Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Raymond Mallentjer
Met Gelukzoekers gaan Charlotte Vandermeersch en Mokhallad Rasem op zoek naar het geluk. Hun tocht langs isomoboten, ‘lampgeiten’ en stofzuigers volgt een hobbelig, onlogisch parcours dat al zeker en vast niet eindigt met een definitief antwoord op de vraag wat geluk nu eigenlijk is of wat ons gelukkig maakt. Maar wat vertelt hun zoektocht dan wel?
We lijken hopeloos op zoek naar meer geluk. Maar wat maakt ons gelukkig? Het is een vraag die velen bezighoudt, of toch zij die de tijd, ruimte en middelen hebben om zich op deze zoektocht te storten. Er is tegenwoordig zelfs een hele industrie aan gewijd. Verzin het maar en het is voor handen: zwemmen met dolfijnen, rebirthing, boeddhistische of transcendente meditatie, tao als weg naar wijsheid, holistische massage, hypnose. Er zijn goeroes, personal coaches, counselors, en vele, vele boeken en tijdschriften die je op weg zetten in de zoektocht naar een gelukkiger leven. Allemaal bieden ze geluk als levenskunst of een gelukkig(er) leven, en dat vaak in de vorm van overzichtelijke lijstjes met eenvoudige, licht dwingende tips and tricks. Vooral verzekeren ze resultaat. Gelukkig zijn is mogelijk, zo verkondigt (lees: verkoopt) de gelukindustrie, maar wel mits hard werken en tijd investeren, en vooral door af en toe een vervolgcursus te volgen of deel 2 in de boekenreeks kopen.
Het is dan ook dat wat ‘Evelien’ (Charlotte Vandermeersch) doet. Ze probeert al jaren gelukkig te worden en maakte van die zoektocht zelfs haar job. Ze is een soort ‘geluksprofessor’ die bezig is met onderzoek naar geluk en er lezingen over houdt. Ze onderzocht de betekenis van geluk in westerse én oosterse filosofie, verdiepte zich in de psychologie en gaf zich over aan het Japanse minimalisme en een goeroe. Vooral maakt ze, middels allerlei ademhalings- en meditatieoefeningen, dagelijks tijd om haar geluk na te streven, ook al is dat niet makkelijk en kost het haar veel. Na één van haar lezingen ontmoet ze ‘Nergens’ (Mokhallad Rasem). Hij is kunstenaar en wil met haar een theatervoorstelling rond geluk maken. Hij wil van haar leren wat ons gelukkig maakt en waarom zij altijd zo gelukkig is. Dat laatste veronderstelt hij wel. Hij vindt haar namelijk een kunstwerk, door haar kracht, haar taal, haar gevoelens. Ze moet veel geluk ervaren hebben in het leven, zegt hij.
Het antwoord van Evelien is opvallend en uiterst simpel: geluk is een beslissing want ze ziet schoonheid. Deze platitude overtuigt Nergens amper. Maar wat dan, vraagt hij meteen, met mensen die die schoonheid niet zien? Als volleerd geluksfilosoof werkt Evelien erudiet haar redenering verder uit, al blijft het vaak bij holle frasen. Nergens lijkt het betoog van Evelien niet altijd even goed te kunnen volgen. Hij stelt veel vragen. Vaak benadrukt hij de schoonheid van de beelden en metaforen die Evelien gebruikt om geluk uit te leggen. Zo stelt Evelien dat mensen soms ongelukkig zijn omdat hun hoofd te vol met zorgen zit. Er hangt dan een wolk van zorgen boven hun hoofd, als een grote champignon. Een ‘mooi beeld, een kunstvorm’, benadrukt Nergens. Maar Evelien gaat meteen onverstoord door met haar betoog: mensen hebben geen vorm, ze zitten vol gaten. Maar kunnen mensen via die gaten dan niet het geluk en de schoonheid zien, vraagt Nergens zich af?
“De twee personages lijken dan wel te spreken over geluk, tot een gesprek komt het zelden.”
Deze scène maakt meteen de rolverdeling tussen beiden duidelijk. Evelien is de logische van de twee. Ze redeneert en denkt na. Via talige concepten wil ze geluk beter begrijpen, het vatten. Ze voelt zo als een verpersoonlijking van die geluksindustrie, een soort filosofisch ingestelde patiënt én personal coach. Nergens is haar tegenpool. Hij lijkt het geluk niet te willen of kunnen begrijpen, vindt geluk haast onlogisch, omdat zijn leven, zo zegt hij zelf, onlogisch was, en is. Een beetje stuntelig doorprikt hij met zijn vaak simpele vragen dan ook steeds de logica van Evelien.
