Confessie – Raven Ruëll & Bruno Vanden Broucke
De kunstmarkt maakt de kunstenaar
Klaas Tindemans
Pieter De Buysser schreef deze tekst voor het format ‘Eén minuut… wordt vervolgd’ van De Roovers, waarbij Sara De Bosschere en Luc Nuyens een scène spelen in een houten container die is gemaakt uit transportmateriaal voor kunstwerken. Hij werd voor het eerst gespeeld op 22 maart tijdens het openingsweekend van bronks.
Meisje Ge had daar af moeten blijven.
Jongen Misschien lossen we het nog op.
Meisje Maak het niet nog erger.
Jongen Zijn we het nu kwijt?
Meisje Ja.
Jongen Dus we hebben het al gehad?
Meisje We hebben het helemaal ni gehad,
just ni,
ge had daar af moeten blijven.
Jongen Erg.
Al dat,
dat al,
al da da da wat ons beloofd is,
wat wij onszelf beloofd hebben,
wat voor ons zou moeten zijn,
al dat veel betere,
dat echt beste,
al da waar da gij van doorliggeneest voorbijdanst ontschimmelt en verleeuwerikt,
dat al,
ni dus.
Meisje Ik zou eventjes zwijgen als ik u was.
Jongen Ik zou eventjes van uw teut een trompet van puitenvel maken als ik u was.
Meisje Awel ge moogt da doen, dan ga ik wa tegen den berg schetteren.
Jongen Hier is helemaal geen berg.
Meisje Al een geluk, ge zoudt er toch niet op geraken.
Jongen Dan ga ik toch ook geen trompet van uw teut maken.
Meisje Laffe smeerlap, uw muil is een afwasmachien da draait op stront.
Jongen Bingo en het is gebeurd, zijde nu blij met uw overwinning?
Meisje We zijn het kwijt.
Jongen Ik weet het.
Meisje Ge had daar af moeten blijven.
Jongen Ik heb het zo graag gewild.
Meisje Het had heel schoon geweest.
Het had voor ons geweest.
Het had voor zichzelf en voor iedereen geweest.
Jongen We zouden het begrepen hebben.
Het zou ons begrepen hebben.
We zouden bijna een wit woud worden.
Meisje Maar gij zijt daar te vuil voor want ge konter ni afblijven.
Jongen Het is nu gebeurd.
Meisje Ja merci.
Zie mij hier nu staan,
ik verstaan er hier nog altijd niks van.
Jongen Als ik er was afgebleven dan hadden we het allemaal verstaan.
Meisje Dan hadden we het geweten, en dan wisten we het nu nog.
Jongen En nu stade daar maar.
Meisje Gij ook zenne manneke.
Jongen Ja, ja ja ik weet het.
Meisje Da’s ook al wat da ge weet.
Jongen ’t Is toch iet.
Meisje Rietepetiet.
Jongen Parkieteverdriet.
Meisje (zingen) Ziet: dit is de tiet waar ik een lied over giet.
Jongen (zingen en dansen) Ik schud met mijn tanden
dingdong ikke ne kinkelwinkel en ik rinkel over alle randen.
Meisje Ik heb geen handen
of ze dansen tegelijk in alle landen
mijn benen gaan ervan zweten,
amai had ik dat eerder geweten
ik had iedere morgen van dat fruit ontbeten.
Allez komaan doe voort.
Jongen Takkoord! Alle randen overboord!
Tot dat klotebootje hier zich de bodem in boort.
Meisje Shoot me while I’m happy!
(stoppen met zingen en dansen)
Jongen Het is goed zo.
Meisje Eventjes plezant geweest.
Jongen Heb ik je ooit da verhaal verteld over die olifant die zijn verbeelding wou gebruiken?
Meisje Nee.
Jongen Die olifant had net wat riet gekrakt en keek tevreden naar de rivier waar zijn vrienden, zijn vrouw en zijn kinderen aan het zwemmen waren. En hij dacht: ik ga die eens verrassen. En hij deed een appartement na. De zesde verdieping. En dat was zo goed gedaan dat ze er allemaal mee weg waren. De kinderen die wisten het wel dat dat gewoon hun papa was maar ze vonden het heerlijk en speelden mee. De twee jongste bouwden een trappenhalletje. Een paar mensen zetten er een deur in en bouwden er een verdiepingske of vijf onder. En voor dat iemand het door had was er een gebouw naast gebouwd, en dan een gebouw aan de andere kant, een straat, wat verkeerslichten en na verloop van jaren begon een hele stad op te rijzen en was iedereen vergeten dat dat rond die olifant was die een zesde verdieping nadeed. Een prachtige bruisende stad met boulevards, gebouwen, mensen, huisdieren, ratten en duiven, auto’s en riolen en pas vierhonderd jaar later kon de olifant zijn lach niet meer inhouden en stortte alles in.
