‘Forced Entertainment’ – Emanuelle Enchanted / Hugo Glendinning

Tim Etchells

Leestijd 9 — 12 minuten

Manifest: Tien keer een gooi naar authenticiteit

Het Britse gezelschap Forced Entertainment draagt authenticiteit hoog in het vaandel. Etcetera vroeg aan schrijver en regisseur Tim Etchells om er een tekst over te schrijven.

1. Ben je daar?

Ze waren geografisch ver van elkaar weg, maar in hun hart waren ze dicht bij elkaar. Ze schreven brieven, e-mails, ze belden elkaar. Niet zozeer om de afstand in elkaar te doen stuiken, maar eerder om die te meten.

De essentie van elke brief, boodschap of telefoongesprek was altijd de simpele vraag: ben je daar? En in het antwoord van verhalen, vragen, twijfels en alledaagse feiten dat daar onmiddellijk op volgde, was er altijd een tweede, meer glibberig antwoord. In het beste geval bevatte het tussen de frasen en de woorden door een brandend, overrompelend ‘ja’, in het slechtste geval een stomme, dode ‘nee’ en ergens tussen de twee in de flikkering van ‘misschien’. De andere vinden in tekst, je ‘zelf’ opvoeren in het antwoord. Authenticiteit als de constructie van aanwezigheid in de context van afwezigheid, de ervaring van waarheid en oogcontact.

Ben je daar?

Een vraag voor geliefden, uitvoerders en toeschouwers.

2. Bijna middernacht

Een Stewardess Die Haar Echtscheiding Aan Het Vergeten Is staat snikkend vooraan op de scène terwijl Een Gast Die Juist Is Neergeschoten achter haar ronddwaalt. Hij ziet er verdwaasd uit, verloren.

Na zeven jaar theatermaken ging Forced Entertainment in 1991 een andere weg op met de lange voorstelling 12am Awake & Looking Down. Het stuk duurde 11 uur en bestond simpelweg uit vijf zwijgende acteurs in een kleine ruimte, die eindeloos van identiteit veranderden, waarbij ze enkel kartonnen plakkaten met daarop namen gekrabbeld en een hele berg tweedehandskleren gebruikten.

Een Negenjarige Herdersjongen zit op de grond en Frank (Dronken) draalt wat rond hem en gaat dan weg. Jack Ruby verbergt een geweer onder een versleten plastieken anorak, terwijl Banquo’s geest vanuit de verte zachtjes wuift. De scène verandert constant. Het is een narratieve caleidoscoop, een product van verschillende live impulsen en onderhandelingen dat verschuift en omkeert, dat onmogelijke verhalen, toevallige ontmoetingen en droommogelijkheden naar boven brengt.

Het is bijna middernacht en de performers zijn uitgeput. En door de vermoeidheid is hun verdedigingssysteem zwak. In dit werk, net als in zoveel van ons andere werk, is de transformatie van performer tot personage in het beste geval voorlopig – een poging – evenzeer een in kaart brengen van de ruimte tussen zichzelf en de andere als een samensmelten van de twee. Als de uren verstrijken is er geen enkele rol meer waarin men zich volledig of voor langere tijd inleeft. Elke naam die men aanneemt is enkel een rustpunt op een reis en het ‘zelf’ wordt niet meer gezien of enkel vluchtig tussen de spleten van zoveel aanmatigingen, assumpties, pogingen, maskers en versies.

Authentiek betekent gedeeltelijk, glibberig, voorlopig, onmogelijk vast te leggen.

3. Fictie

Na periodes van soberheid, minimalisme en donkere pakken werden onze stukken soms volgestouwd met onnozele kostuums. Vanuit onze thuisbasis in de gedeprimeerde industriestad Sheffield, waren er acteurs die verkleed waren als bomen, engelen, prentboekachtige skeletten en dieven met nylonkousen op hun hoofd, als paarden, honden en gorilla’s uit een pantomime, de hele parade van kostuums uit carnavalswinkels en een kartonnen decor, als om werktuiglijk te benadrukken dat je soms moet liegen om de waarheid te zeggen. Authentiek is niet hetzelfde als waar. Wij zijn uit vreemder dingen gemaakt dan dat.

