Ciska Hoet

Leestijd 10 — 13 minuten

Didactisch maar ongevaarlijk: Lucas De Man en Stichting Nieuwe Helden op Theater Aan Zee

 

Ambitieus, eigengereid en ad rem. Lucas De Man is ongetwijfeld een fascinerende figuur. Maar leidde zijn branie ook tot interessante producties op de voorbije editie van Theater Aan Zee, die hij mee cureerde? Onze redacteur maakt het bilan op.  

Mijn god wat kan Lucas De Man het goed uitleggen. Zelfs de grootste mond praat hem niet onder tafel. Al is dat lang niet de meest opmerkelijke kwaliteit van deze kunstenaar-ondernemer. Met zijn Stichting Nieuwe Helden beweegt hij zich vlotjes tussen zowel de meest corporate omgevingen als de armoede-sector. Niet onlogisch, aangezien zijn poëtica erop gestoeld is zoveel mogelijk (nieuwe) publieken te bereiken en hen te verbinden via maatschappelijk relevante thema’s. Zijn producties zijn vaak crossovers tussen stand-up, interactieve workshops en belevingskunst. Zijn middelen genereert hij dankzij een slim business model dat niet alleen uit uitgaat van subsidies maar ook put uit private bronnen. Wie de kunstensector een beetje kent, begrijpt meteen dat hij daar zowel bewondering als een flinke dosis argwaan mee oogst bij zijn collega’s. Ik was alleszins niet de enige die benieuwd was naar wat hij op Theater Aan Zee te berde zou brengen.

Zoals te verwachten was, is zijn curatorschap alvast niet onopgemerkt gepasseerd. Naast het thema ‘betrokkenheid’ lanceerde hij de centrale slogan ‘het is aan jou, mij, ons’. Hij opende het festival met een massa-performance op het strand, faciliteerde vijf Avonden van Hoop die vrij ingevuld werden door verwante gezelschappen, stelde een Knack-special samen en greep in in de ticket-verkoop via de Aan jou-actie waarbij je naar analogie met een uitgestelde koffie een kaartje kon kopen voor een anonieme andere. En dat dus bovenop de vier projecten waarmee zijn Stichting zelf op TAZ stond. Zijn werk-ethos spoort kortom met zijn West-Vlaamse roots. Maar leverde dat ook gloedvolle producties op?

Please, no more

Om maar meteen met het slechte nieuws te beginnen: de grootste teleurstelling was wellicht de informatieve talkshow Yes, Please! Live, ofte een ‘ode aan de erotische fantasie’. In een tot opnamestudio omgebouwde caravan verzamelen de Nieuwe Helden al enige tijd erotische fantasieën van mensen van allerlei slag. Dat doen ze via één-op-één gesprekken op festivals, beurzen enzovoort. Op TAZ presenteerde het team hier de live-versie van. Voor een zaal vol toeschouwers interviewden ze per sessie twee mensen uit het kunstenveld over hun erotische fantasie. Dat werd voorafgegaan door een vlot gepresenteerde powerpoint die het publiek langs enkele weetjes en wetenschappelijke data loodst over erotiek. Zo leerden we dat bijna alle mensen erotische fantasieën hebben en dat ze van alle tijden en werelddelen zijn, maar ook dat er relatief weinig onderzoek naar bestaat en dat zeker oudere academische papers erg beperkt zijn en vanuit normatief opgestelde questionnaires vertrokken. Yes, Please! wil daar verandering in brengen en onze fantasieën in één beweging uit de taboesfeer halen.

Helaas maakten noch het onderzoeksmatige deel, noch de interviews veel wakker bij mij. Zo leek dat grootschalige onderzoek vooral te bestaan uit een data-verzameling waar – althans tijdens de live-show – geen analyse of conclusie aan gekoppeld werd. Hoewel de makers intussen al tegen de 300 getuigenissen verzamelden, kwamen we nauwelijks iets te weten over rode draden en overlappingen: tekenden ze fantasieën op die bij verschillende mensen voorkomen? Wat vertellen die fantasieën over ons en onze tijd? Worden ze beïnvloed door ruimere maatschappelijke normen en zo ja, hoe dan? De makers kondigden aan dat er aan Yes, Please! een publicatie en tentoonstelling gekoppeld zal worden (iets wat De Man overigens vrijwel standaard bij al zijn projecten doet) maar als ook daar geen analyse van het materiaal aan te pas komt, blijft het wat mij betreft allemaal wat aan de oppervlakte hangen.

