‘Magical’ © Christoph Lepka

Leestijd 5 — 8 minuten

Magical: Anne Juren with Annie Dorsen

Magical van Anne Juren en Annie Dorsen kan je op twee manieren lezen. De voor de hand liggende manier is dat Magical een pikante striptease is, vermomd als goochelact, met een paar aangebrande grappen toe. Wie thuis is in de geschiedenis van ‘performance art’ zal in het stuk daarentegen vooral een parodie of pastiche zien van beroemde performances van vrouwelijke kunstenaars uit de jaren 1960-1970, meestal met een expliciet feministische agenda. Die dubbele codering blijft het hele stuk lang overeind. Het effect is ontregelend. Als een vorm van omgekeerde toverkunst veranderen kunstwerken in een bizarre bedoening met dubieuze aanspraken. Daar blijkt niet veel meer voor nodig dan een paar kleine verschuivingen. De belangrijkste is dat de werken niet in een galerie of op film getoond worden, maar in een theater.

Een stelling met gordijntjes omlijst in het decor van Robert Rauschmeier een toneeltje met een vloer van glanzende metaalplaten. Het lijkt een circustent, een cabaret of een poppenkast. Wanneer de gordijntjes een eerste keer openen, onthullen ze een koperen kubus die over de vloer rondzweeft. Uit het object weerklinkt een vrouwenstem die orakelt over vagina’s en heilige kennis. Als je niet weet dat de Amerikaanse Carolee Schneemann hier spreekt, lijkt het een wat gezochte aankondiging voor wat volgt: een pikante goochelshow.

Wanneer de gordijnen opnieuw opengaan, zien we Anne Ju ren achter een keukenaanrecht. Ze geeft er in alfabetische volgorde commentaar op wat ze aanraakt. ‘A’ voor ‘Apron’, schort, bijvoorbeeld. Waarna ze die bevallig, met een stralende glimlach, rond haar mooie lijf snoert. Terwijl ze doorgaat met de ‘B’ van ‘Bowl’, kom of ‘C’ van ‘Chopper’, hakmes, haalt ze ook goochelkunstjes uit met die voorwerpen. De meest scabreuze bewaart ze voor het eind: melk die uit haar borsten loopt, een ei dat ze uit haar vagina plukt of een beha die ze klaarmaakt met ei en melk. Een hilarische demonstratie van de idee dat de liefde door de maag gaat? Dat de vrouw de man met haar kookkunsten als eenkeukenfee verleidt (of verkrijgt wat ze wil, namelijk seks)? Die lezing is zeker mogelijk. Ze staat echter haaks op het origineel van deze performance: de film Kitchen Semiotics (1975) van Martha Rosler. Die ‘ontmaskert’ de keuken als instrument van vrouwelijke onderdrukking.

Eenzelfde omkering volgt in het tweede tafereel, ontleend aan The Cut Piece (1964) van Yoko Ono. Ono nodigde bezoekers van een galerie u it om haar kleren stuk te knippen tot ze naakt achterbleef. Zo wilde ze het(mannelijke) publiek confronteren met het latente geweld dat schuilt in de mannelijke blik. Juren slaat echter zelf lustig aan het knippen, alsof ze niets liever wil dan dat de kleren haar van hetlijf gescheurd worden. Zo keert ze de betekenis om. Ze perverteert het oorspronkelijke werk tot een peepshow. Dat bewijst echter meteen dat ook het originele werk zo te lezen viel, als een lichtjes perverse transactie tussen de kijker en zijn object, dat trouwens minder passief was dan het liet voorkomen. En dat enkel en alleen doordat het werk nu in een theater staat, en niet in een galerie. Het effect van die remediering blijkt, ook verder, de essentiële ‘kwestie’ van hetstuk.

Dat is al meteen zo met deel drie. Juren, nu poedelnaakt, omzwachtelt haar hoofd met de lappen stof die rond haar overblijven. Ze begint te dansen, met suggestief schokkende heupen, op intrigerende percussie van vervormde, nazinderende cimbaalklanken. Al snel herken je die als slim gemonteerde fragmenten uit de drumsolo in ‘Whole Lotta Love’ van Led Zeppelin. Dit is een structureel pornografische act: de vrouw is beroofd van haar blik en dus haar menselijkheid (haar meest fallische attribuut) terwijl ze haar fysieke lust prijsgeeft aan de ongehinderde blik van een ander. Wanneer de gierende gitaarsolo van Jimmy Page losbreekt en Robert Plant zijn lusten uitschreeuwt in de volledige versie van ‘Whole Lotta Love’, bestaat daar geen twijfel meer over. Nochtans, wat Juren doet is ook een precieze re-enactment van Marina Abramovic Freeing the body (1975), waarin ze zes uur lang, tot de fysieke ineenstorting, danst op opzwepende percussie (een oefening die Juren haar trouwens nadeed in voorbereiding op Magical). Abramovic wilde zo naar eigen zeggen de limieten opzoeken van de fysieke weerstand. Juren en Dorsen tonen echter dat een andere lezing, door een verschuiving in context, plausibel wordt.

