© Peter Hönnemann

Leestijd 4 — 7 minuten

Mal – Embriaguez Divina – Marlene Monteiro Freitas

Een psychose van dansen, vechten en lijden

Bij aanvang lijkt alles in Mal – Embriaguez Divina nog speels en rustig, al zijn korte lichtflitsen een voorbode van wat volgt. Met opengesperde ogen, panische gezichten en precieze lichaamscontrole slepen de spelers je in een psychotische dans met papier. Een adempauze duurt altijd maar net lang genoeg om het publiek wat te laten recupereren. Freitas slaagt er zo in om een oncomfortabele esthetiek te ontwikkelen, die zelfs tijdens de voorstelling al voor applaus zorgt.

De voorstelling Mal – Embriaguez Divina ontleent haar titel aan Georges Bataille’s La littérature et le mal. Choreografe Marlene Monteiro Freitas was al langer geïnteresseerd in de verschillende verschijningsvormen van het kwaad en vond in Bataille een goed aanknopingspunt voor een verdere ontwikkeling van haar choreografische taal. Hieruit is Mal voortgekomen, een voorstelling die het geweld van de bureaucratische papiermolen in een esthetische vorm giet. Hier en daar toont een militaristisch kwaad zich, maar de voorstelling lijkt zich toch vooral bezig te houden met bureaucratie en de bijzondere plaats van papier daarin.

Bij binnenkomst oogt het scènebeeld rustig. Tennisnetten bakenen het speelvlak langs drie kanten af, de vierde wand blijft open. Deze kant zal tijdens de voorstelling twee keer afgebakend worden met een rood net dat boven het podium zweeft. Midden op het centrale speelvlak staat een minimalistische tribune. Achter de achterste wand spelen enkele personen in witte sokken, witte handschoenen en fluwelen blauwe tunieken een partijtje volleybal, waarbij niet meteen duidelijk is wie tot welk team behoort. Af en toe flitst er een licht, de spots gaan afwisselend aan en uit. Wanneer er een punt gescoord wordt, klappen de spelers. Versterkt door micro’s, produceren hun witte stoffen handschoenen daarbij een eigenaardig geluid.

Eens de zaaldeuren dichtgaan, komt er nog een speler op. Hij draagt hetzelfde kostuum, maar met militaire attributen en een geweer. Er speelt een geluidsfragment van een kwade man die met gepijnigde stem vloekt en kreunt. Op de achtergrond gaan de performers gewoon verder met volleybal spelen. De man blijft even staan en vertrekt dan weer. Een andere speler voert een aantal geabstraheerde bewegingen uit met papier waarbij hij een paar vellen lijkt te stempelen en achterlaat op de tribune. Daarna barst Mal ineens los. Alle spelers bevinden zich nu op het centrale speelvlak, terwijl een andere performer met geamputeerde benen als een soort leidersfiguur vanuit de tribune het speelvlak domineert. Begeleid door ritmische drums en felle zang worden de performers in een gewelddadige psychose getrokken. Als toeschouwer kan je niet anders dan gevoelsmatig meegaan in die energie, zelfs wanneer je volledig stilzit.

De bewegingen in dit deel van de performance oscilleren tussen dansen en vechten. We zien strakke, uitgepuurde bewegingen van danspassen, poses met wapen op de schouder, of iets dat ertussenin zweeft. De gelaatsuitdrukkingen op scène zijn angstig en gepijnigd. Zelfs wanneer de performers het publiek met opengesperde ogen aanstaren, lijken ze zich in een dissociatieve staat te bevinden. Er ontstaat een heftige chaos die je als toeschouwer meesleept in een panische staat. Net zoals bij een tarantelladans, waar je moet blijven bewegen om te overleven, dansen de performers alsof hun leven ervan afhangt. De netten rond het speelvlak vormen nu een soort van gevangenis en verliezen hun speelse karakter van tijdens de vriendelijke volleybalmatch. Le mal est là.

