© Illias Teirlinck

Leestijd 6 — 9 minuten

Stille nacht – hetpaleis / Clara Cleymans, Wim Helsen & Peter Van den Eede

Theater als kinderspel

Tijdens de winterdagen trakteert hetpaleis in Antwerpen kinderen vanaf 6 jaar op de voorstelling Stille nacht. Clara Cleymans, Wim Helsen en Peter Van den Eede bundelen de krachten en bouwen met Stille nacht samen aan hun eerste kindervoorstelling. Dit trio verrast met een betoverende voorstelling over spel en de speelse verbeelding die we nodig hebben in het theater. Ze weten hetpaleis om te bouwen tot een heus kamp, tot een warme cocon waarin iedereen welkom is:  jong, oud, en zelfs “mensen met een bril”.

“Zoek je nog een plekje in de zaal?” – (onhoorbaar antwoord) 

“Of moet je naar het toilet? – (onhoorbaar antwoord) 

“Wat heb jij afgesproken met Els De Bodt?”

De voorstelling Stille nacht begint met verwarring. Wanneer de zaallichten nog branden en we als publiek nog volop het uitbundige decor aan het bewonderen zijn, verwelkomt acteur Peter Van den Eede ons in hetpaleis. Dan wandelt hij plots het podium af. Hij begeeft zich naar een zijdeur van de zaal, waar hij iemand aanspreekt die verdwaald lijkt te zijn gelopen in de gangen van het theater. Nieuwsgierig luisteren we als publiek naar hoe de acteur de persoon vriendelijk wil helpen, maar ook laat blijken dat hij stilaan aan de voorstelling wil beginnen. Op een onverstaanbare vraag van de dwaler antwoordt Van den Eede: “Wij? Wij gaan hier een kamp bouwen.” En met dit antwoord dringt het tot de volwassenen in de zaal door. Deze persoon is geen verdwaalde passant. Het zal de actrice zijn die tot dan nog op het podium ontbrak en via een zijdeur de cast van Stille nacht komt vervolledigen. Wim Helsen stond al een tijdje op scène, vredig rond zich heen te kijken. Nu sluipt een verlegen Clara Cleymans – als het personage Dominique – de zaal binnen en vraagt ze zachtjes of ze mag meebouwen aan dat kamp. Ja hoor, ze mag Van den Eede en Helsen vervoegen op het podium, dat uitpuilt van de touwen, emmers, ventilatoren, dozen en lampen. Ze mag meespelen.

Dominique trippelt het podium op. Zacharia – gespeeld door Van den Eede – zal het opzet van hun samenkomst nog eens duidelijk maken voor haar en Roel – gespeeld door Helsen. Ze zijn hier om een kamp te bouwen. Liefst met een kampvuur erbij. Ze hebben maar een uur de tijd om de klus te klaren, want dan zal er een storm komen en gaat het licht uit. Zacharia neemt dit heel serieus. Met goede moed begint hij aan de opdracht. Hij spoort Dominique en Roel aan om stokken, touwen en doeken te nemen om dat kamp op poten te zetten, maar zijn kompanen blijken minder aandachtig te zijn. Dominique dwarrelt op de achtergrond, zingt af en toe een liedje, en leidt het publiek af met een sporadische radslag, die steeds ontvangen wordt door luid applaus. Ondertussen doet Roel zijn best om op onverwachte momenten de serieuze Zacharia te onderbreken, door bijvoorbeeld plots “aaa” te zeggen of “ramsamsam” te beginnen zingen. Samenwerken blijkt moeilijk voor deze drie vrienden. Ze delen een doel, ze delen een podium, maar ze lijken maar geen manier te vinden om een kamp te bouwen. En de tijd dringt.

Stille nacht is een voorstelling die chaos omarmt. Het hele uur staat in teken van een kamp dat omwille van de vele afleidingen haast onmogelijk lijkt om gebouwd te kunnen worden. De warrige entree van Dominique, Roel en Zacharia die non-stop discussiëren over wie in een vorig spel koning speelde en wie paard, het rommelige decor met touwen die kriskras door de hele zaal lopen. Dit alles is het perfecte recept voor een voorstelling die verstrikt geraakt in haar eigen wanorde. Maar niets is minder waar: de personages storen weliswaar elkaar, maar nooit het publiek. Ze verliezen zich in gekibbel, maar verliezen nooit onze aandacht. De drukte op het podium heeft steeds iets speels, iets gemoedelijks, iets dat doet denken aan de gezellige wanorde in een liefdevol huishouden. En er schuilt meer achter deze chaos. Te midden van de onrust valt vooral de kalmte van de personages op. Hoewel je zou verwachten dat ze hun droom na een tijdje zouden opgeven en zouden stoppen met spelen – Roel en Zacharia blijven ruziën, de schoenen van de acrobatische Dominique piepen bij elk kunstje steeds luider en de klok tikt genadeloos verder – toch blijven ze vertrouwen in zichzelf. 

