© Anna Van Waeg (RHoK)

Leestijd 5 — 8 minuten

Suite n°4 – Encyclopédie de la parole / Joris Lacoste, Pierre‑Yves Macé, Sébastien Roux & Ictus

Stemmentheater

De voorstelling begint met een opname van opgewonden door elkaar pratende stemmen: een scène uit Hamlet, waarin niet toevallig meermaals de zin ‘Speak to me!’ valt. Het is het startschot voor een twee uur durende stoet van geregistreerde stemmen, meestal solo sprekend en zich uitdrukkend in uiteenlopende talen binnen verschillende spreekgenres.

Een vrouw geeft een rondleiding in het Italiaans, de voorzitter van het Oostenrijks Parlement opent een zitting, een reiziger oreert in de Parijse metro een onsamenhangende speech bij elkaar, cheerleaders proberen elkaar in het Thais te overstemmen, een vrouw met een Scandinavisch accent leidt in het Engels de EU-persconferentie in over het eerste beeld van het zwarte gat, vijf verschillende vrouwelijke stemmen annonceren in vijf verschillende talen dat het museum zo meteen zal sluiten… – en dan zitten we nog altijd in het eerste kwart van Suite n°4, het slotdeel in het onderzoek van Joris Lacoste naar zowel de muzikaliteit als de zintuiglijke performativiteit van de menselijke stem.

De stemmen zijn opgenomen, we horen ze dus in uitgesteld relais: Lacoste en zijn medewerkers vertrokken van een uitgebreid archief van paroles trouvées. De doordachte scenografie onderstreept die bemiddelde status van het gehoorde. De scene is leeg en grijs, maar deze grondkleur komt in verschillende gradaties door de uitgekiende belichting en de witte rookwolkjes die soms voorbij komen tuffen (of zelfs de hele scene vullen). Voor- en achteraan hangt een gaasdoek waarop een na een de woorden verschijnen. Regelmatig duiken ze ook afwisselend voor- en achteraan op, als een springerige tekstchoreografie. Je hoort én leest de stemmen dus, eventueel via de vertaling op het kleine tv-schermpje bovenaan het podium. Deze tekstualisering benadrukt dat de live aanwezigheid of scenische presentie van de gehoorde stemmen in alle opzichten fake is. Alles simulatie en constructie: Suite n°4 viert de artificialiteit.

Het stemmateriaal wordt gecombineerd met muziek en een elektroakoestische soundtrack. Vaak spelen beide een ondersteunende rol en voorzien ze de stemmen als het ware van een klankkast. Dat zorgt meermaals voor contrapuntische effecten. Tegelijk saboteert de geluidsomgeving regelmatig de eigenstandige performativiteit van een stem. Neem bijvoorbeeld de toespraak van de zwarte Portugese volksvertegenwoordigster Joacine Katar Moreira. Ze zegt vijf korte zinnen, maar doet daar meer dan vijf minuten over omdat ze stottert. In combinatie met de geventileerde harde aanklacht richting regering, krijgt haar spreken een onwaarschijnlijke performatieve kracht. De moeite die het uitspreken van een woord als ‘ecologisch’ haar vraagt, laadt het op met een intensiteit die de betekenis aanzienlijk versterkt. Haar woorden krijgen zo haast iets politiek dwingends. De soundtrack breekt deze fascinerende werkzaamheid – waarom eigenlijk?

Eén enkele uitzondering daargelaten richten de gehoorde stemmen zich tot tenminste één ander (tijdens een telefoongesprek bijvoorbeeld); vaker zijn de uitgesproken zinnen bestemd voor een bredere, meer dan eens anonieme groep. Daardoor bezitten ze een minimum aan theatraliteit, zodat een lichtjes unheimliche verdubbeling ontstaat: wij vervangen als tweede ontvangers de eerste ontvangers. Er is de oorspronkelijke theatraliteit van de stem: iemand spreekt een andere of een publiek toe, zoals de laatblijvers in het American Museum of Natural History in New York; en er is het theaterpubliek voor wie de geregistreerde stem een document is: de stem interpelleert niet direct, maar bezit primair een zintuiglijke kracht waarin de oorspronkelijke spreeksituatie slechts als een indirect spoor meeklinkt. Die context toont zich vooral in de ductus of de manier van spreken, het geheel van codes dat het spreken beregelt in functie van de aangegane sociale relatie die altijd ook door dat spreken zélf actief wordt gemaakt. Familieleden spreek je anders aan dan onbekenden, de lichtjes verveelde, monotone stem van de voorzitter van een vergadering klinkt helemaal anders dan het tegelijk zangerige en energetische Chinees van een straatventer in Shanghai.

