Marianne Van Kerkhoven © Jochem Jurgens

Leestijd 5 — 8 minuten

in memoriam Marianne Van Kerkhoven

In de nacht van 3 op 4 september overleed op 67-jarige leeftijd Marianne Van Kerkhoven. Dertig jaar geleden stond zij mij aan de wieg van Etcetera. Johan Reyniers haalt enkele herinneringen op aan de moeder van de hedendaagse Vlaamse dramaturgie.

Begin jaren negentig was ik een tijdlang dansrecensent voor Gazet van Antwerpen. Soms schreef ik ook over andere culturele onderwerpen. Zo deed ik een reeks interviews met (hoofd)redacteurs van culturele bladen. (Jawel, voor Gazet van Antwerpen! Dat waren nog eens tijden! Vandaag de dag behoort zelfs in de kwaliteitskranten een dergelijke reeks niet meer tot de mogelijkheden.)

Ik sprak met Hugo Bousset, hoofdredacteur van het toen pas vernieuwde DWB; Erwin Jans, hoofdredacteur van Etcetera; Ortwin De Graef, redacteur van het al lang ter ziele gegane Tmesis, en Marianne Van Kerkhoven, die toen het Theaterschrift leidde, een viertalig cahier dat het Kaaitheater in samenwerking met enkele buitenlandse partnerhuizen uitgaf.

Ik deed het interview met Marianne samen met mijn toenmalige vriendin Myriam Van Imschoot. Het was onze eerste ontmoeting met haar. Ik overdrijf niet als ik zeg dat wij allebei stijf stonden van bewondering voor Marianne en haar werk. Haar teksten in Etcetera waren voor ons het ultieme referentiepunt als het op schrijven over podiumkunsten aankwam.

Voor Myriam in het bijzonder speelde ook nog iets anders mee. Dat was de – in de perceptie vaak ondergesneeuwde – feministische kant van Marianne. In een door mannen gedomineerde kunstensector liet zij zien dat ook een vrouw daarin een belangrijke stem kan hebben.

(Ik herinner mij het debat in Monty bij de presentatie van de epiloog bij Het vel van Cambyses, een uitgave van Antwerpen 93. Er waren een zestal participanten, onder wie Bart Verschaffel, Lieven De Cauter en Stefan Hertmans. Toen Marianne als laatste aan het woord kwam, begon ze met te zeggen dat ze toch maar weer de enige vrouw was in een verder geheel mannelijk gezelschap. Of het publiek daar instemmend of verdeeld op reageerde, weet ik niet meer, maar een opgemerkt statement was het zeker wel.)

De Theaterschriften van het Kaaitheater waren bedoeld om verbindingen te leggen. In een interview dat Marianne met hem had typeerde Jan Joris Lamers (Maatschappij Discordia) in Theaterschrift 5-6 (1994) de dramaturg als een verbindingsofficier. (De regisseur kreeg de rol van generaal.) Enkele jaren later heeft Marianne deze vergelijking in een essay verder uitgewerkt:

‘Hij is de verbindingsofficier tussen de beginideeën en het eindresultaat van een voorstelling, tussen de verschillende producties van eenzelfde maker, tussen de medewerkers van een project, tussen de productie en de maatschappelijke taken van het theater, enzovoort.’

Verbindingen leggen: je zou kunnen zeggen dat Marianne – op veel verschillende manieren – nooit iets anders heeft gedaan. Het is het soort werk dat tijd en geduld vraagt, dat geen onmiddellijk zichtbaar resultaat verwacht. In het interview voor Gazet van Antwerpen noemde zij dat ‘het werk van de hommel’. Het is het soort werk dat vaak pas na vele jaren vruchten afwerpt.

Dertig jaar geleden maakte Marianne deel uit van de eerste redactie van Etcetera. Niemand heeft meer voor het blad geschreven dan zij. Zonder haar was het nooit geworden wat het is. Ik geloof dat iedereen die de jongste decennia hier te lande over podiumkunsten heeft geschreven rechtstreeks dan wel onrechtstreeks door haar is beïnvloed. Ik heb het vroeger vaak gehoord en verschillende mensen hebben het mij naar aanleiding van haar overlijden nog eens gezegd: Marianne is degene die mij heeft leren kijken.

