© Simon Baetens

Leestijd 6 — 9 minuten

Een kleine daad van intiem protest

Met twee handen in de aarde

Wat als de natuur je atelier is? Drie kunstenaars die van planten en oogsten hun praktijk hebben gemaakt, delen inzichten en bedenkingen over lokaliteit, landschapszorg en permacultuur. Of: hoe het kweken van wilde citroenen, in een ecodorp wonen of zelf aardappelen kweken om er frieten van te maken je op een andere manier naar voedsel en consumptie laten kijken.

Doodmoe van de manier waarop het menselijke en niet­-menselijke leven almaar geredu­ceerd worden tot een techno-­element in de neoliberale machine, teelde ik, in de stilte van mijn eigen kamer, limoni voor de toekomst. Ergens tussen potgrond en fictie glipten deze kleine groene dromen tussen de kieren van mijn besloten bestaan. Samen begonnen we ons een tuin te verbeelden, versnipperd maar toch verbonden.

Een groeiend aantal mensen, die net als bloemen op de meest uiteenlopende manieren worden bereikt, zijn nu limoni voor de toekomst aan het telen in hun huizen, in allerlei ruimtes of op openbare plaatsen. Ze voeden zo de omgeving met onwaarschijnlijke futu­ristische choreografieën van plantrelaties.

Steeds meer mensen omarmden deze intieme revolte en een project werd geboren, een visie – of misschien wel meerdere: een erotische tuin vol mensen, planten, tongen, altaren en langdurige kussen, ter bevordering van de intersoortelijke vermenging.

Wat gebeurt er als we de groei van niet­menselijke entiteiten (en planten in het bijzonder) als een kunstwerk beschouwen? Hoe verandert ons werk als we ervan uitgaan dat andere wezens op een creatieve manier mee aan deze planeet bouwen? Die vragen werden mijn richtsnoer toen ik een immer uitdijende tuin van limoni voor me begon te zien.

Een tuin vol hybride soorten

Ai limoni del futuro is een lopend praktijkgebaseerd artistiek onderzoeksproject dat zijn eigen publicatie verbeeldt in de vorm van een tuin. Een performatief schrijfproject dat zich ontvouwt doorheen verschillende media (brieven, internet, contracten, video’s, beelden, grond, potten, …) en partners (menselijke, niet-menselijke, institutionele en niet­-institutionele), en dat de stedelijke ruimte, de intieme ruimte en potentieel de hele planeet als zijn podium ziet.

Het is een sciencefictionverhaal, gesitueerd en geschreven in het heden op het kruispunt van de gezondheids-­, economische, ecologische en menselijke crisissen rondom ons. De protagonisten in dat verhaal zijn planten. Eén fruitsoort in het bijzonder – die herinnert aan de kruisbestuiving van lang vervlogen mediterraanse reizen – beroerde mijn zintuigen en werd de culturele hoeksteen van een toekomstige uitgestrekte tuin: limoni. Metissen, hybriden, bastaarden. Eeuwenlang namen ze deel aan een intergenerationele orgie die insecten omvatte, de wind, menselijke vingers, tongen, magen, en ingewanden van verschillende ongeïdentificeerde diersoorten. De citroen is een soort ‘technofruit’, een mee door mensen getemde hybride tot vreugde van zintuigen, handel en consumptie.

(moeilijk te classificeren)
Zaden van hybriden ziet men doorgaans als steriel, onproductief, ongeschikt om vruchten te dragen–ofwel produceren ze juist monsterlijk, oneetbaar fruit. De markt/industrie bepaalt de norm van wat aanvaardbaar en beschaafd is. Zij noemt de afstammelingen van hybriden ‘wild’.

Fanerogamen (planten met zichtbare geslachtsorganen)

Te zuiders om me volledig gedomesticeerd te voelen, lui, onproductief, intens, verlangend naar erotische connectie, niet wetend wat te doen met mezelf in een lockdownstad die niet de mijne was, met toenemende taalverwarring. Hybride limoni met hun queerachtige, chimerische technonatuur zorgden ervoor dat ik me beschermd voelde in de uitdrukking van mijn eigen onzekere, meervoudige, perifere (half landelijke, half stedelijke) maar passionele seksualiteit. Hun heerlijk ruikende aantrekkelijke geur, die smaak die de tong verrast en alle zintuigen wakker maakt langs je hele ruggengraat.

Een productief misverstand kwam bovendien tussenbeide om de band te versterken: in Italiaans slang verwijst limoni niet alleen naar citroenen, maar ook naar langdurige tongkussen.

Onproductieve, onbruikbare, wilde limoni zouden voor langdurige tongkussen hebben gezorgd, door taal te doen bezwijken en de mond opnieuw te activeren als een niet-­nor­matieve erogene plek. We waren allebei klaar om een nieuw verhaal op elkaar te enten.

