Softcore, a hardcore encounter, Lisa Vereertbrugghen © Pierre Tournay

Leestijd 11 — 14 minuten

Hoe klinkt een voorstelling?

Choreograaf Lisa Vereertbrugghen werkt momenteel aan een nieuwe creatie met haar vaste geluidsontwerper Michael ‘Mike’ Langeder. Door de jaren en creatieprocessen heen ontwikkelden zij een unieke modus operandi. Van Lisa’s eerste, ruwe ideeën over Mikes input tot de uiteindelijke synthese in een overweldigende geluidsband: hoe gaan zij te werk? In deze dialoog blikken Lisa en Mike terug op hun gezamenlijk parcours.

Wat volgt is een weergave van een gesprek tussen Mike en mij, opgenomen met mijn telefoon, begin september 2025—we staan dan aan de start van een nieuwe creatie. Ik maak choreografisch werk, Mike is architect en vormt samen met Bernardo Risquez het duo Different Fountains, dat experimentele elektronische muziek maakt. Voor ik overga tot het gesprek, misschien nog een woordje over de manier waarop wij samenwerken. Toen ik Mike in 2016 ontmoette, was ik al drie jaar intensief hardcore techno aan het onderzoeken, zowel in dans als in muziek. Ik was op mijn 30ste ook net opnieuw naar België verhuisd vanuit Amsterdam, waar ik een dansvoorstelling rond gabber en drie aansluitende installaties had afgewerkt (waarvoor ik zelf de geluidsmix creëerde). Mike had op dat moment nog nooit met techno gewerkt.

Voor mij is het essentieel om, nog vóór ik met Mike een gesprek over een nieuwe creatie begin, precies te weten wat het geluidsconcept is en hoe het klinkt. Ik doe dat om zelf te weten waarover de voorstelling überhaupt gaat. Het moment dat ik weet hoe de show klinkt, weet ik ook wat de show is. Ik verzamel specifieke tracks, die ik bewerk tot ik het ‘juiste’ geluids­universum heb (wat zijn de beats per minute, wat is de vibe, naar welke subgenres wil ik conceptueel verwijzen, welke tracks passen en hoe moet ik die bewerken om ze nog beter te laten aansluiten). Pas dan kan ik het gesprek met Mike beginnen, dan kan ik hem laten horen waar ik precies naartoe wil en kunnen we samen enthousiast worden. Er volgen verschillende cafébezoeken en studiosessies. Mike stuurt me korte probeersels, ik geef gedetailleerde feedback, hij werkt verder en de try-outs worden langer. Mike overtreft altijd al mijn referenties.

Ons huidige project is een dansvoorstelling rond de slow (ja, de klassieke tegelplakker). Het bewegingsmateriaal is nieuw, maar het geluidsconcept sluit aan bij ons eerdere werk. Ik wil werken met vertraagde harde techno, op de helft van de normale snelheid. Die notie van ‘vertraging’ in de muziek is essentieel. Het geluidsconcept ontwikkelde ik voor een slowdansinstallatie voor het festival Dansand! in Oostende. Ik maakte toen zelf een mix. Mike heeft mijn mix ondertussen beluisterd. Dit gesprek is ons tweede overleg daarover. Sinds de sluiting van het Brusselse café Daringman zijn we als duo verloren. Toen ook café Midpoint dicht bleek, belandden we op een willekeurig terras. Het was een tegenvaller. Mike bestelde een bier met ‘rave’ in de naam om de vibe goed te krijgen.

Het gesprek

Lisa:
Wat wilde je me laten horen?

Mike:
Weet je nog die David Lynch-track die je me had gestuurd, die je zelf niet had gebruikt voor Dansand? We zeiden toen dat die moeilijk te combineren was omdat hij zo anders klonk dan de technotracks. Ik heb er toch een mix mee geprobeerd en eigenlijk werkt het verrassend goed. Het klinkt donkerder, maar daardoor zie ik het als een sterke opening voor de voorstelling. Het heeft die sfeer die jij beschreef: een duistere kroeg met een jukebox, drie uur ’s nachts, een paar vrouwen aan de toog, een koppel danst… Ik heb er ook een andere track bij gemixt die jij ook had gebruikt, die repetitieve met die herkenbare baslijn…

Lisa:
Mr. Fingers?

