‘Madame de Sade’ BKT. Reinhilde Decleir en Goele Derick – Foto Frans Pans

Geert Sels

Leestijd 4 — 7 minuten

Madame de Sade

Brussels Kamertoneel, Brussel

Een stuk of wat critici hebben BKT’s keuze voor Madame de Sade menen te moeten verklaren via aansluiting bij bepaalde herdenkingen. Natuurlijk vieren we dit jaar de tweehonderdste verjaardag van de Franse Revolutie en natuurlijk staat Europalia volgend jaar (vreemd genoeg) in het teken van Japan, het land waar auteur Yukio Mishima vandaan komt. Maar met evenveel reden kan gezegd worden dat de opvoering van BKT past binnen een reeks Sade-voorstellingen die dit jaar op Vlaamse podia zijn vertoond: Marat/Sade (NTG) en De Zwarte Legende (Grand Theatre Groningen-F’Act).

We geven het dan ook maar beter meteen toe. De perverse markies laat ons, zelfs tot in de huidige eeuw toe, niet onberoerd. Grote namen die in Frankrijk de bon ton dicteerden, bewijzen zulks: André Breton, Maurice Heine, Gilbert Lely als gangmakers van een peleton surrealisten; Michel Foucault, Jacques Lacan… allemaal hebben ze hun zeg gedaan over de monsterlijke markies.

Ook Mishima (1925-1975) heeft het over de markies gehad, of beter, over zijn vrouw. Vijf jaar voor hij seppuku pleegde, verscheen Sado Köshaku Fujin (Madame de Sade). In deze periode was Mishima geobsedeerd door fysieke training, die zijn lichaam moest ontwikkelen in harmonie met zijn geest. Misschien kan hierdoor zijn interesse voor het zinnelijke, belichaamd door de Sade, verklaard worden. Uit de tekst blijkt dat hij zich sterk in de materie verdiept heeft. Biografische feiten als de Sades incognito reis in Italië (1775-6) of zijn poging een paar dames te verleiden door ze afrodisiacsnoepjes te trakteren, hebben informatieve waarde om de markiesfiguur te plaatsen.

Zijn kennis over de Europese literatuur reikt echter verder dan de Sade. Mishima maakte er geen geheim van dat hij schrijvers die hij bewonderde, imiteerde. Voor Madame de Sade, waar het classicisme van zijn later werk een hoogtepunt bereikte, was dat Racine. De invloed is duidelijk: één enkele setting, gebruik van de tirade, beperkt aantal personages, afwezigheid van uitgesproken actie op de scène.

Regisseur Michel van Dousselaere, overgewaaid uit De Voorziening, heeft aan Mishima’s tekst niet veel veranderd. Uitgangspunt blijft dat de opvattingen van Madame de Sade en haar moeder onverenigbaar zijn, zowel vóór als na de Franse Revolutie, ook al zijn de machtsconstellaties dan totaal omgekeerd. Alleen zijn een paar filosofische uitspraken toegevoegd. Deze hooggeleerde bewoordingen laten van meet af aan de mogelijkheid open voor een andere interne code dan degene die overheersend aanwezig is. Een botsing van codes, dat leidt tot ironie, natuurlijk. Het is bijvoorbeeld ontluisterend dat opeenvolgende tirades over de afwijkende sexuele gedragingen van de Sade plots onderbroken worden door een uitspraak over de rationalistisch gegronde Kantiaanse huwelijksmoraal. Opvallend is dat deze filosofische interventies door de meid worden gerealiseerd. Hier is iets aan de hand, want meiden, die horen dom te zijn.

