© Lauranne Cleenwerck

Leestijd 6 — 9 minuten

Mamamanie – Julie Delrue

Guitig verhaal over zelfverlies

Zijn er in Gent wel genoeg plekken voor toegankelijk verteltheater? De honger van het publiek is in elk geval groot, zag Evelyne Coussens bij Mamamanie, het solodebuut van Julie Delrue (Studio Orka, Chantal).

Eerst over de voorstelling, want dat verdient ze.

Daarna over de hunkering die schuilt onder de voorstelling – want die verdient het om benoemd te worden.

Mamamanie van Julie Delrue is een gaaf stukje verteltheater, geworteld in autobiografie en tot leven gebracht met minimale (muzikale) middelen – denk Johan Petit, denk Wouter Deprez, die niet toevallig deze voorstelling coachte. Delrue is bij een breed publiek wellicht bekend als Els Heytens (in de komische politiereeks Chantal) maar leeft in de herinnering van een even breed publiek eveneens voort als Liesbeth (spreek uit Lisbeth, met een zuur pruimenmondje), de neurotische managementstrien van het woonzorgcentrum in Studio Orka’s Zoutloos – meer dan 200 voorstellingen op de teller, dernière eind 2022. Om maar te zeggen: Delrue is een van die graaggeziene acteurs die haar extraverte, guitige speelstijl (en sappig accent, in dit geval onmiskenbaar West-Vlaams) graag ten dienste zet van tragikomische verhalen met een breed publieksappel.

In Mamamanie doet ze dat voor het eerst op eigen kracht. Ze schreef een tekst over een persoonlijk onderwerp – haar kraambedpsychose – en vertolkt die zelf. Benjamin Desmet ondersteunt muzikaal, Orka-collega Ilse De Koe fungeerde als outside eye. Wanneer een acteur aan het maken/regisseren slaat is het altijd een beetje de adem inhouden – de ene stiel is toch de andere niet – maar Delrue houdt het dicht bij zichzelf, en is spaarzaam met theatrale machinerie. Links een klein wit tafeltje met daarop wat foto’s die zullen worden geprojecteerd, rechts Desmet met zijn instrumentarium. De volledige focus ligt op tekst en spel.

“Julie Delrue trekt ons binnen in de wereld zoals haar manische geest die ziet.”

Dat pakt goed uit. Delrue begint haar verhaal met een opgewekte voortvarendheid die aanvankelijk nog geen wantrouwen wekt: ‘Hypno-birthing, ken je dat?’ Met de babbelzieke drive die ze ook bij zichzelf onderkent – maar die ze steeds juist weet te balanceren tegen de rand van irritatie – vertelt ze ons over de aanloop naar haar bevalling en de meditatie-apps die ze uitprobeert. Het is eerder een schets van haar persoonlijkheid en de manier waarop ze in het leven staat dan een reflectie over het nakend moederschap – achteraf gezien is dat een psychische vooruitwijzing. Dan volgt, vrij onmiddellijk, het moment van de bevalling. Haar overkomt wat maar weinig vrouwen is gegeven: ze heeft een pijnloze, razendsnelle bevalling, en wat meer is: ze voelt zich de dagen erna top en vol energie. Maar de voorafwijzingen zijn intussen niet meer te negeren. Delrue & Deprez kennen de knepen van de kunst: ze weten dat drama niet alleen een lach nodig heeft, maar ook een traan.

Wat de jonge moeder vervolgens overkomt is heftig, heel heftig, maar conform de wetten van het genre (ik twijfel tussen comedy en verteltheater) blijft de miserie verhuld onder een zoet-komisch jasje. Delrue blijft ook binnen het verhaal van haar psychische ontsporing de sympathieke girl next door, die met haar expressieve fysiek en mimiek en haar onweerstaanbare zelfspot het publiek voortdurend op haar hand houdt. Het meest shockerende aan het relaas van haar psychose en de daaropvolgende opname is datgene waarover niet wordt gesproken: de baby. Delrue trekt ons binnen in de wereld zoals haar manische geest die ziet. Dat betekent dat gedachten aan haar pasgeboren kind zeldzaam zijn; enkel zij is het stralende middelpunt van haar universum. Dat olifantje in de kamer werkt verbluffend goed: gaandeweg voel je hoe een volledige theaterzaal zich zit op te fretten met die ene vraag brandend op de lippen: MAAR WAT MET JE KINDJE? Mamamanie is echter geen verhaal over een baby krijgen, maar een verhaal over zelfverlies – en wat er gebeurt als moeders niet meer wortelen in de wereld.

