Hier, ik als keizerin. Molenstraat 103/bus 5 – Veerle Baetens & Bo Spaenc
Radicale eenzaamheid
Klaas Tindemans
(A)
Hoeveel ruimte om te dansen is er in het streng islamitische Iran? Zijn er mogelijkheden voor danscreatie? En zal dans er op termijn erkend worden als kunstvorm? Raf Geenens praat hierover met Afshin Ghaffarian, een Iraans choreograaf die woont en werkt in Parijs, en met de Brusselse danser Gilles Polet, die onlangs de Iraanse danswereld verkende.
Alain Platels voorstelling Out of Context – For Pina (2010) eindigt met een bijzonder charmante scène. Danser Romeu Runa staat vooraan op de bühne en vraagt of iemand uit het publiek met hem wilt dansen. De respons op die vraag is erg uiteenlopend. Sommige avonden komt er helemaal niemand, andere avonden beklimt een flink deel van het publiek het toneel. Platel herinnert zich dat er bij de première in Parijs aanvankelijk geen enkele reactie uit de zaal kwam. Tot er plots een jongeman opsprong en luid riep: ‘Mais bien sûr que je veux danser avec vous. Je viens de l’Iran, un pays où il n’est même pas permis de danser. Comment est-ce possible que personne ne réagisse ici?’ De jongeman was danser en choreograaf Afshin Ghaffarian, die nog maar net uit zijn thuisland Iran was weggevlucht.
Ghaffarians lotgevallen werden onlangs verfilmd onder de titel Desert Dancer (2014), een ietwat melodramatische dansfilm van de Britse regisseur Richard Raymond, met Freida Pinto in een hoofdrol. Ghaffarian was slechts vanop afstand betrokken bij de productie, maar het verschijnen van de film, samen met de recente opheffing van sancties tegen Iran – voor veel Iraniërs een hoopvolle opening naar het Westen – vormt een uitstekende gelegenheid om met Ghaffarian in gesprek te gaan over de plaats van dans in de islamitische republiek Iran.
De tweede gesprekspartner aan tafel is Gilles Polet, als danser onder meer actief bij Jan Fabre. In 2014 trok hij voor zes weken op studiereis naar Iran, aangetrokken door de idee van dans in een samenleving waar dans verboden is. In Iran toonde hij een versie van zijn solo Jack-in-the-Box op een ondergronds dansfestival, gaf hij een workshop aan jonge Iraanse dansers en verdiepte zich in de cultuur van het soefisme.
De tekst hieronder is een gemonteerde en sterk ingekorte weerslag van het rondetafelgesprek tussen Afshin Ghaffarian, Gilles Polet en Raf Geenens.
RG De Nederlandse journaliste Eefje Blankevoort beschrijft in haar boek Stiekem kan hier alles Iran als een land met één lichaam maar twee zielen. De Iraanse samenleving is volgens haar door en door schizofreen. Wat haar vooral frappeerde in Iran waren de verschillen in omgang met het lichaam in enerzijds de publieke en anderzijds de private ruimte. In de publieke ruimte gelden strikte kledingvoorschriften, de straten worden geregeld gevuld door mensenmassa’s in georkestreerde manifestaties en het regime verheerlijkt op macabere wijze de verminkte lichamen van de zogenaamde ‘martelaren’ (veteranen van de Irakoorlog). Die nadrukkelijke politisering van het lichaam staat echter in schril contrast met de taferelen die Blankevoort zag in de private ruimte. Bij familiefeesten, ook in conservatieve huishoudens, leven de vrouwen zich uit op opzwepende en zelfs erotisch getinte danspartijen. Bij dure feestjes in de verwesterde buurten van Teheran gaan niet alleen de hightech drugs van hand tot hand, maar ook de smartphones waarop schaamteloos naaktfoto’s en zelfs pornografische video’s bekeken worden. Bovendien is plastische chirurgie alomtegenwoordig. Is de gespletenheid, zoals Blankevoort die beschrijft, echt zo groot?
AG Ja en nee. Ik denk dat er wel degelijk één Iraanse ziel is. En die schizofrenie is er gewoon een centrale eigenschap van. Ook vóór de Iraanse Revolutie (1979), onder het seculiere regime van de sjahs, was er een scherpe discrepantie tussen publieke en private normen. Wie de publieke ruimte betrad, werd geacht allerlei waarden achter zich te laten. Vrouwen mochten bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen op straat en werden zelfs door de politie mishandeld als ze er toch een droegen. Vandaag is het net omgekeerd. Wat betreft het extreme gedrag bij de rijke jongeren van Teheran: dat wordt in Iran gezien als een teken van de sluipende ‘verwestersing’ van de samenleving. Maar of dat zo is?
