Leestijd 6 — 9 minuten

Les Barons

film

Rond 25 december liet het filmproductiehuis Entre Chien et Loup weten dat de Belgische Franstalige film Les Barons sinds zijn release in november meer dan 100.000 toeschouwers in de bioscoopzalen heeft gekregen. Niet weinig voor het langspeelfilmdebuut van de Brusselse regisseur Nabil Ben Yadir. En daar zal de januari-release in Frankrijk nog ettelijke duizenden aan toevoegen.

Een generatie kunstenaars verloren laten gaan in de hoofdstad van een land is redelijk dom. Twee generaties kunstenaars laten verloren gaan lijktintentionele domheid. Dat is precies wat in Brussel gebeurd is de afgelopen twee decennia met de vele potentiële kunstenaars uit de migratiestromen van de late 20ste eeuw. Maar zoals de Oostenrijkse scherpzinnige zeur Bernhard de mensheid al leerde, ‘jonge kunstenaars zijn niet te helpen’. En dus kruipt de filmkunst waar ze niet gaan kan, buiten de filmscholen om, zonder bachelor en master, om opnieuw het eigen warm water uit te vinden… Al is precies dát het werk van elke kunstenaar.

Wat de kwaliteit van dat warme water dan is, is altijd de inzet van een debat tussen makers en de publieken. Les Barons ging al lopen met prijzen op het Filmfestival Marrakech 2009 (prijs van de jury) en op het Filmfestival Amiens 2009 (publieksprijs en beste mannelijke hoofdrol).

Les Barons schildert een uitgesteld coming of age en een boy wants girl verhaal tegen een Brusselse backdrop. Regisseur Nabil Ben Yadir en zijn coscenaristen Laurent Brandenbourger en Sébastien Fernandez schreven een koldereske, picareske tragedie-komedie die inzoomt op de worsteling van Hassan (Nader Boussandel), een jonge Maroxellaar, om zijn leven in eigen handen te nemen, zijn Brusselse wijk te kunnen verlaten, en op zijn ambitie om zijn beroep van MIVB-buschauffeur te ruilen voor dat van stand-up comedian. Hij wil ook aan een lief geraken, op de koop toe is dat Malika (Amelle Chahbi), de zus van Mounir (Mourade Zeguendi), zijn beste vriend. (Dit laatste thema werd overigens in Frankrijk door Hubert Koundé al bijzonder veelzijdig uitgewerkt in het toneelstuk Cagoule uit 2004.)

Niet simpel, als Hassan ook nog eens een Baron is. ‘Hoe minder inspanning, hoe langer het leven’, zo luidt de levensattitude van de werkloze leeglopers Hassan, Mounir en hun twee copains Aziz (Monir Ait Hamou) en wannabe Baron blanke Belg Franck (Julien Courbey).

Ben Yadir putte hiervoor uit het eigen leven. En Brussel heeft cases zat, wat dat soort trajecten betreft. Neem pakweg Mambo. Hij was breakeur en cachette (Mad Spirit, Dynamic Rockers, Hush hush hush) tot op de dag dat hij via de satelliet opnieuw de Brusselse huiskamers binnenbreakt en zijn verbouwereerde familie hun zoon ziet molenwieken voor de Marokkaanse koning. Sindsdien is er voor hem veel veranderd, maar niet voor vele jonge Brusselaars, die nog te veel hun inspiratie moeten putten uit het niet aflatende gevecht tegen familie, gemeenschap, religie, sociale druk, onderwijs, racisme, (artistieke) vooroordelen, etc.

Desalniettemin blijft het een narratief dat keer op keer herverteld kan worden. Ben Yadir koos als kader voor een publieke conference van Hassan die doorheen flashbacks zijn verhaallijnen ontspint. De film kiest er nadrukkelijk voor om een crowdpleaser te zijn en doet daar behoorlijk wat concessies voor.

Franse acteurs dragen de hoofdrollen, op Mourade Zeguendi en Jan Decleir na. Dat nadrukkelijke lonken naar een Franse markt levert een rolbezetting op die hard doet denken aan de talloze mislukte Nederlands-Vlaamse of pan-Europese coproducties uit de jaren zeventig en tachtig. Die films moeten aan zoveel broodheren voldoen dat elke zweem van authenticiteit op zijn minst onder druk komt te staan. Daar lijdt Les Barons ook onder, ondanks de taaltraining van de acteurs. Nooit hebben we in een film een Brusselse kruidenier zo mooi Frans weten praten als Jan Decleir in zijn rol als Lucien, of het lingo van de Brusselse straten zo gemist.

