De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
‘Parsifal’
Zestien waren we, of zeventien, toen we. ’s zondags de bus naar Antwerpen namen om daar opera’s van Wagner op ons af te laten komen. Een eredienst van het dweperige soort deed ons zwelgen in Tannhäuser, Götterdämmerung, Meistersinger en Parsifal.
Klassiekere opera’s van Beethoven of Mozart of Gluck of Giuseppe Verdikonden ons toen nog niet bekoren, maar de urendurende golfbewegingen van Wagner doorstonden we als een krankzinnige, met een koortsig oog op de orkestbak, want daar, bij dirigent Frits Celis, speelden de mysterieën zich af. Niet op het podium waar te mollige diva’s zich in amechtig Vlaams onledig hielden met stampende Siegfrieds, in een grijs verleden sterk genoeg om zich als heldentenor op te werpen, ’s Avonds in de bus terug naar Hulst lieten we ons groggy onderuit wiegen, fantaserend over controleurs in wie we Hagenzagen, terwijl het heen en weer geschreeuw van de medèreizigsters ons als Walkürengezang in de oren klonk en het Rijnmotief van het motorengeronk het onder lantarenlicht voorbijglijdende Waasland mythische allures verleende.
Vijftien jaar later wilde het toeval dat die jeugdliefde herleefde, op de bioscoopschermen nota bene, in de Parsifal van Hans-Jürgen Syberberg, terwijl de kassa’s ondertussen rinkelden voor Milos Formans hoogstpersoonlijke visie op Wolfgang Amadeus Mozart. Door de bril van Salieri! — vergoelijkt iedereen die Mozart een beetje hoog aanslaat want Wolfgang Amadeus komt niet ongehavend uit de strijd.
Verkrachting van de historische werkelijkheid? Nu ja, zo iemand zich er op beroemen mag zeker te weten hoe Mozart werkelijk was, dan nog lijkt het niet meer zo relevant te weten of hij één, twee dan wel geen flessen port per dag verzette, irriterend giechelde of niet van de vrouwen af kon blijven. De muziek, daar is het om begonnen en in dat opzicht komt men ruimschoots aan zijn trekken in Amadeus en a fortiori ook in Parsifal.
Een gefilmde opera, een gefingeerde muzikantenbiografie, beiden films waarin de muziek uiterst scrupuleus bejegend wordt. Zo hoort het ook: muziek moet tijd krijgen om uit te klinken, zonder zich te laten verhaspelen door regisseurs, vertrappelen door steracteurs of massacreren door gewetenloze geluidsmonteurs.
Bij Syberberg ligt dat ook eenvoudig, zijn film is niet meer dan een nauwgezette real-time-enscenering van de opera Parsifal. Maar vooral ook niet minder! Wagners waarlijk niet lichtste en meest avonturenrijke opera wordt hier in beeld gebracht op een manier die je de volle vier uur ademloos aan je bioscoopstoel kluistert.
Forman daarentegen had een veel minder eenduidige taak, waarvan hij zich op een al even voorbeeldige manier gekweten heeft. In de dramatische slotscènes van Amadeus dikteert “Wolfie” zijn Requiem aan een schuimbekkende Salieri: “Third beat of the second bar, second beat of the third bar”… woorden die het hoogtepunt van de film zijn creatieve polsslag verlenen, maar ook toegepast kunnen worden op de structuur van de film en dan voornamelijk op het cinematografisch inpassen van de muziek en de operafragmenten. Amadeus baat de muziek van Mozart niet simpelweg ter ondersteuning uit, maar representeert die muziek, in alle afgemetenheid, zonder dat daar orkesten, zangers of instrumentalisten bij getoond hoeven te worden. Evenals de Wagnerverfilming van Hans-Jürgen Syberberg Parsifal niet nabootst, maar, in zijn overweldigende deelloosheid, is.
Het intrigerende nu is dat beide filmregisseurs elkaar vinden in een manier van werken, die totaal tegengestelde richtingen in lijkt te slaan, maar uiteindelijk dezelfde is. Forman fragmenteert het continue van Mozart, Syberberg unificeert Wagners verbrokkeling, daar komt het op neer. En dat verdient een woord van uitleg.
