vertelling over asielzoekers.

Na het voltooien van zijn twaalf grote werken sterft halfgod Herakles. Zijn kinderen worden door koning Eurystheus van Argos verbannen. Ieder land dat de kinderen asiel wil verlenen, krijgt een oorlogsverklaring van Eurystheus op de deurmat. De meeste landen hebben slappe knieën. Alleen Athene waagt het tegen Argos in te gaan. Nadat de Atheense koning Demofon alle orakels en voorspellers heeft geraadpleegd omtrent de afloop van een mogelijke oorlog met Argos, blijken de voorspellingen één overeenkomst te hebben: alleen als er een maagd van adellijke geboorte wordt geofferd, maakt Athene een kans een oorlog met Eurystheus te winnen. Het afgedwongen offer van een onschuldig kind: een terugkerend thema bij de tragicus Euripides. En ook hier biedt iemand zich vrijwillig aan: een dochter van Herakles. De oorlog wordt vervolgens in het voordeel van Athene beslist en Eurystheus wordt als krijgsgevangene meegevoerd. Alkmene, de moeder van Herakles en de grootmoeder van de asielzoekende kinderen, wil hem doden. De Atheners maken tegen deze bloedwraak bezwaar. Eurystheus zelf berust in zijn lot: hij voorspelt dat hij vanuit zijn graf een lange oorlog tussen Athene en Sparta zal aanvuren. Euripides’ stuk werd geschreven kort 11a het begin van de Peloponnesische Oorlog tussen Athene en Sparta, die duurde van 431 tot 404 voor onze jaartelling, en waarbij de hele Griekse wereld betrokken was.

Tegen het einde van de eerste acte in Peter Sellars’ regie van The Children of Herakles gebeurt er iets dat van een wonderlijk eenvoudige schoonheid is. De koning van Athene, Demofon, heeft de hoge toon van een arrogante gezant uit Argos weerstaan. De Atheense koning wordt gespeeld door een in beige mantelpak gestoken dame met een soevereine uitstraling. Ze verleent de kinderen van Herakles krachtdadig asiel, weigert hen mee te geven aan de gezant van Argos, terwijl die Athene zojuist in ferme bewoordingen heeft gechanteerd met een naderende oorlog. De aan een rolstoel gekluisterde toeziende voogd van de kinderen van Herakles, Jolaos, dankt de Atheense vorst voor de gastvrijheid. Terwijl het koor zijn vrees uitspreekt voor een naderende oorlog en de oude Jolaos de moed van Demofon prijst, onderhoudt de vorst zich uiterst vriendelijk met de kinderen, hier aanvankelijk vier, later acht tekstloze Koerdische asielzoekers. De jongens verlaten vervolgens hun met neonlampjes verlichte vierkant rond een soort altaar, hun bevrijd gebied, en lopen naar ons, het publiek, om ons één voor één de hand te schudden. Regisseur Peter Sellars: ‘Gelukkig kunnen we via de kunst een enclave creëren, een tijdelijk bevrijd gebied, waarin publieke rouw en gedeeld verdriet nog tot de mogelijkheden behoren.’ Euripides’ openingszinnen van De kinderen van Herakles -een tekst van de oude voogd Jolaos- hebben een zelfde treffende kernachtigheid: ‘Al lang geleden heb ik vastgesteld: de een is/voor zijn naaste een behoorlijk mens, de ander/met een hart alleen op winst belust, is waardeloos/voor het land en in de omgang lastig – maar heel/goed voor zichzelf. Ik weet het uit ervaring.’ Dat simpele handen schudden aan het eind van de eerste acte, gecombineerd met die krachtige eenvoud van de openingszinnen van het stuk, slaat opeens een troostende brug over een kloof van 2400 jaar. Dat zal de enorme kracht van deze enscenering blijken te zijn.

De avond duurt lang. Hij krijgt de vorm van een soort symposium. Daarvoor werd voor de première van The Children of Herakles in 2002 in het Ruhrgebied een passende omgeving gezocht: de Berufsschule in Bottrop, een bakstenen gebouw uit 1929 in de stijl van de nieuwe zakelijkheid. ‘Der werkenden Jugend, dem wirkenden Volke‘ staat er op de voorpui. Tekenend. De kinderen willen werken maar mogen het land niet in. Het volk put zich uit en zoekt woorden om dat probleem te benoemen: asiel, immigratie, emigratie, terugkeerregelingen, verbanning. Voor de Amsterdamse première op 4 juni a.s. is ook een passende locatie gezocht: de Beurs van Berlage. Iedere avond zal worden ingeleid door een gastspreker. Bij de wereldpremière van deze voorstelling was dat RuhrTriennale-directeur Gerard Mortier, die zich tot het publiek wendde met een tekst van de onlangs in ballingschap overleden Palestijnse schrijver Edward Said, over de kern van het begrip ‘Exil‘. De Amsterdamse première zal worden ingeleid door de Nederlandse ex-premier Ruud Lubbers, nu Hoog Commissaris voor de Vluchtelingen bij de Verenigde Naties. In Bottrop sprak na de inleider een Koerdische vluchteling, over een land dat niet bestaat en een taal die hem en de zijnen is afgenomen. Na een korte pauze begon de voorstelling. Daarna was er in Bottrop een Koerdisch buffet. Waarna iedere avond een andere documentaire over het onderwerp op groot scherm werd vertoond. Theater als een publieke ruimte voor rouw, verdriet, liefde en nadenken. Sellars’ humanisme is dwingend, niet belerend, de taal in zijn enclave is niet louter esthetisch, zeker ook politiek geladen. We verwerven via én rondom Euripides inzichten over een rauwe werkelijkheid,waarvoor te vaak en te snel de ogen worden gesloten.Tegenover de tribune is een eenvoudig, licht oplopend podium geplaatst. Overal microfoons, rechts een verhoging waarop de Kaukasische zangeres Ulzhan Bai-bussynova plaatsneemt, in fel rood kostuum uit haar streek, compleet met een muts met een parmantig pluimpje. Ze begeleidt zichzelf op een langwerpig snaarinstrument, doorsnijdt Euripides’ tragedie met folkloristisch gezang, een curieus mengsel van heroïek en klaagliederen. Het is een prachtige vrouw, die een performance geeft met opgeheven hoofd, als krachtig centrum van de vertelling. Om haar ‘altaar’ heen hangt boven de vloer een vierkant van neonverlichting – de afrastering van de tempel, de vrijplaats waar de asielzoekende kinderen zich hebben teruggetrokken. De spreektaal van de protagonisten is Engels, de teksten van het koor (oude mannen uit Marathon) werden tijdens de wereldpremière gesproken door twee Duitse acteurs die in het publiek hadden plaatsgenomen -in Amsterdam zullen dat ongetwijfeld Nederlandse toneelspelers worden.

