Luk Van den Dries

Leestijd 5 — 8 minuten

In memoriam Carlos Tindemans: 1931-2002

Carlos Tindemans was gedurende vele decennia een begrip in het Vlaamse theater. Als geen ander wilde hij het theater hier ten lande uit zijn zelfgenoegzaamheid wakker schudden, wilde hij het confronteren met internationale maatstaven en het vér houden van op louter commercie berekend effect. Gedurende meer dan dertig jaar zou hij het theater van zijn kritische stem voorzien, eerst als recensent, later als docent.

Carlos Tindemans schrijft in augustus 1960 zijn eerste stuk over theater in het maandblad Streven en de titel is meteen een programmaverklaring: Onbehagen als vaste waarde. Striemend zou hij van leer trekken tegen domheid, luiheid, gemakzucht, tegen de ambtenarij die elke creativiteit paralyseert, tegen het doodse theater dat later ook door tijdgenoot Peter Brook ten grave zal worden gedragen. Carlos Tindemans komt op voor een vitaal theater, een theater dat een zinsfunctie vervult in het leven van publiek en makers, een theater dat bovendien laat zien dat het intelligent kan omgaan met de eigen middelen. Zijn pleidooi zal steeds luider klinken: in oktober 1960 start hij als recensent voor De Nieuwe Gids, een katholieke krant. Zijn positieve houding tegenover het controversiële stuk van Rolf Hochhuth, De plaatsbekleder, vormt de aanleiding van zijn ontslag in 1963. Via een korte tussenstop bij de weekbladen De Linie en De Nieuwe zal hij uiteindelijk als recensent bij de krant De Standaard aan de slag gaan. Hij wordt er verslaggever voor het hele Vlaamse professionele theater, een functie die hij met de nodige ernst invult – elke première gaat gepaard met een interview én een recensie – en die hem ook heel zichtbaar maakt. Dat geldt misschien nog meer voor het radioprogramma De zeven kunsten van Roland van Opbroecke waar hij samen met zijn Streven-kompaan Frans van Bladel aan meewerkt. Hier werd een zeer bijzondere vorm van journalistiek bedreven: op locatie werd live een kritische reflectie geïmproviseerd omtrent de productie die net in première was gegaan. Met zijn sterk beargumenteerde maar vaak spijkerharde en ongezouten mening zou Carlos Tindemans op de zere tenen gaan staan van menig theatermaker. Zijn positie als criticus omschreef hij even eenvoudig als helder: ‘door hoge eisen te stellen eer ik het object van mijn belangstelling’. Ook consequent afbreken wat geen niveau haalt is een vorm van constructieve kritiek.

In 1968 stopt hij met recenseren, moegeschreven wellicht en ontgoocheld dat er zo weinig vooruitgang in het Vlaamse theaterbestel werd geboekt. Maar een nog grotere teleurstelling was het vroegtijdig kelderen van zijn voorstel voor een nieuw gezelschap dat komaf zou maken met de schrijnende mediocriteit van het Vlaamse toneel. De scherpte en radicaliteit van het opzet stuitten op verzet van zowel beleidsmakers als de theaterwereld zelf. Het project T-68, dat hij samen met Hugo Claus en Alex van Royen uitwerkte, is enkel een manifest gebleven, een nog steeds zeer lezenswaardige oproep voor een vitale theatercultuur.

Ook al stopte hij zelf met zijn activiteiten als recensent, toch bleef het gehalte van de kritiek en de sociale positie van de criticus prioritair in zijn bedrijvigheid. Vanaf 1977 is Tindemans actief in de internationale vereniging van theatercritici (AICT/IATC) waarvan hij gedurende twaalf jaar de seminaries leidt voor jonge theatercritici. Op die manier verwerft hij een onschatbare invloed op de ontwikkeling van nogal wat beginnende theaterjournalisten. Onder zijn stimulerende leiding leren ze minder op louter gevoel en herkenning te kijken, en zich meer te richten op dramaturgische keuzes en de theatrale tekens die daartoe zijn gebruikt. Hij nodigt altijd uit voorbij te gaan aan wat evident is om te zoeken naar verderop liggende betekenissen. Zelf is hij altijd het beste exemplaar geweest van de model-toeschouwer die hij wilde vormen: gepassioneerd bezig met het medium, uitermate belezen, met een scherpe en alerte blik, een beargumenteerd oordeel en een bijzonder fraaie eloquentie. Om ook het peil van de eigen Vlaamse theaterkritiek op te vijzelen richt hij in 1992 Thersites op, een vakvereniging voor theatercritici.