Mozarts muziek is muziek waarbij je, ook al heb je het stuk nog nooit gehoord, de afloop al min of meer kunt voorspellen. Dit is zeker niet altijd waar: de slotdelen van vele pianoconcerten kennen zeer onvoorspelbare wendingen. Maar goed, het klassicisme stelt zijn eisen qua expositie, verwerking, variatie en dynamiek en meestal kan ook Mozart daar niet onderuit. Hoofdzakelijk eenheid dus, doorvoering, continuïteit.
Door zijn beeld- en geluidsmontage heeft Forman de muziek een extra onvoorspelbaarheidsdimensie gegeven. Daarmee slaagt hij er af en toe in de aan Mozarts muziek inherente ontwikkeling stil te zetten of terug te draaien: bijvoorbeeld in de dreigende passage waar de gemaskerde Salieri door de straten van Wenen-Praag stapt op de tonen van de 38e, “Praagse” symfonie; of in de passage waarin hij de stemmen uit het Confutatis van de Dodenmis eerst uit elkaar rafelt en vervolgens samengevoegd laat horen, onderwijl Constanze tonend die terugkeert naar haar man, een gebeurtenis die normaal géén begrafenismuziek vereist. In plaats van als climax, als olie op het vuur na de demonstratie hoe de compositie in elkaar zit, werkt dit bijtende contrapunt als een ijskoude douche.
Dat soort douche blijft je in Wagners muziek nooit lang bespaard. De meest veelbelovend ingezette ontwikkelingen worden, althans in de opera’s vanaf Tristan, meestal afgebroken voor hun hoogtepunt. Muzikale zinnen blijven scènes lang chromatisch woelen in het bed van nooit opgeloste akkoorden. Een voorafspiegeling van de verscheurdheid der moderne muziek, en het hedendaagse tijdperk tout court.
Het was een goede zet van Syberberg, te kiezen voor een scenografie die de zaak, bij al die discontinuïteit, continu draaiende houdt. Hoe hij het ook doet, met bewegende decors, visuele “Leitmotive”, overvloeiers in de achtergrondprojectie en ongetwijfeld nog veel meer, het leidt tot één resultaat: dat Wagners muziek, via de mise en scène en beeldovergangen, een strakke ontwikkeling gaat vertonen die Parsifal, als opera opgevoerd, nooit kan hebben. Ook hier voegt de film een extra-muzikale waarde toe. Een bindende, deze keer.
De bloemenmeisjesscène uit de tweede akte is een goed voorbeeld. Op het toneel wordt het meestal een hijgerige vertoning van rondrennende sopranen die de toch al brokkelige muziek nog fragmentarischer maken. Niets van dit alles in de Parsifal van Syberberg: de reine dwaas schrijdt daar onbewogen rond in een statische uitstalling van hitsige meiden die voor hetzelfde geld in de Parijse rue St. Denis hadden kunnen staan. De kamera vangt deze bloemenshow in prachtig vloeiende rijders, waarbij Syberberg het klaarspeelt om lage verleidingskunsten om te toveren tot uitgebalanceerde hofmakerij. Wat verwacht je ook anders van zingende bloemen?
En natuurlijk is alles weer relatief… Muziek maakt gebruik van, maar is geen mathematiek. Zeker kent ook Wagner zijn stromende momenten die Syberberg maar te volgen had. Om bij Parsifal te blijven : het hele eind bijvoorbeeld, vanaf de Karfreitagszauber.
En om op Mozart terug te komen : waar werd 100 jaar voor Wagner zo’n Wagneriaanse passage geschreven als in het demonische derde thema van het openingsdeel van de zo onschuldig uitziende Sinfonia Concertante K.V. 364? Muziek is tenslotte zo universeel dat het niet anders kan of figuren van het formaat van Wagner en Mozart lopen elkaar wel eens tegen het lijf, doodeenvoudig omdat ze niet in tijdperken zijn in te delen. Zodat Syberberg Parsifal onontkoombaar, in een vloek en een zucht, naar de prachtige, louterend aanzwellende eindakkoorden toe voert en de afgelopen vier uur tot zoiets als een aangenaam voorbijflitsend ritornello van Mozart maakt. En Forman de diepte in Mozarts muziek zo mooi in de schijnwerpers zet dat het soms wel lijkt alsof in één melodie van “Wolfie” de hele Ring des Nibelungen besloten ligt.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.