Leestijd 6 — 9 minuten

House of the Sleeping Beauties

Kris Defoort & Guy Cassiers (De Munt, lod & Toneelhuis)

Binnen viel geen geluid te horen. Zo staat het er, gelijk op de eerste pagina. Effectief valt er knap weinig te beluisteren: winterwind, hartenklop, het breken van golven, geritsel van lakens, nu en dan een zucht. De ‘stilte’ in Yasunari Kawabata’s roman De schone slaapsters is oorverdovend. Toch weerhield die auditieve ascese Kris Defoort er niet van deze roman tot opera om te werken. Geef hem eens ongelijk. Een zwijgzame brontekst omzetten in eclatant muziekdrama: daar draait een beetje componist de handen niet voor om.

Samen met zijn compagnon de route, regisseur en co-librettist Guy Cassiers, zag Defoort zich wel voor prangender vraagstukken gesteld. Hoe namelijk deze uiterst geraffineerde, zich welhaast volledig tussen beddengoed afspelende roman te vertalen naar het operapodium? Wat aan te vangen met Kawabata’s taalkundige trappelpas tussen herinnering en hunkering? En bovenal, hoe diep kan er eigenlijk geslapen, gedroomd worden in een klinkend kader?

Eerst de feiten. In zijn roman voert Kawabata een 67-jarige heer op die op aanraden van een vriend het Huis der Schone Slaapsters bezoekt. In dit raadselachtig, ‘kuis’ bordeel mogen mannen op leeftijd het bed delen met onder verdoving gebrachte, slapende meisjes. De schonen weten niet met wie ze slapen, de ouderen worden geacht zich ‘betrouwbaar’ te gedragen. ‘Sommige gasten zeggen dat ze in hun slaap de heerlijkste droombeelden zagen, en weer andere gasten beweren dat ze zich hun jeugd herinnerden’, legt de vrouw van het huis heel fijntjes uit. Waarop de oude heer Eguchi enkele onvergetelijke nachten (vijf in de roman, drie in de opera) in het vooruitzicht gesteld worden.

‘Net levend’, bedenkt de oude heer Eguchi over de meisjes. Zijn deze slaapsters het tot stilstand gekomen leven zelf, of demonstreert hun grondeloze roes het wegtikken der levensuren? Waar hij aanvankelijk vermoedde de ‘kille hulpeloosheid’ der ouderdom te zullen ondervinden, wachten hem vooral verloren gewaande memoires. Reeds de melk geur van het eerste meisje doet zijn hart op wieken gaan: hij herinnert zich zijn dochters als baby’s, de borsten van zijn eerste liefde. Meer autobiografische dromerijen volgen: over de roekeloze wijsheid van zijn jongste dochter, een overspelige affaire, een amoureuze twist, zijn laatste, zijn eerste vrouw. Maar onder de lakens knagen ook vragen. Met milde zin voor overmoed taxeert Eguchi de huisregels op hun validiteit, test samen met de lezer de elasticiteit van zijn betrouwbaarheid, overweegt zelfs een destructieve schennis van de huiselijke kalmte. Ontmaagden, wurgen, zelf inslapen: het zijn boze voornemens, die echter loos blijven.

In een poging om Kawabata’s eenmansvertelling gestalte te geven, opteerden Defoort en Cassiers (daarin bijgestaan door dramaturge Marianne Van Kerkhoven) voor een kaleidoscopische constructie waarin Eguchi’s beleving en overpeinzing verdeeld worden over acteur, koor, sopraan, bariton en danseres. Enkel de vrouw des huizes (actrice Katelijne Verbeke) beweegt zich – dramaturgisch, muzikaal, maar ook letterlijk – in de marge van dat kader. Haar gesprekken met Eguchi (acteur Dirk Roofthooft) markeren de cesuren tussen de drie nachten, en worden fijntjes onderstreept door in de verte klinkende pianoschmalz. Al het overige is perceptie. Eguchi’s zintuiglijke registratie van kamers, geuren en meisjes wordt in de monden gelegd van een in de achtergrond geplaatst vrouwenkoortje, dat zo als backing vocal-variant van het Griekse gewetenskoor optreedt. Net zoals de slaapdronken romanfiguur Eguchi zichzelf in zijn herinneringen weerspiegeld weet, maakt ook de bariton (Omar Ebrahim) zich van zijn acterende alter ego los. Een freudiaanse verdubbeling dus, waarbij onder Eguchi’s gesproken, publieke façade een passioneel zingende driftpool weerklinkt. Daarbij treden beiden in contact met de sopraan (Barbara Hannigan), die als sensuele sirene alle vrouwen uit Eguchi’s leven neerzet. En dan is er nog de danseres (Kaori Ito), die vanuit een (uiteraard onbereikbaar) venster boven het schouwtoneel in variërende kimono’s gestalte geeft aan de drie slapende schonen en wat deze bij hun bedgenoot losmaken. Een kluwen van stemmen en handelingen dus, dat gelukkigerwijze opgevangen wordt door een hypergeësthetiseerde, maar vaak weinigzeggende scenografie. Dat prachtig-saaie totaallandschap wordt slechts interessant wanneer Cassiers met projecties en handelingen resoluut voor de alomtegenwoordigheid van het vrouwenlichaam kiest: pas dan wordt de scène een warmbloedig organisme, dat aansluit bij de onirische logica van de schone slaapsters. Precies zoals ook Kawabata’s tekst de multizintuiglijke lijfelijkheid aanwezig stelt.