Zo gaat het door. Er volgt een YouTube-filmpje van Meat joy (1964), een happening van Carolee Schneemann waarin mannen en vrouwen extatisch rotzooien met vlees – niet tot vreugde van een hedendaagse kijker weliswaar. Als dit extase moet uitbeelden, dan lijkt zelfs een telefoonboek spannender. Toch zie je waarom zo’n acties in de sixties als transgressief en dus bevrijdend konden worden ervaren. In een cultuur die zich verlustigde aan efficiëntie en consumptie (met de schaarste van de oorlog nog vers in het geheugen) stond zo’n verspilling symbool voor de donkere zijde van de menselijke psyche, het verzwegen exces dat reële levensenergie brengt. Alleen, het bleef een soort privé-pleziertje, een doorzichtig instant ritueel. Precies wat een consumptiemaatschappij zich bij ‘exces’ voorstelt. Ook hier is het de mediale transitie, van live performance naar filmpje deze keer, die dat aan het licht brengt. De erotische sfeer van het eerdere fragment versterkt die impressie nog.

Scheemann mag nog eens op het schavotje komen in de meest hilarische act van Magical. Juren paxodieext Interior Scroll (1975)- Daarin trekt een met modder ingesmeerde Schneemann een tekstrol uit haar vagina, die ze vervolgens voorleest. Allerlei dingen over de aarde en de kracht van seks enbevrijding. Georges Bataille voor Amerikaanse vrouwen. Juren daarentegen maakt er alweer een goocheltruc van, zij het een zeer doorzichtige. Modder laat ze overigens achterwege: ze blijft haar hoogst aantrekkelijke zelf wanneer ze kleurige linten van tussen haar schaamlippen opvist. Daarna maakt ze het nog bonter en magischer. Na de linten volgen batterijtjes, lampjes en zelfs een miniatuurprojector. Tenslotte schijnt een stralend licht uit haar vagina. Dat licht is afkomstig van een staaflamp waarmee ze, als een fallische prothese, het publiek verblindt… Daar heb je niet van terug.

Die erotisch-pornografische finale, die Scheemanns messianisme subverteert, krijgt echter een merkwaardig staartje. Het gordijn gaat toe, en weer open. Juren is nu niet langer naakt: ze draagteen zwarte broek en hemd, als een man. De broek is echter opengesneden ter hoogte van haar kruis en laat haar schaamheuvel bloot. Voor de kenners: een citaat van Genital Panic van de Oostenrijkse kunstenares Valie Export. De erotisering van het vrouwenlichaam slaat hier onverwachts om in zijn traumatische tegenbeeld van castratie. Straf voor stoute jongens?

Zo’n eenduidig besluit valt niet te trekken. Magical heeft geen ‘boodschap’ zoals de geciteerde werken die uitdragen. Het stuk laat de kijker zelfs in het duister over het opzet: dat het hier om citaten gaat, wordt niet eens in het programma vermeld. Het effect van het stuk hangt dus volledig af van wat de kijker zelf aandraagt en ziet, ook al zijn de werken van pakweg Ono en Abramovic dan zo bekend datje wel iets moet vermoeden. Als je die werken opzoekt op YouTube, zal je de andere trouwens ook meteen zien opduiken in de playlist.

Dat wijst er op dat dit performancewerk uit de jaren 1960 en 1970 intussen volkomen is losgekomen van zijn oorspronkelijke context (de galerie en het museum). Eens de werken om commerciële redenen op film werden overgezet, ontsnapten zij aan de greep van de makers. De ironie is dat performancekunst nu net ontstond als een reactie op het objectmatige en dus verhandelbare aspect van kunst. De films waren slechts een middel voor de betrokken kunstenaressen om financieel het hoofd boven water te houden. Datblijkt nu een faustiaans pact met de duivel van de kunsthandel, waarbij de kunst aan het kortste eind trok.

Het kritische potentieel van het werk verzoop immers in de beeldenstroom waartoe het ging behoren. Het veranderde fundamenteel van betekenis. Het werd deel van een beeldindustrie (en -cultuur, al is dat een zwaar overschat woord). Het kon ingezet worden in allerlei contexten en strategieën die met de oorspronkelijke weinig te maken hebben. Het werd als YouTube-film zelfs kwetsbaar voor voyeuristisch en ander misbruik. Het werk verbleekte echter tragisch genoeg niet alleen in zijn overdacht naar het wereldwijde web, die verschuivingen reveleren ook de fu ndamentele zwaktes, soms zelfs de naïviteit ervan.

Magical constateert dat. Met één simpele ingreep. Door de beelden te recycleren in de context van amusementstheater in plaats van een galerie. Het resultaat is fundamenteel ambigu en ironisch. Het wekt de oorspronkelijke kracht van de beelden weer tot leven door Jurens buitengewone présence, maar perverteert – op Valie Export na – de inhoudelijke motieven ervan. Het bevraagt grondig de uitgangspunten van de kunst die we ooit als ‘performance art’kenden, zonder antwoorden te geven. Dat is een krachttoer zoals j e die zelden ziet.

Magical was op 15 maart te zien in het WoWmen!-programma van het Kaaitheater.

www.kaaitheater.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#136

15.03.2014

14.06.2014

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis. Hij richtte recensieplatform Pzazz op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!