Maar Tindemans zal meer dan als criticus uiteindelijk naam maken als academicus. Hij promoveerde in 1966 op het proefschrift Samenleving en maatschappij in de toneelletterkunde van Zuid-Nederland 1830-1914. Toen al droomde hij van een systematischer studie van het fenomeen theater, iets wat in Vlaanderen op dat moment enkel utopisch kon blijven. In 1973 wordt de Universitaire Instelling Antwerpen opgericht en wordt zijn droom stukje bij beetje gerealiseerd: hij wordt aangezocht voor een keuzevak Theaterwetenschap en krijgt vanaf 1978 een volledige opdracht. In een mum van tijd vestigt hij een reputatie als methodoloog: wil de discipline enige relevantie ontwikkelen, dan dient de theaterwetenschap zich eerst en vooral te bekommeren om haar methodische grondvesten. Zo kruisen ook mijn paden de zijne. Ik herinner me nog heel goed hoe Carlos, wiens schaduw altijd heel ver voor hem uitliep, binnenkwam op een studiedag over theater die aan de VUB – mijn toenmalige werkplek – werd georganiseerd. Ik gaf er mijn eerste lezing, over opvoeringsanalyse. En hij stelde natuurlijk een vraag: over het verschil tussen perceptie en receptie. Dit soort fijnmazige terminologie kenmerkte de theaterweten-schappelijke activiteit van Carlos voluit: het vormde een onderdeel van zijn uiterst nauwgezet en genuanceerd denken over het verschijnsel theater. Vanaf 1986 deelden we een bureau op de UIA en kon ik ook kennismaken met de mens achter de gestrenge academicus.

Carlos Tindemans was fervent met het theater bezig. Dag in dag uit. Thuis kreeg hij een tiental binnen- en buitenlandse kranten aan waar elk artikel over theater zorgvuldig werd uitgeknipt en bijgehouden. Zijn leeshonger was onstilbaar, honderden en honderden boeken las én besprak hij voor het maandblad Streven. En hij zag zeer veel, zowel binnen- als buitenlands theater. Met hem daarover praten was altijd een revelatie. Natuurlijk had hij zelf een uitgepuurde kijk op stuk en auteur. En had hij al vele andere versies van datzelfde stuk gezien. Maar het belette hem niet open te staan voor nieuwe benaderingen. Hij kon grandioos van mening verschillen, over Jan Decorte bijvoorbeeld, maar altijd op een manier waaruit bleek dat hij zeer grondig had gekeken, hongerig naar beklijvende tekens en betekenis. Hij had een fabelachtig geheugen en een zeer scherpe blik. Hij kon je vertellen hoeveel vleeshaken er in Jan Fabres voorstelling Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was hingen. Hij kon met een aantal accurate adjectieven een sfeer en een beeld schetsen. Kon uit zijn geheugen zeer precieze details opdiepen van het gestische spel van een acteur. Was zelden schreeuwerig en meed kwalitatieve hijgwoordjes, want dat neigde naar zijn smaak te veel naar impressionisme. Carlos geloofde sterk in objectiveerbaarheid: hij stelde een wetenschappelijke blik voorop en bleef door de jaren heen een structuralist op zoek naar de systemen en codes achter de verschijningsvormen.

Carlos Tindemans was in vele opzichten een pionier in het Vlaamse theater. Hij legde de pijlers voor het theaterwetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen en stond aan de wieg van het Vlaams Theater Instituut. Hij ijverde volop voor verdere professionalisering, niet alleen van het theater zelf, maar ook van alles wat het theater omringt: onderwijs, archivering, publieksonderzoek enzovoort. Een aantal initiatieven daarvan hebben ruim weerklank gevonden, maar andere zijn nog steeds zeer breekbaar: de theaterwetenschap in Vlaanderen blijft onderbestaft en het zo broodnodige kwalitatieve publieksonderzoek is nagenoeg onbestaande.

Maar vooral zal ik Carlos blijven herinneren als iemand die voorleefde hoe je met theater kon omgaan. Theater was een honger, een levenshouding. En in zijn handen, zijn mond, werd het praten en schrijven over theater ook een vorm van kunst.

We zullen hem missen.

 

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

in memoriam
Leestijd 5 — 8 minuten

#85

15.02.2003

14.05.2003

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.