Louis Paul Boon

Leestijd 2 — 5 minuten

Manifest: Lof der Boswell Sisters

In die ellendige dagen, ik had nog maar een stap naar de radio gedaan of mijn vrouw zei al: is dat nu een tijd om naar muziek te luisteren? En dan antwoordde ik: het zijn de Boswell Sisters, net of zij iets méér waren dan muziek. Want dit is de lof der Boswell Sisters. Ware ik een groot dichter dan zou ik misschien de lof zingen van Bach en Beethoven waar men mij over spreekt en waar men de zee en de wouden en God in hoort, doch dat mij alleen aan de houtzagerij van Gust Nest doet denken. En ware ik een nog groter dichter dan zou ik de lof zingen van de jazz, ziel van onze kapotte tijd, van onze vertwijfeling en woede en wanhoop — van onze tijd waarin wij, ieder voor zichzelf, ons niet thuis voelen, doch waarin geen ander geslacht dan het onze het zou kunnen uithouden, o Armstrong met uw trompet. Maar ik ben geen groot dichter, ik kan maar een beetje vertellen over onze straat en ben daarom ook juist maar bekend in onze straat, terwijl gij Bosswell Sisters bekend zijt over heel de wereld. En als ik dan in die ellendige dagen naar de radio ging om de turletut van de storingen met mijn oren opzij te duwen en naar u te luisteren, o Boswell Sisters, dan was ik u haast dankbaar omdat ik leef in deze tijd. Ik hoorde uw songs achter de storingen en weet niet hoe ik dat beschrijven moet, of men zou eerst zo een song moeten drukken en er dan turlelut turlelut turlelut moeten over heen drukken. En dan kwam de gestapo eens binnen net toen gij aan het zingen waart en ze hoorden het niet, ze vroegen mijn pas en gingen weer buiten, en ik werd wat wit toen ze weg waren en dacht: daar zal ik eens een roman over schrijven. Maar ik vind het nu zo belangloos geworden dat ik er niet eens drie regeltjes zou weten over te schrijven, en over u wel 300.000. En dan daarna, toen wij ruimer ademden en naar Herrijzend Nederland luisterden, toen hoorde ik u terug zonder storingen, o geliefde Boswell Sisters die mij meer waard zijt dan Bach of Beethoven. En, ik zou u iets moeten zeggen dat niemand anders horen mag, maar hoe kan ik dat? Ik moet het schrijven in een boekje dat ge nooit lezen zult, maar waarvan ik hoop dat ge toch wieweet. En weet ge wat, ik zal het zeer vlug schrijven en er dan mijn handen over heen leggen zodat niemand buiten u het lezen kan: ik hoorde u, er trilde ginder iets zeer diep in mij, en mijn vrouw vroeg me: van wat zijn uw ogen zo nat?

En het aandoenlijke geval van drie oude mannetjes die zitten te zeveren, en het ene oud mannetje vraagt: wat vermakelijkheden er nu nog voor hen overblijven? En de twee andere die zitten te knikken en na te denken, en wie weet, het misschien niet eens geloven.

En ik vraag me af, wat “vermakelijkheid” betekent in het hoofd van een oud mannetje.

(Louis Paul Boon, Lof der Boswell Sisters, In: Mijn kleine oorlog, opgenomen in Het vroege werk, Uitgeverij De Arbeiderspers & Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam 1978, pp. 824-825.)

statement
Leestijd 2 — 5 minuten

Louis Paul Boon

statement