Confessie – Raven Ruëll & Bruno Vanden Broucke
De kunstmarkt maakt de kunstenaar
Klaas Tindemans
Met FC Bergman is een nieuwe groep aan het Vlaamse theaterfirmament verschenen. Hun bewerking van Harold Pinters De thuiskomst was afgelopen zomer goed voor de KBC Jongtheaterprijs op Theater Aan Zee. Voor hun nieuwste voorstelling, die in oktober in première ging, lieten zij zich inspireren door Dantes Divina Commedia. De zes van FC Bergman hebben de scheppingsdrang van jonge goden – zo schrijft Evelyne Coussens.
In de State of the Union 2009, uitgesproken door Tim Etchells, parafraseerde de artistiek leider van Forced Entertainment de Franse dichter Baudelaire: ‘Baudelaire […] schreef dat de elementaire basisrelatie van een kind tot een speeltje is om het volledig te doorgronden, om de limieten ervan te testen, om in feite te vragen: Hoe krijg ik dit kapot?’ 1 Toegepast op zijn reflectie over wat theater kan of moet zijn bestempelde Etchells dit als een goede, oneerbiedige vraag, waaruit niét het verlangen sprak tot nihilistische destructie van het theater, wel de nieuwsgierigheid en de wilskracht om de uiterste grenzen van het medium te verkennen.
Het is dezelfde, oneerbiedige vraag die de zes ‘kinderen’ van het jonge theatergezelschap FC Bergman zich stellen. Beproefden ze in de gelauwerde Pinterbewerking De thuiskomst (TAZ-laureaten 2009) al de rekbaarheid van een repertoiretekst, dan gaan ze in hun jongste creatie op basis van Dantes Divina Commedia nog driester tekeer. Alleen al de onhandelbare titel Wandelen op de Champs-Elysées meteen schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is 2 getuigt van hun tegendraadse aanpak. Als theater voorheen rock-’n’-roll was, dan is met FC Bergman het tijdperk van de punk ingetreden. Woedend, radicaal, snoeihard en volstrekt onvolmaakt.
Anarchy in Ostend
‘Zwijnerij. Oude loods. Kratten en paletten. Alles moet kapot. Vernieling en marginaliteit.’ Je zou het niet meteen vermoeden, maar het zijn mijn eerste aantekeningen bij de bewerking van Harold Pinters De thuiskomst (The Homecoming, 1964), het stuk waarmee FC Bergman op Theater Aan Zee 2009 de KBC Jongtheaterprijs van 7 000 euro wegkaapte. Nochtans dreigt in de meeste ensceneringen van Pinters stuk eerder een onderhuidse, morele spanning dan een expliciete uitbarsting van geweld. In De thuiskomst zien we hoe Ted, geslaagd in het leven en met een nette vrouw in zijn kielzog, na jaren van afwezigheid zijn familie bezoekt. Hij treft zijn vader en broers aan in dezelfde marginale staat waarin hij hen achterliet. De confrontatie tussen Teds heden en verleden, zijn status en zijn roots, krijgt een bevreemdend staartje dat in 1964 als een cynische en immorele aanval op de traditionele familiewaarden werd ervaren. Anno 2009 veruitwendigt FC Bergman die morele destructie door het stuk te verplaatsen naar een droefgeestige locatie (een oude Oostendse scheepsloods, volgestort met rommel, vuil en etensresten), zijn spel extreem uit te vergroten, Pinters taal op te blazen tot een Hollands neptaaltje en het geheel te marineren in agressie. Grotesk in vorm, maar aan de structuur en dramaturgie van De thuiskomst werd nauwelijks geraakt.
Dat leidde tot een vergissing van mijn kant. Bij een round-up van het Jong Theater Werk 2009 3 maakte ik bij wijze van oefening een onderscheid tussen makers en spelers. Ik plaatste FC Bergman bij de spelers, omdat de Pintertekst me in de eerste plaats met veel spelmatig vakmanschap op scène leek gezet – iets waar de rol van coach Jan Bijvoet wellicht niet vreemd aan is. Voorbarig van me, want er zijn minimum twee punten nodig om een rechte te kunnen trekken. Was De thuiskomst een eerste kennismaking met FC Bergman, dan is met Wandelen op de Champs-Elysées nu het tweede punt gezet. Een eerste, voorzichtige rechte vertelt dat de zes van FC Bergman wel degelijk makers zijn. Makers met de scheppingsdrang van jonge goden.