Ook de twee erotische ontboezemingen die we te horen kregen tijdens de sessie die ik bijwoonde, vond ik niet bepaald begeesterend. Ja, het zal voor de twee protagonisten best spannend geweest zijn om zoiets te delen met een zaal en nee, je hoort mensen niet elke dag spreken over wat ze opwindend vinden. Maar uiteindelijk speelt Yes, Please! Live toch vooral in op een vorm van eerstegraadsvoyeurisme die mij ook weleens door een roddelblaadje doet bladeren. Om het echt boeiend te maken, waren meer kwetsbaarheid en spanning kortom welkom geweest. Taboes werden er bovendien niet doorbroken, daarvoor is seksualiteit al veel te lang een veel te normaal gespreksonderwerp. Is het dan niet zo dat zo’n project ervoor zorgt dat je plots veel meer over deze thematiek praat en is dat niet exact wat De Man beoogt? Sure, ik heb achteraf van een paar mensen gehoord welke fantasieën er tijdens hun sessie aan bod kwamen. Maar soortgelijke gesprekken heb ik heus ook weleens zonder Yes, Please! Ik had in elk geval passionelere conversaties over een aantal andere voorstellingen die ik zag tijdens TAZ. Als het zoals De Man zelf aangeeft de bedoeling is om ‘iets te veroorzaken’ met zijn projecten, dan vrees ik dat dat met Yes, Please! niet gelukt is.

Snufjes

Dan leverden de twee paradepaardjes In Search of Democracy 3.0 en The Village meer denkstof op. Waar je In Search of Democracy (ik besprak deze productie eerder al hier) nog een voorstelling kunt noemen, bestaat The Village uit een heus interactief parcours op de Oostendse oosteroever. Een hyperprofessioneel ontworpen smartphone-app leidt je er van de ene locatie naar de andere terwijl er zich een verhaal ontvouwt over ongelijkheid. De oosteroever is daar de uitgelezen plek voor: lange tijd voorbehouden voor loodsen en enkele afgelegen arbeidersstraatjes schiet de ene na de andere peperdure woontoren er momenteel uit de grond.

Je kan niet anders dan respect hebben voor de noeste arbeid die de makers leverden. De ploeg verzamelde een jaar lang gegevens bij onderzoekers, welzijnswerkers en ervaringsdeskundigen. Die data hebben ze weten te verwerken in een bijzonder toegankelijk en kraaknet afgewerkt geheel. Zo kom je als bezoeker eerst in een doolhof terecht dat volhangt met krantenkoppen over ongelijkheid om vervolgens naar een reeks huisjes geleid te worden waar de dromen van Oostendse kinderen gecombineerd worden met de harde sociologische realiteit. Een onderzoeker legt door je koptelefoon haarfijn uit waarom kind X zo weinig kans maakt op dat mooie huis en de fijne job waarvan ze droomt. Even slikken dus. Ook de getuigenissen van welzijnswerkers die je hoort terwijl je op een bankje naar het water tuurt, kruipen onder je huid. Dat De Man het laatste woord geeft aan de uitbaatster van het volkscafeetje waar havenarbeiders thuis zijn, is bovendien recht in de roos. Idem dito voor het feit dat de geprivilegieerde bezoeker op het einde wat meer aan haar betaalt voor een drankje zodat de minder kansrijke caféganger ook mee kan genieten. Dat is een voorbeeld van practice what you preach.

