The Monkey Trial TG STAN foto Bernaded Dexters

Geert Sels

Leestijd 7 — 10 minuten

Look back in wonder…: ‘Zien en Zien’ en The Monkey Trial van tg Stan

Het is nog even wennen aan de gedachte, maar tg STAN wordt wel degelijk vijftien dit jaar. De eerste jaren waren redelijk rechtlijnig. Maar de jongste tijd schiet het parcours vele kanten uit, worden lijnen aangezet en dan weer stopgezet, om ze na verloop van tijd toch weer verder door te trekken. Daar is ‘zien en zien‘ een mooi voorbeeld van. Tijdens de voorstelling klonken enkele clausen bekend in de oren, en zie, na verificatie bleken ze uit Pick-up te komen. Oftewel, hoe een voorstelling na negen jaar een verlengstuk kan krijgen.

In al die jaren is tg STAN hoe langer hoe meer een pleisterplaats geworden. Naargelang de coalities die in het veld ontstaan, treden steeds andere formaties aan op het speelvlak. Soms wordt er verzusterd met andere gezelschappen, zoals Dito’Dito of Dood Paard, andere keren komen enkelingen de groep versterken. Of het met dat gewijzigde in-der-Welt-Sein van STAN te maken heeft is niet zonder meer duidelijk, maar in elk geval is de aanspraak van de groep geleidelijk aan veranderd. Het gedreven en grimmig karakter ervan heeft plaatsgemaakt voor een vriendelijker toon. De groep wil nog steeds zijn punt maken, maar dan zonder al te zwaar op de hand te zijn. Dat is duidelijk te zien aan The Monkey Trial.

Een territoriumkwestie

Het verst dat we in dit artikel moeten teruggaan in de tijd, is Valentijnsdag 1995. Sara De Roo (STAN) en Guy Dermul (Dito’Dito) gaan in première met een double bill. Eerst spelen ze Echec van Wanda Reisel, over twee geliefden die elkaar niet meer kunnen bereiken. De korte, stokkerige repliekjes jagen elkaar voort. Dan volgt Pick-up, van Gerardjan Rijnders, over twee (buitenechtelijke) minnaars die overwegen elkaar niet meer te zien. Het is op tussen hen. Eveneens geschreven in ultrakorte zinnetjes, zij het dit keer vol misverstanden en verkeerd begrepen referenten. Probeer zo maar eens een conversatie tot stand te brengen. Het onbegrip hangt als een doem boven de ontmoeting. ‘Ons gesprek is een soort ketting van moleculen’, legt Rijnders zijn personages in de mond, daarmee treffend inschattend hoe zijn schriftuur vormelijk is opgebouwd. De replieken herhalen elkaar gedeeltelijk en haken met die verwante brokjes in elkaar. Het is een beetje als domino spelen.

Zien en zien‘, eveneens van de hand van Rijnders, is volgens een ander patroon opgebouwd. Een man en een vrouw (dezelfde als in Pick-up?) ontmoeten elkaar na lange tijd opnieuw. Ze hebben naar die hereniging uitgekeken, ze vaak in gedachten ingeoefend. Lang zijn ze bang geweest om die fantasie te toetsen aan de harde realiteit. Stel dat het zou tegenvallen. Ze spreken in halve zinnen en onuitgesproken gedachten. Misschien hebben ze niet meer nodig, ze kennen elkaar door en door. Of misschien is het hun pudeur, die de andere niet wil kwetsen. Eerder dan onbegrip draait het hier net om verstandhouding. In ‘zien en zien‘ jagen de verbrokkelde zinnen elkaar niet voort, maar vormen ze een afgebakende tekstsequentie. Het zijn thema’s die nu door de ene, dan door de andere acteur worden gezegd en later worden hernomen. Wat dat betreft is deze schriftuur gecomponeerd met de rigueur van een fuga. De suggestie die van de tekst uitgaat, wordt muzikaal uitgewerkt. Van een groepje van vier musici, elk met een ander instrument, gaat er elke opvoering één mee op het podium. Die keer in Antwerpen was dat de saxofonist Eric Morel. Zijn instrument leent zich tot een zinnelijke expressie, met zijn hese geluid, de luchtcirculatie door de buizen en het geklep van de ventielen. Aanvankelijk mikt Morel zijn interventie tussen de monolooggedeelten van de acteurs. Hij is de brug die de overgang van de één naar de ander mogelijk maakt. Later speelt hij ook tijdens de inleidende en uitlopende rafels van de tekstsequenties. Dan komt hij mee op het terrein van de zegging van persoon tot persoon.