GP De indruk die ik had in Iran is dat het vooral een soort reactie is tegen het publieke regime. Voor ik vertrok was ik voorbereid op de rigide normen van het publieke leven, maar geenszins op wat er zich afspeelt achter gesloten deuren, waar jongeren echt wel over de schreef gaan en vaak zelfs verder lijken te gaan dan ze zelf willen. Ik vrees dat hun beeld van het westerse leven vooral ontleend is aan de muziekvideo’s op mtv.
AG En daardoor belanden ze merkwaardig genoeg in een slechte kopie of in een soort parodie van de westerse lichaamscultuur! Wat meteen ook duidelijk maakt dat het lichaam altijd gepolitiseerd is, zowel in de publieke als in de private ruimte – en niet alleen in Iran trouwens. Het lichaam is nu eenmaal de plaats waar macht ingrijpt en zichtbaar wordt.
RG Is er toch geen verschil? Totalitaire regimes lijken een bijzondere interesse te hebben in lichaamspolitiek en in het fysiek inschakelen van hun burgers voor het visualiseren van de vermeende maatschappelijke eenheid. Liberaal-democratische regimes lijken minder geïnteresseerd in dat soort theatraliteit.
AG Dat doet me denken aan een uitspraak van Alexis de Tocqueville (een invloedrijke negentiende-eeuwse filosoof, red.): ‘In despotische samenlevingen worden de lichamen opgesloten, maar worden de geesten vrijgelaten, terwijl in vrije samenlevingen net het omgekeerde gebeurt.’ Zelf denk ik dat het vooral twee verschillende manieren zijn om macht of censuur op het lichaam uit te oefenen. In zogenaamd vrije samenlevingen doet de overheid dit inderdaad minder, maar in plaats daarvan heeft de markt het overgenomen; met als gevolg dat die machtsuitoefening veel subtieler en onzichtbaarder verloopt, aangezien mensen nu zichzelf censureren.
RG Niettemin lijken er belangrijke verschillen. Hedendaagse dans is bijvoorbeeld verboden in Iran.
AG Ik heb ooit zelf gezegd dat dans verboden is in Iran, maar eigenlijk klopt dit niet. Er is geen wet die expliciet verbiedt te dansen of hedendaagse dans te maken. Wel is het zo dat de categorie dans niet bestaat in officiële circuits. Je kan een voorstelling dus nooit een dansvoorstelling noemen. Je mag gerust – en privé – hedendaagse dansvoorstellingen in elkaar steken. Het probleem ontstaat echter op het moment dat je ze wilt vertonen. Dan treedt de censuur in werking. Als je iets wilt tonen aan een publiek, moet je werk immers worden goedgekeurd door een commissie. En die zal nooit toelating geven om publiekelijk een voorstelling op te voeren onder de noemer ‘dans’.
RG Ik vermoed dat dat vooral te maken heeft met de rol van de islam, die het samen dansen van mannen en vrouwen veelal verbiedt?
AG Ja, die theologische argumenten spelen een rol. Maar het is een breder, sociaal-cultureel fenomeen. Het probleem is niet zozeer het dansen zelf, wel het woord ‘dans’ (raghs). Dat woord heeft een bijzonder negatieve lading in het Arabisch en in het Farsi. Het is gelinkt aan vulgariteit, naaktheid, prostitutie, exhibitionisme en ga zo maar door. Wie in Iran ‘dans’ zegt, roept onvermijdelijk al deze connotaties op. Om die reden moet men politiek doen alsof dans niet bestaat en mag men niet zeggen dat er dansvoorstellingen zijn.
Er is door de eeuwen heen een houding gegroeid die dat eenvoudigweg niet toelaat. En die houding is heel breed gedeeld. Als ik bijvoorbeeld in Iran in een treincoupé zit – typisch een plaats waar Iraniërs met de meest uiteenlopende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek gaan – kan ik onmogelijk zeggen dat ik danser ben. Het is dus een mentaliteit, eerder dan een officieel verbod.
RG Met andere woorden: er kan wel gedanst worden, maar het mag geen dans genoemd worden?