De opbouw van Delrues tekst is klassiek: van schijnbaar geen-vuiltje-aan-de-lucht (maar wel goed vooraangekondigd) over het besef van het probleem naar een diepe, neergaande tunnel vol psychische en fysieke aftakeling en dan weer langzaam naar boven, naar loutering en voorzichtig herstel. De speelstijl van Delrue is enerzijds doordacht: de overdrive die ze zichzelf bij momenten toestaat dient een dramaturgisch doel (het tekent hoe ‘hyper’ haar personage altijd al was) maar buiten die context moet ze haar extravertie balanceren, en dat doet ze ook. Anderzijds durft ze geen enkel moment (op één woede-uitbarsting na) de zwaarte écht te pakken – vandaar mijn associatie met comedy, of toch met de eerder ongevaarlijke vertegenwoordigers van deze podiumkunst. Ook Desmet fungeert geregeld als ‘emotie-afleider’: wanneer het gebeuren te wrang of te donker dreigt te worden, brengen zijn muzikale ingrepen verluchting. Mamamanie schuurt alles welbeschouwd enkel anekdotisch, door de heftigheid van het verhaal zelf – niet door de vorm waarin dat verhaal wordt verteld. Delrue weet hoe ze op de knopjes moet duwen, ze doet dat met overgave en kennis van zaken, maar echt ‘spannend’ wordt het nooit.

De rest van het publiek is het niet met me eens, en dat gebeurt wel vaker, ik ervaar het niet als een probleem. Maar dit keer – en op deze plaats – klinkt in het aangehouden en ontroerde applaus zoveel meer dan artistieke appreciatie.

De locatie doet ertoe: ik ben in de theaterzaal van Compagnie Cecilia, op de site De Expeditie, in Gent. In Gent is veel en straf (internationaal) performancetheater te zien (Campo, VIERNULVIER) en met het aantreden van de nieuwe driekoppige leiding van NTGent is ook in het burgerlijke stadstheater intussen het monopolie van de ‘grote regisseur’ gebroken. Gent is eveneens de stad waar kunsthogeschool KASK jaarlijks een lading beloftevolle dramastudenten aflevert die onbeschroomd de schotten tussen theater, performance en multimedia ramt – ‘spannend’ theater gegarandeerd. Tegelijkertijd is Gent de enige stad van omvang in Vlaanderen die geen eigen cultuurcentrum heeft. En waar dit gegeven, in combinatie met de artistieke herprofilering van een aantal grote huizen, er de laatste jaren voor zorgde dat de zogenaamde ‘middenveldtheaters’ uit het zicht raakten en noodgedwongen uitweken naar Eeklo, Evergem en – recent – Deinze.

Nog een geluk dus voor dit publiek dat Compagnie Cecilia zo’n acht jaar geleden zijn eigen zaal wist in te huldigen, want met een artistiek credo dat inzet op ‘goeie teksten, uitdagende spelers en leesbare verhalen’, zoals de website belooft, had het gezelschap wellicht moeilijk zijn plek gevonden in de actuele Gentse huizen. En gelukkig dat het sindsdien in die zaal ook verwante gezelschappen en makers uitnodigt, zoals in het komend seizoen naast Julie Delrue ook Lazarus, Theater Malpertuis, Abattoir Fermé. Het zijn die ‘leesbare verhalen’ – zoals ook Mamamanie er een is – die dit publiek massaal naar De Expeditie lokken, met als  gevolg: uitverkochte zalen, digitale gevechten om de allerlaatste kaartjes, waanzinnig lange speelreeksen (Cecilia speelt de eigen producties soms de volle twee weken!) en een publiek dat zich met een zelden geziene gretigheid en een bijna onvoorwaardelijke liefde overgeeft aan de spelers – welke spelers dan ook, of het nu bekende koppen zijn of jonkies die net komen piepen. Zolang ze maar een goed verhaal vertellen, please!

Wat ik naast enthousiasme in het applaus hoor doorklinken is honger. Honger naar verhalen. Ik ervaar die hunkering nergens anders zo sterk als hier. En niet voor het eerst op deze plek ontroert de ervaring van mijn mede-publiek me meer dan de voorstelling die ik net zag.

Het leidt tot vragen die potentieel reactionair zijn, zoals: “Zijn er in Gent wel genoeg plekken voor dit soort verteltheater?” of “Is het podiumaanbod in Gent niet te eenzijdig doorgeslagen richting niet-verhalende theatervormen?” Verkopen we als Gentse podiumsector onze ziel aan een bepaalde politiek, als we deze vragen stellen? Als we durven erkennen dat  we met een joekel van een unserved audience zitten? Of moeten we daar toch gewoon samen eens naar durven kijken?

‘Mamamanie’ trekt de komende maanden door het hele land. Klik hier voor de speellijst. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#173

15.09.2023

14.12.2023

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

RECENT VERSCHENEN

recensie

RECENT VERSCHENEN

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!