‘Op elkaars terrein komen’ is overigens waar het om draait in deze gesemantiseerde ruimte. De eerste innerlijke monoloog is van Sara De Roo, links vooraan opgesteld in het donker. Haar tekstaandeel wordt overgenomen door Guy Dermul, rechts op een houten vloer, met kil neon van onderuit belicht. Gaandeweg zullen ze dichter bij elkaar komen, zal de barrière van de vloer geslecht worden en zal De Roo onder een batterij warme, gloedvolle spots komen te staan. Als ze zo vlakbij elkaar zijn, wordt hun relatie opnieuw een mijnenveld.

Dan komen herinneringen op het voorplan die tegelijk gekoesterd en pijnlijk zijn. Als zij op het eind de oversteek maakt naar zijn beginplek, wordt duidelijk dat ze meer aan elkaar vasthangen dan ze durfden te vermoeden. Op dat moment speelt Morel Bach op zijn sax en heeft de partituur haar meest complete en geraffineerde moment bereikt. Tegelijkertijd komt er een echo van die andere STAN-productie met Sara De Roo, Lucia smelt (Oscar van den Boogaard), waarin categoriek ontkend wordt dat een relatiebreuk een einde tussen twee mensen hoeft te betekenen.

In het licht daarvan zijn de terugkerende citaten uit Pick-up beter te begrijpen. Om te beginnen het gedicht van Hölderlin (‘Wee mij, waar vind ik, als het winter is, de bloemen…’), vol weemoed en zelfbeklag. Toen de breuk er in het vorige stuk zat aan te komen was het al een gedeelde troost voor de minnaars; bij de hernieuwde ontmoeting in ‘zien en zien’ is het nog steeds iets wat ze gemeenschappelijk hebben. Het is ook in Pick-up dat het enigmatische zinnetje ‘Is dit een gesprek of DNA?’ letterlijk wordt uitgelegd. Net zoals een mens niet zonder zijn DNA kan bestaan, kan hij niet zonder dit heel essentiële gesprek. Deze twee mensen hebben elkaar nodig, ook al ging het in het verleden grondig fout tussen hen.

Een terugkerende zin als ‘Heb jij wel eens een probleem helemaal doorgedacht?’ krijgt in Pick-up een heel andere lading dan in ‘zien en zien’. In het eerste stuk heeft één van de personages het almaar weer over zijn kankerbesmetting, en dat leidt in het ergste geval tot de dood. Net zo is hun relatie ten dode opgeschreven. In het tweede stuk pakken ze dezelfde vraag weer op en wordt er gesuggereerd dat ze het probleem vorige keer kennelijk niet ver genoeg hebben doorgedacht. Het antwoord heeft zich namelijk alweer een eind voor hen uitgeschoven. En dat antwoord zou wel eens kunnen luiden dat al het voorgaande futiel wordt bij hun hernieuwde toenadering en dat ze nog steeds veel voor elkaar betekenen.

In ‘zien en zien‘ is een Gerardjan Rijnders aan het werk die andermaal het enigma in stand houdt. Zijn tekst opent mogelijkheden. Via subtiel acteerspel, het transparant gebruik van theatermiddelen en de toevoeging van muziek, kiezen Sara De Roo en Guy Dermul daar een aangrijpende weg in. Als wij ons een suggestie aan de makers mogen veroorloven, dan zou dat zijn om die twee stukken na elkaar in een double bill te spelen.

Argumenteren en tegerargumenteren

Als bovenaan deze tekst gezegd werd dat de beginjaren van tg STAN vrij rechtlijnig verliepen, dan heeft dat onder meer betrekking op het repertoire. Dat werd in de eerste plaats gevormd door bestaande stukken, en dan nog meer bepaald van klassiek allooi. De eerste uitzondering daarop moet Het wordt nieuwe maan geweest zijn, maar dan zitten we al in het derde seizoen. Een ander constant gegeven was de acteursbezetting, die meestal neerkwam op de verzamelde aanwezigheid van de stichtende leden. In die eerste seizoenen was het opmerkelijk met hoeveel stelligheid grote uitspraken werden gedaan.

Wie daar de recente productie The Monkey Trial naast legt, merkt dat er sindsdien een lange weg is afgelegd. Wat de acteursbezetting aangaat, treffen we voor het eerst Robby Cleiren (de Roovers) aan. Verder is dit rechtbankproject geen repertoirestuk, maar het gevolg van research en documentatie. Hele betogen komen uit de rechtbankverslagen van het proces dat de staat Tennessee in 1925 tegen John Scopes voerde. Deze 24-jarige leraar had tijdens zijn biologielessen de evolutieleer van Charles Darwin onderwezen, hetgeen in strijd was met de wetten van de staat. Schuld manifest bewezen, zou je denken, of je dat nu leuk vindt of niet. Maar de inzet van dit proces ging net een stap verder: deugt de basis wel waar de fundamentalisten van uitgaan? Voor die aanval had zich een schare uitgelezen advocaten aangediend.

