Mijn broer: the walrus, Colette Goossens © Ken Aelbrecht

Leestijd 5 — 8 minuten

Mijn broer: The Walrus – Colette Goossens

Etcetera @ TAZ #8: Rouwen tussen grijns en grimas

Colette Goossens droomt van voorstellingen over ecofeminisme en de vluchtelingencrisis, zo zegt ze op scène. Dan zal ze op de barricaden staan en het uitschreeuwen, zo belooft ze. ‘Dan roep ik niet meer: waar is mijn broer?’ Nee, soms is autobiografisch theater geen keuze. Maar een keuze blijft wel hoe je je eigen rouwproces dan theatraliseert. Mijn broer: the Walrus doet het niet zoals je zou verwachten. 

Veel straffe vrouwenportretten staan er deze zomer op Theater Aan Zee, niet zelden als monoloog. Allemaal vertrekken ze min of meer van directe eigen ervaringen. Ervaringen als jonge vrouw in een mannenwereld, als dochter in Sovjet-Rusland, als moeder, als actrice van kleur, als internaut. Ervaringen van angst, van identiteitsverlies, van vastlopen in je ambities. 

Zo expressief en zelfs explosief worden ze telkens uitgedrukt dat je er bijna schrik van krijgt. Indien niet van de figuren op scène, dan toch van de maatschappij waarin deze tomeloze erupties jarenlang zijn opgehoopt. Er spant zich iets op in hun lichaam, onder hun knellende kleren. Het verlost zich uiteindelijk ongeremd, onbeschaamd. Er is te veel te zeggen of te weinig stem. Je hoort meer roepen dan spreken. Uit vele blikken spuwt er vuur. 

Colette in Wonderland

Daartegenover begint Mijn broer: the Walrus als een brave vertelling, op het sprookjesachtige af. Colette Goossens, dramastudente aan het KASK in Gent, neemt haar publiek mee op een poëtische queeste. ‘Ik heb overal gezocht. Ik ben gaan kijken in krantenwinkel. In de open haard. In de viswinkel. In de koffer en op de achterbank. (…) Op mijn zoektocht kom ik het meisje met haar kameleon tegen, maar ook de louche tv-presentator, de zwemster die stinkt, de emotionele taxichauffeur…’ Eén lange impressionistische opsomming schildert een hele wereld en passant. Het perspectief lijkt dat van een kinderblik. Colette in Wonderland.

Missie van haar queeste? Het passeert in haar verhaal al even vluchtig: ‘waar is mijn broer?’ Die broer is geen verzinsel, geen hersenspinsel. Hij heet Camille Goossens en stierf zes jaar geleden. Onder zijn artiestennaam Mil Campbell speelde hij op gitaar even bedaarde als romantische songs, in de geest van Bob Dylan, Lou Reed, Nick Cave. Op Soundcloud valt zijn prille oeuvre nog steeds te beluisteren: voor eeuwig en altijd drie liedjes. Wat is hem overkomen?

Rouw is een veelkoppige draak. Zeker op theater, en bij uitstek als ze uit het leven is gegrepen. Reële rouw dreigt de theatrale afspraak voortdurend te perforeren met te veel ethiek, te veel werkelijkheid, te veel persoonlijke betrokkenheid. Niet alleen bij de performer, ook bij de toeschouwer. Hoe kijk je naar de publieke ‘verwerking’ van privaat verdriet?

Een bezwering

Goossens biedt de veiligheid van naïeve metaforiek. Ze schetst niet in de eerste plaats hoe zijzelf, wel hoe pakweg het huis omgaat met de leegte. ‘Sinds mijn broer het verlaten heeft, staan er overal stijlloze bloemstukken. De ramen zijn veranderd in fotolijsten. Alles wat je kan zien vanuit het huis staat stil.’ De afstand tussen verbeelding en realiteit wordt bewust breed opengetrokken en weer ‘verdicht’ met woorden als windels, rond de wonde aangebracht met montere stem, op scène speels en springerig uitgesproken. 

Voor rouw is zoveel distantiëring een begrijpelijke strategie, maar op theater kan het snel omzwachtelend werken. Te zeem, te zoet. Op haar hele queeste komt Colette uiteindelijk via de Steenweg in Waarloos terecht in de Noorse zee, waar ze haar broer vindt bij een pier, en hem voor eeuwig opbaart met een roze opblaasband. Het leven en de dood door een roze bril, dat is het bedje waarop deze solo zijn vertelling spreidt. Als een verhaaltje voor het slapengaan.

