Leestijd 7 — 10 minuten

Maurice Maeterlinck

Voor De indringer, zijn recentste productie bij het Toneelhuis, vertrok Peter Missotten van L’Intruse, een vroege eenakter van Maurice Maeterlinck. Maar het meest bekend zal Maeterlinck vandaag wel zijn doordat Claude Debussy zijn Pelléas et Mélisande tot een opera bewerkte. Zo dreigen we wel eens te vergeten dat deze Franstalige Belgische schrijver en Nobelprijswinnaar tussen 1889 en 1948 een vijfentwintigtal toneelstukken bij elkaar schreef. Peter Friedl brengt het vroege werk in herinnering.

Op zijn achtentwintigste schreef hij: ‘Ik heb geen biografie. Mij is niets verbazingwekkender overkomen dan mijn geboorte.’ Dat was in het jaar 1890, toen zijn naam van de ene dag op de andere bekend werd. Op de voorpagina van de Figaro was in augustus een uitbundige bespreking verschenen van zijn eerste stuk door auteur en criticus Octave Mirbeau. Het stuk in vijf bedrijven heette La Princesse Maleine, de auteur was de Belg Maeterlinck, in 1862 geboren in Gent. Het was in 1889 op slechts enkele exemplaren gedrukt, in hetzelfde jaar als de dichtbundel Serres chaudes, die aanvankelijk geen aandacht had gekregen. Mirbeau spaarde zijn lof niet. In de twee kolommen van zijn artikel noemde hij La Princesse Maleine een ‘grandioos, zuiver en eeuwig meesterwerk’, ‘het geniaalste werk van zijn tijd’ en qua schoonheid vergelijkbaar of zelfs beter dan het mooiste van Shakespeare. Een paar maanden later stelde Hermann Bahr in het Magazin für die Literatur des In-und Auslandes Maurice Maeterlinck voor aan het Duitstalige publiek.

In de Franse pers bestond er nog felle weerstand tegen de Belg. De doorbraak kwam er in mei 1891 met de première van de eenakter L’Intruse in het Parijse Théâtre d’Art, dat in december ook Les Aveugles op voerde. Wanneer twee jaar later Pelléas et Mélisande ingestudeerd wordt door Aurélien Lugné-Poe, kondigt men de première aan als een baanbrekend evenement. De opvoering betekende overigens de geboorte van het Théâtre de l’OEuvre, dat onder leiding van Lugné-Poe het eerste symbolistische theater werd.

Debussy

Met de tien stukken tussen 1889 en 1899, van La Princesse Maleine tot Aglavaine et Sélysette en Ariane et Barbe-Bleue (een operalibretto voor Paul Dukas), slaagde Maeterlinck erin om de symbolistische theorie, zoals ze voornamelijk door Mallarmé was ontwikkeld, bruikbaar te maken voor theater. Hij werd de invloedrijkste toneelauteur van het symbolisme en gold naast Ibsen als de grote vernieuwer van het theater, een vernieuwer die niemand kon negeren. Al gauw werd hij in heel Europa gespeeld en bewonderd. De achttienjarige von Hofmannsthal vertaalde Les Aveugles voor een opvoering in Wenen (die nooit plaatsvond), in Duitsland werd hij vereerd in de George-Kreis, in Italië door D’Annunzio. Dat waren aanhangers van het eerste uur. Nauwelijks iemand die in de oude eeuw geboren was en zich voor nieuwe literatuur interesseerde, kon zich aan zijn invloed onttrekken. Joyce citeerde L’Intruse in Stephen Hero, Marinetti huldigde zijn ‘concreet en abstract werk, dat zo veel van het futurisme in zich draagt’, Strindberg noemde hem zijn meester, Thomas Mann schreef in 1937 over zijn bewondering ‘voor het genie van Maurice Maeterlinck’; de jonge Artaud had het in 1923 over manieren van denken ‘waarvan men de actualiteit nog niet voldoende beseft’, Tsjechov bekende dat hij Les Aveugles zou laten opvoeren als hij een theater had.

Meyerhold en Stanislawski ensceneerden hem in Moskou, Max Reinhardt in Berlijn. Debussy componeerde zijn enige opera naar Pelléas et Mélisande (Maeterlinck was daarover overigens niet tevreden), Sibelius en Schönberg schreven op basis van diezelfde Pelléas et Mélisande hun symfonische gedichten, van Schönberg bestaat de grandioze toonzetting van het gedicht Herzgewächse (Feuillage du coeur), van Zemlinsky zijn ‘Sechs Gesänge für mittlere Stimme und Orchester nach Texten von Maeterlinck’.