Rituelen en liefdesspreuken

De eerste uitwisselingen van citroenzaden gebeurden via de post, een praktijk die liefdesspreuk heet. De bezorgde zaden, verpakt in nat toiletpapier waarin ze tien dagen moesten rusten, begonnen over hun eigen toekomst te dromen en te transformeren, te ontkiemen, om voor de ontvanger van de enveloppes een hybridum te worden tussen kleine buiten­ aardse wezens en een bepaald soort personage. Een onbekende logogramtaal ontwikkelde zich naarmate het toiletpapier waarop de zaden lagen begon te lijken op een eeuwenoude opgerolde papyrusrol of perkament dat gebruikt werd voor een onbekend alfabet.

Ik werd geïnspireerd door Stefano Mancuso, de stichter van het departement Neurobiologie van de Planten. Die maakte een belangrijk punt toen hij zei dat we de bal misslaan als we denken dat de taak van de landbouw erin bestaat voedsel te produceren, omdat elke boer een ware behoeder van het land is of zou moeten zijn. Overtuigd door die visie begon ik mensen uit te nodigen, via de liefdesspreuk, om behoeders te worden van een stukje van deze opkomende tuin, om de droom van sensuele ontmoetingen te beschermen in de vorm van limoni.

© Matteo De Blasio

Adopties die tot nieuwe kiemen leiden

Niet in staat om in mijn eentje te zorgen voor de groeiende veelheid aan planten, begon ik partners te zoeken die voor een of meerdere planten wilden instaan. Het Brusselse multidisciplinaire stadsproject Recyclart was de eerste organisatie die instapte en die me uitnodigde om een adoptiebureau te openen op hun binnenplaats. Voor die gelegenheid ontwierp ik een formulier tot wederzijdse toestemming dat toekomstige adoptieouders moesten invullen en ondertekenen, en dat hun vroeg hun verbintenis te verbeelden aan de hand van een experimentele rituele zorgchoreografie. De tuin breidde zich uit en deed nieuwe vriendschappen ontkiemen.

Adopties van stukjes tuin door artistieke instellingen verliepen niet altijd even vlot. Limoni werden vaak overgelaten aan de zorg van arbeiders, schoonmakers of onderhoudsperso­neel – net als de limoni vaak ook met een migratieachtergrond. Soms werden de planten compleet vergeten, doordat programmamakers en directieleden, vaak erg druk bezig met een opnieuw aangroeiende berg werk, de regelmatige zorg voor een paar plantenpotten niet in hun schema konden passen. Het hoort blijkbaar niet om tijdens de werktijd een paar planten, niet eens een tuin, te doen groeien.

Ik vraag me daarom af: wat als elke werkplek nu eens, naast het promoten van groene en dekoloniseringsprogramma’s voor het publiek, ook een uur per dag tuinieren voorziet? Zou een uur minder productiviteit – op een planeet die lijdt aan de overproductie – geen belangrijke winst zijn voor ieders gezondheid, zelfs als dat tuinieren compleet mislukt?

Een tuin als artistiek resultaat

Een tuin aanleggen als artistiek resultaat komt neer op het betwisten van de idee dat mijn eigen artistieke werk bepaalde objecten, of zelfs gebeurtenissen, moet produceren die passen in de marktmachine. Jij noch ik kan de tuin immers in zijn geheel ervaren. Het is een levend multiorganisme dat bestaat dankzij de duurzame activiteit van wederzijdse aandacht door een veelvoud aan partners en medewerkers. Je kunt er misschien een glimp van opvangen, de tuin kan voorkomen in iemands verhalen, je kunt op een uitloper ervan stoten, zijn heerlijke geur zou je kunnen bereiken. Zijn onafgewerkte aard is een wezenlijk onderdeel van een werk dat groeit in de tijd. Onvolledigheid is de ruimte die over­blijft voor anderen om deel te nemen aan de gezamenlijke verbeelding ervan.

Grenzen tussen tuinen zijn vergankelijk. Privébezit werkt zeker niet als we over tuinen willen spreken, het kan zelfs veel schade veroorzaken; muren kunnen tuinen omringen en bepaalde wezens de toegang ontzeggen, maar er zijn er nog altijd zo veel andere die er wel in en uit raken – insecten, de wind, de zon, noem maar op – en die de tuin mogelijk en betekenisvol maken. Kun je hen ooit beschouwen als privé? Voor een tuin zorgen betekent dat je ook voor hen zorgt. Het zijn juist overvloedige generositeit en ontvankelijkheid die een tuin maken tot wat hij is, het is alleen zo dat tuinen rijk worden en op hun beurt voor jou zorgen.

 

Vertaling: Jürgen Jaspers.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 6 — 9 minuten

#170

15.12.2022

—

14.03.2023

Matteo De Blasio

Matteo De Blasio is een Italiaans kunstenaar en onafhankelijk onderzoeker. Hij woont en werkt in Brussel. Na zijn filosofiediploma aan de Universiteit van Milaan behaalde hij een master in choreografie en performance aan de Brusselse Académie Royale des Beaux Arts (ISAC).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!