Mike:
Ja, die!
(Mike legt technisch uit wat hij heeft gedaan, welke soft- en welke hardware hij gebruikte en laat Lisa via een koptelefoon luisteren)

Lisa:
Heel cool. Inderdaad, een goed potentieel begin voor de voorstelling. Meteen die sfeer van een louche, mysterieuze nachtclub. Het kan nog alle kanten op. Het ritme doet me ook denken aan een soort hedendaagse blues. Het heeft iets ontevredens, iets boos. Het enige wat ik me afvraag: hoe maken we dan de overgang van spaced-out Lynch naar onze techno?

Mike:
Heel simpel. Sowieso ga ik deze track helemaal bewerken en onherkenbaar

maken. Alle gitaarklanken worden vervangen door technoklanken. We behouden ritme en sfeer, maar veranderen de esthetiek en de context.

Lisa:
Ja, ik denk dat we in één klankwereld moeten blijven. Geen losse scènes, maar één track zonder onderbrekingen. De vocals doen me denken aan ons gesprek van vorige keer, toen ik je vertelde dat ik eventueel zang wil gebruiken in de show, met vocoder of autotune. Ik hou van de overgang van menselijk naar digitaal in dit project. De slow gaat over de noodzaak van lichamelijk contact in een gedigitaliseerde wereld. Dat spanningsveld tussen fysieke en digitale aanwezigheid: de vocoder belichaamt dat volledig. De transformatie van de stem is het punt waar materie immaterieel wordt. Ook bij autotune, dat is deels vlees en deels machine.

While We Are Here, Lisa Vereertbruggen © Bea Borgers

Mike:
En het verbindt de dans ook met de toekomst. Nostalgie willen we vermijden, toch?

Lisa:
Absoluut. Geen sentimentele slow, maar verlangen naar verandering en utopie. Geen conservatieve gevoelens. Fuck dat. (lacht) Ik herlees trouwens het boek Radical Intimacy. Het gaat over hoe neoliberalisme zelfs onze intieme relaties binnendringt. Intimiteit verwijst daarin niet naar seks, maar naar innige nabijheid: met jezelf, met vrienden, met partners… Die intimiteit wordt zeldzaam en meteen gekaapt door productiviteit en consumptie. Neoliberaal denken structureert en organiseert onze intiemste relaties.

Mike:
Komt dat consumentisme ook in het stuk?

Lisa:
Nee, het stuk wordt juist de weergave van een utopie. Natuurlijk zit er hedendaagse vervreemding in, maar de lichamelijk­heid van de voorstelling verzet zich tegen efficiëntie en snelheid.

Mike:
We tonen hoe het óók kan.
Dus: één trip voor het publiek. Met één doorlopende soundtrack, toch?

Lisa:
Jep, inderdaad.
Weet je nog ons eerste gesprek? Toen vroeg ik je sound te maken voor mijn heel abstracte voorstelling The Extraordinary Way She Moves*.

*Noot van Lisa: deze voorstelling van 2016 was een reactie op het gebrek aan interesse en context dat ik in Nederland ervoer voor mijn onderzoek naar gabber. Ik besloot (waarom waarom) een heel abstract beeldend solowerk te maken met objecten dat doordrongen was van techno-esthetiek (zwarte zeilen, grote ventilatoren, bomberjacks), maar zonder techno­ dans of -muziek. Het moest abstract refereren aan het affect van techno. De voorstelling was deels in Amsterdam gemaakt, maar miste nog muziek. Het ontbreken van voldoening na dit werk zorgde ervoor dat ik hierna mijn gabber­ onderzoek voortzette,met een nadruk op de politieke aspecten.
En met Mike!

Mike:
Ik mocht alleen geluiden van ventilatoren en plastic gebruiken voor de soundtrack! Een uitdaging! Eigenlijk vond ik dat heel cool, heel abstract. Maar ja, heel experimenteel en onze samenwerking was ook nog niet zo helder. We waren niet zo betrokken bij elkaars processen.

Lisa:
Klopt. Een jaar later kwam ik terug naar jou omdat ik opnieuw met gabber wilde werken. Dat was het échte begin van onze samenwerking voor mij.

