Double take XL
Rudi Laermans
Caroline Bouwens © Bieke Depoorter
Tijdens mijn eerste gesprek met Caroline Bouwens, waarin ik haar tracht te overhalen tot een interview, vraagt ze zich af welke ‘gespecialiseerde’ lezer van Etcetera überhaupt geïnteresseerd zou zijn in haar ervaring en visie. Wat zou het dan wel zijn dat enkele bladzijden tijdschrift op een interessante manier moet vullen? Het is een vraag die me keer op keer werd gesteld in deze reeks van zeven portretten en die ik enkel kon beantwoorden met een vraag om vertrouwen. De betovering van de podiumkunsten ligt in de wisselwerking van energieën, zo stelt Caroline het zelf. En dus zonder publiek geen voorstelling. ‘Zonder publiek kan je eigenlijk zelfs niet repeteren,’ liet ik me niet lang geleden vertellen door een acteur. Daarom boeit het om niet enkel de kunstenaars, maar ook hun partners in crime te horen over wat er precies gebeurt tijdens zo’n bijzondere avond waarop ‘alles klopt’ of waarop integendeel een loom gordijn blijft hangen tussen de scène en de zaal. We zijn als publiek medeplichtig aan die gebeurtenissen en bijgevolg de bevoorrechte getuigen van een levende geschiedenis.
Mijn eerste voorstelling was er een van Wim Vandekeybus. Die heeft heel veel indruk op mij gemaakt. Het moet een van zijn eerste voorstellingen geweest zijn, in deSingel. Vandekeybus komt net als ik uit de Kempen en ik was uitgenodigd door mensen uit zijn dorp om mee te gaan. ‘Living on the edge’, vond ik het. De dansers tot het uiterste drijven, perfecte lichamen in topconditie, heel fysiek. Hij heeft ooit een stuk gemaakt waarin de dansers ijsblokken naar elkaar moesten gooien. Laat zoiets maar op je teen vallen. Ze moesten echt alert zijn om die blokken op tijd op te vangen. Dat was heel, heel mooi en tegelijkertijd ruw en echt.
Daarna ben ik van nul af aan beginnen kijken: dit vind ik leuk, dat niet. Met de jaren heb ik zo heel veel voorstellingen gezien. In het begin zag ik simpelweg alles – heel wat knappe voorstellingen, maar ook veel waarbij ik dacht: ‘Help, help, help!’ Maar zo leer je wat je ligt en wat niet. Je leert ook dingen waarderen op verschillende manieren. Minimalistische stukken zie ik nu bijvoorbeeld heel graag. Maar of mijn manier van kijken echt geëvolueerd is? Waarschijnlijk wel. Al weet je niet wat er eerst was, de kip of het ei. Tegenwoordig zijn er ‘performances’ die niet noodzakelijk ‘dans’ kunnen genoemd worden. Vroeger waren die er gewoonweg niet, ze hebben zich pas de laatste decennia ontwikkeld. Het aanbod evolueert dus ook. Zelf ga je daarin mee en leer je het nieuwe naar waarde schatten.
Ik heb vooral veel dans gezien, omdat dat toegankelijker is. Bij theater wordt er toch stilzwijgend verwacht dat je de boeken gelezen hebt. Je moet op de hoogte zijn, de onderliggende gronden en tijdsgeest kennen… althans, veel mensen geven mij dat gevoel: dat je voor theater belezen moet zijn. Ik heb wel het een en ander gelezen, maar dat is jaren geleden en ik was toen allerminst in die zaken geïnteresseerd. Hedendaagse dans is opener, vernieuwender, en daardoor bestaat er niet al te veel informatie om bij te benen.
Mijn wekelijkse cultuuruitstap gaat nu richting Brussel in plaats van richting Antwerpen. Het is intussen een gewoonte, maar initieel waren daar financiële redenen voor. Dankzij een groot abonnement in het Kaaitheater kan ik vrij voordelig aan cultuur doen, zelfs als ik de autorit in rekening breng. De tickets in deSingel zijn toch een pak duurder. In Brussel zijn de locaties ook centraler gelegen. Er is parkeerplaats op de kaaien of langs de kleine ring, en de AB, de Beursschouwburg, het Kaaitheater en de Kaaistudio’s liggen op wandelafstand. Een flinke wandeling misschien, maar ik vertrek graag vroeg genoeg, zodat ik nooit in tijdsnood kom. Het programma van het Kaaitheater is ook gewoon ruim, vooral wat dans betreft. In Antwerpen heeft de Monty een leuk programma, maar parkeergelegenheid is er niet. Daardoor kom ik er eigenlijk nooit.