Foute Club Bergman
Stef Aerts, Bart Hollanders, Matteo Simoni, Thomas Verstraeten en Marie Vinck leerden elkaar kennen tijdens hun opleiding Toneel aan het Herman Teirlinck Instituut van de Hogeschool Antwerpen. Ook technicus Joé Agemans stond mee aan de wieg van FC Bergman. Vóór hun overwinning met De thuiskomst had de groep in wisselende constellaties al een aantal performances gemaakt van divers pluimage. Dat hoeft te verwonderen, gezien de uiteenlopende bezigheden van de Bergmannen: naast hun gezamenlijke theaterprojecten volgt elk van de zes een eigen artistiek parcours in televisie, beeldende kunsten of film. Die verschillen pompen zuurstof en inspiratie in de groep. Desondanks benadrukt de FC (van ‘foute club’, ‘football club’ of ‘fanclub’) in de groepsnaam de samenhorigheid van de leden. ‘Bergman’ is dan weer een toevalligheid, geplukt uit de krant de dag nadat Ingmar Bergman overleed.
Voor De rotsenbreker (2007, in het kader van Scheld’Apen) combineerde FC Bergman een aantal scènes uit Claus’ Het leven en de werken van Leopold II met Tom Lanoyes Fort Europa. Deze Voorproef op fragmenten van een nieuwe wereld (2008, in het kader van Hit the Stage, Monty) was een woordenloze installatie bestaande uit een aantal zelfgebouwde constructies. Aan de hand van deze machines creëerde FC Bergman op zeven dagen tijd een nieuw, ideaal universum, functionerend volgens een eigen logica en poëzie – zo dreven er ‘schapenwolkjes’ voorbij dankzij het optakelen van levende schapen. Deze tragikomische poging tot een perfecte schepping eindigde met het falen van de machines, en dus van de menselijke droom.
Het is wellicht nog te vroeg om doorheen de installaties, performances en theatervoorstellingen die FC Bergman tot nu toe creëerde een glashelder inhoudelijk en vormelijk spoor te zien, maar met Wandelen op de Champs-Elysées als voorlopige hekkensluiter beginnen zich toch langzamerhand enkele contouren af te tekenen. In het universum van FC Bergman is het menselijk bestaan een aaneenschakeling van pogingen om vat te krijgen op het onvatbare. De mens tracht met de moed der wanhoop zijn leven vorm te geven naar zijn wensen, maar hij stuit steeds, hoezeer hij ook spartelt, op krachten die hem overstijgen. Die worsteling, met veel liefde getoond, zien de makers niet als een betreurenswaardige last in het leven, maar als de essentie ervan. Het naïeve geloof in de maakbaarheid van de wereld is gedoemd te falen, maar het falen is geen eindpunt (zoals Baudelaires pop die met uiteengerukte ledematen op de grond ligt), wél het vertrekpunt voor een nieuwe onderneming. En vóór alles is dat falen schoon om te zien.
De fascinatie voor schoonheid (ook van de lelijkheid) en esthetiek (ook van de verschrikking) valt op in elke Bergman-creatie. Wat FC Bergman maakt is onveranderlijk groots, beeldend, monumentaal, zinnelijk. Een boeket aan ontploffende beelden, soms koste wat het kost, zelfs ten koste van de inhoudelijke coherentie. Ook in het geval van Wandelen op de Champs-Elysées lijkt niet zozeer een betekenisconcept maar veeleer een rijke, aan alle kanten uitdeinende explosie van verbeelding de motor te vormen van de voorstelling. En dat heeft zo zijn voor- en nadelen.
Dante in de blender
Hoog tijd om het over die belevingstrip zelf te hebben. Met Pinter beschikte het jonge gezelschap over een dramatisch en theatraal sluitende tekst. Het veertiende-eeuwse dichtwerk van Dante laat zich iets moeilijker temmen in termen van dramaturgie. Niet omdat de Divina Commedia geen coherent geheel vormt – weinig kunstwerken zijn vormelijk en inhoudelijk met zo’n neurotische precisie geconstrueerd – maar omdat het zo’n veelheid is, een massa aan verzen, beelden, symbolen, lagen, betekenissen. Te midden van die massa was het vooral de beeldende kracht van de poëzie die fc Bergman aansprak: ‘Elke kring die Dante beschrijft, is als een schilderij.’ Een veelheid dwingt echter ook tot keuzes, en laat dat nu net zijn waarin het gezelschap niet uitblinkt. Eén keuze heeft FC Bergman alvast wél gemaakt, namelijk die om zich voornamelijk bezig te houden met het Inferno – de zonde is nu eenmaal zoveel aantrekkelijker dan de deugd. Toch nog goed voor 33 canti, of een paar duizend verzen op tafel.
