© Michiel Devijver

Leestijd 9 — 12 minuten

How Goes the World – Histoire(s) du Théâtre V — Tim Etchells / NTGent

Theater als loop station 

Verraderlijk dun is de grens tussen je artistieke signatuur uitpuren en ze steeds verder uitputten. Aan de ene kant van die grens begint je werk nog dieper te ademen, aan de andere kant wordt het louter een fossiel van zichzelf. Voor oprechte artiesten is precies dat uiterste punt een van de boeiendste én gevaarlijkste grenzen om te verkennen. Daarachter wacht de gapende afgrond. In How Goes the World tuimelt Tim Etchells erin met zijn volle gewicht. Opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Het decor van deze NTGent-productie toont een huiskamer als in de oude dagen. Twee deuren, een trap, een buffetpiano, een staande kapstok vol jassen, een divan met de krant, een koffietafel met witte telefoon. Uit het leven gegrepen is ze, deze kamer. Of toch niet? De achterwanden met bloemetjesbehang uit de jaren stilletjes lijken meer op haastig tegen elkaar geschoven decorstukken uit verschillende producties. De stapels stoelen rechts opzij doen denken aan de repetitiestudio. En het hout op de vloer is bewust historisch. Dit is geen huiskamer, dit is het toppunt van een ‘toneelbeeld’. De scenografie van How Goes the World is een theatraal citaat. Een reproductie. Een doordruk. Een cliché. 

Met diezelfde dubbelheid komen ook de vier spelers op. Ze zwaaien de deur open, bewegen zich over de scène, nemen met een glazen blik naar de zaal een pose in aan de piano, in de zetel, op het vloerkleed. De heren dragen een pak van zowat vijftig jaar geleden, de dames een frivole en toch kuise jurk. Zo doe je dat dus, theater. Of liever: zo deden ze dat ooit, toneel. Huiskamerdecor, stemmig licht, vier opgedirkte figuren van diverse leeftijden. In gespreide mise-en-place staan ze klaar voor een stuk in drie of vier akten. Maar hoe acteurs John Rowley, Aurélie Lannoy, Aurélie Alessandroni en Neil Callaghan elkaar daarbij naïef en onderzoekend aankijken, is met de hedendaagse blik. Staan ze op scène als personages of als performers? Gaan ze theater spelen of spelen ze het toneel na? 

“How Goes the World is een bijna archetypische conceptvoorstelling die het theatermedium zelf als uitgangspunt neemt.”

Als de telefoon rinkelt en één van de dames toeschiet om de hoorn van de haak te nemen zonder dat haar ‘hallo’ beantwoord wordt, installeert dat nog even een mogelijk verhaaltje. Als er meteen daarna luid op de deur wordt gebonsd, maar er niemand achter blijkt te staan, zou dat het begin van een plot kunnen zijn. Maar eens die telefoon nogmaals rinkelt, het bonzen blijft terugkeren en er even later ook een pistool (of twee, drie) opduikt dat afgaat en blijft afgaan, terwijl er steeds weer een andere speler doodvalt en weer opstaat, wordt al snel duidelijk dat fictie hoegenaamd niet de bedoeling is. De bedoeling is blijven spelen met hoe het toneel altijd de fictie heeft gespeeld, via zijn welbekende clichés en illusoire trucjes om de plot een draai te geven: de rinkelende telefoon, het toneelpistool, de blaffende hond, het onbedaarlijke huilen, de donsvlokken die sneeuw moeten oproepen, de sloten drank. De bedoeling is citeren. Kopietjes maken van archetypisch toneel. Doordrukken in doen alsof.

Leidend daarbij is de bruitage, de klankband met stereotype actiegeluiden waarrond de hele voorstelling is opgebouwd. Die sound samples zijn zo luid, morsig en kunstmatig dat ze de dynamiek op scène niet alleen ritmeren, maar zelfs helemaal gaan sturen. Terwijl van de klankband bijvoorbeeld het klokkende geluid weerklinkt van wijn inschenken, zie je de spelers met een lege fles een leeg glas volgieten en steeds weer achteroverslaan. Er is iets dwangmatigs aan hun handelingen, alsof de plaat blijft hangen. Niet één keer moeten ze gieten en drinken, maar tien, twintig keer. En zo komt ook het gerinkel, het gebons of het pistoolschot telkens opnieuw inbreken: steeds sneller, steeds willekeuriger. Als een koor ontaardt de soundscore van canon in kakofonie. 