Maar ondanks het technologische hoogstandje en de strakke regie, valt er wel wat aan te merken op The Village. Ik wil gerust door de vingers zien dat iedereen die al iets over ongelijkheid weet, eerder weinig bijleert, maar soms is het ook voor de leek te simplistisch. Zo doet de tentoonstelling over darwinisme de wenkbrauwen fronsen wanneer wel heel makkelijk geconcludeerd wordt dat we evolutionair gezien alleen maar socialer en empathischer zullen worden. Hetzelfde geldt voor de snelle conclusie rond het belang van burgerlijke ongehoorzaamheid op basis van de getuigenissen van de mensen uit het middenveld. Ook het testje om je eigen privileges in kaart te brengen, gaat kort door de bocht.

De twee locaties die geen antwoorden oplepelen, lijken bovendien eerder verwarrend door een gebrek aan dramaturgische keuzes dan als gevolg van een bewuste strategie. De tentoonstelling vol hightech-toekomstbeelden bestaat uit een aantal wanden met een allegaartje aan soms erg twijfelachtige voorstellen en ideeën: van allerlei beroepen die zouden verdwijnen (of net ontstaan) tot voedsel uit de 3D-printer. Is dit nu dé input die we nodig hebben als we diepgaand willen stilstaan bij het ongelijkheidsvraagstuk? En hoe precies bepaalt mijn privilege-profiel – zoals me op het einde verteld wordt – of ik klaar ben voor de hier gevisualiseerde toekomst? Dan is de ingenieuze donkere ruimte waarin je de wandel van een protagonist onder je volgt interessanter. Naargelang de antwoorden die deze persoon geeft in de app, licht er een route op. Alleen zijn de vragen die worden voorgelegd zo uiteenlopend en diffuus (van ‘ken je jezelf?’ tot ‘wil je houvast of laat je je verrassen?’) dat het meer een snufje wordt in plaats van een belichaamde denkoefening.

Het voelt alsof De Man en zijn team de puntjes niet op de inhoudelijke i hebben weten te zetten: er is duidelijk geïnvesteerd in research en het uitdenken van de juiste methodiek om al die informatie op een toegankelijke manier naar zoveel mogelijk mensen te ontsluiten. Maar de zoektocht naar het juiste format heeft niet altijd een sterke dramaturgie opgeleverd. Wat dat betreft is The Village deels in hetzelfde bedje ziek als In Search of Democracy: uiteindelijk wint het format het op de inhoud. Zeker The Village blijft steken bij wat voor de hand ligt. En dat is jammer. Ongelijkheid is immers een thematiek die je geest zou kunnen openbreken. En als je zoals De Man impact wil hebben, dan kan je zelfs stellen dat het noodzakelijk is dat dat gebeurt. Is het een gebrek aan artistieke verbeelding die The Village parten speelt?

Armoede in boxjes

Het lijkt er alleszins op dat Ronja precies onder zo’n gebrek te lijden heeft. Deze productie is voornamelijk van de hand van Isil Vos, Lucas De Man deed enkel de eind-regie, maar de Nieuwe Helden-signatuur is duidelijk aanwezig. In een lelijke parochiezaal staan tafels gedekt waaraan de toeschouwers bijna drie uur met elkaar zullen doorbrengen tijdens een diner dat opgediend wordt door de mensen van Refu Interim. De Nieuwe Helden passen daarbij een techniek toe die we al kennen uit De Mans tijd van Wij, varkenland en Bejaarden & Begeerte. Zijn team greep immers in in de samenstelling van het publiek: de helft bestaat uit welzijnswerkers en ervaringsdeskundigen op vlak van armoede. Hoewel het niet elke keer lukt om het gezelschap voldoende te mixen, is de kans dus groot dat meer bemiddelde toeschouwers aan tafel in gesprek zullen gaan met disgenoten die een andere leefwereld kennen dan die van de gemiddelde middenklasser. Zo hoorde ik zelf iemand uitgebreid vertellen over haar 25-jarige ervaring als vrijwilliger binnen een armoede-werking. Het is een simpele maar doeltreffende manier om contact te leggen tussen doorgaans gescheiden werelden.

