© Sofie Knijff

Leestijd 6 — 9 minuten

Oude vossen en jonge wolven (deel 1)

‘Wij delen dezelfde kernwaarden’

Steeds meer theatermakers kijken over de generatiekloof heen en werken samen met collega’s die hun ouder of kind konden zijn. Waarin schuilt de aantrekking van die intergenerationele dialoog? Luca Bryssinck (26) en Czeslaw de Wijs (54), samen deel van collectief ’t Barre Land, getuigen over de voordelen van ‘in twee werelden en twee leeftijden tegelijk te leven’.

Luca:

Regelmatig wordt mij gevraagd: ‘Waarom ’t Barre Land? Waarom drie vijftigers die al dertig jaar met elkaar optrekken en theater maken?’ De plek in het collectief is me niet aangeboden, ik heb er zelf om gevraagd. Het is dus iets waar ik veel over heb nagedacht. Het eerlijke antwoord op die vraag heeft meerdere facetten, en komt dus ook moeilijk tot z’n recht als ik het onder woorden probeer te brengen. Ik probeer het alsnog.

Het heeft me altijd prettig geleken een groep mensen te verzamelen om hand in hand die onzekere wereld mee te trotseren. En ik weet dat de opkomst van collectieven die autonoom — zonder regisseur — werken het theaterlandschap van nu heeft gevormd. Toch had ik nooit eerder mensen ontmoet met wie ik een collectief zou willen beginnen. Of beter: niet daar waar de meeste collectieven hun oorsprong kennen: in de klas, in hogere jaren, in andere scholen… De enige groep mensen waarbij ik me zag horen en met wie ik intensief wilde samenwerken, waren Czeslaw, Vincent en Margijn, ofwel ’t Barre Land.

“Ik kan me verhouden tegenover iets wat er al is,
niet iets wat ik zelf nog moet gaan uitvinden.”
— Luca Bryssinck

Dat heeft natuurlijk voor- en nadelen. Aan de ene kant kon ik kijken naar iets wat al bestaat, welke kernwaarden dit specifieke gezelschap met zich meedraagt en hoezeer ik me ermee kan identificeren. Ik kan me verhouden tegenover iets wat er al is, niet iets wat ik zelf nog moet gaan uitvinden. Aan de andere kant kan ik me voorstellen dat je in een jong, samen opgericht collectief vanuit dezelfde leeftijd de wereld tegemoet gaat, gelijkgezind en even onwetend over wat komen gaat. Het gaat er denk ik ook minder over wie wanneer een hoorapparaat moet en wie als eerste dement wordt. Overigens is het voor iemand met een absolute angst voor ouder worden heel slim om je met mensen te omringen bij wie je altijd de jongste bent.

Maar die kernwaarden van dat gezelschap waar ik me nu deel van mag rekenen, zijn altijd overeengekomen met mijn eigen kernwaarden als toneelspeelster: een voorstelling formuleren als een vraag in plaats van als een antwoord of een statement; geen grote illusies creëren over wat het is om op de vloer te staan; en de tekst laten leiden.

Ik zie mezelf als een spreekbuis voor andere kunst. Al mijn lievelingskunst vertelt me over andere kunst, en zelf maak ik dus ook het liefst dingen die gaan over iets wat iemand anders al heeft bedacht. Iets lezen en daarbij denken: iedereen zou dit moeten lezen. Om diezelfde reden heb ik denk ik al twaalf keer hetzelfde boek van Olivia Laing gekocht, waarvan maar één exemplaar voor mezelf was. Dat idee van doorgeven heb ik altijd gezien bij voorstellingen van ’t Barre Land.

Czeslaw:

Gisteravond na afloop van de voorstelling vroeg iemand me waarom we besloten hadden zo’n jong iemand bij het gezelschap te vragen. Iemand die amper een jaar ouder is dan je eigen kind. Daarop antwoordde ik dat wij helemaal niets hebben besloten, dat zij dat zelf heeft gedaan. Maar als ik moet uitleggen waarom wij binnen het uur hebben ingestemd met de mededeling van Luca dat ze bij ’t Barre Land wou, dan is wat zich in dat korte moment afspeelt zo intuïtief dat het bijna niet onder woorden te brengen is. Ik probeer het alsnog.

