© Michiel Devijver

Leestijd 4 — 7 minuten

Mannahatta – Renée Goethijn

Rebel without a cause?

Renée Goethijn onderzoekt samen met scenograaf Stefan Jakiela hoe een scenografie een volwaardige medespeler kan worden. Kan een landschap in opstand komen?

Een poëtisch, monochroom landschap ontvouwt zich bij het betreden van de zaal. Mosgroen vast tapijt bedekt het podium, en verspreid over de scène staan drie metalen rekken met gordijnen en twee tafeltjes met dezelfde fluwelen stof eroverheen. Alles oogt glanzend, haast aaibaar. Bijna alles. Want op het achterste tafeltje ligt een grote witte, plastic bol, die contrasteert qua kleur en materiaal.

De voorstelling begint met een zacht geruis. De gordijnen draaien zoemend van ons weg en dan weer naar ons toe. Dan betreden twee vrouwen de scène met komisch uitvergrote bewegingen en mimiek. De ene (Lotte Diependaele) draagt een zilverkleurig mouwloos vest, de ander (Goele Derick) een goudkleurig jasje. Ze zien eruit als stadsbewoners die zich hebben uitgedost om op zondag te gaan wandelen in een nabijgelegen park. Maar niets is wat het lijkt in Mannahatta.

Continue transformatie

Het publiek barst in lachen uit wanneer de vrouwen schrille, vogelachtige geluiden voortbrengen. De geagiteerde blik van Derick en haar opgewonden opgesperde ogen (gaat ze een eitje leggen?) zijn hilarisch. Het is overduidelijk dat de geluiden niet door de vrouwen zelf worden geproduceerd. Het computergegenereerde gepiep en getsjilp doet denken aan de geluiden van een velociraptor uit de allereerste Jurassic Park. Bovendien zijn de bewegingen van hun monden niet helemaal synchroon met de geluiden. Hier is iets uit de haak.

Plots ligt er een klein wit balletje op de grond. Een ei, denk je natuurlijk. Vervolgens wandelt een man (Guy Dermul) de scène op. Sirenegeluiden! Commotie! Is hij een concurrent die aanspraak wil maken op het ei? Met zijn wandelkleren en iets wat op een nordic walkingstok lijkt, ziet hij er hetzelfde uit als de vrouwen. Wanneer de man zijn stok echter gebruikt om tegen het ei te slaan, veranderen de wandelaars in golfspelers. De stok wordt een golfclub; het ei wordt een golfbal.

Zo zal het de hele voorstelling lang gaan: door de interactie met de spelers verandert de scenografie continu van betekenisregister, van sfeer, van connotatie. We zien onder andere een bingospel waaraan wij als publiek blijken deel te nemen (de vierde wand wordt regelmatig opgeheven), een film noir met een hoek af, een deurenkomedie-met-gordijnen, moorddadige hertenvrouwen die weggelopen lijken uit een Griekse legende. Het register klopt nooit volledig. Vaak heeft dat een humoristisch effect dankzij de welgemikte timing en het geweldige – bewust ‘onnatuurlijk’ uitvergrote – spel van de acteurs. Tegelijkertijd werkt die continue transformatie ontregelend. Want als niets vast staat, welke betekenis kan je dan aan dit schouwspel geven?

Natuurculturen

Het idee voor haar voorstelling haalde Goethijn bij het Mannahatta Project van Eric Sandersson. De landschapsecoloog probeerde het pre-stedelijke schiereiland Manhattan virtueel te reconstrueren zoals het eruit zag voor de komst van de kolonisten. Manhattan heette in de taal van de oorspronkelijke bewoners ‘mannahatta’ of ‘het land van de vele heuvels’. Het bleek een waterrijk landschap te zijn met weelderige fauna en flora. In dat opzicht sluit het project aan bij de eco-nostalgie die velen van ons tegenwoordig voelen: een hang naar het oorspronkelijke, het zogenaamd ‘natuurlijke’. De tekst die de spelers nasyncen echoot vaak die nostalgie: ‘Why are the faces of people so ugly and the faces of animals so beautiful?

‘Kan het onbestaande ongedaan worden gemaakt?’, vraagt een van de acteurs. Want er bestaat natuurlijk niet zoiets als ‘oorspronkelijke natuur’. Lang voordat Manhattan een groen, heuvelrijk eiland was, werd het bedekt door een dikke laag ijs. Bovendien is natuur verweven met cultuur. In haar essay Vuurduin. Aantekeningen bij een wereld die verdwijnt legt Eva Meijer dat uit: ‘Cultuur bepaalt deels de natuur en natuur vormt de cultuur. (Donna) Haraway noemt deze verklevingen (…) naturecultures, natuurculturen.’

