Jake Walters

Charlotte De Somviele

Leestijd 4 — 7 minuten

MICHAEL CLARK COMPANY – ANIMAL, VEGETABLE, MINERAL

Klassiek ballet meets de rauwe energie van de Sex Pistols? De Schotse choreograaf Michael Clark trapt graag heilige huisjes in. Eerder werkte de man al samen met het kruim van de internationale kunstwereld, waaronder cineast Peter Greenaway, het invloedrijke Britse modelabel BodyMap en levende legendes als David Bowie en Brian Eno. In de triple bill animal/vegetable/mineral krijgt de muziek van Scritti Politti, Sex Pistols en Relaxed Muscle – het schaduwproject van PULP-frontman Jarvis Cocker – een dragende rol. Clarks voorstellingen kan je dan ook niet zomaar onder het label ‘dans’ categoriseren. Het is totaalkunst waarin muziek, licht, beweging, scenografie en kostuums gelijke spelers zijn. Of zoals iemand ooit schreef: Clarks oeuvre is de haute couture van de dans.

In dat geval zou de eerste acte niet misstaan in de minimalistische modelijn van Alexander Wang. In hun marineblauwe manjurken zien de zes dansers er als androgyne figuren uit. Het duurt even voor je door hebt dat het om drie mannen en drie vrouwen gaat. Armen en benen worden duizelingwekkend hoog in de lucht gestrekt tot ze elkaar bijna raken, voeten gaan beheerst van point naar flex en weer terug, pirouettes wisselen af met grondwerk dat inspiratie put uit pilates en yoga. Aanvankelijk lijken het meer losse oefeningen die met klinische afstand worden uitgevoerd dan een echte choreografie. Pas later gaan de bewegingen een symmetrisch patroon vormen. De dansers spiegelen elkaar terwijl ze een lijnenspel van hoeken en diagonalen uittekenen op de vloer. Hun virtuositeit is van een mechanische kracht alsof Clark als een marionettenmeester vanuit de hoogte aan de touwtjes trekt. De muziek van Scritti Politti vijlt echter de scherpe kantjes van de dans af. De kruisbestuiving tussen de sublieme bewegingen en de vederlichte popnummers die prompt na elkaar worden afgespeeld, is ongewoon, maar erg verfrissend. Ook het digitale kleurenpalet op de achterwand, dat varieert van blauw naar groen en paars, verzacht de abstracte bewegingspartitituur.

Clark is een purist maar dan eentje met een edgy attitude. Zoveel wordt duidelijk in vegetable dat net zoals animal slechts een luttele twintig minuten duurt. Zijn abrupte stijl heeft iets brutaal en dat strookt helemaal met de punkanarchie die de dans hier voortstuwt. Alexander Wang legt de duimen voor Vivienne Westwood. De uniformen uit het eerste deel zijn ingeruild voor futuristische maillots in appelblauwzeegroen en oker die onder het uitgekiende lichtontwerp van Charles Atlas van kleur lijken te veranderen. ‘Getting rid of the albatross’ klinkt de ijle stem van Johnny Rotten terwijl danseres Julie Cunningham haar armen wijd uitslaat als was ze zelf een zeevogel, klaar om in het water te duiken achter haar prooi. Toeval of niet, de choreografie die volgt, doet op haar beurt denken aan Merce Cunninghams Beach Birds for Camera (1993). De dansers schudden onrustig hun hoofd van links naar rechts, maken ter plekke sprongetjes met geronde armen om daarna zigzaggend maar uiterst beredeneerd door elkaar heen te lopen. Waar de muziek in animal de mechanische schoonheid een menselijke toets geeft, zorgt de postpunk van Sex Pistols en Public Image Ltd. net voor meer vurigheid. De score blijft analytisch en repetitief, maar de dansers tonen zich meer als een groep die als het ingenieuze raderwerk van een horloge samen beweegt. Door de prachtige tableaux vivants, waarbij twee dansers in fluogroen en –roze licht over de grond krioelen, krijgt ook deze act iets van een levend schilderij dat verschillende stijlen organisch samenbrengt, al lijkt de clash op het eerste zicht groot.

Van Vivienne Westwood gaat het naar de speelse theatraliteit van Walter Van Beirendonck in het sluitstuk. Mineral is de meest complexe choreografie van de drie, maar tegelijk de minst coherente omdat ze als het ware met elk muzieknummer mee verspringt. Na een korte scènewissel komen de dansers terug in horizonrode cat suits die door een push-up effect elk spiertje in hun lichaam accentueert, als waren het bovennatuurlijke wezens. Hun acrobatische pas de deux bewijzen dat we er niet ver naast zitten. Door de trage poses komt hun technische bravoure helemaal uit de verf, vooral die van Harry Alexander die als enige op pointes boven de rest uittorent. Via deze campy details breekt Clark grijnzend uit de rigide vorm die hij zijn dansers oplegt, al zijn het slechts knipoogjes voor de alerte kijker. ‘I’m thinking of starting a zoo’ kunnen we in spiegelschrift op het beeldscherm lezen, terwijl vraagtekens uit de lucht dwarrelen. Zo voel je je zelf ook een beetje ondanks de visuele pracht: het blijft zoeken naar de inhoudelijke lijn die deze trilogie verbindt. Tijdens de premièrereeks maakte cultfenomeen Jarvis Cocker zelf zijn opwachting op scène, nu verschijnt hij enkel op video, maar hoe. Grotesk geschminkt en met hakken aan schreeuwt hij de ziel uit zijn lijf. Het leidt sterk de aandacht af van wat er op scène gebeurt, waar de dansers ondertussen in een zebrakostuumpje (dat als een optische illusie begint te bewegen!) de zaal aftasten met lichtgevende spiegels en als kleine kinderen door elkaars benen rollen of aan hun kruis friemelen. De humorist in Clark lijkt helemaal wakker geworden, maar hij slaagt er niet in om het beeld en de live actie op elkaar af te stemmen. Dat zorgt voor een warrig einde, terwijl de vorige delen net uitblonken in precieze compositie.  

Het mooie aan animal/vegetable/mineral is dat Clark trouw blijft aan zijn klassieke roots, maar de serieux ervan openbreekt door ze in een hedendaagse context te plaatsen. De muziek geeft alle ademruimte aan de hyperformalistische dans, terwijl die geen moment aan feilloze techniek inboet. Dit is beeldende kunst met een hartslag, vol fijnzinnige contrasten en schakeringen.

Gezien in Concertgebouw (Brugge) op 30/05/2014. Daarna nog op tournee in het buitenland, zie hiervoor http://www.michaelclarkcompany.com/diary.php

 

 

 

 

 

 

 

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#137

15.06.2014

14.09.2014

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele is als onderwijsassistente verbonden aan de vakgroep Visual Poetics (UAntwerpen). Ze schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is lid van de kleine redactie van Etcetera. 

recensie