Wanneer de muziek en drukte plotsklaps wegvallen, is de rust welkom, maar ook pijnlijk. Mal is dan ook niet altijd even aangenaam om naar te kijken. Dat mag wel zijn tol eisen aan het einde van de bijna twee uur durende voorstelling, er is altijd iets bijzonders om naar te kijken op scène. Ondanks het ontbreken van een overkoepelende spanningsboog, heeft Mal geen duidelijk patroon nodig om het publiek mee te sleuren. De performers laten hun spel nooit los en lijken op een gecontroleerde manier de controle te verliezen over hun autonomie. Die lichaamscontrole kent een hoogtepunt in een bezeten applausdans waarbij de spelers met handgeklap op het Zwanenmeer ‘dansen’. Na deze muzikale climax vallen de spelers stil en blijft het publiek eerst een paar seconden verbijsterd achter vooraleer er een spontaan applaus volgt. Het is onduidelijk of er geapplaudisseerd wordt uit bewondering of uit medelijden voor wat er op zich op scène afspeelt.

Waar het uiteindelijk in deze voorstelling allemaal om draait, is de wisselwerking tussen het aanbidden van en de terreur van papier(en). De interactie met het papier toont de verschillende aspecten van bureaucratisch gezever. Dat gezever mag best letterlijk opgevat worden: er wordt papier gegeten en op papier gespuugd. De obsessie met papier zorgt ervoor dat de witte bladen heilige dingen worden die voor alles (in)staan: zekerheid, geweld, leven, dood en – uiteraard – het kwaad. De spelers bouwen een volledige stad van papier op de tribune. Vellen papier worden de attributen van advocaten en rechters,  een baby om voor te zorgen, een bed om in te liggen of gewoon voedsel. Het kan voor plezier zorgen of juist voor angst. Tijdens de feestscène vliegt het papier overal in het rond. Uiteindelijk gaat één van de spelers zelfs in een kartonnen doodskist liggen vol papier. Stilletjesaan wordt duidelijk hoe ‘papier’ het centrale middel en wapen van het kwaad is.

 

Wie vindt dat deze bureaucratische dans van Mal doet denken aan Der Prozess van Kafka, wordt naar het einde toe beloond met een opname van Orson Welles die Kafka’s parabel van de wachter voordraagt. Het is een moment van intertekstualiteit dat in zijn opzet slaagt, zelfs wanneer je de referentie niet herkent. Niet alleen het verhaal van een man die niet toegelaten wordt in een paradijs omwille van bizarre regels past perfect in de chaotische structuur van de voorstelling. Ook inhoudelijk is Kafka een (bijna té) vanzelfsprekende connectie. De Kafka-referentie valt een beetje uit de boot omdat de emotionele en chaotische samenhang van Mal helemaal geen eenduidige interpretatie vereist. Desondanks dient het wel een finale slag toe. De performers blijven verdwaasd achter. De laatste bewegingen zijn mechanisch, alsof ze enkel nog poppen zijn die alle zelfstandigheid hebben verloren.

Mal is een bij momenten oncomfortabele performance, die echter visueel interessant blijft en soms ook gewoon mooi is. Hoewel dit stuk als groter filosofisch onderzoek over het kwaad an sich zich misschien iets te hard toespitst op het bureaucratische aspect, slaagt Mal er vooral in om gevoelsmatig vragen op te wekken bij de manier waarop een herkenbaar militair kwaad steeds vaker overhelt naar het geweld van een bureaucratisch systeem. Daarmee toont de voorstelling dat bureaucratie meer is dan een frustrerend systeem: het is een vorm van het kwaad.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Lena Vercauteren

Lena Vercauteren behaalde een diploma Vergelijkende Moderne Letterkunde en studeert op dit moment theaterwetenschappen aan de Universiteit Gent. Daarnaast is die dichter, librettist en poëzieredacteur bij Kluger Hans.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!