‘Hartstocht’ © Roos van Geffen

Leestijd 6 — 9 minuten

Hartstocht

Dries Verhoeven i.s.m. Roos van Geffen

‘Decor is geen achtergrond maar omgeving’, schreef Adolphe Appia aan het begin van de vorige eeuw. Theatermaker en scenograaf Dries Verhoeven zet deze gedachte op overtuigende wijze voort in zijn werk. In de voorstelling Hartstocht nodigt Verhoeven zijn toeschouwers zelfs uit om de omgeving in te stappen. Het idee doet een explosie aan zintuiglijke beleving vermoeden, want zodra je een omgeving in stapt, verdwijnt de overzichtelijkheid van een scène waar je tegenaan kijkt. Hartstocht is echter allesbehalve explosief: het biedt een verstilde ervaring die contrasteert met de drukte van de stad.

Hartstocht is een tocht door het hart van de stad Amsterdam. De voorstelling begint op het moment dat je een rood Volkswagenbusje in stapt, de koptelefoon opzet en een spiegel op je schoot uitklapt. Het dak van het busje is opengeschoven en langzaam begint de auto te rijden. Als je in de spiegel kijkt, opent zich een wereld van hoge gevels, vogels, bomen en wolken. Uit de koptelefoon klinkt dromerige muziek.

In het kader van Brugge 2002, culturele hoofdstad van Europa, werd aan Dries Verhoeven en Roos van Geffen gevraagd om een voorstelling te maken; daaruit ontstond Hartstocht. De voorstelling heeft sindsdien door een aantal andere steden getoerd en dit seizoen was Amsterdam aan de beurt. De tocht speelt zich af in de smalle straatjes rondom het Centraal Station. Dit gebied staat bekend om zijn drukte, chaos en hysterie. Het staat in groot contrast met het land dat je ontdekt tijdens de tocht: leeg, eindeloos, stil en poëtisch. Je zou het uit willen schreeuwen na de voorstelling: ‘Stadsgenoten, er is nieuw land ontdekt en het bevindt zich precies boven ons!’

Dries Verhoeven (1976) en Roos van Geffen (1975) zijn beiden scenograaf en theatermaker. Van Geffen zoekt de essentie van dingen niet in de beschrijving, maar in de ervaring. De ervaring van de toeschouwer staat dan ook centraal in haar werk. Haar voorstellingen komen op uiteenlopende locaties tot stand: van een groot stadsplein tot een klein donker kamertje zonder ramen.

Het werk dat Dries Verhoeven als scenograaf ontwikkelt, valt op doordat de vorm bepalend is voor het spel van de performers. Zo ontwierp Verhoeven voor de voorstelling Stillen van Lotte van de Berg een vloer van 37 000 stukjes glycerinezeep. Als de vloer nat werd, ontnam het de performers iedere vorm van houvast. De vormgeving wordt een onmisbaar element, haast een medespeler.

Het werk van Verhoeven wordt door theatercriticus Simon van de Berg vergeleken met dat van Nederlandse makers als Boukje Schweigman, Jetse Batelaan en Lotte van de Berg. ‘Ze dwingen je als toeschouwer om preciezer te kijken. Niet door te ontmaskeren, maar door te concentreren, niet door vervreemding, maar door naïviteit’, aldus Van de Berg (rekto:verso, nr. 32, november-december 2008).

Er is echter één aspect dat Van de Berg buiten beschouwing laat en dat nu juist zo bepalend is voor het werk van Verhoeven als theatermaker: Verhoeven nodigt de toeschouwer uit in de vormgeving. Alleen of in een select groepje, zodat je je niet kan verschuilen achter de sociale structuur van een grote groep en niet in slaap kan sukkelen zonder onopgemerkt te blijven. Dat maakt de toeschouwer kwetsbaar: je geeft je over aan een onbekende ruimte, gids of medetoeschouwer.

Er ontstaan daardoor intieme situaties. In Uw koninkrijk kome zitten twee (voor elkaar onbekende) toeschouwers tegenover elkaar, op nog geen meter afstand, van elkaar gescheiden door een glazen wand. Je kijkt elkaar indringend aan en hoort tegelijkertijd een stem die de gedachte van de ander zou kunnen zijn. Je voelt de behoefte je te verbinden met die figuur, maar die verbinding kan alleen tot stand komen als jij je ook open durft te stellen voor de ander. Dat zorgt voor een intense ontmoeting, niet alleen met de ander, maar ook met jezelf.