Een voorbeeld daarvan, eveneens een inspiratiebron voor de voorstelling, is een golfterrein dat Trump in Schotland liet ontwerpen. Hij elimineerde er de fauna en flora en verving die door een artificieel uitziend landschap dat voor ‘natuurlijk’ moet doorgaan. We herontwerpen wat we denken te missen, zegt Goethijn daarover in een interview. ‘We bootsen het na. De natuur zelf, maar dan ontdaan van het natuurlijke.’

In Mannahatta heft Goethijn de artificiële tegenstelling op tussen echt en nep, tussen natuur en cultuur. Ze verbeeldt een mogelijke toekomst waarin ook de grens tussen menselijk en niet-menselijk verdwenen is. ‘Voices inside me… When did it start?’, zegt Diependaele met een stem die niet de hare is. ‘When the grass stopped growing.’ Het posthumane landschap van Mannahatta, de scenografie, is minstens zo belangrijk als de spelers die er zich in bevinden. Meer zelfs: het landschap komt in opstand.

Omgekeerde machtsverhoudingen

Nadat de acteurs een mechanisch aandoende persiflage op een volksdans repeteren – gehuld in rok en (nep)borsten – kleden ze zich om achter de gordijnen. Die schikken zich echter niet langer in hun rol als passief decorstuk. Ze worden actieve spelers die zich strategisch verplaatsen wanneer een actrice haar rok uitdoet. Haar blote billen worden plagerig onthuld.

Naast het opheffen van ogenschijnlijke tegenstellingen is ook de omkering van machtsverhoudingen een belangrijk thema in de voorstelling. Zo alludeert Goethijn op het gedachtegoed van sommige ecofeministen, die aanklagen hoe we bepaalde groepen mensen als natuurlijker en emotioneler beschouwen, en andere als rationeler. Meijer schrijft daarover: ‘(zo) ontstond (…) een beeld van de mens dat neutraal lijkt, maar eigenlijk de machtsverhoudingen in zich draagt die door de eeuwen heen in zwang waren. Het is geënt op rijke witte mannen die de dienst uitmaakten. Waar zij goed in waren (…) heeft een mal gevormd waar sommigen in passen en anderen niet.’ Mannahatta breekt die mal open, haalt die machtsverhoudingen onderuit. Treffend is een scène waarin Diependaele met een vreemde mannenstem roept dat die stem uit haar lichaam moet komen. ‘Come out of me’. Dat wordt letterlijk genomen: Dermul rolt in beeld, als een grote baby die uit een geboortekanaal komt gefloept. ‘Oh, it’s a boy’, kraait ze. ‘Should I keep it?’ Het publiek giert het uit, en de op z’n kop gezette machtsverhoudingen worden nog verder op de spits gedreven wanneer ze lacherig zegt: ‘He could be my grandfather.

Je zou de humor die Goethijn hanteert begrafenishumor kunnen noemen, omdat we als publiek lachen in het aanschijn van verlies en rouw om de wereld die ons vertrouwd is. Ons gelach is van het soort dat al wel eens na een begrafenis op een ouderwetse Vlaamse koffietafel weerklinkt: bijna beschaamd uitgelaten.

Nieuwe spelers

Uiteindelijk verdwijnen de acteurs van de scène. Ze rollen of wandelen weg achter een gordijn. Het lijkt  alsof ze geabsorbeerd worden door de stof, opgeslorpt door het landschap.

De voorstelling eindigt met een gordijnenchoreografie. In tegenstelling tot de mechanische volksdans van de acteurs, glijden en draaien de gordijnenrekken synchroon over het podium. Hun bewegingen zien er vreemd genoeg wél doorvoeld uit. In de dans van de gordijnen vervaagt een laatste tegenstelling: die tussen dreiging en tederheid. En zo kunnen nieuwe beelden van nieuwe levensvormen in nieuwe landschappen leiden tot een nieuw soort denken waarin dualiteit oplost. Daartoe moeten we afscheid nemen van wat voorbij is – van wat misschien nooit echt bestond, maar transformeert in iets anders.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur, producent en outside eye in de kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!