De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
Het schema van Alain Franco voor Wohltemperiertes Klavier © Sanne Peper
Naar Bach luisteren met een stoffige schemerlamp naast de Steinway. Onplechtig. Geen pitteleer, geen strikje, geen applaus, geen plechtige stilte voor het begin, geen sier. Als bij een zen-meditatie: gewoon gaan zitten en luisteren. Twee jaar na elkaar is het Kaaitheaterseizoen op die manier geëindigd. Telkens na een jaar van verrassende, versuffende, vermoeiende, grensverleggende voorstellingen. Na Abattoir Fermé en Needcompany (voorbeeld, voorbeeld). Gewoon Bach, niet in concert, in de Studio’s.
Je kan ook gewoon thuis de Goldberg Variaties gespeeld door Glenn Gould opleggen en het mooiste is er al, denk je. Maar dan mis je de ervaring van het moment, het hier en nu en niet een andere keer. Het unieke ogenblik bestaat uit een aantal elementen: je eigen fysieke aanwezig zijn én het getuige zijn van een ander lichaam dat zich overgeeft aan de piano en aan Bach; de gebeurtenissen van de dag én het loslaten ervan; de sfeer van de plek – bij voorkeur een zaal die je allang kent, in het hart van het gebouw, in het holst van de stad. Geen digitale perfectie neemt dat in de muziek op.
Alain Franco doorbreekt moedwillig de verwachtingen van het pianoconcerto. Met doodeenvoudige middelen. De intieme ruimte, de vleugel met de tafellamp, de versleten partituur – een lijfboek, dat zie je –, hij in een vrolijk gestreepte polo, spelend vanuit een ouwe, gemakkelijke zetel. Precies het omgekeerde van illuster en groots – behalve voor de essentie: de piano. Soms speelt hij mét, vaak zonder partituur, de ene variatie met enthousiasme, de andere als een verplicht nummer, de volgende als een blootgegeven gevoeligheid. Zoals het komt. Als in conversatie met de componist: ‘da’s een mooie, oh ja maar die, wel, okay dan maar’. Altijd met bescheiden genoegen. Het omgekeerde van met brio en zelfingenomenheid. Menselijk. Bewust fragiel. Tussendoor zelfs (bevrijdend) onperfect. Het is niets, en het is zo ontzettend veel meer.
Alain Franco is met dit soort nietconcerten begonnen bij Nadine, het transdisciplinaire laboratorium voor hedendaagse kunst in Elsene. Zijn pianospel heeft meer van een performance dan van een klassiek concert. Hij is een pianist die niet graag in de klassieke formule speelt. Vanuit zijn affiniteit met theater en performance ‘verplaatst’ hij het concert en maakt er in die zin een performance van. Ik heb een vriend die overal waar hij komt aan de piano gaat zitten, het klavier openklapt en een stukje speelt, een paar lijnen van wat hij uit zijn hoofd kent. Zo speelt Alain Franco. Zo onopgeklopt. Maar dan toch wel de volledige partituur.
In zijn Phenomenologie de la perception (1945) omschrijft Merleau-Ponty zijn ervaring van een muziekconcert zo: ‘Tussen de muzikale essentie van het stuk zoals die in de partituur wordt aangegeven en de muziek die werkelijk om de piano heen klinkt [MMP heeft het over het orgel, ik pas hier aan], ontwikkelt zich een zo directe betrekking dat het lichaam van de pianist en het instrument nog slechts doorgangsplaats van deze betrekking zijn. Vanaf dat moment bestaat de muziek door zichzelf en alleen door haar bestaat al het andere.’
Dat is de klassieke ervaring. Maar de glans van dat onwereldse ideaal (‘de muziek door zichzelf ‘) is er ondertussen af. We hebben het gehad. Bij Alain Franco herken je wél de mens en de piano. Hij zou ongetwijfeld doorspelen als er een toets vals zou staan – gewoon door de noot heen luisteren, zou hij zeggen. (Ooit raakte ik in vervoering door Pachelbel op een afgrijselijk krakend cassetterecordertje – dat is vergelijkbaar.) Franco is het daarbij niet (alleen) te doen om de zuivere ervaring van de muziek. Hij geeft ook (historische) context mee. Ecce homo. Gewoon een man die driehonderd jaar oude muziek leest en speelt, en er vandaag oprecht en ongehaast een dialoog mee aangaat. Ach, Merleau-Ponty weet ook dat ‘het lichaam op ieder moment de modaliteiten van de existentie uitdrukt’ (1945). Zonder hier en nu geen eeuwigheid. Dat geldt evengoed voor de eeuwigheid van Bach.
Als seizoensafsluiter in juni 2006 hoorden we fragmenten van het Wohltemperiertes Klavier in combinatie met Webern en Schönberg, al dan niet live – sommige fragmenten liet Franco op band horen. Ook dat tekent zijn persoonlijke interpretatie: hij wisselt aanwezig pianospel af met afwezige weergave, gevestigde klassiek met moeilijk hedendaags, en van contrast op contrast ga je steeds beter horen. Want rechtlijnig luisteren brengt je niet per se directer bij de zuivere muziek. In oktober 2006 speelde hij het Wohltemperiertes integraal – een marathon is ook een in wezen menselijke prestatie. Het jaar erop, in juni 2007, kregen we de Goldberg Variaties. De ene week zonder, de andere week mét klassieke danspassen van Jean Luc Ducourt. Twee ouder wordende vrienden, niet aan de bar maar bij de piano.
Klassieke muziek buiten de klassieke concertzaal en in de ‘lege ruimte’ brengen werkt inspirerend. Zoals dat eerder gebeurde voor theater buiten de klassieke theaterzaal. Verwachtingen worden doorbroken, het oor luistert anders. De stemming verschilt. En er is nog een voordeel: muziek binnen een kunstencentrum doorbreekt de patronen van de podiumkunsten (zelfs avant-garde schept zijn eigen routine). Dans en theater kijken nogal vaak naar elkaar, kijken af van elkaar. Je ziet meer van hetzelfde. Muziekmakers en muzikanten lijken een eigen, een andere dynamiek in te brengen. Een andere spanningsboog. Er gebeurt meer voor het eigen plezier, meer tevergeefs en zomaar. Underdogs binnen het wereldje. Muziek valt er meer buiten het kader, is ontheemd en dat wakkert de creativiteit aan. Dit geldt niet alleen voor Franco’s performances. Het is een andere manier om de vinger aan de pols van de tijd te houden.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.