Maar hoe kinderlijker het register, des te feller valt ermee te breken. En daar is het Goossens uiteindelijk om te doen. Het begint al met een overbuur met een haakpiemel die plots door haar fantasie komt breken: vervaarlijk, onbehouwen, surreëel. Ook het verhaal van hoe haar broer precies aan zijn eind kwam, gaat steeds meer schiften. Was het kanker, zelfmoord onder de trein, neergestoken, iets met een vrouw? Steeds meer versies en mogelijke levenseindes worden over het publiek afgeroepen. Het krijgt iets van een bezwering.

Als kijker krijg je ook zelf plotse vragen onder de neus geschoven, in de heerlijk directe stijl waarmee Goossens haar héle voorstelling voortdurend voorbij de podiumrand krijgt: ‘Hebt gij medelijden met mij? Denkt gij dat ik al goed aan het zoeken ben? Mist gij mijn broer?’ Niet langer Camille Goossens, maar de dood zelf schuift in het centrum van Mijn broer: the Walrus. De dood als nukkige overvaller van ons aller existentie. De dood die ieders omgeving al wel eens is binnengedrongen. Dé dood.  

Vuurspuwende blik

Wellicht niet toevallig kijken we vanop de tribune uit over heel Oostende, hoog en droog (of nat) van op de dakverdieping van een parkeergarage. Over al die daken, al die private werkelijkheden wil Goossens haar verhaal vertellen. Over alle broers, alle kinderen, alle ouders die ons zijn ontvallen. Steeds meer breekt in het sprookje een groter afscheidsdrama binnen. Denk maar niet dat je mijn verhaal zomaar kan plaatsen, lijkt Goossens te willen zeggen.  

Met een flodderig netje rond haar hoofd, als kwam ze recht van de operatietafel, speelt ze het spel van de onbetrouwbare verteller. Van de geschonden ziel waarvan de fantasie alle kanten uitschiet om toch maar iets te pakken te krijgen dat houvast biedt. Onder de hersenpan van haar personage tolt en kolkt het, en steeds moeilijker valt dat in te houden. Er spant zich iets op in haar lichaam, onder haar kleren. Het verlost zich uiteindelijk ongeremd, onbeschaamd. Er is te veel te zeggen of te weinig stem. Je hoort meer roepen dan spreken. Uit haar blik, boven haar glimlach, spuwt er vuur. 

In crescendo gaat het sprookje intussen verder de vuilbak in, of scheurt het steeds meer open tot zijn duistere krochten: lijfelijke aftakeling die bijzonder plastisch beschreven wordt, mateloos geweld op lieflijke figuren, steeds minder narratieve grenzen die in acht genomen worden. Als er rond de dood een maatschappelijke code bestaat van gepaste afstand en beleefd gefluister, van taboe en innige deelneming, dan rekent deze voorstelling er categoriek mee af. Ook met de bijhorende commerciële industrie die geld maakt op de rug van rouw, wordt subtiel een rekening vereffend. Alleen de kinderlijke naïviteit blijft, als handig vangnet voor de inhoudelijke ontsporing.  

Weidse boog om het eigen leven

Zo wordt Mijn broer: the Walrus een sterk staaltje van hoe je in een autobiografie met registers kan spelen om ze uiteindelijk toch authentiek te doen treffen. Niet alleen in de songs van haar broer die Goossens laat horen als troostende reality checks, ook in die paar passages tegen het einde waarin alle maskers afgaan en ze helemaal zichzelf wordt, valt ineens een rake stilte over het speelvlak. Dan spreekt er alleen nog het reële drama die onder deze monoloog steekt. De queeste die nooit voleindigd zal worden. Net door de weidse boog die Goossens om haar eigen leven heeft genomen, treffen die scènes nu des te harder het hart.

Zo ontwijkt Mijn broer: the Walrus, tussen grijns en grimas, alle pathetiek en (zelf)medelijden. Met innemende flair én onvervaard je m’en foutisme ontpopt dit rouwportret zich tot ‘100 manieren om met de dood om te gaan’, maar dan in één solo. Het is eruit. Heel benieuwd nu naar die volgende creatie van Colette Goossens over ecofeminisme of de vluchtelingencrisis. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist, dramaturg en docent aan het Conservatorium Antwerpen. Hij richtte cultuurtijdschrift rekto:verso en burgerbeweging Hart Boven Hard mee op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!