Toch voelt die onwetendheid, dat niet begrijpen, veelal gespeeld. Als een hedendaagse Socrates daagt hij keer op keer de kennis van Evelien uit. Haar betoog lijkt hem niet echt te interesseren. Wat wil hij eigenlijk van haar leren? De twee, of toch vooral Evelien, lijken dan wel te spreken over geluk, tot een gesprek komt het zelden. Ze begrijpen elkaar amper en er zijn regelmatig misverstanden. Zo vraagt Nergens Evelien wat ze ziet in een doek dat op het podium hangt. Een gordijn antwoordt ze. Nergens ziet er een kunstwerk in. Die verhouding werkt, maar is zo dominant dat het op den duur wat tegen steekt. De wat domme houding van Nergens werkt na verloop van tijd zelfs op de zenuwen. Wanneer Evelien bijvoorbeeld wil uitleggen wat ‘pijn is’, hoort Nergens steeds ‘penis’. Dat soort eenvoudige, en vooral flauwe, woordmopjes komen wel vaker voor.
Maar wat is dan geluk voor Nergens? Hij wordt vooral gelukkig als hij een beeld maakt, stelt hij later. Hij wil vooral mooie, gelukkige momenten vormgeven, ze doen ontstaan. Een mooi idee, dat haaks staat op de talige, beredeneerde benadering van Evelien. Zo plaatst hij panelen van bergen rond haar wanneer ze aan haar uitleg begint of vraagt hij haar geluk en pijn te zingen en dansen. Geleidelijk aan gaan Evelien en Nergens zo meer en meer concreet aan de slag in hun zoektocht naar geluk. Met de warboel aan objecten op het podium voeren ze situaties op en maken ze geluk tastbaar. Dat leidt tot een aantal mooie, ontroerende scènes. Zo bouwen ze samen een boot uit isomo, inclusief golven van de zee. Voor beide is dat een moment van geluk. Voor haar verbeeldt het een fijne vakantie, voor hem, als vluchteling uit Irak, de zoektocht naar een beter leven.
Maar niet alle scènes werken even goed, zoals bij het uitbeelden van pijn of wanneer Evelien haar stem verliest en Nergens als ‘genezer’ haar redt van haar innerlijke geit die ontspringt uit een lamp. Ook een latere scène waarin Nergens de pijn van Evelien weg stofzuigt, is behoorlijk tenenkrommend. Niet alleen passeert er weer een flauw mopje met pijn, penis en wassen, het weg stofzuigen van de pijn gebeurt op overdreven dramatische muziek. Beleeft Evelien, gehuld in rood licht, op een verhoog en met de armen gespreid, een soort catharsis hier? De rondhuppelende ‘lampgeit’ doet zoiets vermoeden. De scène overstijgt echter amper het niveau van een flauwe grap.
Bovendien is het jammer dat heel wat scènes best oppervlakkig blijven. De scène met de boot is mooi in zijn vorm en draagt een pakkende inhoud in zich, maar tegelijk mist hij verdere uitwerking. Waarom gaan de twee hier niet dieper in op de verschillende betekenissen van geluk die ze elk geven aan het dobberen op zee? Waarom daagt Nergens Evelien niet eens echt uit, bijvoorbeeld door te vragen waarom ze toch nog zo op zoek naar geluk is ondanks dat al haar basisbehoeften zijn voldaan? En waarom stelt Evelien niet eens zelf vragen terug aan Nergens? Wanneer ze dat dan toch eens doet, klapt hij dicht. Een spannend moment, dat echter meteen weer over is. Nergens zit zodanig – te? – gevangen in zijn rol van aangever dat hij op den duur verwordt tot niet veel meer dan een karikatuur van de Socrates die hij poogt te zijn. Dat hij niet wil mee gaan in haar filosofische, bij wijle ook psychologische en soms zelfs therapeutische betoog, valt te begrijpen, maar nu is zijn rol wel heel beperkt.
Dat gebrek aan diepgang in verschillende scènes zorgt bovendien dat het moeilijk is een punt uit deze voorstelling te destilleren. Wat willen Vandermeersch en Rasem ons feitelijk vertellen over geluk? Of misschien is dat net het punt, bedenk ik me achteraf. Misschien gaat het er wel om dat geluk niet zomaar onder woorden valt te brengen, eerder moet je het proberen in elk moment vorm te geven. Zou dat ‘de kunst van het geluk’ zijn? Het is een noemenswaardige benadering, die ongetwijfeld veel meer biedt dan al die boeken en cursussen. Maar de wat rommelige en bij wijle soms flauwe uitwerking van die gelukskunst, maakt dat dat punt ongelukkerig verloren gaat. Ook het einde helpt niet mee. Als je punt is dat geluk gaat over het vormgeven ervan, waarom eindig je dan met een lezing van geluksprofessor Evelien? Dat haar lessen niet veel meer omvatten dan ‘geluk is niet hebben wat je wil, maar willen wat je hebt’ of ‘geluk is niets meer dan willen zijn wie je bent’ ondergraaft dat punt eens te meer. Het boeiende opzet ten spijt, misschien is een vervolgcursus toch aangewezen?
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.