‘Hij leidde ons binnen in de wereld die men “fantastisch” of juister gezegd “bovenzinnelijk” noemt’, schreef Wassily Kandinsky in zijn boek Über das Geistigein der Kunst. De toneelstukken van Maeterlinck, het ene al mooier dan het andere, hebben het naturalisme de doodsteek gegeven. Hij wou niets meer uitleggen, geen eenduidigheid voorwenden, geen illusie wekken van een eenvoudig te hanteren betekenis. Zijn ideaal was het dubbelzinnige, vage, geheimzinnige, ‘alles wat in een leven onuitgesproken blijft’. Toen men hem vroeg hoe hij zichzelf zag als auteur, antwoordde hij ondermeer: ‘Ik wil me bezighouden met het instinct, in de betekenis van ‘manier van weten’; het voorgevoel en de nog niet verklaarde, verwaarloosde of verloren gegane talenten en inzichten; de niet door de rede geleide motieven van het handelen, het wonderbaarlijke van de dood, de raadsels van de slaap,…’

Beckett

Als geen ander heeft Maeterlinck het terrein van het onbewuste voor het drama ontsloten. Zijn (vroege) stukken spelen zich vaak af in een sprookjesachtige, archetypische droomwereld, zoals Pélleas et Mélisande, Alladine et Palomides of La Mort de Tintagiles, waar de droom tot nachtmerrie wordt, ‘in de angst ingeschreven’, zoals Rilke in 1901 in een essay over het theater van Maeterlinck schreef. De angst is het toneel, ze is de wereld waarin Maeterlincks figuren leven. Tegenover het theater van de grote handelingen plaatst Maeterlinck zijn statisch theater, waarin een gevoel, een zielstoestand de hele ruimte vult.

‘Er bestaat een alledaagse tragiek, die veel echter en dieper is en meer overeenkomt met ons echte wezen dan de tragiek van het grote avontuur’, zo begint een essay in de bundel Le Trésor des Humbles. Zijn opvatting over de alledaagse tragiek heeft Maeterlinck in de drie eenakters L’Intruse, Les Aveugles en Intérieur gevarieerd op verschillende manieren. Een oude man die tegen de achtergrond onder een lamp zit, kan hier als tragisch ideaalbeeld dienen. Dat anticipeert op Beckett – in een symbolistisch decor.

Kandinsky, met zijn neus voor de over-gang van het materiële naar het abstracte heeft de techniek van Maeterlinck treffend omschreven als ‘het woord is een innerlijke klank’. De taal schept haar eigen ruimte, ze maakt zich los van de spreker, ze verwijst naar wat onuitgesproken blijft, onuitspreekbaar is. Het bewustzijn valt uiteen, het komt in een onzekere toestand terecht. Maeterlinck beschouwde levensgrote marionetten als de ideale protagonisten voor zijn werken. Drie van zijn stukken omschreef hij dan ook als ‘trois petits drames pour marionnettes’.

Ruusbroec

Sagen en sprookjes uit de Duitse en Keltische cultuur bleven belangrijke bronnen voor de Belg Maeterlinck. Hij vertaalde Novalis en de mysticus Jan van Ruusbroec; in zijn talrijke filosofische werken zette hij de traditie verder van de grote mystici, de Duitse romantiek en het neoplatonisme. Met zijn in 1896 gepubliceerde drama Aglavaine et Sélysette wou hij zich losmaken van de overweldigende betekenis van de dood – iets waar hij evenwel niet in slaagde.

Maeterlinck overleefde zichzelf. Van de na 1900 ontstane stukken herinnert alleen Joyzelle, een parafrase op het thema van de tovenaar Merlijn, aan de vroege werken. Voor zijn sprookjesspel L’Oiseau Bleu (voor het eerst opgevoerd door Stanislawski en met veel succes hernomen in New York) kreeg hij in 1911 de Nobelprijs. Maar de tijd van het symbolisme was voorbij. In kasteel Orlamonde bij Nice – de naam had uit een van zijn stukken kunnen komen – overleed hij op 6 mei 1949. ©

vertaald uit het Duits door Erik Derycke

De Oostenrijkse beeldend kunstenaar Peter Friedl (1960) schrijft sinds begin de jaren tachtig over heel uiteenlopende onderwerpen. Anselm Franke (Extra City) bracht een aantal teksten samen in een boek dat twee edities kent, een Duitse en een Engelse.

De bundel is disparaat. Friedl schrijft zowel over de idee van het ‘Gesamtkunstwerk’ als over Haïti als over het verband tussen kunst en macht. De vroegste teksten hebben de podiumkunsten als onderwerp. Zo zijn er stukken over theatermakers als Klaus Michael Grüber en Richard Foreman, choreografe Lucinda Childs, en over het Orgien-Mysterien-Theatervan de Weense Aktionist Flermann Nitsch. Friedl bespreekt ook een boek van Jean-Luc Godard.

Het stuk over Maeterlinck verscheen in 1983 in de Nürnberger Nachrichten en in Theater Fleute als bespreking van een Duitse uitgave van het vroege theaterwerk van de Belgische symbolist.

Het boek wordt op 23 april voorgesteld in de Beursschouwburg (Brussel).

Peter Friedl, Die heimliche Moderne. Ausgewählte Texte und Interviews 1981-2009, en Secret Modernity. Selected Writings and Interviews 1981-2009, Sternberg Press,

Berlijn, 2010

www.extracity.org;www.beursschouwburg.be

Selected Writings and Interviews 1981-2009

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!