© Illias Teirlinck

Leestijd 5 — 8 minuten

Melvius – Ballet Dommage

De kunst van de crisis

Melvius van Ballet Dommage doorkruiste reeds de vijf Vlaamse provincies en raakte nu ook het publiek op Theater aan Zee. Samen met een grote groep Oostendse vrijwilligers omhelst het kleurrijke wagenspel van Katrien Valckenaers, Greet Jacobs, Wanda Eyckerman en Maxim Storms de stad met een absurdistische parodie van de crisis.

Een karavaan toeterende bakfietsen zwerft drie dagen lang rond doorheen de wijk Konterdam in de deelgemeente Stene. De wijk ligt net buiten de stadsring en wordt doorkruisd door de A10 en geflankeerd door de Oostendse haven. Het is een transitplek, waar theatergangers zich doorgaans niet ophouden, maar waar dit jaar de parade van Ballet Dommage landt op de parking van stoffenwinkel Verkempinck ter ere van het buurtfeest Quartiers d’O. Het publiek neemt plaats op een houten tribune. Naar de traditie van het Italiaanse Commedia dell’arte, voert het gezelschap met improvisatie, maskers en kostumering karikaturen op van volkse personages. Ze knopen hun hemden toe tot onder de kin, waardoor het hoofd op de schouders geplakt lijkt, krijgen een te groot voorhoofd door goedkope pruiken op hun kruin te plakken en naaien bochels op hun rug. Kreunend en puffend, schuifelen de dorpsbewoners over de scène. De visuele humor wordt versterkt door het unieke taaltje dat de reizigers brabbelen. Met de tong uit hun halfopen mond, voortdurend naar adem happend of stotterend en tandenknarsend, hitsen ze elkaar op over het dreigende onheil van de kwelgeest Melvius.

“Het hyperbolische Melvius is een ideale aanzet tot reflectie over de manier waarop we als gemeenschap omgaan met angst en crisis.”

De acteurs plooien hun klapstoeltjes open en nemen plaats naast de houten tribune van het publiek. Het spel is opgedeeld in verschillende kronieken – verhalen met chronologisch geordende en vaak onbetrouwbare historische feiten – die steeds ingeleid worden in stramme Middelnederlandse rijm. De eerste kronieken beelden de Meute uit in complete verwarring. Naar ’t schoont zou een verzakking in de grond verschoven zijn, een rottende staart giftige walmen uitstoten en een familie vraatzuchtige knalrode ratten uitgebroken zijn. Naar ‘t schoont had de buurvrouw gevoeld dat haar zuster gehoord had dat haar zwager het gezien zou hebben. Ook het publiek wordt aangesproken om haar mening te spuien. Zit er werkelijk onheil aan te komen? ‘Het kan ook verdrooit zijn’, geeft een vrouw toe, ‘maar het klonk alsof het waar was en ik heb schrak voor wat kwampen zal.’ 

Om de schrak onder controle te krijgen, besluiten velen zich te laten keren en het geloof in het onheil met passie te belijden. De vernieling van het dorp krijgen we niet op scène te zien. Of er al dan niet reden was tot paniek en evacuatie, doet niet ter zake. Valckenaers en Storms onderzoeken hoe een crisis ontstaat, wat er nodig is voor collectieve actie en hoe groepen mensen reageren op angst. Wetenschappelijk onderbouwde artikels met een transparante weergave van de feiten overtuigen mensen doorgaans niet. Ook niet als ze — zoals Biden eerder deze week over de klimaatscrisis zei — een existential problem aantonen. Crisissen — de Covid-19 pandemie, de 5G-paniek, de klimaatverandering en de migratiecrisissen — worden pas als zodanig erkend wanneer de bredere bevolking erin gelooft. Het volk kan aangezet worden tot actie wanneer er schrak of ‘draagvlak’ is.

