Vier zusters – Luna, Winter, Toulouse en Jules De Cock
Zussen spelen
Catho De Cordt
La Vera Storia, het ware verhaal, dat is de merkwaardige titel die Luciano Berio en Italo Calvino aan hun eerste opera gegeven hebben. Het is een werk dat weigert escapistisch te zijn, maar verwijzen wil naar de ware toedracht.
Voor de marxistisch geïnspireerde Berio betekent dit, dat zich in onze maatschappij maar één verhaal afspeelt en dat is dat van de strijd tussen het volk en zijn verdrukker. Om dit duidelijk te maken heeft hij met Calvino een libretto uitgewerkt dat elementen gebruikt uit Verdi’s Il Trovatore, omdat ook Verdi, langs een Spaans melodrama om, over de revolutionaire strijd sprak. Bij Verdi zat dit nog duidelijk in een burgerlijk perspectief, zodat de klemtoon volledig op de pijnlijke lotgevallen van de helden viel. Maar voor Berio en Calvino leven we in een tijd waar helden slechts bleke figuren zijn. Daarom worden ze in La Vera Storia tot iconen gereduceerd: we krijgen slechts een reeks typische situaties. De sopraan is de geliefde, de tenor het slachtoffer, de bariton de schurk en de mezzosopraan de weeklagende figuur (dat stemt overeen met de rolverdeling bij Verdi).
De situatie van het volk is overduidelijk: overal dreigt er gevaar. De soldaten en politieagenten kunnen dan wel andere uniformen dragen, hun functie blijft gelijk. Ze zijn het instrument van een blinde verdrukking. Dit is een volksfeest waarbij het de vierders de zin tot pretmaken vergaat. Het is duidelijk dat het beeld van de opgeschrikte massa wortelt in de vrees van de politiek-bewuste Italiaan voor een staatsgreep en voor de terroristische aanslag. Dit is dan “la vera storia”: dat er geen plaats voor het feest is. Om het weer mogelijk te maken, moeten de tijden en de politieke systemen veranderen.
Deze boodschap lijkt erg eenvoudig, maar in de concrete uitwerking is ze dat niet. Al heeft Calvino een erg goede tekst geschreven, toch heeft Berio hem zo verdronken in eindeloze melismen, waarbij de zangers nauwelijks de medeklinkers kunnen vormen, dat de betekenis in grote mate verloren gaat. Deze gewilde onduidelijkheid ontneemt aan het werk veel van zijn directe impact. Het is de tol die Berio wenst te betalen aan zijn intellectuele afkomst. Hij behoort immers tot de generatie van Darmstadt.
Dat waren componisten, zoals Stockhausen, Ligeti, Nono of Boulez, die in hun muziek met de Tweede Wereldoorlog wilden afrekenen door het beredeneerde te laten primeren op het emotionele (de fascisten hadden met het uitbuiten van het emotionele te veel schade aangericht). Berio zelf is een heel sensuele componist, met een rijk talent voor prachtige orkestrale kleuren. Maar de directheid wordt altijd geremd door de erfenis van zijn generatie. Dat uit zich vooral wanneer Berio teksten behandelt. Die teksten moeten altijd ingewikkeld en vaag suggestief zijn (in zijn werken gebruikt hij dan ook graag Joyce of Proust of Sanguinetti).
Zo een houding komt natuurlijk het dramatische effect niet ten goede. Bij La Vera Storia verzwakt ze zelfs in beduidende mate de werkzaamheid. Zo b.v. krijgt men in het eerste deel een ondoorzichtige situatie aangeboden. In het tweede deel krijgt men dezelfde tekst voorgeschoteld, maar in een andere volgorde, met nog minder narratief houvast. Men kan daar wel allerlei mooie theorieën aan vastknopen, zoals b.v.: la vera storia is altijd hetzelfde maar in licht gewijzigde vorm. Maar wat het als intellectuele speculaties oplevert, verliest het aan dramatische kracht. Het publiek staat te gapen naar een handeling die niet te begrijpen is. Aan de intellectueel Berio wil men graag vragen: wat is er essentieel: dat La Vera Storia onverstaanbaar is, of dat La Vera Storia duidelijk en direct over de verdrukking gaat? Wat de intellectueel daar ook moge op antwoorden is niet relevant, want de kunstenaar Berio weet het. De momenten van de verdrukking worden prachtig door het koor bezongen. Graag wil ik dit pamfletair formuleren: de hedendaagse componist moet durven vulgair zijn. Hij moet broodnodig het cocon van hersenspinsels waarmee de cursussen in de hedendaagse muziek vol zitten, ongeremd durven verbreken. Het is een wens die ik met des te meer aandrang uit, omdat ik onder de huidige componisten er geen andere ken die én zulk een groot talent heeft én zulk een aanleg om een werkzame opera met een hedendaags idioom te schrijven. Want, laten we wel wezen, ondanks de tekortkomingen is La Vera Storia één van de zeldzame operapartituren uit de jaren zeventig en tachtig die een kans maakt om later weer op het programma te komen.
In de Parijse opera werd door de Spaanse regisseur Lluis Pasqual een degelijke opvoering opgezet. Vooral het eerste deel kon overtuigen, omdat hij daar van Roberto Platé een mooi open plein had gekregen waar aardig met dramatisch licht kon gewerkt worden. Het tweede deel speelde zich in een ouderwets expressionistische omgeving af, die de algemene verwarring alleen nog maar een handje hielp. Van het volksfeest, dat Berio en Calvino voor ogen stond, blijft er weinig over, maar Berio heeft zulk een ingewikkelde koormuziek geschreven, en zich daarbij zulk een complexe evolutie op het toneel voorgesteld, dat Pasqual rustig kan zeggen dat hij bij de Parijse opera te weinig tijd heeft gekregen om dit allemaal mogelijk te maken. Ook op dit punt stoot men op Berio’s zucht naar het vermenigvuldigen van moeilijkheden. Maar La Vera Storia is en blijft een uitdaging die de moeite loont. Niet in het minst omdat het muzikaal allemaal heel boeiend is: in het eerste deel gebruikt Berio de grote massa’s van het koor en het orkest: men zwelgt in de klanken. In het tweede deel wordt alles fijn, doorzichtig en gedetailleerd, persoonlijk hou ik meer van de barokke aanpak, al is de consensus dat het tweede deel muzikaal beter geschreven is (maar ik vind dat het dramatisch minder sterk is, en waar komt het er bij een opera op aan?). Dat alles werd in Parijs met vaste hand schitterend geleid door Sylvain Cambreling, waarmee een laatste vraag als vanzelf opborrelt: wanneer brengt de Munt zijn versie van één van de weinige overtuigende operapartituren van onze tijd?
LA VERA STORIA produktie: Opéra de Paris; componist: Berio; libretto: Italo Calvino; dirigent: Sylvain Cambreling; regie: Lluis Pasqual; decors en kostuums: Roberto Platé; met Livia Budai, Valeri Popova, Milva, Lajos Miller e.a.
(La Vera Storia speelt nog op 25 juni in A’dam)
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.