Stad weg, vrouwen en kinderen weg, mannen ook, gebouwen en straten, allemaal weggelachen.
Meisje En toen?
Jongen Toen was alles weg en konden ze opnieuw beginnen, van voren af aan.
Meisje Is da zeker?
Jongen Da weet ik niet.
Meisje Moet ik u eens iets vertellen da zeker is?
Jongen Probeer maar.
Meisje Ge had daar af moeten blijven.
Jongen Dan hadden we nooit gedanst en had ik nooit dat verhaal verteld.
Meisje Het had misschien veel beter kunnen zijn.
Jongen Het is nu zo.
Meisje Het blijft heel spijtig.
Jongen Wa stelde dan voor?
Meisje Voorstellen?
Jongen Ge gaat toch niet blijven klagen?
Meisje Jawel.
Jongen Ge kunt ook ne nieuwe boom opzetten over bijvoorbeeld wat er met die deurklink gebeurd is.
Meisje Een deurklink, wat is daar mee gebeurd?
Jongen Wa denkte?
Meisje Kweeni.
Jongen Ik weet het ook niet maar wa denkte?
Meisje Dat er eens een deurklink was en die wou da ze haar eens goe vastpakten. Iedereen bleef daar maar af en die had niks te doen of te zien of te voelen.
Jongen En die zei ineens: ik ga vandaag mijn ijzer veranderen in lekker warm water, met lavendelgeur.
Meisje En voor da ze het doorhad dook er al de fijne hand van een elegante heer in haar. De man had zich daar niet aan verwacht en werd helemaal warm, zo warm als een walvis en hij gooide sindsdien alvast zijn wijze van ’s morgens uit bed op te staan over een andere boeg.
Jongen Na de heer kwam nog de verwarmingreperateur, tante Lut en nonkel Michel, nen hoge piet van Belgacom, nen trambestuurder en zo’n stuk of tien anderen die allemaal helder als een badje lavendelwater werden. Tot ook Slimmeke kwam. Slimmeke zag al die mensen die de deurklink vastpakten klaterend als water worden, en Slimmeke zei: da kan ni. En hij greep de deurklink en er gebeurde helemaal niks. Slimmeke lachte hard en zei: dat is hier gewoon een deurklink en niks geen warm lavendelwater.
Meisje Natuurlijk ben ik gewoon een deurklink, zei de deurklink.
Jongen Wat is dan al die tralalala van da lavendelwater hier? Daar is niks van aan!
Dit is gewoon een deurklink, een stuk ijzer en daar komt niks anders aan te pas! Dat is hier gewoon wat dat het is en dat is een deurklink!
Meisje En Slimmeke begon zich druk te maken dat de deurklink gewoon een deurklink was, en niks meer. Slimmeke maakte er zijn levenswerk van, hij zou altijd aan die deurklink blijven staan en aan iedereen die langs kwam zou hij zeggen: dat is hier gewoon een deurklink. De mensen keken hem raar aan, wat deed die man daar toch heel de tijd bij die deurklink, zeggen tegen iedereen dat dat een deurklink is? En Slimmeke was ervan overtuigd dat hij de waarheid moest zeggen en iedereen moest delen in zijn kennis: dat is hier een deurklink. Jaren gingen voorbij. Slimmeke week geen millimeter meer en hij stierf oud, verkleumd en helemaal alleen onder de deurklink. Hij gleed op een dag gewoon zachtjes door zijn knieën, reutelend: dat is hier gewoon een deurklink. Hij had nooit nog een pas verzet, laat staan de deur geopend, zo groot was zijn drang ware kennis te verspreiden.
Vlak voor Slimmeke zijn laatste adem uitblies, keek hij nog eens
recht in de ogen van de deurklink, en hij zuchtte: wat heb ik toch een saai en onbewogen leven gehad, hoe komt dat toch?
Jongen En de deurklink zei: ge had daar af moeten blijven.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.