“Ik hou van jouw hyperspecifieke opdrachten. Ik vind het geweldig dat jij je zo diep in een genre ingraaft dat je me zo’n concrete taak kunt geven, waarin ik me dan volledig kan verliezen.”
— Michael Langeder

Mike:
Het duurde even voor we de juiste connectie vonden tussen sound en dans. Zoals onze laatste voorstelling werkt ook ons huidige project met één geluidstrack en één doorlopende choreografie. Zowel geluid als dans volgen één ‘trip’. Onze samenwerking Softcore (2018) was heel anders. Het werkte radicaal met hard cuts in geluid en dans en probeerde niet om een vloeiend geheel te zijn. Dat stuk werkte juist omdat het zo duidelijk een assemblage was.

Lisa:
Ja, in Softcore stonden tekst, sound en dans naast elkaar. Ik had toen ook veel te zeggen, na jaren research naar hardcore. Het moest een lezing, een dansvoorstelling en een dj-set worden. Ik wilde een voorstelling maken met de structuur van een hardcoretrack: abrupt, zonder opbouw. Dat had ruwe randen nodig. Herinner je je nog ons allereerste gesprek voor Softcore?

Mike:
Ik kende hardcore techno toen nog helemaal niet. (lacht)

Lisa:
Ik kwam bij jou met referenties en we begonnen meteen op onze nu vertrouwde manier te werken. Ik bracht de tracks mee en legde uit wat ik in elke track goed vond: de bas, de melodie, het ritme, de synths… Jij maakte, gebaseerd op die referenties, een volledig originele, steengoede sound­track.

Mike:
Voor jou werk ik anders dan normaal. Meestal begin ik volledig van nul. Met jou werk ik aan de hand van jouw concrete referenties binnen een genre. Ik begin dan met het samplen daarvan en vervolgens transformeer ik alles tot iets origineels. Die manier van werken is nieuw voor mij.

Lisa:
En jij gaat altijd mee in mijn rare ideeën! Voor Softcore vroeg ik je bijvoorbeeld om voor één specifieke scène ‘de meest minimale hardcore’ te maken. Ik vroeg je om alleen de structuur van hardcore te gebruiken, maar de geluiden zelf moesten heel minimaal zijn en mochten niets met hardcore te maken hebben. Geen distortion, geen zware bas. Jij maakte daar toen een sublieme track van. Een soort pingpongbalgeluid dat hardcore belichaamde zonder als hardcore te klinken. Zalig. Ik kreeg achteraf eens de vraag: ‘Was that Steve Reich in a hardcore piece?’

Mike:
Ik hou van die hyperspecifieke opdrachten. Ik vind het geweldig dat jij je zo diep in een genre ingraaft dat je me zo’n concrete taak kunt geven, waarin ik me dan volledig kan verliezen. Zoals bij ons laatste werk While We Are Here, toen je technomuziek op video’s van volksdans monteerde, zodat de beats exact bij de volksdans pasten. Ik vond het waanzinnig om te ontdekken dat die volksdans hetzelfde ritme had als de techno. Dat was het begin van ons onderzoek naar hoe minimale folkreferenties te verwerken in technomuziek. Dat soort specifieke ideeën maakt me enorm enthousiast.

“Ik weet nog dat ik je moest vragen om 70 procent van wat we hadden gemaakt weg te gooien en meer op het bronmateriaal te focussen. Ik voelde me daar verschrikkelijk schuldig over.”
— Lisa Vereertbrugghen

Lisa:
Ja, wij vertrekken van referenties, van een strak kader. Ik hou ervan om een genre te nemen en het te bevragen en vervormen, zonder de referentie volledig achter te laten. Tijdens het werkproces voor DISQUIET, dat we volledig in de zwaarste lockdown maakten, waren we dat uit het oog verloren. Door het isolement en het uitgerekte proces zijn we beginnen te overproduceren en maakten we experiment for the sake of experiment. Ik weet nog dat ik je toen moest vragen om 70 procent van wat we hadden gemaakt weg te gooien en meer op het bronmateriaal te focussen. Ik voelde me daar verschrikkelijk schuldig over.

Mike:
Het was goed dat je dat zei. Jungle, drum-’n-bass en gabber moesten ook herkenbaar blijven.

Lisa:
Ja. Ik heb dat kader nodig. Zonder die restrictie voelt vrijheid voor mij te willekeurig. Dan kan alles en niks tegelijk. Ik heb datzelfde gevoel ook binnen de dans.

