Artists’ Entrance: Meg Stuart
Meg Stuart
Filip Peeters en Marie Vinck, Loft © Woestijnvis, foto Sofie Silbermann
Belgian film, made in Flanders. Die ene slogan op de webstek van het VAF says it all: populaire cinema van bij ons is een kwestie van zeer precieze marktprofilering. De goeie verstaander leest ook wat er niet staat: een Vlaams bioscoopsucces zwijgt in alle talen over Luik en droomt luidop van Hollywood. Producent Woestijnvis onderschrijft die ongeschreven regels ten volle in een uitgekiend mediaplan dat van een product een evenement weet te maken. Alleen regisseur Erik Van Looy en een handvol recensenten denken nog dat Loft vooral een film is. Of doen ook zij alsof?
Hollywood, het mekka van de commerciële film, is en blijft de toetssteen voor Loft. Liever een contract voor een remake door een grote Amerikaanse studio dan een Gouden Palm in Cannes. Logisch, want het referentiekader van zijn makers ligt over de oceaan. Volgens de obligate promotalk heeft scenarist Bart De Pauw een originele thriller bedacht met spannende intrige en verrassende ontknoping. Op papier leest de moordplot wellicht als een derde of vierde sequel op recente Amerikaanse misdaadfilms als The Usual Suspects of A Simple Plan. In handen van regisseur Van Looy, perfectionistisch vakman en gepassioneerd filmkenner, gaat deze naarstig uitgewerkte whodunit eigentijds cinematografisch ogen. De regisseur toont zich als een stilist die zijn lichtende voorbeelden alle eer probeert aan te doen. Zijn cameravoering, montage, kleurgebruik, acteerregie, soundtrackbenadering, kortom zijn hele mise-en-scène leunt aan bij die van minstens drie Amerikaanse meesters: Paul Verhoeven, Brian De Palma en Michael Mann.
Maar lijk of geen lijk, en alle nieuwste cameralenzen en gesofisticeerde postproductietechnieken ten spijt, is een sjiek appartement op de Antwerpse kaaien nog geen penthouse in Vegas of Miami. Tot nader order is Koen De Bouw geen De Niro, Filip Peeters geen Pacino. En Van Looy blijft vooralsnog te braaf om de brutale seksualiteit, het excessieve geweld, het obsessieve voyeurisme van zijn geestelijke leermeesters te evenaren, laat staan te overtreffen. Maar waarom discussiëren over hoe goed of hoe slecht deze Vlaamse Hollywoodfilm gedaan is? Loft is meer dan een film. Het is net zo goed een update van De Mol, die immens populaire realityshow waarmee Woestijnvis rond de eeuwwisseling een tv-begrip werd in Vlaanderen. Denk er even aan terug: tien deelnemers vertrekken naar een onbekende bestemming voor een avontuurlijke afvallingskoers vol fysieke proeven en psychologische uitdagingen. Een van hen is de Mol, een saboteur in loondienst van de makers, en hem of haar ontmaskeren is van het grootste belang om de finale te halen. De kijker participeert aan het speurwerk en kan zich wekenlang verkneukelen over dit competitieve spel van schone leugens en vals vertrouwen.Vergelijk: in Loft delen vijf getrouwde kompanen stiekem een modieus optrekje waar ze ongestoord hun minnaressen ontvangen. Het lijk van een jonge vrouw in hun kingsize bed maakt een einde aan de pret en stelt de vriendschap op de proef. Een van hen is de moordenaar en zijn graduele ontmaskering brengt alle jaloezie, bedrog en verraad naar boven.
Ooit wekte de gezellige herkenbaarheid van Woestijnvis-programma’s (Man bijt Hond, Alles kan Beter en Schalkse Ruiters) nog de indruk van charmante en ‘typisch Vlaamse’ scouts- of chirotelevisie, maar in feite ging het van meet af aan om onvervalste managers- tv geschoeid op global neoliberale leest. Woestijnvis is niet de guitige bende waarvoor het zich zo graag uitgeeft, maar een uitgelezen schare van gewiekste ondernemers in jeans die niet moet onderdoen voor de harde concurrentie in maatpak en stropdas. In geen tijd is het tv-productiehuis (dat pas in 1997 werd opgericht) een begrip geworden binnen en buiten de landsgrenzen (met onder meer Terug Naar Siberië en De Laatste Show maar ook de uitzending van Belgisch voetbal op zijn naam). Het bedrijf is een competitieve merknaam voor programma’s met een kwinkslag die via gediversifieerde mediaplatformen een nauwe band met de kijker onderhouden. Met Loft zet de firma zijn eerste kordate stap in de filmindustrie, geruggensteund door eerder opgedane fictie-ervaring in eigen tv-series (zoals Het Eiland en De Parelvissers) en verzekerd van maximale visibiliteit door de centrale aanwezigheid van twee tv-sterren uit eigen stal.