Tussen de gesprekken door is er af en toe een intermezzo. Terwijl de wijn rijkelijk vloeit en de gasten een vegetarisch voor- en hoofdgerecht voorgeschoteld krijgen, interviewt regisseuse Isil Vos een welzijnswerker uit de armoede-sector en iemand die in armoede leeft. Even later brengt een muzikante een aantal liedjes begeleid door haar gitaar. Net als je denkt dat het allemaal wat lang begint te duren, moet iedereen de tafels en de stoelen aan de kant zetten zodat er plaats is voor de opvoering van Ronja. In die voorstelling personifieert actrice Terri van Splunder de alleenstaande moeder van Ronja. Via haar monoloog leren we dat ze berooid uit haar scheiding is gekomen en nu worstelt met torenhoge schulden. Ronja heeft het niet makkelijk op school en wordt gepest omdat ze als kind in armoede uit de toon valt. Haar moeder heeft al haar hoop gezet op een co-housing project: een stuk land in het groen met tiny houses waar zowel gegoede burgers als mensen in armoede samenwonen. Ze verbouwen hun eigen groenten, hebben dieren en er is zelfs een zwemvijver. Betekent dit haar redding?

Al snel is duidelijk dat de voorstelling uit de research put die ook voor The Village gedaan werd: Ronja is een herkenbaar levensverhaal – geschreven door Vos en performer Koen Deca – voor iedereen die in aanraking kwam met armoede. Niet toevallig klinken er geregeld instemmende geluiden van de ervaringsdeskundigen in de zaal. Ook de inzichten over burgerlijke ongehoorzaamheid komen terug, net als de vaststelling dat er veel publieke middelen geïnvesteerd worden in omkadering en welzijnswerk: heel wat mensen verdienen een degelijk loon aan het begeleiden van mensen in armoede. Al is dat wel een makkelijke vaststelling (die overigens evenzeer opgaat voor de armoede- en ongelijkheidsprojecten van de Nieuwe Helden zelf). Je wil in elk geval niet weten hoe onze maatschappij eruit zou zien zonder die omkaderende organisaties. Het lijkt me veel logischer om te spreken over daadwerkelijke herverdeling dan om je pijlen zomaar op het maatschappelijke middenveld te richten.

Alleszins is het niet toevallig dat het meest pakkende moment ontstaat wanneer de ervaringsdeskundigen vanuit de zaal meezingen. Het is niet alleen de enige keer waarop je een glimp opvangt van hoe kunst empowerend kan zijn, het levert daarnaast de authenticiteit op die je mist in het nogal uitleggerige schooltoneel waar Ronja grotendeels op neerkomt. Van Splunder staat vooraan op het verder vrij kale podium met een headset-microfoon, schuin achter haar zit Deca achter de piano en vooraan op een scherm zijn in een loop knap gemaakte beelden te zien van dochter Ronja. Van Splunders monoloog komt geen moment echt tot leven waardoor je eigenlijk vooral gemedieerde informatie krijgt over wat het betekent om in armoede te leven.

Bovendien heb je het gevoel dat er haast krampachtig naar één of andere apotheose gezocht werd. Op het einde slaat de pianist de tiny houses-droom immers aan diggelen. Kwaad stapt hij uit zijn rol, vertelt dat hij Koen heet en samen met Terri een artistiek koppel vormt dat kwetsbare jongeren muzikaal begeleidt. En Koen kan het niet langer aanzien. Want de tiny houses gaan niks oplossen. De twee ruziën nogal gemaakt voor de ogen van het publiek en Koen geeft nog eens aan wat er allemaal misloopt voor mensen in precaire leefomstandigheden. Het is een ietwat richtingloos einde dat vooral duidelijk maakt dat er geen pasklaar antwoord bestaat om de armoede-problematiek op te lossen. Waarom krijg je dan het gevoel dat daar koste wat het kost naar op zoek is gegaan? De wereld valt niet te vatten in nette boxjes, ook armoede en ongelijkheid niet.

Uiteindelijk hadden de makers er wellicht beter voor gekozen om het hele fictionele gedeelte overboord te gooien en voluit in te zetten op échte getuigenissen. Het verhaal van de dame uit de armoede die tijdens het eten door Vos geïnterviewd werd, had alvast een grotere impact op mij dan de vreemde kunstgreep die de eigenlijke voorstelling was.

