Loek Zonneveld

Leestijd 3 — 6 minuten

In memoriam Michael Carlton Matthews 1958-1996

Haarlem, 16 januari 1996. Vandaag loopt er een lange, polsdunne maar zeer sterke lijn tussen een Noordhollandse provinciestad en de hoofdstad van het zo ongelukkig verenigde Duitsland. In Berlijn wordt vandaag Heiner Müller begraven. In Haarlem wordt vandaag Michael Matthews herdacht. Honderden vrienden, vriendinnen, collega’s en andere theaterminnaars verzamelen zich in de Toneelschuur, Michael Matthews’ theaterhuis.

Ritsaert ten Cate: ‘Ik hoop dat het me zal lukken zijn voorstelling Hyde nooit meer te vergeten, omdat er zoveel kracht uit sprak, aan een overmaat aan woede en angst voorbij, zoveel moois, zo’n serene rust. En raar eigenlijk, nauwonderdrukt gegrinnik. Het bederf in zijn lijf, hoe kwetsbaar ook gedemonstreerd, leek hem en ons nooit meer te kunnen deren. Dat je dat kunt weten, dat heeft hij ons gegeven.’

Heiner Müller: ‘Dat Schweigen kommt sowieso, wann man stirbt. Darauf kann sich jeder verlassen. Ich wusste auch nie, warum ich mich umbringen sollte. Uberleben ist auch eine Lösung.’

In Berlijn is het heel druk, vandaag. Alleen wie een uitnodiging heeft, mag bij de begrafenis zijn. De krantenverslagen staan vol bekende namen, politici, regisseurs, acteurs, schrijvers. Als de dranghekken zijn weggehaald, wandelt een stoet van tweeduizend gewone stervelingen langs het graf. Dat wordt nergens vermeld.

Voor Michael Matthews was Heiner Müller ‘an impuls’, onthulde Judith Herzberg op de bijeenkomst in Haarlem. Ze noemde het karakteristiek van Michael om een voor hem belangrijk mens ‘een impuls’ te noemen. Ontevreden en verbaasd over de geringe aandacht die Müllers dood in Nederland kreeg, dicteerde Matthews in zijn laatste geleende uren een gedicht over Heiner Müller, dat op de bijeenkomst in Haarlem werd gelezen door actrice Hendrien Adams. Een fragment:

a little man with a fat cigar

lights a stick of dynamite

and hurls it towards the Reichstag laughing

and says

ach het is toch Duitsland

where everything burns easily

my soul turns black

from smoke and ash

I am home

I am dead

I am the little man’s son

Ritsaert ten Cate: ‘Het is tijd om ons te realiseren hoezeer het lachje ten afscheid, vlak voor Michael in Klaagliederen de bühne afstapte, en hij nog even omkeek, op ons netvlies gebrand moet zijn: God, zoals je ‘m bij elkaar zou wensen. En helpt ook dat nog niet, dan minstens de herinnering aan een o zo kwetsbaar maar uitbundig dansje, in spierwitte onderbroek, z’n pantalon rond de bijna vingerdunne enkels. Hier past niet alteveel verdriet, want als iemand ons meegaf dat de dood eigenlijk alleen maar iets is om nog even een fles voor open te trekken en onbekommerd een glas op te dringen, dan was Michael het wel. Wat een rijkdom. Daar kun je een leven lang mee rekken.’

De Cubaans-Amerikaanse schrijver/performer Michael Carlton Matthews werd geboren in New York, 1958. Hij studeerde film en theater. Hij maakte deel uit van The Philadelphia Poetry Project, een groep kunstenaars die dans, muziek, film en video in hun presentaties combineerden. In 1984 kwam Matthews naar Nederland, waar hij werkte als schrijver, performer en regisseur. Hij speelde onder meer in voorstellingen van Robert Wilson, Rob Malasch, Ping Chong en Gerardjan Rijnders. Tot zijn eigen theaterwerk horen titels als For People Who Have Died (1989) en This Sporting Life (1991). De afgelopen jaren werkte Matthews aan twee trilogieën. The Monster Trilogy – Frank, Dracula en Hyde – speelde hij zelf (met anderen). Daarnaast schreef en regiseerde hij een project over twintigste-eeuwse dictators, waarvan de delen over Idi Amin en Pol Pot werden gerealiseerd. Michael Matthews werd 37 jaar en stierf aan de gevolgen van aids.

Een blinde man komt met zijn blindegeleidehond een warenhuis binnen. Hij pakt zijn hond bij de staart en slingert hem twee keer boven zijn hoofd. Het personeel probeert de blinde man tot de orde te roepen. Hij antwoordt: ‘Maar een mens mag hier toch wel een beetje rondkijken!?’

Is dit een verhaal uit een voorstelling van Michael Matthews? Zou kunnen. Maar het is een grap van Heiner Müller.

Michael Matthews’ theater was pure, soms harde, rauwe, soms hilarische poëzie. In Dracula belandde pizzaboy Joe in het vampierenkasteel van Dracula in Transssylvanië. De kasteelheer moest van de stevige beet in Joe’s hals afzien na de onthulling dat de pizzaboy helaas aids had. In Hyde schrijft Joe een briefje aan zijn baas: ‘Dear Tony, I’ve gotten so thin. I don’t recognize myself anymore. Just a thin black line wandering around a big house. Looking but not seeing. Laughing at the strange clauses of a body in motion. NO, I am not blue. I have no blue notes left. What I am is … to be continued.’

In de vroege ochtend van Nieuwjaarsdag 1996 voegt een bandje in een kroeg in Kreuzberg-Berlin een regel aan een song toe: ‘Und denkt jetzt nicht mehr an Heiner Müller’. Tijdens de Trauerfeier op dinsdag 16 januari 1996 leest Robert Wilson voor uit Gertrude Steins He was being living every day. Daar is ze weer, die polsdunne maar sterke lijn tussen Berlijn en Haarlem. Daar leest Hendrien Adams het laatste gedicht van Michael Matthews:

and I will die laughing

kissing Hamlet’s head

ach Heiner

wakker worden

doodgaan

Dag Michael!

in memoriam
Leestijd 3 — 6 minuten

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn "liefdevolle toneelrecensies" en "het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs".

in memoriam