Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Franky Verdict
Na ‘Mise en place’ snijdt compagnie barbarie opnieuw een filosofisch thema op kindermaat aan. In ‘DIT IS NIET DE TITEL’ buigen regisseur Karolien De Bleser en actrices Liesje De Backer, Amber Goethals, Lotte Vaes en Sarah Vangeel zich over de waarheid. Dat doet het gezelschap volgens haar bekende handelsmerk: met humor, overdrijving en veel absurditeit.
Als het zaallicht gedoofd is, leidt een stem met boventiteling de voorstelling in. “Alles is verzonnen,” worden we gewaarschuwd, maar of we de opvoering toch voor waar willen nemen? Op de klankband horen we materiaal dat valt, breekt en scheurt, terwijl in het licht een kleurrijke stortplaats met vernielde spullen zichtbaar wordt. Een bodemloze emmer, een felblauwe buste van een eenhoorn, een halve Dorische zuil en andere kapotte objecten liggen her en der verspreid. Alleen een sierlijke Chinese vaas vooraan op het toneel is heel gebleven.
De vier actrices zijn bedolven onder het vrolijke puin, gehavend met schrammen, een blauw oog en zakdoekjes in de neus tegen het bloeden. Volgens hen is het onmogelijk om te spelen in deze bouwval. Terwijl ze beweren onschuldig te zijn, vragen ze zich verontrust af waar die rommel vandaan komt. Hun verschijning suggereert echter het tegendeel. De stem lijkt het antwoord wel te kennen: “Hier is gevochten”. Abrupt verbreekt Vaes de spanning door telefoongerinkel te simuleren. Ze verlaat de scène na een absurd tafereel waarbij ze pratend tegen een stok een gesprek voert met haar eenzame konijntje aan de andere kant van de lijn.
Het komische schouwspel is de aanzet van een hele reeks scènes die de theaterwerkelijkheid zullen doorprikken. Vaes verschuift van actrice naar haar rol als personage. Ze zal vaker verdwijnen om vervolgens als nieuw karakter op te duiken. Ook de drie andere types krijgen steeds meer kleur. De stem fluistert De Backer in dat ze een oude man speelt. Vangeel geeft gestalte aan een vrouw die haar brilletje kwijt is. Goethals blijkt een fin de carrière-actrice uit 1865 te zijn.
Hoe ongeloofwaardig ook, door de sterke verbeelding is de vertoning waarachtig.
Verkleed als sinterklaas komt Vaes opnieuw tevoorschijn. Aan de kinderen op de voorste rijen deelt ze mandarijnen uit. Verrast kijkt het publiek op als ze tomaten zien, al zakt de verbazing snel omdat we geloven dat theater elke illusie waar kan maken. Wat verderop nemen ook de andere actrices een loopje met de werkelijkheid. Het drietal zit aan een geïmproviseerde tafel te lunchen. Daarvoor kennen ze een nieuwe betekenis toe aan de banale, kapotte voorwerpen. Zo wordt een blok piepschuim een blaadje sla, een wit bakje is nu rode wijn en schuursponsjes doen dienst als spaghetti. Hoe ongeloofwaardig ook, door de sterke verbeelding is de vertoning waarachtig.
Uit het niets staat de tafel plots in lichterlaaie. Om de oorzaak van de brand uit te klaren, draaft Vaes – dit keer vermomd als agent – andermaal op. Omdat ze alleen maar genoegen met de waarheid wil nemen, richt ze zich tot de toeschouwers. Een zevenjarige, die ze uit het publiek plukt, vertelt wat er net gebeurde. De verklaring onder ede uit de onschuldige kindermond krijgt echter een draai. Door de rollen om te keren, schuiven de actrices de schuld op het publiek: zij zijn getuige van een zaal vol serieleugenaars. Opnieuw gaat het spel aan de grenzen van de opvoering voorbij.
In opdracht van de stem ensceneren de personages een nieuwe voorstelling. De oude man speelt voor toeschouwer. De actrice uit 1865 betreedt het toneel. In haar spel, voorzien van metacommentaar, schakelt Goethals heen en weer tussen speelster en personage. Terwijl ze vertelt hoe het publiek haar in 1865 uitjouwde en van bedrog op scène betichtte, spoort de boventiteling de kinderen aan om de tomaten naar haar toe te gooien. Fictie en realiteit vallen samen: de toeschouwers in én uit de voorstelling bekogelen haar. Daarna voeren De Backer en Vangeel de hele scène nog eens op in een miniatuur van het decor. Andermaal verheft de voorstelling zichzelf tot een nieuw metaniveau.
De Chinese vaas krijgt vervolgens opnieuw de focus. Tot groot ongeloof van de anderen,beweren De Backer en Vangeel dat er zich een klein konijntje in schuilhoudt. Wie zelf hard genoeg in z’n leugens gelooft, neemt ze voor waar aan. Het viertal druipt af om dan weer op te duiken, elk met een konijnenhoofd uit papier-maché. Terwijl één diertje met een breed dweilsysteem de kleurrijke prullen bijeen veegt, rollen de anderen konijnen het decor op. Twee zwarte gordijnen aan de zijkant van de scène verdelen het lege speeloppervlak. Een verdwaald konijn staat aan de ene kant. Ontdaan van hun masker bevinden de drie andere actrices zich aan de achterwand. Refererend aan de werkelijkheid buiten de voorstelling, hoort het publiek hoe ze hun spullen inladen. Het doek valt als De Backer het eenzame dier opmerkt en haar ongelovige medespeelsters van haar vaststelling probeert te overtuigen.
Ook het eindbeeld schudt de werkelijkheid binnen en buiten de voorstelling door elkaar. In de vele sprongen in en uit het kader dreigen de actrices zich af en toe samen met het publiek te verliezen. Toch illustreert DIT IS NIET DE TITEL aan het jonge publiek hoe theater de realiteit kan verdraaien. Het overtuigende en begeesterde spel keert het ongeloofwaardige om tot het waargebeurde. Al overstijgt het komische soms het filosofische, Compagnie Barbarie speelt het klaar om van de leugen een waarheid te maken.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.