Want Van Looy is meer dan een filmregisseur. Als gespeeld ontwapenend presentator van de populaire Woestijnvis-quiz De slimste mens ter wereld voert hij reeds menig seizoen de Vlaamse kijkcijfers aan en op zijn reputatie wordt zwaar ingezet bij de promotie van Loft. Een troef die nog wordt verstevigd door de koppeling aan het kwaliteitslabel van allround tv-maker De Pauw. Dankzij dit beroemde duo (samen ooit sleutelfiguren achter de schermen van De Mol) was het succes van de film al een voldongen feit vooraleer hij de zalen bereikte. Want wie weet de media beter naar zijn hand te zetten dan een mediamaker zelf? Elke etappe in het maakproces, van scenario tot draaiperiode, van prefinanciering tot muziekopname, kon rekenen op georkestreerde aandacht in kranten, op televisie en op het net. Zelfs Van Looys moeilijke en afgesprongen onderhandelingen over een heuse regie in Hollywood werden breed uitgesmeerd en klinken achteraf als de juiste referentie en het ultieme bewijs van zijn kunnen. Sinds de première is het hek van de dam: geen krant, magazine, nieuwsuitzending, praatshow of website waar beide bv’s niet gepasseerd zijn of geposeerd hebben. Nog maar gezwegen over de uitgebreide advertentiecampagne als vanzelfsprekend onderdeel van een opvallende marketingstrategie naar… Amerikaans model.
De gastvrijheid van Vlaamse media voor de hele Loft-hype kan moeilijk verbazen. Het is een kwestie van geven en nemen: in één en dezelfde beweging ontleent én catert de film aan de hele lifestyle-pers. Deze bestudeerde genreoefening is de gedroomde promoclip voor de luxueuze wereld die op de glossy pagina’s van De Standaard Magazine, Knack Weekend en Gentleman wordt aangeprezen. Loft mikt heel beredeneerd op kijkers die zich er één (hopen te) kunnen veroorloven. Deze reclamefilm voor investering in de vastgoedsector is verpakt als een thriller waarin welgestelde blanke middenklassers een staalkaart van maatpakken en designmeubels showen. Niet alleen het stoute, pikante verhaal maar ook de ‘stijlvolle’, ‘sensuele’ vormgeving is een tot leven gebrachte mannenfantasie waarin vrouwen (zoals bij Verhoeven, De Palma en Mann) weliswaar op hun strepen mogen staan zolang ze maar verleidelijke figuranten, hete stoeipoezen of gevaarlijke spelbrekers blijven. Woestijnvis was altijd al een exclusieve heterojongensclub, maar deze keer maakt misogynie gewoon deel uit van het marketingplan, dat de wapens van de vijand tegen zichzelf keert: ‘inzichten’ uit de relatierubrieken in Flair en Libelle worden herschreven als gevatte en gevoelige ‘bespiegelingen’ over overspel.
De Vlaamse film wordt blijkbaar nog steeds achtervolgd door zijn roemloos verleden: de boerendrama’s en Heimatprenten uit de jaren zeventig en tachtig (Pallieter, Het Gezin van Paemel, De Vlaschaard,…) hadden lange tijd zo weinig voeling met de moderne Vlaamse werkelijkheid dat zelfs deze vroeg-21ste-eeuwse filmmakers zich nog verplicht voelen te overcompenseren. Hun veramerikaniseerde versie van Antwerpen anno 2008 is al even wereldvreemd als de anachronistische literaire cinema van hun regionale voorgangers. Maar ook hier kan het cinefiele argument weinig overtuigen. Vlaanderen krijgt met Loft het soort mediaproduct waaraan het verdient: aanstootgevend, protserig, ongegeneerd seksistisch, schaamteloos leeghoofdig. Hoe kan het anders dan dat het Casino van Oostende uitgekozen wordt als decor voor een sleutelscène? In deze bloeiende zaak kunnen Vlaamse goedverdieners ongetwijfeld hun geld laten rollen, niet in het minst ook dankzij het voordelige tax shelter-systeem waarop Loft gretig beroep heeft gedaan voor zijn financiering. Zonder zou van dit lucratieve product geen sprake geweest zijn.
En Luik? De Waalse cinema is tegenwoordig alles wat Loft niet wil zijn. Terwijl de broers Dardenne, Lanner, Lafosse en co het leven zoals het is in kaart proberen te brengen, timmert Van Looy aan een artificiële werkelijkheid. Mensen versus personages. Locatie versus studioset. Werkelijkheid versus fantasie. Het één is niet beter dan het andere: documentair realisme en gestileerde fictie hebben allebei iets te vertellen, of niets. Maar in dit geval verraadt de kloof tussen beide landsdelen een verschil in ambitie. De betrachting van Le silence de Lorna, Eldorado, Nue propriété,… is op zijn minst om de wereld van vandaag te tonen, als het kan ook om hem te begrijpen, en misschien zelfs om erin tussen te komen. Het streefdoel van Loft is om zijn publiek te entertainen en om het grootste kassucces in de Vlaamse filmgeschiedenis te worden. Het is maar waarmee je tevreden bent.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.