“Ritter – Dene – Voss” (Thomas Bernhardt) v.l.n.r. Ilse Uitterlinden – Leslie De Gruyter – Rosemie Bergmans

Leestijd 5 — 8 minuten

Ritter Dene Voss – Korrekelder

KRONIEK – IETS IN BEWEGING ZETTEN

Thomas Bernhardt heb ik tot op heden een begaafde maar vermoeiend gefrustreerde schrijver gevonden. Een moeilijk geval en vaak, wat we in het Vlaams, “een zaag” noemen.

Maar dank zij de verrassende tentoonstelling, Oog in Oog, de beste manifestatie van Europalia Oostenrijk, is het me duidelijk geworden dat zijn verbeten, verkrampte verhouding met de realiteit tot een kenmerk van de Oostenrijkse cultuur moet gerekend worden en meteen valt het me op, dat Bernhardt niet een zeldzame uitzondering is, maar in een lange rij thuishoort: het bittere van Così Fan Tutte, het macabere van Mahler, die zijn vijfde symfonie met een lange dodenmars begint, de verscheurde klanken die Alban Berg een man noemt, de gepijnigde erotiek van Schiele, de wrede waanzin van De Strafkolonie van Kafka, zo verontrustend omdat men een vreemde medeplichtigheid van de kant van de auteur vermoedt, het vreemde Sauschlachten van Peter Turrini, waarin een mens op het toneel als een varken geslacht wordt, de perverse, provocante schilderijen van Brus, de bloederige rituelen van Nikisch, de schokkende zelfportretten van Rainer – de reeks lijkt eindeloos, en plots heeft Bernhardt vele collega’s. En – natuurlijk – : dit alles zijn producten van een cultuur die ook Freud heeft voortgebracht.

Gelukkig, kunnen we denken, is er dan toch nog de schone logica van Wittgenstein, de triomf van de koele, positivistische rede, de noodzakelijke tegenhanger van zoveel getormenteerde pijn. Helaas, zo leren we uit Bernhardts Ritter Dene Voss is het precieze, scherpe proza van Wittgenstein slechts een buitenlaag en koelheid of evenwicht was er in het leven van de vereerde filosoof niet te vinden. Bernhardt laat in dit stuk de mens achter de reputatie zien en hij ontdekt dat zijn pessimistische visie op de wereld nog maar eens een schitterend argument heeft gevonden om zich als algemeen geldende waarheid op te dringen. En waar het leven van Wittgenstein te weinig pakkende stof levert, gaat Bernhardt het bij andere familieleden halen. Zo heb je altijd gelijk.

In dit stuk zitten dus twee zusters in het eerste bedrijf zenuwachtig te wachten op de komst van hun broer Ludwig, net ontslagen uit Steinhof, het krankzinnigengesticht in Wenen (beter bekend als de plaats waar Otto Wagner een prachtige, buitensporige Sezession-kerk heeft gebouwd). Toon van de conversatie: bitterheid en verwijten. Dan verschijnt de broer, die het publiek eerst mag ontdekken met de rug naar de zaal. Hij is de verschrikking van zijn familiegenoten, die hem wanhopig trachten te sussen en te paaien, maar zijn mateloze zucht naar orde maakt het, b.v., onmogelijk dat de schikking van de tafel in zijn ogen ooit genade vindt. Toon van de conversatie: bitterheid en verwijten. De enige sporen van genegenheid lopen uit op incestueuze strelingen. Gevolg: machteloze jaloezie zet de twee zusters tegen elkaar op. Toon: bitterheid en verwijten. Hoe kan dit eindigen? Gewoon door uitputting. Dan worden de personages stil, eindigt het stuk, en verlaat de toeschouwer de zaal met de zekerheid dat broer en zus één en twee slechts zitten uit te blazen en krachten op te doen om de strijd zo vlug mogelijk verder te zetten. Ziedaar de verstikkende liefde van de familie. Onontkoombaar.

Karst Woudstra heeft hier een tekst naar zijn hart gevonden, want Bernhardt ligt in de lijn van Lars Norén. Er wordt dus onder zijn leiding door de acteurs bijzonder heftig en gespannen geacteerd. De tekst wordt ontleend in een reeks van duidelijk afgelijnde gevoelsmomenten, en dank zij hun onderlinge contrasten, ontstaat er vanzelf een innerlijk ritme. De aandacht voor het detail is bijzonder groot, maar dat belet niet dat de grote lijn, de adem die het stuk dragen moet, ook maar een ogenblik in het gedrang komt. Zo ontstaat er een grote avond toneel. Het is een opvoering, die dezelfde hoge kwaliteit heeft als Moed om te doden, de produktie waarmee Woudstra twee seizoenen geleden bij Malpertuis zoveel succes kende. Hij verkrijgt dit resultaat dank zij de volle inzet van de Vlaamse acteurs Leslie De Gruyter en Ilse Uitterlinden. Een speciale vermelding moet naar Rosemarie Bergmans gaan, die bijzonder sterk acteert als de goedmenende, zwakkere zuster. Zij verdwijnt een ontelbaar keren in de keuken en steeds is het spannend en verrassend om haar weer te zien verschijnen, telkens in een andere stemming, met een ander ritme, en telkens psychologisch pijnlijk juist. Er wordt dus ronduit op emoties gespeeld (in grote tegenstelling tot de Hollandse opvoering van Maatschappij Discordia, waar ironie en afstandelijkheid als typische Nederlandse aanpak golden) en Woudstra zegt dat hij zulk een benadering alleen kan waar maken dank zij de ingesteldheid van de Vlaamse acteurs. Als dat zo is, laat Woudstra dan nog maar veelvuldig naar Vlaanderen komen, want wij hebben hem al even hard nodig als hij ons.

De opvoering werd gecreëerd in de Brugse Korrekelder, een zaal met een piepkleine scène. Voor deze Ritter Dene Voss was er een decor bedacht – een drukkend blauw gewelf, enige meubelen en één deur – dat van de gebreken van de ruimte een grote troef maakte. Dat komt in deze middeleeuwse kelder zelden voor. Dat het decor geen “noodoplossing” is, bewijst het feit dat het echte gewelf voor de reisproductie gewoon vervangen wordt door een decorstuk, maar de benepen afmetingen zijn en blijven een integraal deel van het gehele concept. Een Bernhardt – durf ik het bekennen? – waarvan ik genoten heb.

 

RITTER DENE VOSS auteur: Thomas Bernhardt; vertaling en regie: Karst Woudstra; met Leslie de Gruyter, Rosemarie Bergmans en Ilse Uitterlinden. Gezien op de première 2 oktober.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#20

15.12.1987

—

14.03.1988

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!