AG Ja. En er wordt wel degelijk gedanst, maar dan onder allerlei andere benamingen. Er worden bijvoorbeeld heel wat voorstellingen gemaakt die als ‘fysiek theater’ omschreven worden. Het gaat dan vaak echt over hedendaagse dans, maar onder dat label passeert het wel. Er worden ook veel lessen klassiek ballet gegeven, maar dan onder de noemer ‘ritmische gymnastiek’. Het is dus sport en dan mag het. Hetzelfde geldt voor hiphop. De stad waar ik geboren ben, Mashhad, is een zogenaamde ‘heilige stad’, maar staat vandaag bekend in Iran als een centrum van hiphop. Er zijn publieke battles en de hiphoppers hebben zelfs een federatie die door de overheid gesteund wordt. Alleen noemt niemand het hiphop, maar wel ‘aerobic’; het valt dus onder sport.
RG Het regime moet toch beseffen dat er in werkelijkheid gedanst wordt onder die noemer van aerobic?
AG Die vraag valt niet te beantwoorden. Want is het dans? In Iran beschouwt iedereen dit oprecht als sport aangezien de term ‘dans’ heel specifieke, negatieve connotaties heeft. Wat de vraag oproept: wat is dans?
Ik wil trouwens opmerken dat de vrijheid om te dansen nergens helemaal onbeperkt is. Denk maar aan de crip walk, een populaire streetdance die op sommige plaatsen aan de Amerikaanse westkust verboden is omwille van de associatie met het bendegeweld in Compton. (Afshin staat even op van de tafel en demonstreert de crip walk, red.)
RG Ik besluit dat er, mits wat terminologisch bochtenwerk, toch gedanst kan worden in Iran. Tegelijk vermoed ik dat wie hedendaagse dans beoefent, door het huidige beleid grotendeels tot onzichtbaarheid veroordeeld is?
GP Inderdaad. Er is geen officiële scene voor hedendaagse dans en eigenlijk speelt alles zich ondergronds af. De wereld van de hedendaagse dans in Iran bestaat hoofdzakelijk uit mensen die verdoken samenkomen om hun grootste passie te delen, maar daar niet van kunnen leven. In heel wat gevallen zijn het professionele acteurs, maar vaker nog zijn het gewoon universiteitsstudenten.
Toen ik zelf in Iran was, heb ik deelgenomen aan het Untimely Festival, dat sinds enkele jaren in Teheran georganiseerd wordt door onder meer de danser Mohammad Abbasi. De organisatoren krijgen uiteraard geen subsidie, en de aankondigingen gebeuren via mond-tot-mondreclame. Ze huren een ruimte in een Armeens centrum en binnen de muren van dat centrum is er vrijheid. De vrouwen kunnen er bijvoorbeeld hun hoofddoek afleggen. Zolang dit allemaal voldoende privé gehouden wordt, worden hun activiteiten door het regime getolereerd. In de zomer van 2015 hebben ze zelfs online tickets verkocht, zij het enkel aan mensen die de organisatoren rechtstreeks of onrechtstreeks kenden. En dat bleek een enorm succes; alles was onmiddellijk uitverkocht.
RG Er is dus wel degelijk een publiek voor hedendaagse dans in Iran?
GP Heel zeker. De toeschouwers tonen ook een enorme betrokkenheid. Het is niet zoals hier, waar je een vergadering afrondt, nog snel een hap eet en dan een dansvoorstelling meepikt. Voor de toeschouwers in Iran is een dansvoorstelling een moment dat je koestert en op intieme manier deelt met anderen. Je komt bewust samen met andere mensen om naar het werk te kijken en er wordt vervolgens over de voorstelling gepraat. Het feit dat alles zich verdoken afspeelt, intensiveert de beleving.
AG Mijn ervaring is gelijkaardig. Toen ik student was, hadden we een clandestiene groep. We repeteerden in een zaaltje dat we mochten gebruiken in een basisschool, dus ook een besloten setting. We bleven bewust weg van de officiële culturele ruimtes, omdat er daar te veel beperkingen zijn. Een belangrijke inspiratiebron voor ons op dat moment was Jerzy Grotowski. Wij wilden op gelijkaardige manier experimenteren met het lichaam. Uiteindelijk hebben we negen maanden lang gewerkt aan een stuk rond Medea.
RG Hebben jullie dat Medeastuk kunnen vertonen?