’t Barre Land heeft een geschiedenis van meer dan dertig jaar. Het collectief bestond lange tijd uit twaalf mensen. Toen de subsidie in 2012 stopte, bleven Vincent, Margijn en ik over. Hoe bijzonder het ook is om zo met elkaar te werken, dit is nooit ons idee van een gezelschap geweest. Drie mensen is geen groep. Vier ook niet, maar het begint erop te lijken.

Een van de grootste gevaren voor een collectief is dat het zich sluit, dat het aan zichzelf genoeg heeft. Om te blijven bestaan is het essentieel om voor nieuwe invloeden open te staan, om te (durven) transformeren. Het wonderlijke met Luca is dat we ontegenzeggelijk anders worden en dat het tegelijkertijd zo vertrouwd voelt. Alsof we al jaren met elkaar werken, samen op de vloer staan. Als wij voor deze 1.069 woorden drie uur met elkaar spreken is dat zo vanzelfsprekend, vloeien de gedachten zo logisch in elkaar over dat het bijna te saai is om er opnieuw naar te luisteren, maar het mij ook sterk ontroert. Ik voel geen onderscheid. Maar dat is natuurlijk onzin. We zijn niet hetzelfde, we zijn niet gelijk, er liggen jaren van ervaring en kennis tussen ons, maar het voelt gelijkwaardig en dat is waarschijnlijk de kern.

“Om te blijven bestaan is het essentieel om voor
nieuwe invloeden open te staan, om te durven
transformeren.”
— Czeslaw de Wijs

Voor iemand die op z’n 21ste is begonnen met spelen, is het behoorlijk confronterend om het publiek tegenover hem steeds ouder te zien worden. En op je 54ste werken met iemand van 26 maakt dat niet minder confronterend. Maar ik houd ervan om ouder te worden. Anders dan in de voorstelling Analoog van Willem de Wolf en Louis Janssens, hoef ik niet met Luca van plaats te wisselen. Alleen is het wel aangenaam om te merken hoe dichtbij haar wereld nog is en hoe makkelijk bereikbaar; alsof je in twee werelden, twee leeftijden tegelijk kunt leven: wat een luxe. Overigens is het voor een groep die altijd bang is om conservatief te worden heel slim om te werken met mensen die zo jong zijn dat ze automatisch als vooruitstrevend worden gezien.

In Nederland wordt repertoire sinds een tijd als conservatief gezien. Omdat wij van taal en repertoire houden, zijn we daarmee ongewild in die hoek terechtgekomen. En onterecht in onze ogen, wat we dan ook pareren door ons werk met het pleonasme ‘progressief repertoireonderzoek’ te omschrijven. Maar die angst zit natuurlijk in onszelf, angst om ouderwets te worden, je eigen cliché, versteend.

Als ik Luca hoor vertellen dat zij zich een toneelspeler maar geen ‘kunstenaar’ voelt, of over het belang van ‘doorgeven’ in de kunst, dan hoor ik echo’s van ideeën die wij op onze beurt hebben overgenomen van een generatie voor ons. Zelfstandig als we waren, heeft Maatschappij Discordia ons bewust gemaakt van de traditie van autonome toneelspelers waaruit wij voortkomen. In de praktijk, op en naast de vloer, maken we ons die traditie eigen, vernieuwen we die en geven we die door. Een proces dat waarschijnlijk zo natuurlijk is als het verlangen naar kinderen, met hét grote voordeel dat het niet door de genen wordt bepaald, maar gebaseerd is op zelfstandigheid, gelijkwaardigheid, humeur en eigen keuze.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

kunstenaarsbijdrage
Leestijd 6 — 9 minuten

#172

01.06.2023

—

14.09.2023

Luca Bryssinck, Czeslaw de Wijs

Luca Bryssinck (1997) groeide op in België en studeerde in 2019 af als acteur aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. In 2022 werd ze vast lid van het Amsterdamse gezelschap ’t Barre Land. Ze probeert haar tijd te verdelen tussen Antwerpen en Amsterdam, dit met wisselend succes.

Czeslaw de Wijs (1969) heeft theaterwetenschappen gestudeerd in Utrecht. Vanaf de oprichting in 1990 is hij lid van toneelgezelschap ’t Barre Land. Hij werkt af en toe als dramaturg, lichtontwerper of docent voor anderen als het nodig is, maar liever niet.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!