Een parallel met het documentaire theater van Peter Weiss of Heinar Kipphardt dringt zich op, hoewel dat meer naar het drama toegeschreven is. In The Monkey Trial is het wezen van de rechtbank zelf het drama. Voor een groot deel vergenoegt de voorstelling zich erin om rechtertje en advocaatje te spelen. Er wordt uitvoerig tijd uitgetrokken om uit het publiek in de zaal een jury samen te stellen. Alle gangbare praktijken, van procedureslagen tot perslekken, worden met veel gusto uitgetest. Damiaan De Schrijver schept er een duivels genoegen in om als rechter zijn hamertje te kunnen hanteren.

Dit opzoeken van het spelelement degradeert het wezen van de rechtbank niet. Het instituut blijft overeind en onbecommentarieerd. Zijn doelstellingen zijn een hoog goed en blijven gerespecteerd. Het spelelement lijkt veeleer een vlotte inkleding die de ware inzet, het spervuur van retorica en argumentatie, moet verpakken en verteerbaar maken. Het helpt allicht veel toeschouwers om bij de les te blijven, maar tegelijk maakt liet telkens een wijde boog om zijn doel heen. Eigenlijk is die omweg nodeloos, want de betogen die Frank Vercruyssen en Robby Cleiren opbouwen zijn op zich helder als kristal. Bijvoorbeeld: is de anti-evolutiewet van de staat Tennessee zelf niet in strijd met de grondwet van de Verenigde Staten, die godsdienstvrijheid toelaat? Of nog: is de bijbel, zelf een conglomeraat van overgeleverde boeken, überhaupt een betrouwbare bron om de oorsprong van het leven aan te geven?

Me dunkt dat daar de kern van de zaak zit. In liet trage ontvouwen van argumenten en tegenargumenten ziet het publiek zich telkens genoodzaakt zelf een positie in te nemen. De laatste keer dat dit op onze podia gebeurde door middel van de rechtbankmetafoor, was in 1996 in het toenmalige NTG. Dat speelde toen Het dispuut van Valladolid, in 1987 geschreven door Jean-Claude Carrière. In die rechtszaak uit 1550 moet geoordeeld worden over een vergelijkbaar dilemma, dat eveneens vrijheid tegenover fundamentalisme plaatst. De inzet daar was of Indianen een ziel hebben. Indien nee, dan zijn de autochtonen van de nieuwe wereld slaven en kunnen de Spanjaarden rustig verder hun rijkdommen weghalen. Als ze wel een ziel hebben, heeft de kolonisator geen morele grond meer om zijn beleid voort te zetten. Ik vermeld deze parallel omdat de advocaten in The Monkey Trial vaak naar deze era, met zijn inquisitie, verwijzen als een anti-voorbeeld uit barbaarse tijden.

Op onze beurt zouden wij vanuit het heden op 1925 kunnen terugblikken als op een tijdperk van barbarij. Belangrijker dan de uitkomst van het debat (de verdediging van Scopes gooide de handdoek in de ring), is het doorgronden van de mechanismen van de fundamentalisten. Als er één ding spreekt uit The Monkey Trial, dan is het wel de krampachtigheid waarmee ze vasthouden aan het eigen gelijk. Experten worden geweerd, want hun komst is een aanfluiting voor de gewone man. En steeds is er weer dat terugplooien op dezelfde bron, zij het de bijbel of de wettekst van de staat Tennessee. Tg STAN onthoudt zich wijselijk van oordelen. Maar ik kan me niet inbeelden dat er ook maar één toeschouwer naar buiten ging die op geen enkel moment een parallel met het heden had gemaakt.

‘zien en zien’

TEKST Gerardjan Rijnders

SPEL Guy Dermul en Sara De Roo

MUZIEK Paul De Clerck, Alain Franco, Eric Morel of John Parish

PRODUCTIE tg STAN / Dito’Dito

PREMIÈRE 12 december 2003, Kaaitheaterstudio’s (Brussel)

The Monkey Trial

TEKST gebaseerd op de transcriptie van The Scopes Trial

VERTALING Martine Bombewerking Robby Cleiren en Frank Vercruyssen

SPEL Robby Cleiren, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen i.s.m. Jolente De Keersmaeker

DECORUITVOERING Dirk Ceulemans en Raf De Clercq

TECHNIEK Raf De Clercq

LICHT Thomas Walgrave

PRODUCTIE tg STAN

PREMIÈRE 14 januari 2004, Monty (Antwerpen)

 

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#91

15.04.2004

14.07.2004

Geert Sels

Geert Sels (1965) is cultuurredacteur bij De Standaard. Voordien werkte hij onder meer bij de vrt en De Morgen. Hij is de auteur van Accidenten van een zaalwachter, over Luk Perceval.

recensie