De spreekgenres temmen de stemmen, zonder dat het ooit helemaal lukt. Of met een van Roland Barthes bekend onderscheid: het studium kan het punktum niet uitgommen. De situationeel gepraktiseerde stemcultuur structureert ‘de korrel van de stem’, maar kan die nooit geheel overstemmen. Altijd blijft er een fysieke andersheid, een lichamelijke rest en eigenzinnigheid doorklinken. Anders dan de bekende these over ‘het verval van de aura’ (Walter Benjamin) suggereert, versterkt de technische bemiddeling via de gehoorde opname vaak dat moeilijk te lokaliseren je ne sais quoi dat een stem singulariseert. In Suite n°4 maakt die specifieke dialectiek tussen aan- en afwezigheid echter gaandeweg plaats voor een toenemende manipulatie van de geregistreerde stem. In tandem met het eveneens stijgende aandeel van de soundscape veranderen de paroles enregistrées in louter klankmateriaal. Lacoste kiest kortom voor een overkoepelende muzikale dramaturgie waarin de technische mediatie en haar mogelijkheden tot manipulatie geleidelijk aan de bovenhand krijgen op het fysiek gemedieerde. Die onderschikking ontkracht de kracht van de stem. Het spoor van fysieke aanwezigheid in de opname implodeert, tot er uiteindelijk nog alleen maar een verre echo valt te horen: een slappe weerklank die enkel een arbitraire band onderhoudt met de betekenisvolle geluiden die je aanvankelijk hoorde.

Elke menselijke stem bevindt zich op het behekste kruispunt van klank, betekenis en een vreemde, excessieve intimiteit waarin lichamelijkheid en ‘ontlichamelijking’ elkaar kruisen (vandaar de associatie van de stem met het bovenaardse, etherische, hemelse…). Schuins beluisterd, klinkt een stem dan ook al snel spooky: een fantoom dat het reële lichaam fantasmatisch – en daarom ook symptomatisch – verdubbelt. In Suite n°4 lijkt Lacoste steeds meer weg te lopen van deze unheimlichkeit van ‘het stemmige’ – alsof hij die vreest of op z’n minst niet helemaal vertrouwt. De esthetische constructie neemt het over van de deconstructieve, zelfs destructieve kracht die elke menselijke stem bewoont (er schuilt een diepe waarheid in het spreekwoord ‘je longen uit je lijf schreeuwen’).

In het slot wordt de in alle betekenissen eigenzinnige performativiteit van de menselijke stem opnieuw voluit geaffirmeerd. Je hoort de Mexicaanse doctores en activiste Bertha Elena Munoz Mier, die net voor haar dood op YouTube een afscheidsboodschap heeft ingesproken. Ze roept ons op om als burger verantwoordelijkheid op te nemen, niet een keer maar een leven lang. ‘Wanneer je dit bekijkt, ben ik er niet langer’, zegt ze. Maar ze was er dus nog wel op het moment dat ze het zinnetje uitsprak: iets van haar blijft doorleven in de opname van haar stem.

 

Op het Kunstenfestivaldesarts werd Suite n°4 in het Kaaitheater als installatie gepresenteerd. Ik woonde op 29 mei een uitzonderlijke live uitvoering voor beperkt publiek bij.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

Rudi Laermans

Rudi Laermans is socioloog en auteur, en tevens werkzaam als vertaler en dramaturg. Hij was hoogleraar sociale theorie aan de KU Leuven en gastdocent theorie aan meerdere kunsthogescholen, een rol die hij blijft opnemen binnen P.A.R.T.S. in Brussel. Recent publiceerde hij de boekessays Gedeelde angsten (2021) en Democratie zonder politiek? (2024). Als vertaler werkte hij o.a. mee aan Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis (2023) van Oskar Negt & Alexander Kluge en Verlies (2025) van Andreas Reckwitz. Hij is al geruime tijd dramaturg bij Not Standing, het gezelschap van Alexander Vantournhout, en gaf ook dramaturgische input bij voorstellingen van o.m. Aïda Gabriëls.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!