En voor diegenen die over dat kijken ook nog eens zijn gaan schrijven, geldt dat Marianne hen ook dát heeft geleerd. Hoe kun je schrijven over wat je ziet op het toneel? En hoe kun je dat in verband brengen met wat er omgaat in een maatschappij? Zij heeft het ons voorgedaan, zij heeft het ons geleerd. Niet voor niets heet de in 2002 verschenen bundeling van een aantal van haar teksten Van het kijken en van het schrijven. Marianne was de moeder van de hedendaagse Vlaamse dramaturgie.

Zij laat een gigantische erfenis na. Laten we die niet zien als een heilig voorbeeld dat we moeten imiteren, maar wel als een bron van inspiratie waar we op verder bouwen. Een andere tijd, zo schreef Marianne ooit, heeft een ander theater nodig. En dus, zo voeg ik er aan toe, ook een ander schrijven. Laat ons haar standpunten blijven bekijken en ze tegen het licht houden en confronteren met het nieuwe theater dat we zien, in een andere tijd. Laat ons ze contesteren als het nodig is. Alleen zo kunnen we de erfenis van Marianne levend houden.

Mariannes dood komt te vroeg. Het werk is niet af. Er waren nog allerlei plannen. In het najaar van 2012 zou zij voor Etcetera beginnen met een nieuwe reeks van teksten rond ‘het gewicht van de tijd’. Ik citeer uitvoerig uit een mail van 21 augustus van dat jaar, niet alleen omdat zij schrijft over wat haar voor die reeks voor ogen stond, maar ook omdat zij zichzelf erin typeert en laat zien wat haar toen bezighield:

‘Die tekst voor Etcetera! Ik ben er deze zomer echt mee bezig geweest, maar dat heeft tot nog toe niet tot een afgerond werkstuk geleid. Niet “omdat mijn hoofd er niet naar stond”, maar eerder omdat mijn hoofd “er te veel naar staat” en er nog niet uit is. Dat lijkt belachelijk, maar ik probeer het uit te leggen. Ik ben heel blij met jouw vraag om deze reeks teksten te schrijven: een vraag die perfect past in een voor mij veel grotere vraag, namelijk hoe ga ik de rest van de tijd die mij hier op aarde nog eventueel gegund is “nuttig” (en aangenaam) invullen. Proberen doorgeven wat je zelf van de wereld hebt menen te begrijpen, staat dan bovenaan het lijstje. Het probleem daarbij is dat ik mij ernstig afvraag of dat wel belangwekkend genoeg is om mee te delen: ik heb deze zomer – met enkele jaren vertraging – The Shock Doctrine van Naomi Klein gelezen. Ook al weet je dat het niet goed gaat met de wereld, toch schrik je altijd als je vaststelt dat het allemaal nog veel erger is dan je dacht. Het leek me plots allemaal heel futiel om mijn eigen bevindingen neer te schrijven; het geheel van het theater in Vlaanderen, of in Europa: wat was dat klein en onbelangrijk. En dat ik dat dan ook nog eens in de ik-persoon zou doen: je bent toch maar een miertje in een grote hoop van krioelende insecten. En toch is nadenken en schrijven misschien wel het allerliefste wat ik wil doen. Eigenlijk is het heel simpel, Johan, onder andere door jouw vraag kom ik vandaag mezelf tegen en de eeuwige paradox van in het hart van iets willen zitten (hard blijven werken en mee producties maken) of er buiten willen staan (afstand nemen om te kunnen nadenken en schrijven). Met andere woorden: het is duidelijk waarom ik dramaturg geworden ben, maar het “met pensioen” gaan vraagt om een ander evenwicht tussen die twee polen en dat evenwicht heb ik nog niet gevonden. Heb jij nog wat geduld met mij? ’

Natuurlijk, Marianne, hadden wij geduld met jou. Maar een paar maanden na dit schrijven ben je ziek geworden. En nauwelijks een jaar later is gebleken dat de tijd die jou hier op aarde nog gegund was, wel heel kort bleek te zijn.

We zullen die geplande teksten dus nooit lezen en moeten het doen met wat je hebt achtergelaten. Dat is gelukkig heel veel. Je bent er niet meer, maar we zijn nog lang niet met je klaar.

De artikels die Marianne Van Kerkhoven voor Etcetera schreef zijn alle consulteerbaar op theater.ua.ac.be/etc.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

in memoriam
Leestijd 5 — 8 minuten

#134

15.09.2013

14.12.2013

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!