Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Willem Popelier en Jörg Bauman
Deze editie van het kunstenfestival Oerol op Terschelling presenteert zo’n 25 locatieprojecten. Net zoals het Nederlandse eiland onderhevig is aan de getijden, herdenkt de programmering onze tijdsbeleving. Veel van de getoonde projecten vragen om stilstand. Een onderbreking die over generaties heen tot een terugblik dwingt of het heden bevraagt. Met als doel terug te keren naar het wezen van ons zijn, dat onlosmakelijk verbonden is met wat ons omringt.
Katja Heitmann redt herinneringen van de vergetelheid. Met Motus Mori bouwt choreografe aan “een archief voor de uitstervende menselijke beweging.” Het werk leeft voort als een ‘recollectie’: een reizende verzameling van bewegingen die door performers als levende sculpturen tentoongesteld wordt.
Daarvoor schiep Heitmann een unieke taal. Op Oerol belichamen vijf performers de bewaarde bewegingen in een klein kerkje. Omgeven door staand of zittend publiek en grijze blokken schuiven ze volgens eenzelfde bewegingsfrase door de ruimte. Dat patroon evolueert naar poses van geabstraheerde dagelijkse acties. Gewone bewegingen, waar we normaal geen aandacht aan besteden, staan hier in het middelpunt.
Elke nieuwe houding wordt kort vastgehouden vooraleer ze zich doorontwikkelt naar de volgende. In dat vluchtige moment van bevriezing zit de actie vast tussen wat voorbij is en wat komt – alsof de performers in het nu de bewegingen uit het verleden terugroepen. In die stilstaande tijd transformeert het lichaam. Als alle performers op hun rug liggen, verschuift de focus. Hun op- en neergaande buik, het enige wat nog beweegt, krijgt alle aandacht. Ze blazen de bewegingen letterlijk nieuw leven in. De ademhaling vervat het onderscheid tussen toen en straks. Door dat nulpunt te vangen, creëert Heitmann een ervaring in het nu. Meer dan de herleving van beweging ligt de rijkdom van Motus Mori in de vervaagde tijdsbeleving van de kijker.
Naast Heitmann laat ook het kunstenaarsduo Boogaerdt/VanderSchoot het verleden weerkaatsen in het nu. Echo’s Chamber nodigt de toeschouwer uit om tijdens een rite bij zichzelf naar binnen te keren. In een open tent verspreidt het publiek zich op zachte kussentjes. In het middelpunt van de cirkel zitten twee performers omringd door klankschalen en andere instrumenten, wierook en etherische oliën. Met een rokend blokje hout en een spiegelende beker roept het duo vijf verschillende poppen op, vervaardigd uit witte lappen stof en rode draad. De figuren ontwaken door het ritueel. Geprojecteerd op de bekleding van de tent verschijnen ze een voor een omringd door verwoeste natuur. De volgende beelden tonen hoe de vijf zielen vuur vatten en in zichzelf opgaan.
Daarna krijgt het publiek de opdracht om een comfortabele houding aan te nemen en de ogen te sluiten met behulp van een slaapmaskertje. In de hoop alle acties rondom me te herkennen, ervaar ik ze zo bewust mogelijk. Terwijl warme klanken en geluiden vibreren en houterige geuren zich verspreiden, probeer ik me over te geven aan wat me belemmert om in het nu te zijn. Niet omdat ik het graag wil, die overgave lijkt van me verwacht te worden.
Na afloop kleuren nieuwe werelden vol bloeiende fauna en flora de schermen. Echo’s Chamber vraagt niet zomaar om te vertragen. Het werk verzoekt om verlies te lossen, zodat de toekomst kan groeien. Dat appel richt zich naar alle toeschouwers samen. Door een gedeelde beleving in hetzelfde moment te creëren, toont Boogaerdt/VanderSchoot hoe we in het onderbewuste met elkaar verbonden zijn. Vervolgens doet die collectieve ervaring ons herinneren aan de wereld om ons heen waar we deel van uitmaken.