Aangenaam informatief

Conclusie? Jawel, er valt zeker iets te zeggen voor het feit dat Lucas De Man banden wil aangaan met andere sectoren en nieuwe publieken. Het is bij momenten zelfs inspirerend om te zien hoe hij experimenteert en zoekt naar de beste manier om zijn doel te bereiken, wars van een klassieke theatrale logica of van de theaterwereld zelf. Bovendien zou het flauw zijn te twijfelen aan de oprechtheid van zijn maatschappelijke engagement. Tegelijkertijd zijn de vele oh’s en ah’s die hij oogstte met zijn monoloog Wij, varkenland (2012) minder van toepassing op de producties die Stichting Nieuwe Helden op TAZ presenteerde. Want door het doel en het format telkens zo te laten primeren, ontbreekt precies de branie die je van een persoonlijkheid als De Man zou mogen verwachten. Altijd was het aangenaam, helder en informatief maar geen enkele keer ontregelend of gevaarlijk. Daardoor stuiteren de TAZ-projecten van de Nieuwe Helden niet verder dan hoogstaande ervaringsdidactiek.

Onder meer via zijn openingsspeech liet Lucas De Man optekenen dat hij niet gelooft in een toekomstscenario waarbij we alles willen oplossen door in de richting van de overheid te kijken. Tegelijkertijd stipuleert hij dat het evenzeer zinloos is om ervan uit te gaan dat het individu de klus zelf kan klaren. Nee, het is én én. Of ‘ons’, zoals De Man het zegt. De Man heeft het bovendien gehad met voorstellingen die eindigen met “we weten het ook allemaal niet”, zo vertrouwde hij De Standaard toe. Ironisch genoeg lopen zijn TAZ-producties zich precies op het einde ultiem vast. Bij Ronja is er de eigenaardige apotheose die vooral verraadt dat ze ‘het ook allemaal niet weten’, bij In Search of Democracy 3.0 krijg je op het einde out of the blue te horen dat je je geëngageerd hebt om verder te zoeken naar manieren om de democratie te verbeteren terwijl je enkel kenbaar hebt gemaakt waar je interesse ligt en bij The Village loopt de afwikkeling ook al niet vlotjes met de technologie-tentoonstelling en het voor de hand liggende privilege-testje. Ook de Stichting Nieuwe Helden heeft kortom geen pasklare antwoorden klaar. Maar in plaats van dat te maskeren, is dat niet-weten toch net de plek waar het interessant wordt?

De vraag naar ‘of dit wel kunst is’, is doorgaans niet de productiefste. Feit is wel dat De Man en zijn Stichting weg geëvolueerd zijn van alles wat mij persoonlijk zo aantrekt in de kunsten: artistieke verbeelding, denkstof, ontregeling, spanning, schoonheid, logica’s die op hun kop worden gezet, enzovoort. Niet toevallig noemt Lucas De Man zichzelf liever creator dan kunstenaar. Zijn poëtica draait vooral rond formules, insteken en doelen maar het is veel minder helder welke artistieke keuzes daaraan ten grondslag liggen. De kans bestaat dat De Man met zijn wens om “én voor de banken én voor het vaste theaterpubliek” te spelen stilaan dat laatste publiek kwijtraakt. Waarmee ik niet beweer dat daaruit moet geconcludeerd worden dat als je nieuwe publieken wil betrekken je noodzakelijkerwijs telkens weg danst van de afgrond en stopt waar het echt spannend wordt. Maar dat is wel wat je bij de Nieuwe Helden ziet gebeuren. Ik bleef althans telkens met een onbevredigd gevoel achter.

 

 

 

 

 

 

 

 

recensie
Leestijd 10 — 13 minuten

Ciska Hoet

Theaterwetenschapper Ciska Hoet is directeur van RoSa, kenniscentrum voor gender en feminisme. Daarnaast is ze freelance-cultuurjournalist bij onder meer De Morgen. Ze maakt deel uit van de Kleine Redactie van etcetera.

recensie