4. Zomer ’98

Ik wilde je schrijven over Terry’s vriendin, die geen romans wilde lezen omdat ze te bang was dat de personages haar zouden gaan bezitten. Ik wilde je vertellen hoe vaak ik een verhaal dat jou overkwam heb afgenomen en het heb verteld alsof het het mijne was.

Alsof Freud dit zei: ware gebeurtenissen en de gebeurtenissen van een droom bespoken allebei het huis van ons geheugen, ware gebeurtenissen en gebeurtenissen van een droom worden samengehouden en equivalent gemaakt in de omstandigheid van het bewustzijn, de taal en het vergeten.

Feit? We zijn uit vreemder dingen gemaakt dan dat. ‘s Nachts laten zowel echte geesten als fictieve geesten voetstappen achter in huis, complexe sporen die dubbel teruggaan en overlappen, onmogelijk te traceren.

Ik voelde me blij toen ik een verhaal van jou stal en met het stelen voelde ik me ook zeker van mijn twijfelachtige geschiedenis. Is het dat wat we bedoelen met authentiek?

5. Amsterdam (’97)

We voerden de lange versie van Speak Bitterness op – zes uur lang bekentenissen van achter een lange tafel met een publiek dat gedurende heel het stuk vrij mocht komen en gaan.

Een kleine ruimte waarin wij, tijdens het performen, alle acht recht in de ogen van iedereen die aanwezig was konden kijken. Een hel verlichte, beangstigende ruimte waarin, in plaats van dat mensen vrij kwamen en weer weggingen, terugkwamen en een tijdje bleven, er een blok van veertig mensen om vijf uur was binnengekomen die van plan waren om tot het einde te blijven. Het was verschrikkelijk.

Na een uur of twee was de enorme tekst van bekentenissen die over de tafel was uitgestrooid uitgeput en al de strategieën, kunstgrepen, trucjes, grapjes en andere dingen die we kenden waren intussen al veel te vaak gebruikt.

Wij bekennen dat we flick-flacks hebben gedaan en buiklandingen hebben gemaakt, dat we hard geslagen en diep ingeademd hebben,

Wij zijn schuldig aan seksistische commentaar, geheimhouding en de vaardigheden van een secretaresse,

Wij waren new lads en old labour,

Wij hadden harten gemaakt van neon en visdraad,

Wij waren het die de aftocht hebben geleid,

Wij zijn schuldig aan koudheid, trivialiteiten en wrok,

Wij werkten in het donker tegen onze medemensen,

Wij hebben in Treblinka gewerkt,

Wij hadden een ruime kijk,

Wij hebben special effects-films gemaakt.

We verzonnen dingen, begonnen als gekken uit te vinden, veranderden zoveel mogelijk van toon en ik herinner mij dat ik op een bepaald moment naar de mensen in de zaal keek en ik probeerde te begrijpen wat zij toch wilden, nodig hadden of verlangden, wat nu toch voor hen genoeg zou zijn. Het was verschrikkelijk, heel vaak afglijdend naar hysterische humor. Een kleine ruimte, zo klein dat je het publiek kon tellen, dat je elke beweging die zij maakten kon zien.

Ik herinner mij een eindeloos gevraag van mij aan hen, een eindeloos oogcontact, waarbij ik steeds weer vroeg: ‘wat willen jullie? wat willen jullie? waarom gaan jullie niet weg? … hier is geen bevrijding…’

Het werd een enorm fascinerende avond. Echt angstaanjagend, echt fantastisch. Zo uitgeput op het eind dat we nauwelijks nog wisten wat we zeiden of waarom. Het moment zoeken, proberen te vinden.

Wij zouden mensen niet laten vloeken in het bijzijn van onze vrouwen,

Wij hebben vuurwerk aan een hond zijn staart gebonden,

Wij hebben ons huis in ingewikkelde juridische clausules laten vastleggen,

Wij geloofden dat Elvis meer een mythische figuur was dan een historische,

Wij liepen een boete op voor het laattijdig beëindigen van het werk,

Wij dachten aan dood als aan een plaats om je te verstoppen,

Wij vonden een geldmagneet uit en verkochten die exclusief aan de goedgelovigen,

Wij logen over onze handicaps bij het golfen,

Wij waren bedienden die volledig waren verzeild geraakt in de misdaden van arbeiders.