De interne code, die vanaf het begin geïnstaureerd is, is die van een adellijke familie. Aanhoudend mag de meid voorname gasten aandienen. Deze komen Madame de Montreuil te hulp om dochterlief te overhalen haar zondig huwelijk met de markies ongedaan te maken. Mogelijkheden om zich van haar smet te ontdoen, heeft Renée de Sade genoeg. Dat heeft het scenografenduo Luc Dhooge en Roos Werckx gepast gevisualiseerd met een ruimte die bol staat van badkamerrequisieten. De coulissen bestaan uit plastic douchegordijnen, de scènevloer uit vinyllen badkamertegels. Het speelvlak doet, door zijn opstaande zijwanden, denken aan een reuzegroot bad. Voor wie het nog niet zou doorhebben, staat er aan de zijkant een waterbekken. Ook de kostumering draagt bij tot hetzelfde betekenisveld. De actrices dragen allemaal een identieke badjas.

Maar Renée wil zich niet witwassen. Ze verkiest haar echtgenoot, nu deze gedetineerd is, niet in de steek te laten. De trouwhartige toewijding van Renée (Goeie Derick) spreekt zelfs uit haar fysieke voorkomen. In tegenstelling tot haar grotere tegenspeelsters met zwart (!) haar, heeft ze een rond gezicht en blond haar. De onschuld zelve. Haar zus Anne (Nicole Persy) is groot en sensueel; barones de Simiane (Veerle Eyckermans) vouwt de handen devoot, maar gaat bij de bisschop lobbyen; Madame de Saint Fond (Loes van den Heuvel) wil de zaak van de markies wel via het koninklijke bed regelen. Diverse intriges zijn niet voldoende om Renée van haar stuk te brengen. Zelfs voor de goede naam van de familie geeft ze de markies niet op. Het ligt voor de hand dat de discussies, hierdoor hoog oplopen. De personages spreken naast of door mekaar.

En de meid? Ze repareert een fietsband. Ondertussen houdt ze, een meid moet nu eenmaal nieuwsgierig zijn, een minutieus rapport bij. Notitieboekje en potlood zijn haar instrumenten. Dom en onderdanig lijkt ze alleen maar, want ondertussen spieden haar ogen, op zoek naar nieuws. De huisgenoten zijn zich niet bewust van het dreigende gevaar dat in hun midden aan het groeien is. Aan de toenemende vrijpostigheid van de meid (An De Donder) kan men lezen dat de burgerij op het punt staat de macht te grijpen. Helemaal vanuit de rand van het gebeuren, van onder het gezag, duwt de code van de burgerij die van de adel opzij.

Samen met de machtspatronen, draaien ook de standpunten van moeder en dochter honderdtachtig graden om. Madame de Montreuil weet zich na de Franse Revolutie, als lid van de adel, in gevaar. Om haar hachje te redden, is ze zelfs bereid de vrijgelaten markies terug in huis op te nemen. Zijn perversiteiten waren tenslotte maar wat onschuldige spelletjes, nietwaar? Renée daarentegen weet, na het lezen van de gevangenisschriften van de markies, dat hij al die tijd aan een moraal van het kwade heeft gebouwd. Op het moment dat de markies voor de deur staat, beseft ze dat we allemaal leven in de door hem geschapen wereld. Daarom vlucht ze een klooster in. En de meid? Zij zet alle deuren open. Laat de monsters maar binnen.

Met Madame de Sade heeft BKT toneel afgeleverd dat langer in het geheugen zal blijven dan De kunstopmeter en Master Class. De sterke tekst van Mishima zal daar voor veel tussenzitten. Maar het blijft een verdienste om de traag groeiende wending en de talrijke emoties gestalte te geven. En daarin is men bij BKT gelukt.

Madame de Sade

auteur: Yukio Mishima;

vertaling: Peter Versteegen;

regie: Michel Van Dousselaere;

decor en kostuums; Luc Dhooghe en Roos Werckx;

spelers: Goele Derick, Reinhilde Decleir, Nicole Persy, Veerle Eyckermans, Loes Van den Heuvel, Am De Donder.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#25

15.03.1989

14.06.1989

Geert Sels

Geert Sels (1965) is cultuurredacteur bij De Standaard. Voordien werkte hij onder meer bij de vrt en De Morgen. Hij is de auteur van Accidenten van een zaalwachter, over Luk Perceval.

recensie