Mike/
Voor mij was dat een aanpassing: jij verwijst altijd naar een genre, terwijl ik vroeger genreloos werkte aan volledig nieuwe, experimentele muziek.

Lisa:
Ja, maar omdat jij niet aan dat genre gewend bent, ben je ook heel experimenteel binnen die grenzen—en dat maakt het interessant. Als ik met een techno-dj had willen werken, zou ik dat gedaan hebben. Ik verkies onze outsideraanpak. Ons nieuwe stuk wordt experimenteler, maar nog steeds techno. Vertraagde, vervormde techno. De actie van het vertragen moet voelbaar zijn, dat is het concept van het stuk.

Mike:
En ga je in de dans ook technoreferenties gebruiken?

Lisa:
Misschien, dat weet ik nog niet. Ik ga sowieso raven met de cast, maar of dat op scène komt, zien we nog.

(Er volgt een kort intermezzo over ijssalons in Brussel, welke de beste zijn, en dat pis­tache bruin moet zijn en niet groen.)

Mike:
Misschien kun je proberen om met de dansers in stilte te werken, zodat de dans op zichzelf alles zegt. Om te zorgen dat je niet afhankelijk wordt van de muziek om de aandacht van het publiek vast te houden.

Lisa:
Goed idee! Moeilijk ook. Het is natuurlijk makkelijk als jij onder alles geweldige muziek zet. (glimlacht)

Mike:
Over die aandacht en betrokkenheid van het publiek… In onze vorige stukken zat de intensiteit zowel in dans als muziek. Als de slow als dans nu minder intens is dan de harde soundtrack, wordt het misschien moeilijk…

Lisa:
(onderbreekt)
…dan ligt de intensiteit elders. Dan zoek ik die in intentie en relatie. Ik onderzoek hoe dezelfde dans steeds anders gelezen kan worden doordat de intentie van de performers voortdurend bewust verandert. Zo verandert de perceptie van de dans voortdurend: eerst zie je geliefden, dan beste vrienden, dan twee verlegen tieners, dan twee dronken, geile mensen in een bar… Dezelfde dans krijgt steeds een andere betekenis doordat de intentie verschuift. De intensiteit kan ook daar liggen, denk ik. En dat houdt het publiek vast… Hoop ik.

Mike:
Ja, interessant, dat choreograferen van intenties… Heb je dat al uitgeprobeerd?
Het doet me denken aan mijn eerste lowdance. Ik was 13, op zo’n kinderfeestje. We deden dat fruitspel, ken je dat? In Oostenrijk was dat standaard. Je danst als koppel met een appel tussen je voorhoofden. Omdat niemand zo dicht bij elkaar durfde te dansen, je durfde nog niet eens een meisje aan te raken, gebruikten we het balanceren van fruit als excuus. (lacht)

Elk koppel moest slowen terwijl het die appel ter plekke hield. Het was een wedstrijd: het koppel dat de appel het langst vasthoudt, wint. Natuurlijk raakte je hyperopgewonden omdat je nog nooit zo lang zo dicht bij een meisje was geweest… Maar tegelijk moest je die appel op zijn plek houden… Het was best moeilijk om de focus te houden. (Mike en Lisa lachen)

Mike:
Weet je wat? Je zou dit fruitspel met je dansers moeten proberen! Wie weet komt er iets van.

Het gesprek gaat nog een uur door. Work-talk is voorbij en we praten over Mikes ontwerp voor zijn keuken, die eigenlijk meer een mysterieuze sculptuur is dan een praktische keuken; en over ‘life in Bruxelles’. Er worden nog drankjes besteld. Daarna nemen we afscheid. Thuis gekomen download ik de tracks die Mike me die avond nog heeft gestuurd.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 11 — 14 minuten

#181

15.12.2025

14.04.2026

Lisa Vereertbrugghen

Lisa Vereertbrugghen is een Brusselse choreograaf, danser en dramaturg die onderzoek doet naar social dance en hoe muziek en dans interageren op de dansvloer. Sinds 2014 doet ze onderzoek naar hardcore-technomuziek en -dansstijlen. Haar werk uit zich in verschillende formats tussen dans, performance, installatie en technomeditaties. Ze werkt meestal samen met haar vaste medewerkers Michael Langeder, Vera Martins, Sophie Guisset en Mads Bycroft.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!