AG We hebben één voorstelling georganiseerd, in het midden van de woestijn op zo’n vijftig kilometer buiten Teheran. Anders hadden we dit werk nooit in publiek kunnen vertonen, daarvoor was het te experimenteel. We hebben een busje gevuld met zelfgekozen toeschouwers waarmee we het werk echt wilden delen – vooral vrienden en universiteitsdocenten – en hen meegenomen naar onze plek in de woestijn. Dat was voor ons ook symbolisch: we wilden ons geestelijk bevrijden van alle conventies, en vonden die vrijheid uiteindelijk in de natuur. In Iran is dat trouwens niet zo ongebruikelijk. Veel theatergroepen presenteren hun werk bijvoorbeeld in grotten in de bergen.
GP Ik heb een workshop gegeven in de bergen van Gilan, in het noorden van Iran. Gedurende zeven dagen logeerde ik daar met een groep deelnemers in kleine houten hutjes van lokale herders. We kregen daar een eigen weide, die wat afgescheiden was van de weiden die de herders gebruikten, zodat de meisjes hun hoofddoek konden afleggen. Op die weide konden we helemaal ons eigen ding doen. Enkel de laatste dag konden de herders hun nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en zijn ze toch komen kijken.
AG Dit soort initiatieven toont ook hoeveel wil tot experimenteren er is bij de lokale dansers. Ik mis dat echt enorm. Hier in Europa is het veel moeilijker om mensen te vinden die bereid zijn om zo’n sprong in het onbekende te wagen en, los van enig formeel kader, te experimenteren met beweging.
RG Hoe sterk is de link met de hedendaagse dans in Europa?
AG Die link is heel sterk. Voor veel mensen in Iran blijven de dans- en theaterexperimenten uit de jaren tachtig de centrale referentie. Het gaat dan onder meer over de Belgische en Duitse dans, maar het is breder dan dat. Ook het fysiek theater van Grotowski en van Eugenio Barba was voor mijn groep, net als voor vele andere groepen, een belangrijke inspiratiebron. Voor de jongere generatie is YouTube daarbij erg behulpzaam. Ik vond bijvoorbeeld veel video’s van Pina Bausch en Sasha Waltz online, en vervolgens experimenteerden we daar zelf mee.
GP Hetzelfde geldt voor de mensen van het Invisible Centre of Contemporary Dance, een organisatie die ondergronds een belangrijke rol speelt in Iran. De oprichters ervan, waaronder Mohammad Abbasi, Ehsan Hemat en Ali Moini, waren verbonden aan een theatergroep uit Shiraz en hebben op een bepaald moment een voorstelling gemaakt die – hoewel het in wezen hedendaagse dans was – toch is goedgekeurd door de censuurcommissie en zelfs uitgebreid getourd heeft in Iran.
Iemand van het Kunstenfestivaldesarts heeft die voorstelling gezien, zodat ze uiteindelijk ook op het kfda te zien was in 2004. Dat festival was voor de Iraniërs een absolute eyeopener. Ze ontdekten dat wat zij in kleine kring probeerden, hier echt en op grote schaal bestaat. Ze zijn teruggekeerd naar Shiraz en ze zijn systematisch video’s beginnen kijken op YouTube. Vandekeybus, Bausch, alles was ze konden vinden; ze imiteerden en leerden het elkaar aan. Mohammed en Ali zijn uiteindelijk in Frankrijk, in het CNDC van Angers gaan studeren. Daarna zijn ze in Iran workshops beginnen geven en hebben ze een steeds grotere groep enthousiastelingen rond zich verzameld. Steeds meer mensen uit die groep zijn ook zelf voorstellingen beginnen maken en daaruit is het Untimely Festival gegroeid.
RG Ik vermoed dat er, ondanks die aansluiting bij de Europese scene, wel degelijk belangrijke inhoudelijke en stilistische verschillen zijn?
GP Ja, om te beginnen is er de invloed van poëzie. De manier waarop de dingen geënsceneerd en getimed worden, is heel poëtisch. Het is moeilijk om het anders uit te drukken. Het gaat vaak over de ontdekking van het lichaam. Of er is bijvoorbeeld een enorm ernstige concentratie op een object of een beweging, waardoor de toeschouwer er onvermijdelijk veel meer betekenis gaat in zoeken.
AG Poëzie staat sowieso centraal in de Iraanse cultuur. Zelfs een taxichauffeur kan gedichten voor je proclameren terwijl hij je rondrijdt.
RG Is er ook invloed vanuit de religie? In de soefistische islam speelt beweging bijvoorbeeld een belangrijke rol, denk aan de draaiende derwisjen.
