© Illias Teirlinck

Leestijd 5 — 8 minuten

Maxim Storms – Nuggets

Poëtisch en wreed optimisme

De scène van ‘Nuggets’ is als een installatie gemaakt uit restanten van bouwmaterialen. Golfplaten, mousse, tubes, isolatiemateriaal, PU-schuim, touwen en metalen stangen nemen een groot deel van de met wit doek bekleedde scène in, maar in een hoekje bevinden zich ook meer organische materialen. Het is bij deze grote tak en een stuk brood dat Storms de voorstelling start. Hij begint er deeg te kneden, alsof zijn leven ervan af hangt. Dat kneden heeft dan ook veel weg van een reanimatiepoging – niet zozeer van het leven van het deeg, maar wel dat van het figuurtje op scène zelf. Als de geknede bol deeg niet blijft hangen aan de rest van brood dat al op scène ligt, is de toon gezet: falen is de norm in deze voorstelling over het absurde streven naar succes en méér. 

Met zijn fluo oranje hesje en beige broek doet Storms denken aan een werkman, iemand in de bouw, al moeten we dat niet per se enkel letterlijk nemen. Hij is een metaforische ‘bouwer’, of poogt dat toch te zijn. De uitvergrootte neus, het wit geschminkte gezicht en armen, en de plastic donut met roze glazuur en sprinkels die aan een touwtje om zijn lijf bengelt, vertellen ons dat we hem meer als poëtisch figuurtje moeten zien. De hoed en zijn Engels doen denken aan de Australische outback of ander afgelegen, onherbergzaam gebied waar mensen proberen een leven op te bouwen of zware arbeid verrichten. Dit is iemand die de hardheid van een bestaan met vallen en opstaan combineert met de verbeelding en het niet-aflatend enthousiasme van een kind. 

We volgen Storms doorheen de voorstelling in zijn verbeelding rond de materialen die hem omringen. Alles verdient aandacht, ook al lijkt op het afval of ziet het er fundamenteel onbruikbaar uit. Ook met proppen schuim en zwiepende tubes valt iets te maken – of niet? ‘This must be something’, zegt hij bij elk element dat zijn aandacht trekt. Elk object kan een begin zijn van iets, moet te plaatsen zijn in een groter geheel. Storms gedraagt zich als iemand die (veinst dat hij) weet wat hij moet aanvangen met een bouwpakket dat eigenlijk bestaat uit brol: ook uit rommel kan je een huis bouwen, zolang je maar de juiste professionele houding hebt en de instructies volgt. Alleen, die instructies leiden nergens toe en lijken meer een troostende, zelfverzonnen ‘zekerheid’ te zijn, en dat professionalisme is al evenzeer een luchtspiegeling die zeker géén garantie op succes vormt.

Wanneer je denkt dat het al niet zo geweldig gaat met Storms’ figuurtje – so far so good enough, of toch goed genoeg om voort te doen, zoals hij zelf zegt – raakt hij door zijn toewijding toch nog dieper verstrikt in een donkerdere wirwar van spullen tot hij er haast mee versmelt en zijn materialen animeert tot grote pop van mousse en schuimproppen.

Wat intrigeert aan Nuggets is dat veel van wat het Storms doet zowel letterlijk als figuurlijk te interpreteren is. Hij probeert werkelijk constructies op te bouwen en met de (arme) materialen die hij voorhanden heeft iets zinvol en duurzaam te doen – dat is de voorstelling – maar op een ander niveau gaat dit over een mensbeeld waarin niet iedereen goede kaarten (‘bouwmaterialen’) toebedeeld krijgt om een veilige en blijvende thuis en leven mee op te bouwen. Het leven is dan een voortdurende, absurde poging om dat wel te doen. Daarin zit een schoonheid en poëzie, maar tegelijk ook een pijnlijke, want voorspelbare, onhaalbaarheid. De Amerikaanse filosofe Lauren Berlant noemde die dynamiek van iets nastreven dat maatschappelijk opgedrongen wordt maar wat door het systeem van diezelfde maatschappij onmogelijk gemaakt wordt, ‘wreed optimisme’. Het is een gelijkaardige tragikomische balans die Storms meesterlijk bespeelt. Wanneer je denkt dat het al niet zo geweldig gaat met zijn figuurtje – so far so good enough, of toch goed genoeg om voort te doen, zoals hij zelf zegt – raakt hij door zijn toewijding toch nog dieper verstrikt in een donkerdere wirwar van spullen tot hij er haast mee versmelt en zijn materialen animeert tot grote pop van mousse en schuimproppen. 

Door de combinatie van mislukken en vrolijk verdergaan, heeft Nuggets iets weg van slapstick. In dat genre spreekt men wel eens van de ‘room of possibilities’: een ruimte biedt bepaalde opties en mogelijkheden, en het is aan de performer om die zoveel mogelijk te benutten. De mogelijkheden die de materialen in Nuggets bieden zijn gering, maar toch slaagt Storms er met verve in er een beeldend en muzikaal verhaal mee op te bouwen en de opties uit te putten. Dat ‘werken met wat er is’ wordt misschien iets minder consequent toegepast in die scènes waarin er externe elementen toegevoegd worden zoals lichteffecten, rook of toegevoegde muziek. Af en toe vraag je je ook af of het publiek deel uitmaakt van die room of possibilities. Soms heeft Storms het duidelijk tegen zichzelf of richt hij zich tot het publiek, maar er zijn ook momenten waarop het vertelstandpunt een beetje zweeft tussen ‘hier’ (het theater) en ‘ginder’ (zijn mentale ruimte/de scène).

Deze opmerkingen doen echter geen afbreuk aan de kwaliteit van deze voorstelling en performer. Wanneer hij na de reeks pogingen om ergens te raken, er even de brui aan geeft, legt Storms zich naast de tak. Als zachter, levend materiaal lijkt die enig houvast te bieden in de nachtmerrie die deze bouwwerf geworden is. Alleen is de troost die deze tak biedt geen uitweg naar betere wereld – die optie lijkt afgesloten – maar een omarmen van de duisternis die nu eenmaal deel uitmaakt van ons leven. ‘I want to embrace the darkness’ zingt hij als een mantra voor het slapengaan. Het leven is een zoektocht en we zullen maar sporadisch de middelen hebben om de tocht naar behoren verder te zetten, dat lijkt de boodschap van Nuggets te zijn. Maar met voldoende poëzie, humor, zelfrelativering en verbeelding blijft er een – flikkerend – luchtpuntje aan de horizon. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#170

15.12.2022

—

14.03.2023

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle is docent en opleidingsvoorzitter bij KASK Drama en dramaturg voor onder andere Kris Verdonck / A Two Dogs Company en Michiel Vandevelde.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!