We wezen hierboven reeds op de geluidloosheid van die tekst. Een retorische vergetelheid, want een enkel keertje staat Kawabata in zijn roman wel degelijk muziek toe. Tijdens zijn eerste nacht in het Huis meent Eguchi in het lichaam van het meisje muziek te horen. Muziek, vol van liefde, die weerklinkt ‘omdat de gedachte aan een huiveringwekkende schuld ineens in een andere richting werd omgebogen’. Schuld. Het hoge woord is eruit. Overal waar hij gaat, sleept de mens een schuldig leven achter zich. De wroeging om foute keuzes, de spijt om foute daden: ook Eguchi – onze vleesgeworden ouderdom – kan er niet aan ontsnappen. Verweile doch: slechts een tomeloze slaap naast een onwetende, jonge vrouw lijkt deze wanhoop van het ouder worden voor een ogenblik te kunnen ombuigen. In die genadige plooival ontstaat volgens Kawabata liefdevolle muziek, en het lijkt er sterk op dat Defoort juist die zegswijze met alle macht omarmd heeft.

Defoorts muziek voor House of the Sleeping Beauties is niet louter van onzeglijke schoonheid, ze pakt alles en iedereen op windsnelheid. Van de oriëntaliserende entreemuziek (afsluitend in allengs frenetieker wordende strijkerscrescendo’s), over de suggestief beukende hartslagen annex zeegolven of de zoemende bijen in de dahliatuin, tot de heerlijk somptueuze epiloog: Defoorts immer sprankelende muziek is zo nadrukkelijk op vervluchtiging gefixeerd dat ze de louterende ongrijpbaarheid der schone slaapsters evenaart, zoniet overtreft.

Zelfs tot in Eguchi’s meest eenduidige herinneringsdromen blijft Defoort zijn meest efemere kaart uitspelen. Alsof ook zijn muziek een verleden te omploegen heeft, worden Eguchi’s reminiscenties aangekleed als barokkerige ariapastiches of Purcellachtige lamento’s. Defoorts gedurig wispelturige notenpapier verwordt zo tot een ingenieuze origami, waarin de ware schoonheid schuilgaat onder een constructie van vouwen, breukvlakken, schemerzones. Precies zoals Kawabata het beschrijft: in de plooi tussen schuld en elders.

Een dergelijke aanpak is niet zonder gevolgen uiteraard. Omdat de ervaring van één protagonist versplinterd wordt over acteur, zangers en koor, voert zulks tot een onoverschouwbare veelvoud aan (bijwijlen contradictorische) zienswijzen en zanglijnen. Mijmeringen en reminiscenties staan zo niet langer in de marge van de actie, maar bewerken net de plastische ontvouwing ervan. Ze vormen – om met Roland Barthes te spreken – een onafgebroken veelvoud aan ‘catalyses’: van hun ankers geslagen elementen die een vertelling versnellen, vertragen, heropstarten. Al sinds Richard Wagners Walküre weten we dat stemmen en klankvelden ‘wanderlustig’ zijn, al te graag van elkaar weg schuiven teneinde de ambiguïteit van een vertelling bloot te leggen. Dat Defoort en co net voor deze aanpak kozen om naar de dubbelhartigheid van Eguchi’s verhalen te grijpen, is het resultaat van hun respect voor Kawabata’s rijke onbestemdheid. Dat respect slaat wellicht het treffendst door in de woordeloos prachtige, ondubbelzinnig orgastische slotmuziek, waarin de componist ons met Eguchi achterlaat met de vraag of in de onaantastbaar erotische, slapende onschuld niet het ultieme verweer tegen wroeging en doodsangst schuilt.

House of the Sleeping Beauties is van 6 tot 23 oktober op een viertal plekken in Nederland te zien. www.toneelhuis.be, www.lod.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#118

01.09.2009

30.11.2009

artikel

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!