In Stille nacht dringt de vraag zich op of theater slechts verbeelding is als we er – al is het maar voor een uurtje – wel echt in geloven. 

Als drie hedendaagse Don Quichotes blijven deze helden doorzetten en tegen alle onwaarschijnlijkheid in zoeken naar een manier om dat kamp te bouwen. Ze klauteren op elkaars schouders met stokken en doeken. Ze proberen een strategie te bespreken, terwijl Roel plots een fles stukslaat op Zacharias hoofd. Ze zijn absurd, aandoenlijk, maar vooral moedig. Naast een chaotische voorstelling, is Stille nacht ook een voorstelling op zoek naar harmonie. Het is een voorstelling die vrolijke losbandigheid viert, maar ook samenwerking nastreeft. Hierbij deinzen de acteurs niet terug om ook het publiek volop te betrekken. Kinderen en volwassenen mogen meezingen, meedenken, meehelpen bouwen aan het kamp. Het lijkt wel alsof de touwen die vanaf het podium tot in de zaal reiken niet enkel een verwijzing zijn naar het kamp-spel, maar ook een uitnodiging zijn aan het publiek om eraan deel te nemen. Wij mogen ook meespelen.

Het is al spelend dat de acteurs ook een diepere, meer poëtische, laag van Stille nacht blootleggen. Terwijl de kinderen helemaal opgaan in een voorstelling die hun eigen speelsheid spiegelt, ervaren de volwassenen hoe Stille nacht de grens tussen theater en kinderspel doet vervagen. Zullen de lichten straks uitgaan omdat er een storm komt, of omdat dat zo gaat aan het einde van een theatervoorstelling? Is Dominique een actrice, of was ze toch echt een toevallige voorbijganger die mee op het podium mocht komen? Bouwen ze echt een kamp, of doen ze maar alsof? In Stille nacht dringt de vraag zich op of theater slechts verbeelding is als we er – al is het maar voor een uurtje – wel echt in geloven. 

Een jongen rechts van mij gebaart met zijn denkbeeldig horloge naar de acteurs dat de tijd dringt. Een groepje kinderen voor me zet zich schrap voor de komende storm en ze zetten hun kapjes al op. Voor deze kinderen is er op dit moment geen verschil tussen spel en realiteit. En naar deze spanning waren de acteurs in Stille nacht bewust op zoek. Net zoals bij kinderspel, is er in het theater een ‘willing suspension of disbelief’ nodig – zoals de dichter Coleridge het geloof in fictie verwoordde – om tot betovering te komen. Kinderen hebben deze ongeremde verbeelding van nature en in Stille nacht worden ook de volwassenen aangespoord om in de magie van spelen te geloven. Het enthousiasme van zowel de acteurs als de kinderen in de zaal werkt hierbij aanstekelijk. “Jij weet niet wat een toneelstuk is!” “En jij weet niet wat een kamp is!”, verwijten Roel en Zacharia elkaar in de hitte van hun gekibbel. Twee zinnen die glashelder de theatrale dubbelzinnigheid weergeven waar het Stille nacht om te doen is.

Cleymans, Helsen en Van den Eede tonen ons in Stille nacht hoe ver verbeelding ons kan brengen. Ze proberen er zelfs, ondanks alle beproevingen, een kamp mee te bouwen. Of dit hen uiteindelijk nog voor de storm lukt, is stiekem niet de belangrijkste kwestie. De drie vrienden slagen er vooral in om een speelse en hartverwarmende voorstelling te maken over vriendschap, veerkracht en verbeelding.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#170

15.12.2022

—

14.03.2023

Charlotte Durnajkin

Charlotte Durnajkin behaalde een master in de taal- en letterkunde, is leerkracht en schrijfster. Momenteel studeert ze voor theaterdocent en regisseur aan de Toneelacademie Maastricht.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!