We zien een mechaniek die op hol slaat, een heel systeem dat ontspoort. Het maakt van de acteurs marionetten, dwaze showfiguren die moeten blijven dansen op wat deze tirannieke klankband hen in hun soep doet. Niet langer de spelers spelen het toneel na, het toneel zelf gaat met de spelers aan de haal. Simpele playback wordt compulsieve poppenkast. Acteurs worden gedirigeerde instrumenten. Omgekeerd blijkt de piano algauw een pianola: een voorgeprogrammeerde automaat die steeds dezelfde riedel speelt. Alles beweegt hier van zichzelf, op de toetsen van een hogere kracht die het ook zelf niet meer weet.

Wat moet dat? Wat beoogt regisseur Tim Etchells, al bijna veertig jaar de voorganger van het befaamde Britse performancegezelschap Forced Entertainment, met deze dolle rondedans? How Goes the World is een bijna archetypische conceptvoorstelling die het theatermedium zelf als uitgangspunt neemt. Ze zet het onder een gedesinfecteerde stolp en voert er dan één rechtlijnig vormexperiment op uit om te kijken wat er gebeurt. Concreet past Etchells een muzikaal procedé toe op de beeldende en narratieve kunst die theater is. Hij sampelt de toneeltraditie tot een irritante loop station. Resultaat is een eeuwig herbeginnen met iets wat voorbij is. Nooit komt er enige voorstelling op gang. Ze draait zich bewust vast in haar eigen eeuwenoude repertoire, haar eigen machinerie. Als een hond achter zijn staart. 

Dat hoge meta-gehalte, die voortdurende neiging tot toneel als citaat en echokamer, hoeft op zich niet te verwonderen. How goes the world is de vijfde aflevering in de NTGent-reeks Histoire(s) du théâtre, waarvoor afscheidnemend artistiek leider Milo Rau elk jaar een andere (vaak buitenlandse) theaterpersoonlijkheid de opdracht geeft om ‘na te denken over theater als kunstvorm’. In 2018 gaf Rau zelf het startschot met het knappe La Reprise, over de tragische homofobe moord op Ihsane Jarfi in Luik. Daarna volgden Faustin Linyekula, Angelica Liddell en vorig jaar Miet Warlop met ONE SONG. Wat is het wezen van theater? Wat kan het vandaag nog betekenen? Het zijn niet alleen de hamvragen die nu ook Etchells zich expliciet gesteld moet hebben als maker, maar ook het kijkkader waardoor je als toeschouwer naar zijn conclusies kijkt. Welk voorstel heeft hij voor het theater? 

How Goes the World lijkt veel meer gericht op een negatief dan op een positief antwoord. De compositie die deze creatie van zichzelf maakt, is vooral een deconstructie: ze kraakt de toneeltraditie uiteen in losse partikels, in onnozele stukjes. Opzichtig wil ze liever een anti-compositie zijn, het tegendeel van toneel. Dat merk je vooral aan die schaarse momenten dat er toch tekst opduikt. Zo krijgt Neil Callaghan ergens halfweg ineens wél tegenspraak door de telefoon. Hij keuvelt wat over de opvoering zelf: dat die vrij goed loopt, dat het publiek wel nogal doods lijkt, maar dat het gewoon wachten is op de volgende cue. Ook Aurélie Alessandroni start ineens een kort monoloogje: hoe ze uit het raam uitkijkt over de lichtjes van de huizen en spontaan aan de toekomst moet denken. Meteen komen haar kompanen haar vervoegen om op een rijtje precies dezelfde repliek mee over te doen. Niet één kleer, maar tien, twintig keer. Na elkaar, door elkaar, over elkaar. Ook tekst wordt dus gewoon een sample, een muziekinstrument. Elke betekenis dient om te verkruimelen, van betekenis te ontslaan. Tot er alleen nog klank overblijft. Citaat. Vorm. Geraamte.  

Ergens tussen al die scherven en memorabilia van de toneeltraditie geeft Etchells ook wel een positief antwoord op wat het theater nog kan betekenen. Het openbaart zich in de subtiele variatie waarmee zijn spelers zich ontworstelen aan de voorgeprogrammeerde dwang van de klankband. Steeds meer vinden ze hun geïmproviseerde vrijheid en plezier in elk hun eigen omgang met hun wijnfles, hun pistool, de hoorn in hun hand. Soms levert dat grappige momenten op, zoals wanneer de een zijn fles gaat uitschenken in zijn binnenzak of het oor van de ander, of gaat schmieren met de imaginaire hond. Daar moet de voorstelling het dan maar van hebben. How Goes the World wil het theater vieren om zijn kinderlijke spelplezier, zijn anderszijn in het moment, zijn vrijheid tegenover alle dagelijkse sleur. Het wil een oefening zijn in revolte tegen de repetitie. Het theater, zo visualiseert deze productie door zo sterk op de reproductie te spelen, is het medium van de continue vernieuwing. 