AG Zelf ben ik daar zeker door geïnspireerd. Die draaiende derwisjen zijn in Turkije uitgegroeid tot een belangrijke toeristische industrie, maar ze hebben hun spirituele bron in de dertiende-eeuwse Perzische poëzie van Rumi. Hoewel het eenvoudige bewegingen zijn, hebben ze een heel gelaagde betekenis. Om te beginnen is dat draaien symbolisch: het verwijst naar het feit dat alles in het universum draait. De bewegingen vormen ook een praxis om een andere bewustzijnstoestand te bereiken. De bedoeling is om je te bevrijden van je ego en een te worden met een hogere macht.
GP Ik heb in Iran tijd doorgebracht met soefi’s die dat effect vooral probeerden te bereiken door muziek te spelen en door te zingen, al zwaaiden sommigen daarbij ook met armen en bovenlichaam om in trance te geraken. Het had iets van headbangen. Voor mij was dat een erg ingrijpende ervaring die mij sindsdien nooit meer heeft losgelaten. In mijn nieuw werk wil ik daar zeker iets mee doen: hoe het lichaam in zo’n toestand brengen dat we – zoals de soefi’s zeggen – ons ego achterlaten?
AG Wist je trouwens dat Grotowski, toen hij met De standvastige prins op tournee was in Iran, ook met soefi’s in contact is gekomen? En ook voor hem was dat een grote persoonlijke omwenteling.
In Iran is die spirituele of religieuze dimensie sowieso alomtegenwoordig. Denk bijvoorbeeld aan ta’ziyeh, een vorm van populair theater waarin zang, spel en beweging met elkaar vermengd zijn. Het wordt elk jaar in de rouwmaand (muharram) opgevoerd door gewone mensen overal in Iran, die het zelf organiseren en financieren. Enerzijds heeft het ta’ziyeh als volkstheater heel oude, pre-islamitische wortels. Anderzijds is het nu verweven met een cruciaal element uit het sjiitische geloof: de rouw om de derde imam, die met tweeënzeventig volgelingen in de woestijn gedood werd.
RG Wat brengt de toekomst voor Iran?
AG Ik ben voorzichtig optimistisch. Het Iraanse politieke systeem heeft internationaal een onnodig slechte reputatie. Er zijn uiteraard heel wat problemen en gebreken, maar er zijn ook positieve aspecten. Er is een soort evenwicht gevonden tussen de republiek – die ons weerhoudt van religieus extremisme – en het religieuze aspect – dat ons behoedt voor een te sterk seculier nationalisme. Sowieso valt democratie niet uit de hemel en ik denk dat er in Iran inderdaad langzaamaan een democratisch leven aan het groeien is. Heel veel krachten duwen in die richting, en kunstenaars hebben daarbij een belangrijke rol te spelen.
RG Ben je ook optimistisch wat betreft de hedendaagse dans in Iran?
AG Absoluut. Ik heb er vertrouwen in dat dans op termijn officieel zal erkend worden als kunstvorm. Het is een kwestie van vooroordelen te doorbreken en voorstellingen te produceren die tonen dat dans niet noodzakelijk botst met het Iraanse en islamitische waardenpatroon.
Dat is ook hoe het met andere kunstvormen gegaan is. Gedurende decennia was rapmuziek niet welkom in de officiële cultuur omwille van te westers. Maar in de clandestiene wereld waren er enorm veel artiesten en studio’s actief. Deze zijn nu erkend, zodat iedereen nu openlijk rap kan beoefenen. Dat is hoe de Iraanse politiek functioneert; het is gewoon een kwestie van tijd.
RG Ik heb inderdaad gezien dat rapper Amir Tataloo nu zelfs door het regime wordt ingezet voor propagandadoeleinden. Maar zal dans, en vooral het samen bewegen van mannelijke en vrouwelijke lichamen, toch niet veel gevoeliger blijven liggen?
AG Er zullen zeker beperkingen blijven. Ook in theater en in Iraanse films mogen mannen en vrouwen elkaar niet aanraken. Maar er zijn allerlei artistieke strategieën ontstaan om binnen dat format toch vrij te kunnen creëren. Intussen is dat zelfs bepalend voor de eigenheid van het Iraanse theater en de Iraanse cinema. Ik wil dat soort beperkingen zeker niet verdedigen. Maar in de praktijk blijken ze wel productieve effecten te hebben.
De auteur wenst uitdrukkelijk noAarchitecten (Brussel) te bedanken voor het beschikbaar maken van hun kantoren voor dit rondetafelgesprek.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.