Achteraf sprak ik met enkele mensen uit het publiek. Een man zei dat hij gedurende die zes uur had gezien wat voor performers wij graag wilden zijn en wat voor performers we echt zijn. Dat hij na een tijdje ook zag wat voor mensen wij graag wilden zijn en wat voor mensen we echt zijn. Hij zag dwars door ons heen toen we te moe waren om te doen alsof.

Mijn lief, het was pas dan dat ik besefte dat het publiek verlangde naar een onnoembare naaktheid en kwetsbaarheid. Een lust in onthulling, in nog meer dan dat. Een lust in geliefden, lezers, uitvoerders, toeschouwers. Authentiek in de betekenis van naakt, buiten de economie van intentie en controle.

6. Brussel

Ron Vawter stond voor het podium en gaf een inleiding op zijn stuk Roy Cohn/Jack Smith. Hij sprak ons daarbij rechtstreeks aan, op menselijke schaal, zo levendig, zo spannend aanwezig.

‘We hopen dat jullie van het stuk genieten. We hebben het voor jullie gemaakt.’

Ron leek volledig te improviseren, zonder moeite charmant in te pikken op het moment. Maar maanden later zag ik hem met hetzelfde stuk in ICA in Londen en de inleiding, die ik voor echt had aangenomen, was ook exact hetzelfde. Ik bedoel: woord voor woord en pauze voor pauze, identiek, identiek. En even aanwezig.

Ik moet het alsmaar opnieuw leren, dat iets dat zo levendig, fris en huidig is als wat ik in Brussel zag, ook gepland kan worden, technisch en volledig strategisch. Het is een les die na vijftien keer nog even vreemd is als toen ik het de eerste keer ontdekte. Dat er voor al de waarheid van toeval, van het verdere, van naaktheid, geluk en magie ook altijd de waarheid is van intentie, techniek en controle. Deze twee krachten hangen bij elke opvoering in de lucht. Toeval en absolute controle. Toeval en absolute controle. Toeval en absolute controle. De tweevoudigheid waaronder we leven.

Ron zei me: ‘Ik denk dat we aan die inleiding harder werkten dan aan eender welk ander moment.’

7. ‘Dit kijkt jou niet aan… je zit erin

In You – The City van Fiona Templeton ga je tijdens een negentig minuten lange reis door de straten van een grote stad van performer naar performer. Bestookt met tekst, gevangen in een structuur die je maar langzaam in zijn spel binnenlaat, ontmoet je performers die taxichauffeurs, winkelaars of marginalen lijken te zijn, performers die op spionnen, op geliefden en op psychopaten lijken. En ze spreken je allemaal rechtstreeks aan.

Op straat, in een taxi, in een verlaten speeltuin en in pubs is het niet altijd gemakkelijk om een gevoel van contact met deze geesten te hebben. Er zijn performers die ‘te groot’ voor de straat lijken, performers die voor altijd in het elders van de tekst wonen, performers die het ritme van je gedachten missen, niet altijd dichtbij komen. Misschien is het dit wat men vindt: flitsen van contact, flitsen van verbondenheid, flitsen van iets wat brandt, een reeks momenten waar een vreemde synchroniciteit tussen de tekst, de context en je eigen gemoedstoestand springt.

‘Je zweert dat je geen relatie had,’ zegt de zwarte man op de trappen van de kerk, terwijl jij naar het verkeer kijkt en naar het stof dat op Commercial Street waait. ‘Ze zou hem moeten verlaten en met jou samenleven. Je glimlacht, dus je weet wat je gezicht aan het doen is.’

Puur elektrisch. Authentiek als in toevallig, het product van context, oncontroleerbare tekens.

8. De randen van het kader

In een ander deel van dezelfde performance zit de vrouw op de bank naast mij. Een of ander filmmoment, alleen zit ik er nu in. Wij zijn geliefden. Of waren. Zij moet gaan. Of ik. Of misschien wij allebei. Of een van ons is al weggegaan en komt nu terug.