Ik hou van doordenkertjes. Matteo Fargion en Jonathan Burrows zijn fantastisch. Wat ze doen is zo doordacht dat het fenomenaal wordt. De voorstelling met de stoelen: hoe ze met zoiets eenvoudigs en voor de hand liggends een hele voorstelling maken die niet verveelt. Gaëtan Bulourde is een soortgelijk fenomeen. Zijn voorstellingen zijn heel fysiek en tegelijk ook heel rationeel. In de eerste voorstelling die ik van hem zag werd met licht op de grond een rechthoek geprojecteerd die steeds van vorm veranderde. Soms groter en dan weer kleiner. Die door licht afgebakende speelruimte was de scène waarop hij zich mocht bewegen, met soms veel en dan weer minder plaats. Zeldzame keren zit ik te kijken en is het enige wat door mijn hoofd speelt: ‘Wat hij hier brengt is ongelofelijk!’ Dan zou ik eigenlijk een tweede keer moeten gaan. Doordat je opgeslorpt wordt door je verwondering, verlies je helaas een deel van wat er aan het gebeuren is.
Ivo Dimchev vind ik bevreemdend of akelig, maar ook heel goed. Hij durft ver gaan. Persoonlijk verdraag ik het moeilijk wanneer zelfmutilatie of zelf maar de suggestie ervan op de scène komt. Ik heb de indruk dat hij mensen tracht uit te dagen, te tergen, tot walging te drijven en een gevoel van onbehagen wil teweeg brengen. Maar uiteindelijk zit er altijd een moraal aan zijn verhaal, altijd een wijsheid. Daar val ik voor. De ultieme rebound. Dat maakt een voorstelling in mijn ogen geslaagd: je moet je vragen stellen, je zitten afvragen wat je daar eigenlijk zit te doen, maar uiteindelijk komt het allemaal tot een perfect einde, tot één geheel.
Je moet over het banale geraken, dat is de theaterervaring. Het is niet allemaal zo flitsend als op televisie. Toen de Beursschouwburg op locatie zat in de Kazernestraat, heb ik ooit eens een vriendin meegenomen naar een voorstelling van Tom Plischke & Friends. Zij vond dat een verschrikking en is na een tijdje vertrokken. Ik heb de voorstelling uiteindelijk half gemist omdat ik haar niet langer dan een uur alleen kon laten wachten. Dat bedoel ik: je moet leren kijken naar theater, absorberen en appreciëren. Het gaat er niet over of dat een goede of een slechte voorstelling was. Dit was wel degelijk een goede voorstelling, maar ze duurde te lang, het werd te banaal voor haar. Ik ben het gewend om alleen naar voorstellingen te gaan. Ik heb het liever zo. Zo kan ik mij concentreren op wat ik wil, zonder mij verveeld of schuldig te voelen omwille van een ander.
Ik ga niet meer naar de grote namen kijken. Ik heb die al gezien. Ze blijven vaak verder borduren op hetzelfde thema en werken in hetzelfde stramien. Met schrijvers en muzikanten is dat net zo. Die blijven uiteinde- lijk ook dezelfde stijl aanhouden waarmee ze vertrouwd zijn. Niemand vindt zichzelf jaarlijks opnieuw uit. Kijk naar jezelf: er zijn periodes in je leven dat je eens iets anders probeert, maar au fond ga je toch terug naar het begin, naar het bekende, naar je eerste visie. Dat moet met kunstenaars ook zo zijn, dat kan bijna niet anders. Wel jammer, maar menselijk. Het is niet dat ik het werk van die vaste waarden niet goed meer vind, maar het is niet meer voor mij. Die tijd is voorbij. Dat neemt niet weg dat het voor een achttienjarige nog wel vernieuwend kan zijn, zij het in een andere context.