“How Goes the World is zelf niet minder erfgoed of cliché dan het erfgoed en de clichés waar het mee speelt.”

Maar is dat op zichzelf nog wel zo verrassend? Etchells spottende afrekening met het bestofte illusietoneel van weleer, met tekst als betekenis gevende drager en de kunstmatige mechaniek van plotwissels en psychologisering, is een schoolvoorbeeld van het soort postmoderne theater dat ergens in de jaren tachtig nog wel bijzonder voelde, maar vandaag zelf behoorlijk bestoft is geworden. Kunstmatigheid overdrijven in functie van een nieuwe authenticiteit, herhaling huldigen als centrale strategie, pertinent weigeren om aan zingeving te doen, de traditie citeren om ze te ironiseren: How Goes the World is zelf niet minder erfgoed of cliché dan het erfgoed en de clichés waar het mee speelt. Het wil ons een geschiedenisles tonen, maar hoort gewoon mee in de cursus. Deze nieuwe creatie is zelf een reproductie, een doordruk, een citaat. Als een vampier heeft ze het theater leeggezogen van al wat het leven geeft, om zijn bloedeloze omhulsel vervolgens te presenteren als het toppunt van vitaliteit. Ze hoort eerder in het museum dan op toneel. 

Het effect laat zich raden. Even repetitief als de voorstelling wordt ook het geeuwen van mijn buurvrouw. Zelfs al wisselen momenten van absolute overdaad zich slim af met veel rustiger adempauzes, toch gaat de hele flow op scène eerder afstompen dan extra aandacht wekken. Tegen de tijd dat de spelers beginnen op te duiken in steeds nieuwe iconische kostuums – van de champetter tot het boerenmeisje – en er over de scène een louterende melancholie of zelfs totale verbijstering neerdaalt, is het kalf al verdronken. Eén beeld blijft wel bij: ouderdomsdeken John Rowley (hij lijkt een beetje op Etchells zelf) die voor de zoveelste keer de deur opensteekt, verbouwereerd aanschouwt welk dwaas toneeltje zich daar afspeelt en dan stilletjes de deur weer toetrekt om het hazenpad te kiezen. 

Misschien is dat nog het meest ergerlijke aan How Goes the World: de gespeelde naïeve blik waarmee zulke intelligente makers zichzelf ironiseren. Valt er met veertig jaar inzicht en ambacht in de kunst van het theater echt niets beters aan te vangen dan jezelf voor te doen als onwetende poppetjes? Tegelijk is het bijzonder pretentieus: het theater blijven beschouwen als de alfa en omega van onze relatie tot de wereld, als zijn eigen autonome onderwerp, waar al de rest zich in uitkristalliseert. Want allicht zal ook deze hele kakofonie zich uiteindelijk wel een metafoor vinden voor wat zich buiten het theater afspeelt – niet anders dan het illusietoneel dat erin wordt afgeserveerd. De titel van de voorstelling, een citaat uit Macbeth, zegt genoeg. Haar doldraaiende productiemachine, de gemakzucht waarmee deze vier spelarbeiders naar haar pijpen blijven dansen, de vele doden die vallen onder willekeurig schoten: allicht wil ze een spiegel bieden van onze Europese democratie of onze eigentijdse existentie van verstomming. Maar wie is er dan gemakzuchtig? 

Als niet Tim Etchells’ hele oeuvre tot een fossiel is verworden, dan toch deze voorstelling. Ze pretendeert alles in zich te verenigen, maar slaat uiteindelijk op niets.  

How Goes the World speelt op 9-11 februari 2024 opnieuw in NTGent. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 9 — 12 minuten

#173

15.09.2023

—

14.12.2023

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is freelance cultuurjournalist. Hij schrijft over theater voor De Standaard, coördineert recensiewebsite Pzazz en doceert het vak ‘Artist in Society’ aan het Conservatorium Antwerpen. Van 2003 tot 2019 was hij kernredacteur van cultuurtijdschrift rekto:verso. Bij Etcetera maakt hij deel uit van de Grote Redactie. 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!