Hoe dan ook. Ergens tussen nabijheid, timbre, gebaar en oogcontact lijken deze momenten van samenzitten op de bank echter dan ze zouden moeten. Een afstand stuikt in elkaar. Ik kan de randen van het kader niet zien. Ik wil haar zeggen dat het okay is. Het is okay. Maar ik weet niet wat ‘het’ is. En als haar ogen contact nodig hebben, geef ik het hen, niet als een bewuste performer, maar als een persoon, gewoon aanwezig.

Ze zegt: ‘Mijn Londen is niet jouw Londen. Mijn woorden kunnen vertaald worden in de jouwe, maar het zijn niet de jouwe. Je vreest en toch wil je die lijn overschrijden.’

Enkele dagen later ben ik op een of ander feestje. Ik zie een vrouw mijn richting uit komen en ik ben er zeker van dat ik haar ken. We hebben oogcontact en ik ben er zeker van dat ik haar ken, dat ik haar onlangs ontmoet heb. Maar ze reageert niet. Ik denk er even over na. Ik ken haar. Ik heb een tijdje met haar gepraat. Het duurt eeuwen voor ik besef dat ze in de performance zit, de vrouw op de bank. Ik moet glimlachen omdat de ontmoeting die we hadden in fictie was. Het was zij niet die ik heb ontmoet. Een andere persoon, een fictionele entiteit, een botsing tussen ‘haar’ en een tekst.

Waarom worden zoveel tegenspelers verliefd?

Een vraag voor geliefden, uitvoerders, toeschouwers.

Authentiek zoals in de verwarring van feit en fictie om een gevoel van aanwezigheid te creëren.

9. Opdracht

Ik geef mezelf een onmogelijke opdracht: over authenticiteit schrijven door alleen maar anekdotes te gebruiken. Alsof wat echt, aanwezig, waar of authentiek is, alleen maar kan bestaan als voorbeeld, als fel brandende momenten van leven en performance. Geen theorie en geen titel.

Om 4 uur ‘s nachts wordt er niet meer gepraat over de telefoon. Het ding dat doorgaat voor stilte in deze niet-plaats van het telefoonsysteem gewoon delen. Ergens is er geluid op de lijn, in de diepte van een soort telecom niets, en het klinkt als heel zachte regen.

Het lijkt alsof aanwezigheid mogelijk is in bijna elke omstandigheid, in elk kader, in de vreemdste contexten. Evenzo authenticiteit. Ben je daar?

Dat intens overrompelende ‘ja’. Brief. Telefoon. Podium.

10. Hannover

We zijn een versie van onze marathon-vraag-en-antwoord-opvoering Quizoola! aan het repeteren. De tekst omvat 2000 vragen die in eender welke volgorde gevraagd mogen worden. De antwoorden worden door de performers zelf verzonnen. Ze werken per twee, elk paar in een zaal ergens in een enorme verlaten fabriek die ons huis is geworden.

Wij hebben tien dagen geploeterd om de mogelijkheden van dit eenvoudige, misleidend eenvoudige spel van vraag en antwoord uit te zoeken. Zoveel gepraat soms, zoveel voorbeelden en tegenvoorbeelden, zoveel verhalen dat men vreest dat het voor de studenten moeilijk is om door het bos de bomen te zien.

De acteurs zijn geschminkt als triestige, zielige clowns; hun make-up is uitgelopen. Elk koppel zit in een cirkel van toverachtig licht. Ze stellen vragen, stamelen naar antwoorden en hebben heel de tijd twee dingen nodig: het gewoon doen aan de ene kant en het spelen aan de andere kant, gewoon het moment beleven en aanwezig zijn en op hetzelfde moment vooruit kijken, kijken naar openingen, naar mogelijkheden in het spel.

Ik worstel om één laatste advies te vinden, één enkel ding dat kan helpen verhelderen. Ik wil hen geluk wensen, maar ze hebben meer nodig. En dan vind ik het, misschien het enige goede advies voor geliefden, performers en toeschouwers. Ik vertel hen dit:

‘Geraak in de problemen.’

Vertaling: Katleen Bracke en Bert Bultinck

 

kunstenaarsbijdrage
Leestijd 9 — 12 minuten

#65

15.10.1998

14.01.1999

Tim Etchells

kunstenaarsbijdrage