Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Titus Simoens
Een drone vliegt over het speelvlak en zoemt luid, zoals de vele insecten die nu in de zomer rondhangen. De volwassenen in DAR reageren met angst, de kinderen zijn nieuwsgierig, de typische dichotomie tussen serieus handelen en speels zijn. In dit stuk over vrijheid van beweging zal speelsheid (heroïsch) overwinnen. Het is echter moeilijk te zeggen of DAR krachtig of te idealistisch is.
DAR van MOVEDBYMATTER, het transdisciplinaire gezelschap van performer-regisseur Kasper Vandenberghe, gaat in première in het kader van Miramiro festival in de Floraliënhal in Gent. De gigantische hal naast het S.M.A.K. zet meteen de toon. Met de oude airconditioning-units, staal en glas en industriële pilaren draagt het een openheid met zich mee, maar ook een leegheid. In het midden van deze hal staat de statische opstelling van DAR: een houten podium waarvan één hoek naar omhoog helt, een plint en een ijzeren constructie die veel weg heeft van stellingen. Een projectiescherm toont het gedeelte van de hal dat zich achter het scherm bevindt. Waar de camera staat, is niet meteen duidelijk. Een meisje zit achteraan op de grond met krijt te spelen. Op de vloer van de Floraliënhal zijn hier en daar al vlakken ingekleurd en zijn er abstracte strepen aangebracht.
Nadat de spots uitgaan, komt het meisje naar voren om diep in en uit te ademen. Ze gaat weer af, waarna er dreunende muziek volgt. De spots gaan weer aan en een vrouw (Renae Dambly) komt op. Met een zoekende houding verkent ze het speelvlak en klimt ze op de stelling. Ze balanceert, een beetje wankelend, op de ijzeren stangen. Iets later wordt ze vergezeld door twee andere spelers (Matt McCreary en dan Tim van den Bos de Lucas). Ze steken elkaar aan in hun speelsheid. De speelsheid stopt wanneer vanachter het scherm een drone verschijnt. Het gezoem is luid en dreigend – de titel verwijst dan ook naar een dar, een mannelijke bij – en lijkt uit het niets te komen. Tegelijkertijd ontdek je op dat moment dat de projectie de camerabeelden van de drone toont, die de drie performers in het vizier houdt. De speelsheid is compleet verdwenen en in de plaats komen abstracte val- en dansbewegingen en militaristische drill-oefeningen naast elkaar. Het grote verschil tussen de parkour van het begin en de angstige dansante bewegingen is de speelsheid. Waar de parkour een zoektocht naar vrijheid is, zijn het dansante zweven en het militaristische bewegen eerder een zoektocht naar controle die mislukt. Die bewegingen houden aan, zelfs wanneer de drone weer achter het scherm verdwijnt. De dreunende muziek heeft plaats gemaakt voor gemonteerde ademhalingsgeluiden, die een paniekerig gevoel geven.

© Titus Simoens
Alles komt tot rust wanneer de performers weggaan, het stil wordt en één voor één de kinderen opkomen. De drone verschijnt opnieuw, maar de kinderen tonen veel meer nieuwsgierigheid, zelfs wanneer het publiek de dreiging van de drone ziet. Wanneer de kinderen de gelande drone verkennen, verschijnt er op het projectiescherm “scanning area”, en dan “target locked” als het gezicht van een kind duidelijk in beeld is. De camerabeelden van de drone zijn licht wazig, een beetje gelig en bestaan vooral uit shots van bovenaf. Het refereert allemaal onherroepelijk aan oorlogsbeelden en aanslagen, en het is deze directe link die DAR met zich meedraagt doorheen de hele voorstelling, maar waar het nooit echt de gruwel compleet van erkent. Ondanks dat er mooie, krachtige momenten zijn, blijft het bij een samengaan van acrobatische en dansante bewegingen en het evidente conflict tussen de krampachtige en angstige reacties van volwassenen op de drone en de inherente vrije nieuwsgierigheid van de kinderen.
“Het centrale gevoel in DAR is duidelijk volgbaar: de speelsheid die het wint van de angst, het kinderlijke als tegengif voor onderdrukking.”
Uiteindelijk bouwt DAR op richting een duidelijke climax. Wanneer de kinderen en de parkourartiesten samenkomen, zijn het de kinderen die de volwassenen aansteken om speels te blijven. De drie parkour-artiesten proberen kinderspelletjes te spelen. Via een microfoon – het enige moment dat er gesproken wordt – sommen ze verschillende spelletjes op, om uiteindelijk een aantal te spelen, totdat de aanwezigheid van de drone alles weer stillegt. Een van de performers (van de Bos de Lucas) vloekt, alsof de frustratie van de angst te veel is geworden. Het volgende moment dat de kinderen de volwassen aansteken om te spelen, lijkt iedereen vastberaden om zich niet te laten doen. Met opzwepende pop-achtige muziek nemen de performers het speelvlak in beslag. De muziek overstemt de drone. De performers werken samen om van de Bos de Lucas op het hoogste punt van het speelvlak te krijgen, een brug die iets daarvoor uit het speelvlak gecreëerd is. Eens hij daar staat, strekt hij zijn arm uit naar de drone die langzaam lager komt. Hij neemt de drone vast en op het projectiescherm komt een beeld dat recht uit een film zou kunnen komen: een verzetsstrijder die met sterke blik recht in de ogen van zijn onderdrukker kijkt. Het is een finalebeeld dat geen black-out nodig heeft om voelbaar te zijn. Het applaus komt spontaan. Tijdens het buigen staat de drone mee in de rij en beweegt die op en neer, alsof die samen met de performers mee het applaus ontvangt.

© Titus Simoens
Het centrale gevoel in DAR is duidelijk volgbaar: de speelsheid die het wint van de angst, het kinderlijke als tegengif voor onderdrukking. Het zet gecontroleerde dansante bewegingen slim tegenover de vrijheid van parkour. Er zijn geen overdreven ingewikkelde, abstracte elementen, waardoor er meer plaats is om de beelden tot je te laten komen. Omdat de speelsheid zo centraal staat, heeft de dreiging van de drone geen overheersende impact. Het is misschien puur toeval, maar het zijn ook niet de darren die steken, maar de vrouwelijke werkbijen. Waar het gezoem in het begin nog angstaanjagend was, begin je het als toeschouwer later al mentaal weg te filteren. We juichen mee met de overwinnaars, maar hoe groot was het gevaar echt? Zelfs wanneer het tempo van de bewegingen hoog ligt, voel je niet meteen de zware spanning die je zou associëren met surveillance die je leven bepaalt. Parkour draait om het gebruiken van momentum om verder te springen: niet de val incasseren maar verderzetten. Het is misschien dat verderzetten dat juist iets anders doet dan andere voorstellingen rond drones en surveillance. DAR dompelt je niet onder in angst, maar biedt een alternatief: dat je angst kan overwinnen via luchtigheid en speelsheid. Dat blijven spelen terwijl de drone boven je hangt de beste manier kan zijn om de controle te breken. Het is hoopvol, maar misschien ook naïef. Zeker in deze tijden is het moeilijk te zeggen of het nu een tegengif is, of een droombeeld.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.