In de manier waarop het gezelschap dit materiaal op scène vertaalt openbaart zich mijn inschattingsfout: Wandelen op de ChampsElysées is een be- en verwerking geworden door scheppende geesten, niet door spelende. De voorstelling is geen kundige evocatie van het Inferno, wel een persoonlijk en eigenzinnig antwoord erop. De zes lieten zich door de gloedvolle taferelen uit het Inferno inspireren tot het creëren van een eigen hel, hier op aarde. Als Dante zich aan het begin van zijn spirituele reis in een staat van zonde bevindt, is dat voor de vijf personages uit Wandelen op de Champs-Elysées zeker het geval. Alleen hopen ze niet meer hun ziel te kunnen redden. Integendeel, in de vaste overtuiging dat hun na de dood de hel wacht, proberen ze zich nog bij leven met hand en tand tegen dat lot te verzetten. Door er nog een schepje bovenop te doen, en de dood uit te dagen. Alle vijf hebben ze een strategie ontwikkeld om de vergankelijkheid te bestrijden, terwijl het net hun angst voor de dood is, die hen daar onvermijdelijk heen drijft.
Als vergankelijkheid ergens tastbaar is, is het wel in de Oude Handelsbeurs, die magistrale en neogotische tempel van commercie die al vijf jaar achter de Meir staat te verkommeren. De ingang van het pand ligt in het kleine Twaalfmaandenstraatje. Wie dat straatje betreedt wordt meteen geconfronteerd met de voormalige bewoners van de beurs: de duiven, blauwgeverfd en dood, die her en der verspreid liggen van aan de Meir tot aan het enorme portaal. Binnen in de beurs wacht een toonbeeld van verval: de chique vloer bezaaid met ruwe stukken hout, de enorme zuilen die tevergeefs naar het kapotte dak reiken, de majestueuze balkons die er wat verloren bij hangen in de enorme ruimte. De contouren van het gescheurde dak steken vaag af tegen de zwarte nacht. De deur van het portaal valt dreunend dicht. Zijdelings oranje licht smeult op, als de aangeblazen smeltovens van de onderwereld.
Nel mezzo del cammin di nostra vita, miritrovai per una selva oscura… 4 benadert.
Overdaad schaadt
Over die grootheidswaan is het laatste woord nog niet gezegd. FC Bergman heeft zijn nominatie voor het volgende Theaterfestival nog niet meteen vast, daarvoor loopt er in deze Wandelen op de Champs-Elysées nog te veel mis, technisch en theatraal. De boosdoeners zijn de tweelingzusjes overmoed en overdaad. Beginnende met de laatste: wat een massa, wat een veelheid aan materiaal. Het lijkt alsof FC Bergman alles kwijt moest, in één keer, in één gulpende, allesomvattende voorstelling. In die maalstroom worden niet altijd de scherpste keuzes gemaakt. Lang niet elk beeld is even trefzeker: naar het einde toe verliest FC Bergman zich in een trukendoos vol vuurwerk, ontploffingen en effectbejag, die smartelijk doet terugverlangen naar het sobere, ijzersterke openingsbeeld. Dit theater wil alles tegelijk vertellen, waardoor het dreigt te struikelen over de eigen woorden.
Inhoudelijk is dat jammer. Technisch is het een ramp. Wandelen op de Champs-Elysées kreunt onder de last van karren, molens, machinerie, poppen, een exuberante lichtregie en veel, heel veel figuranten. In een indrukwekkende groepschoreografie blijkt hoé veel – geheid onbetaalde – mensen FC Bergman heeft kunnen enthousiasmeren. Schitterend, het gezelschap bezit onmiskenbaar het talent om mensen te bezielen, maar helaas niet de kunde om ze te choreograferen – de vergelijking met Castellucci’s monumentale groepschoreografie in Purgatorio is misschien oneerlijk, maar ze dringt zich op. De wissels tussen de scènes draaien in de soep, de overgangen zijn stuntelig, de finale outtro pijnlijk amateuristisch. En het gaat verder. De overmoed van de Bergmannen heeft ook organisatorisch zo zijn consequenties. Sinds de première in de Oude Handelsbeurs heeft alvast één speelplek Wandelen op de Champs-Elysées moeten annuleren wegens onhaalbare locatievereisten. Eén voorstelling werd ‘uitgesteld’. Ik vermoed dat er nog onaangename verrassingen zullen volgen.
Et alors? FC Bergman is zich bewust van die risico’s. Het houdt hen niet tegen. Integendeel: hun ambities reiken tot de hemel, hun attitude is brutaal. No pain, no gain. Misschien maken ze niet steeds de meest weloverwogen, verstandige keuzes, maar hun hart klopt op de juiste plaats. In Baudelaires vocabularium zou hun destructie vitaliteit heten, hun overmoed gulzigheid. In al zijn onvoorzichtige radicaliteit brengt FC Bergman iets teweeg in het theaterlandschap. En daar zat ik nu al een tijdje op te wachten.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.