Mijn waardering voor muziek lijkt minder geëvolueerd dan die voor dans. Bij muziek moet je ook intenser opletten. Hedendaags modern kan bijvoorbeeld heel bizar en atonaal klinken. Of free jazz, dat moet je leren appreciëren. Het is zoals bij een vreemd gerecht, aan de smaak van olijven heb ik ook moeten wennen. Ik ben vroeger vaak naar Logos in Gent geweest, waar ik heel wat experimentele muziek en elektronica heb leren kennen. Muziek vraagt een ander niveau van concentratie. Wanneer mensen heen en weer schuifelen en ik gestoord word bij een muziekvoorstelling, vind ik dat irritant en word ik nerveus. Bij dans kan je jezelf beter voor je omgeving afsluiten omdat vooral je ogen moeten werken. Muziek is auditief, het beeld is bijzaak – meestal toch.
Ooit heb ik zelf een recensie geschreven, maar dat doe ik nooit meer. Ik was dolenthousiast over een voorstelling van Heine Avdal. Ik wilde de groep graag een steuntje in de rug geven en mensen de weg wijzen naar dat werk. Maar ik ben een herkenbaar figuur en mensen wisten gauw dat ik het was die dat stukje geschreven had. En opeens merkte ik dat de groep ‘vrienden’ rondom mij zich had uitgebreid, wat een irreëel gevoel gaf. Ik dateer van voor het Facebook-tijdperk, toen mensen nog vrienden maakten van vlees en bloed en niet via een like-toets. Dat is eigenlijk de enige reden waarom ik niet ben blijven schrijven. Papier is machtig. Je kan de gevolgen van een geschreven woord niet altijd correct inschatten, tot het gedrukt staat. Een bizarre gewaarwording.
De persoonlijkheid van de kunstenaar is ook belangrijk. Je kan mooie dingen maken, maar als je een onmogelijk iemand bent, verdwijnt veel van die schoonheid. Ik observeer veel. Als je mensen meer dan een keer gezien hebt, weet je wel of ze happy of stuurs zijn. Of dat afstraalt op hun voorstellingen? Ik denk het wel. Een kunstwerk vormt een geheel met de kunstenaar of performers. Ik kan ze niet apart bekijken. Ik denk dat de voorstellingen van Anne Teresa De Keersmaeker bijvoorbeeld veel strakker en gecontroleerder zijn dan die van Wim Vandekeybus. Wanneer performers plezier beleven aan wat ze doen voel je die vibraties van het podium komen, richting de toeschouwer.
Bij een opvoering moet er een wisselwerking plaats- vinden van energieën. Zelf ga ik met hoge verwachtingen kijken. Dan is het soms teleurstellend wanneer ik merk dat de passie bij de mensen zelf een beetje zoek is. Ik vind het belangrijk dat de liefde voor het vak, de alom aanbeden passie overgedragen wordt op de toeschouwers. Bij Fargion en Burrows zie je bijvoorbeeld dat zij er zelf keer op keer plezier aan beleven om hun werk voor het publiek te brengen. Dat communiceert zoveel, ik haal daar veel uit! De mensen op scène zien en voelen dat ook, denk ik, of hoop ik. Wanneer een voorstelling een tijdje bezig is, merk je of artiesten al dan niet op hun gemak zijn. Zeker in een kleine zaal. Dan is het publiek rustig en beginnen de performers te kijken wie er allemaal is gekomen, en of ze zich mee laten nemen.
Leeftijd: 51
Woonplaats: Antwerpen
Studies: A1 Secretariaat, moderne talen
Extra: volgde als vrije student vakken over dans bij de opleiding Theaterwetenschappen in Antwerpen en Gent. ‘Uit interesse en om wat bagage op te doen.’
Hobby’s: alles wat met cultuur en kunst te maken heeft
Zou graag dit talent gehad hebben: kunnen schrijven als Peter Verhelst
Gaat naar: vooral Kaaitheater en Kaaistudio’s, maar soms ook Vooruit, deSingel, STUK, De Munt, Théâtre National, Les Brigitinnes, AB, Tate Modern, …
Komt met de auto naar de voorstellingen
Favoriete gezelschap: Heine Avdal (fieldworks, voorheen deepblue)
Favoriet muziek(groep): Portico Quartet… en vele anderen
Favoriete theaterzaal: Kaaistudio’s
Welke voorstelling zou je nog eens terug willen zien? Alles van Heine Avdal, vooral de stukken in samenwerking met Christoph De Boeck
Mist in Vlaanderen op het podium: Emio Greco, Akram Khan, Hahn Rowe
Dé voorstelling van het voorbije jaar: Liquid Room van Ictus in het Kaaitheater
Aanraders voor dit seizoen: Spoiled spring: there are no more seasons van Gaëtan Bulourde
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.