Over de klimaatcrisis tweette politicus Bart De Wever dat de apocalyptische sensatie die de Vlaamse media opwekt, omgezet moet worden in een constructief pleidooi voor vooruitgang. Het gevoel van machteloosheid vergroot volgens motivatiepsychologen immers de klimaatangst. De angst nijpt er sommigen toe om gehoorzaam de noodmaatregelen te volgen die hen worden opgelegd, terwijl anderen zich net tegen elke autoriteit keren en politieke vertegenwoordigers wantrouwen. Beide tendensen worden op scène onder de loep genomen. Wanneer de rapporteur van Hogerop het evacuatieplan aankondigt en de karavaan in allerijl inpakt, probeert een groepje opstandelingen eronder uit te muizen. Een oudere vrouw bazelt dat ze op de grond van Oes wil blijven, enkele jongeren kennen een letterlijk achterpoortje waar we mits wat lenigheid allemaal doorheen kunnen, een oplichter verkoopt bunkers van piepschuim en een welstellend koppel verlaat de Meute per helikopter.

De kleingeestige en bijgelovige dorpelingen die blindelings alle praatjes van Hogerop slikken en mediageil de toogpraat aandikken, zouden het publiek een spiegel kunnen voorhouden. De hyperbolische voorstelling is een ideale aanzet tot reflectie over de manier waarop we als gemeenschap omgaan met angst en crisis. De aandacht wordt echter afgeleid door de groteske kostumering en de afstotelijke manier van praten en gesticuleren. Het publiek ligt voortdurend in een deuk om de onhandige bewegingen van de personages waardoor de belangrijkste boodschap — de kritiek over hoe we omgaan met crisissen en angst — niet aankomt. De vorm werkt ook bevreemdend en verhindert dat we ons in de personages herkennen, terwijl het lijkt alsof Melvius ons wil laten nadenken over ons eigen gedrag. Een gedachtewisseling met het publiek over een alternatieve strategie voor de confrontatie met maatschappelijke crisissen, blijft door de focus op humor ook uit.

De karavaan De Meute is een allegorie voor het Vlaamse dorp van vroeger en nu. In haar dubbelzinnigheid van tijd en plaats, onzinnige dialogen en uitzichtloze afloop, leunt Melvius tegen het absurdistische aan. De komst van Melvius geeft de personages hoop dat ze in de geschiedenisboeken zullen verschijnen. Door de crisis krijgen ze de kans om samen voor een hoger doel te vechten, maar in de slotkroniek blijft een beloning voor de geleverde offers uit. Het rood-wit lint rond de ‘verzakking’ wordt ritueel losgeknipt door Hogerop en de Meute wordt gevraagd om de benauwde geschiedenis te vergeten. 

In het essay De mythe van Sisyphus (1942) stelt filosoof Albert Camus dat de mens, eens hij zich bewust is van de betekenisloosheid  — de absurditeit — van het bestaan, niet meer terug kan naar de eerdere onwetendheid. Hij onderzoekt wat het juiste antwoord is op dat inzicht. Hoop of geloof in een hogere existentiële betekenis brengt tijdelijk soelaas, maar is volgens Camus filosofische zelfmoord. Het doet onrecht aan de menselijke drang om de wereld via de rede te begrijpen. Het enige correcte antwoord is om de bewustheid over het absurde vast te houden. Wanneer de dood de enige zekerheid is en de mens niet meer moeten toewerken naar een hoger doel, wint hij een ongekende innerlijke vrijheid. De vraag over hoe die vrijheid in te vullen blijft ook bij Melvius onbeantwoord. De bewoners van de grond van Oes vertrouwen ons toe dat hun samenleving gebukt gaat onder verdeeldheid en de herinnering aan de angst. Wat overblijft is een ‘nieuw normaal’ waar de zinloosheid en nietigheid van het dorpsleven nog moeilijker te dragen valt dan voorheen. Zo druipt de bonte karavaan van stoffen en kleuren af onder schatergelach van het publiek. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#172

01.06.2023

—

14.09.2023

Astrid Soetewey

Astrid Soetewey is assistent Latijns-Amerikaanse literatuur en film aan KU Leuven en leerkracht Nederlands voor anderstaligen. Daarnaast houdt ze van kijken naar, graven in en schrijven over kunst en cultuur.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!