De opgave in dit soort voorstellingen is het zoeken naar de juiste balans. De toeschouwer moet zich voldoende op zijn gemak voelen om zich over te geven aan de situatie, om zo de vorm optimaal te ervaren. Er moet echter wel een zekere spanning aanwezig zijn, anders kan een situatie al snel dwangmatig of voorspelbaar aanvoelen.

In Hartstocht is er geen sprake van een directe confrontatie met een onbekende. Je zit weliswaar met zeven lotgenoten in een busje, maar je hebt tijdens de rit geen contact. De confrontatie komt tot stand met de omgeving. De vertrouwde stad verandert in een onbekende wereld. Verwarring en verbazing wisselen elkaar af: wat je dacht te kennen, transformeert doordat je het precies andersom ervaart. Je krijgt oog voor de kleinste details: de scheve schoorsteen van een huis, een meeuw die langs vliegt. Voor even is de wereld zoals die ook kan zijn: geluid, vorm en beweging ontdaan van ballast en herleid tot een zuivere vorm.

Hoe zuiver je die vorm tijdens de voorstelling ook beleeft, je blik wordt wel degelijk gestuurd, ja zelfs omkaderd. De afmetingen van de spiegel bakenen af wat je ziet en degene achter het stuur bepaalt de route. Je ervaart de vrijheid van de omgeving, maar tegelijkertijd wordt je blik gestuurd zoals in een film. Je hebt in feite een filmscherm op je schoot liggen, maar in dit geval beweegt de toeschouwer in plaats van het beeld.

Op het moment dat ik dit schrijf, wordt de Stadsschouwburg Amsterdam uitgebreid met een tweede zaal, de Rabozaal. Vijf jaar geleden al betoogde Luk Van den Dries in zijn artikel Val in de leegte (Etcetera, nr. 92, juni 2004) dat we af moeten van de grote theaters. ‘Waarom zou een theater nog uitgaan van een vals gevoel van sociale cohesie in een tijd die beheerst wordt door een extreem individualisme?’ vraagt Van den Dries zich af. De collectieve ervaring kunnen we volgens Van den Dries beter overlaten aan de vermaakindustrie, aan de musical of aan het voetbal. We hebben een theater nodig waarin de toeschouwer geconfronteerd kan worden met zichzelf, met de eigen leegte.

Dit idee van een confrontatie met de eigen leegte klinkt als een zware opgave en niet als de dromerige, poëtische wereld die je in het werk van Verhoeven ervaart. Toch plaatst Verhoeven zijn toeschouwer wel degelijk voor een confrontatie: in zijn voorstellingen ben je sterk op jezelf aangewezen, je bepaalt je eigen grenzen. Loop je achter een onbekende aan? Ga je in een leeg bed liggen? In welke mate laat je je door een onbekende bekijken?

De ervaring die dit oplevert, laat zich volgens Dries Verhoeven moeilijk beschrijven: ‘Het was niet eenvoudig om met ons project Hartstocht bij festivals te worden toegelaten. Ze wezen ons steeds af, omdat het zo lastig was de juiste woorden te vinden voor de schoonheid van de reis. Maar zodra er dan iemand meereed met Hartstocht, was het meteen goed.’ (interview met Theater Frascati)

Het voelt alsof we met dit genre theater nog maar aan het begin staan van een groot nieuw te ontdekken gebied. Wie weet rijden er over een aantal jaren tientallen Volkswagenbusjes rond, die aan het einde van de dag netjes in rijen geparkeerd worden in de nieuwe Rabozaal van de Stadsschouwburg.

Anoek Nuyens

U bevindt zich hier (Dries Verhoeven) is van 9 juli tot 3 augustus te zien op de Zomer van Antwerpen, en van 11 tot 15 augustus in Theater Kampnagel (Hamburg). Niemandsland (Dries Verhoeven) speelt van 11 tot 21 juni op Theaterformen (Hannover) en van 9 tot 18 juli op het Festival La Strada (Graz).

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#117

01.06.2009

—

31.08.2009

Anoek Nuyens

Anoek Nuyens (Nederland, 1984) is schrijver en maakt sociaal bewogen, documentair theater, met  als onderliggende vraag: hoe kan het theater bijdragen aan een betere wereld?

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!