Het begin van de voorstelling heeft enerzijds het formele karakter van harde onderhandelingen tussen dames met haar op de tanden (ook de gezant van Eurystheus uit Argos wordt door een vrouw gespeeld), anderzijds de toon van waardige pathos, waarbij emotie en verontwaardiging worden aangebracht door de voogd Jolaos- een prachtrol van Uliks Fehmiu, een acteur die er schijnbaar moeiteloos voor zorgt dat iedere komma in een tekst bij het publiek snoeihard aankomt. Echt zinderen doet de voorstelling als de Atheense koning in problemen komt door de goddelijke eis van een maagdenoffer. Demofons politiek correcte houding (asielzoekers worden hier niet weggezonden) begint te wankelen. De reputatie van de koning wordt gered door een van de asielzoekers zelf, Herakles’ dochter Makaria. In de Griekse tragedie, ook bij het voortdurend met het medium toneel experimenterende enfant terrible Euripides, vonden dergelijke mensenoffers buiten beeld plaats. Een bode kwam na afloop vertellen hoe en wat. Sellars laat het offeren van Makaria op het podium voluit zien. En hoe! Midden in het verhaal over de veldslag, dat op het ritme van een rapsong wordt verteld, wordt het offer waarmee Athene de goden gunstig stemt getoond als een rituele slachting, een keelsnoerend prachtig beeld. Het lichaam van Makaria (Julyana Soelistyo) wordt na de offerdood door de andere dochters van Herakles uit de lijkenzak gehaald, waarna deze de actrice helpen zich om te kleden voor de rol van de gesluierde grootmoeder-der-wrake, Herakles’ moeder en hun grootmoeder, Alkmene.

Op dergelijke momenten slaagt Sellars erin iets te creëren wat je maar zelden in het theater ziet: zonder opgelegd pandoer of geforceerde ingrepen slaat deze theatermaker een brug-der-zuchten tussen de zeggingskracht van een tekst die 2400 jaar geleden werd neergeschreven, de zwaartekracht van de Griekse mythologie met haar eindeloos lijkende bloedsporen, en de rauwe realiteit van nu. Tien jaar geleden maakte Sellars (in eerste instantie in Salzburg, later op Europese toernee) een verbinding tussen de oudst bewaarde tragedietekst (Aeschylos’ Perzen) en de eerste Golfoorlog. In The Children of Herakles haalt hij een vertelling over politieke correctheid, principiële keuzes, wankelmoedige mentaliteiten van politici en schrijnend leed glashard naar onze eigen tijd toe. En dat alles in een helder licht – letterlijk: de belichting streeft naar helderheid, mikt niet op effect, zelden zo’n afwezig/aanwezig theaterlicht gezien; maar ook overdrachtelijk: hier wordt een tekst effectief her-lezen, met als enig doel ons inzicht te verschaffen in de werking van existentiële vraagstukken waarvoor we onze ogen niet meer mogen of kunnen sluiten. The Children of Herakles biedt een zeldzaam wordende vorm van toneel, waarin mokerslagen van schoonheid worden uitgedeeld met een geniale eenvoud.

Nvdr. Voorafgaand aan de voorstellingen op het Holland Festival is The Children of Herakles ook in Antwerpen te zien, in tegenstelling met Nederland niet op locatie, maar in de Rode Zaal van deSingel. Een ander verschil met Nederland betreft de inleiding in deSingel: een gemodereerd gesprek onder leiding van Stefan Blommaert, met per voorstelling twee à drie wisselende asielzoekers en deskundigen. Wie de rol van het koor in Antwerpen gaat opnemen, was op het moment van publicatie nog niet beslist.

The Children of Herakles

TEKST Euripides

REGIE Peter Sellars

PRODUCTIE RuhrTriennale

PREMIÈRE 19 september ’02, Berufskolleg der Stadt Bottrop, van 27 tot 29 mei in deSingel, Antwerpen; van 4 tot 9 juni, in Beurs van Berlage Amsterdam (Holland Festival)

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#91

15.04.2004

14.07.2004

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!