En dat geldt ook voor de inwisselbaarheid van grootstedelijke decors. Vele filmmakers slagen erin om de stad of plek waar ze draaien tot extra personage te maken, precies door zo dicht mogelijk op die stad te blijven focussen en niet tevreden te zijn met een soort van make believe. Ik refereer o.m. aan pakweg de gebroeders Dardenne of Woody Allen.

Ben Yadir woont in hartje Molenbeek. Sinds de industrialisatie is het een belangrijke broeikas voor socio-economische ontwikkelingen, politiek altijd ‘chaud’. (Niet voor niets besloten de machthebbers in de 19de eeuw de kazerne – die we nu als het asielcentrum Klein Kasteeltje kennen – net aan de overkant van het kanaal Brussel-Charleroi te bouwen, kwestie van in geval van oproer flink wat legitiem geweld bij de hand te hebben…)

Niet dat de film zich expliciet richt op zijn Molenbeek, de term valt zelfs niet, de term Brussel valt wel. Brussel is als stad redelijk onontkoombaar, maar niet in deze film (zie ook Jes, Manneken Pis, …).

Als pocketwereld en labostad par excellence is die stad wel iets anders dan het opgeblonken sobergrijze beeld dat Les Barons ophangt. Nooit eerder leek Brussel zo opgekuist, zo netjes, zo ordentelijk, terwijl ik vaak een andere, chaotischer realiteit als de mijne mag beschouwen, met botsende vitaliteit, overlevingsdrang en alle mogelijke vormen van gelukte en mislukte onderhandelingen tussen stadsbewoners en de hele grootstedelijke context van de Europese hoofdstad.

Ben Yadir haalt in interviews regelmatig aan dat hij een film voor alle leeftijden wou maken, waar hij ook in geslaagd is, en dat hij moeilijk de verzoening zag tussen komedie en heikele thema’s als flikken, drugs, corruptie, racisme, etc., en liever een inclusief, i.e. niet-confronterend standpunt wou innemen. Die argumentatie lijkt weinig steek te houden. Sam Touzani (o.a. Liberté, égalité & sexualité) in Brussel, maar ook Spike Lee en talloze anderen hebben al bewezen dat in komedie autocensuur niet hoéft (niet op de scène, niet op het filmdoek), en dat een kunstenaar het publiek ook niet hoeft te onderschatten, integendeel. Uiteraard is humor een adequaat glijmiddel, maar het werkt evengoed als een preservatief. Die inperkende strategie heeft Les Barons voor een belangrijk deel gecastreerd en teruggebracht tot een verleidelijke Toto Le Héros of Amélie Poulain-achtige fantasiewereld, die zoetjes netjes langsheen de jeukende plekken van de Brusselse/Belgische interculturele samenleving fietst.

Waar Ben Yadir vanuit een postinterculturele blik wil spreken, loopt de film regelmatig vast in bizar moralisme. Waar oplichter en über-Baron Mounir als personage en in de gedaante van Mourade Zeguendi stukken interessanter is dan protagonist Hassan, krijgt hij slechts een plaats als het donkere alter ego van Hassan om op Hollywoodiaanse wijze het gebouw te verlaten.

Komt het publiek ten gronde iets te weten over de particuliere en lastige verhouding tussen rondracend testosteron, het andere (of het eigen) geslacht, over dagelijkse instant migratie tussen een gelovige binnenwereld en een seculiere buitenwereld, tussen schaamte en goesting, tussen traditie en postmoderniteit behalve de clichés die sinds jaar en dag langs de (digitale) montagetafel passeren, los van genre (zie Het Schnitzelparadijs)?

Qua debuutfilm en grootstadssprookje is Les Barons bij vlagen bijzonder geestig en onontkoombaar. Uitkijken naar de samenwerking tussen Ben Yadir en Union Suspecte en volgende.

Les Barons van Nabil Ben Yadir, met Nader Boussandel, Mourade Zeguendi, Amelle Chahbi, Monir Ait Hamou, Julien Courbey, Jan Decleir, e.a., www.lesbarons-lefilm.com

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#120

01.02.2010

—

31.03.2010

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!