Echo’s Chamber is lang niet het enige werk dat de kijker vraagt om verbinding met zichzelf of de andere toeschouwers. Ook Collectief Walden richt met NAU, 1e jaring een ritueel in. Op een open plek in het bos volstrekt zich een dansfeest. Op liedjesteksten over vroeger en nu sporen een tiental performers het publiek aan om alle zwaarte van zich af te schudden. Het ritme van de muziek en bewegingen moet de hartslag van de wereld verbeelden. Samen het leven vieren lijkt het enige perspectief voor de toekomst.
Al onderzoekt NAU, 1e jaring onze gemeenschappelijke grond, de voorstelling zelf wankelt sterk. Nagaan hoe we, voorbij onze eigen grenzen, kunnen opgaan in een groter geheel is een experiment waard. Toch verzekert de interactieve beleving geen authentieke connectie tussen de toeschouwers. Daarvoor voelt de gevraagde actieve bijdrage van het publiek te geforceerd aan. De gemeenschappelijke ervaring blijft daardoor steken in een gezellig samenzijn.

© Willem Popelier en Jörg Bauman
Deze Oerol-editie grijpt terug naar het verleden in de hoop het heden beter te begrijpen en de toekomst vorm te geven. Daarvoor zetten makers verschillende strategieën in: zo laat Heitmann gearchiveerde bewegingen herleven, schept Boogaerdt/VanderSchoot een nieuwe collectieve beleving en onderneemt Collectief Walden een poging om het rituele karakter van een dansfeest te herinterpreteren. Daarnaast zijn er ook producties die de blik naar buiten keren. Voor ze verdwijnen van Het Houten Huis en Theater Stap is zo’n voorstelling.
Diep in het bos observeren twee wetenschappers, vertolkt door acteurs van Het Houten Huis, de bijna uitgestorven Homo Parvalis Punctuum, beter bekend als de kabouter. Achter een onzichtbare wand zit hun onderzoeksobject verstopt. Een gesofisticeerd toestel dat werkt als een vergrootglas legt hun leefwereld bloot. In een sprookjesachtig landschap leert het publiek samen met de onderzoekers geleidelijk de gewoontes en tradities van het volkje kennen, gespeeld door de Stappers.

© Nichon Glerum
Dat leven leiden ze volgens hun eigen regels. De verwachtte voorspellingen over de vredelievende bosbewoners worden niet ingelost. De kleine gemeenschap gedraagt zich bijzonder inventief en zelfredzaam. Zo helpt zwerfvuil hen vooruit. Rondslingerende objecten op mensenmaat als een kapotte bril, muntstuk en wattenstaafje bouwen ze makkelijk om tot een kruiwagen. Die prachtig vormgegeven uitvergrootte voorwerpen kleuren het natuurlijke bosdecor.
Die romantische omgeving contrasteert met de waarden van de wezentjes. Loyaliteit aan de groep staat voorop. Het nieuwe kaboutertje dat ter wereld komt, benadrukt de onverdraagzaamheid voor wie uit de pas loopt. Zodra het meisje, een actrice zonder beperking, vanuit haar ei de eerste stappen op het mos zet, lukt het haar niet om te aarden. Met man en macht dwingen ze haar om zich aan te passen. Hoe sterker haar verzet, hoe groter het gevaar. Als ze het uiteindelijk onmogelijk acht om zich te conformeren, maakt ze dwars door de scheiding heen de oversteek naar de ‘mensenwereld’.
Scherpzinnig overschouwt Voor ze verdwijnen ons wij-zij-denken. Met humor ontkracht de voorstelling onze vooroordelen tegenover mensen met een verstandelijke beperking. Niet door hun sterktes of gebreken te belichten, maar te onderstrepen wat hen des mensen maakt – achter hun vrolijke en onschuldige gelaat schuilt de drang om hun wil door te drukken. En dat vertelt veel meer over de vooringenomenheid van die groep aan de andere kant van de wand, het publiek.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.