Luk Perceval © Patrick de Spiegelaere

Leestijd 6 — 9 minuten

Bericht uit den vreemde

Bericht uit het buitenland

Waarde Landgenoten. Het is ondertussen tien jaar geleden dat Schlachten zijn première kende in Salzburg. Het was de productie die het begin vormde van mijn verblijf ‘in den vreemde’. Sindsdien is er veel, heel veel gebeurd. Schlachten werd ‘Aufführung des Jahres’, en dankzij die onderscheiding kreeg ik een passe-partout voor het Duitse theater. Toonaangevende huizen als het Schauspielhaus Hamburg, de Münchner Kammerspiele en de beide Staatsoper van Stuttgart en Berlijn werden regelmatige producenten van mijn werk. De afgelopen drie jaar was ik huisregisseur van de Schaubühne in Berlijn, een gezelschap dat wereldwijd present is, waardoor ook mijn voorstellingen overal te gast waren, van Zuid-Amerika tot Seoel.

Sinds oktober van dit jaar heb ik de leiding over de nieuw opgerichte theaterschool van Ludwigsburg, een faculteit naast, en verbonden met, een van Duitslands vermaarde filmhogescholen. Het doel is met aspirant-acteurs en -regisseurs een cross-over te ontwikkelen tussen theater, film, video en internet.

Daarnaast kreeg ik de kans om een oude droom waar te maken: in opdracht van de televisiezender zdf-Theaterkanal een twaalfdelige documentairereeks realiseren die gedurende drie jaar de ontmoetingen vastlegt van acteurs met wildvreemde Japanners, onder de titel Düsseldorf mon Amour of ‘hoe vreemd is de vreemde?’

Vanaf mei zal ik in het Thalia Theater in Hamburg de functie van ‘Leitender Regisseur’ waarnemen. Samen met intendant Joachim Lux zal ik onder meer de artistieke koers van het huis bepalen. Het Thalia Theater telt een ensemble van 40 toneelspelers, heeft 400 arbeidsplaatsen en bereikt 300.000 toeschouwers; daarmee is het een van Duitslands grootste theaters. Een zware maar boeiende uitdaging.

Volgende zomer komt tijdens het Festival Linz09 een tweede documentaire uit, over het duistere naziverleden van Linz, Hitlers ‘Patenstad’. Hitler bracht er zijn jeugd door en werd er later met bijzonder veel enthousiasme onthaald. Het is een stad die door hem dan ook met veel aandacht en krijgsgevangenen is bedacht. Rond het thema ‘wir haben es nicht gewusst’ brengt de film slachtoffers, beulen en wetenschappers samen rond de vraag hoe en hoeveel een mens kan/moet vergeten/verdringen om met de verschrikkingen uit het verleden verder te kunnen leven.

Op het moment dat ik deze tekst schrijf, zijn in de Münchner Kammerspiele de repetities aan de gang van Kleiner Mann was nun? De première gaat door op 25 april.

Samengevat is mijn leven in Duitsland allesbehalve rustig. Tussen alle drukte door zijn mijn vrouw en ik verhuisd van Berlijn naar Hamburg. Ons huis in Antwerpen hebben we verhuurd. Tijd om op bezoek te komen in Vlaanderen blijft er nauwelijks over. Hooguit voor de verplichte familiefeesten.

Het theaterbedrijf in Duitsland is niet vergelijkbaar met dat in Vlaanderen. Dat heeft voornamelijk met de demografie te maken. Duitsland heeft een dichtere bevolkingsgraad, de steden waar ik werk zijn miljoenensteden. Om iedereen – geïnteresseerden uit zowel het centrum als
de periferie van de stad – de kans te bieden een bepaalde voorstelling te zien, wordt het zogenaamde repertoiresysteem toegepast. Met andere woorden, men speelt een stuk niet – zoals in Vlaanderen – en suite dertig voorstellingen na elkaar, maar ‘in repertoire’. Dat betekent dat een theater elke dag een ander stuk speelt en dat bepaalde stukken, afhankelijk van hun succes, soms jaren op het programma staan. Zowel Othello als Dood van een Handelsreiziger zijn op dit moment aan hun honderd en zoveelste voorstelling toe.

Het repertoiresysteem dwingt een theaterbedrijf tot een minutieuze planning. Tot 14.00 uur kan je op het toneel repeteren, daarna komt een team van technici om het repetitiedecor af te breken en de scène op te bouwen voor de voorstelling van die avond. Werken in een dergelijk systeem betekent dat je zeer efficiënt met je tijdsindeling moet omspringen. Zoals alles heeft ook deze organisatievorm zijn voor- en nadelen. Een van de vele voordelen is dat je een stuk zo lang kan spelen tot een nieuwe generatie toeschouwers de voorstelling opnieuw ‘ontdekt’. Zo ontwikkelt het theater niet alleen een nieuw publiek, maar kan het zich met een handvol succesproducties ook de nodige risico’s permitteren. Een minder succesrijke voorstelling betekent niet meteen het failliet van het theater.

Duitse acteurs worden op de toneelschool reeds met het oog op dit systeem en de grote bühne opgeleid. Zowel acteurs als regisseurs in spe maken gedurende hun opleiding een ervaringsreis doorheen het repertoire. Vaak beschikken toneelscholen over een klein theater waar de
afstuderenden instaan voor het repertoire, de planning en de verzorging van het ensemble. Duitsland is een theaterland met een diepgewortelde traditie. Dat maakt dat elke stad die zichzelf respecteert een theater met een vast ensemble, vaak ook een operahuis met een eigen gezelschap, en soms zelfs een danscompagnie met een eigen vaste kern heeft. Een situatie die wereldwijd uniek is. Geen ander land investeert zoveel in cultuur en in het theater. In de traditie van Brecht, Müller, Fassbinder,… wil het Duitse theater een politiek theater zijn, een theater dat zichzelf tot doel stelt de maatschappij te bevragen – wat ik als een grote vorm van zelfbewustzijn en engagement ervaar. Door de jarenlange dienst van veel medewerkers in die theatermastodonten, wordt de traditie van een huis vaak gedragen door een groot engagement om het theater van de heersende besparingswoede te redden en zijn politieke kracht, zijn centrale plek in de stad, te verdedigen. Een engagement dat ik in Vlaanderen vaak gemist heb.

Sinds de komst van de Vlaamse golf heeft ook het Duitse theater zich opengesteld voor de vernieuwing uit de Lage Landen. Wat de Duitsers overtuigt, is onze werkwijze: minder druk, meer vanuit het vertrouwen en de intuïtie werkend. Als je films bekijkt van voor de Tweede Wereldoorlog, valt op dat er een ander Duitsland in voorkomt dan het Duitsland van vandaag. Duitsland gaat gebukt onder een verkrampt schuldbewustzijn. Hoe bevrijdend was het voor de Duitse natie toen zij bij de laatste wereldkampioenschappen voetbal weer ongegeneerd trots mocht zijn op haar team en haar land. Nationalisme is in Duitsland namelijk verboden.

Een van de merkwaardige fenomenen tijdens mijn verblijf hier is dat mijn moedertaal meer en meer overwoekerd wordt door germanismen. Het is beangstigend te merken hoe snel je een taal leert en afleert. Naast het contact met mijn kinderen, mijn familie en mijn vrienden, mis ik mijn taal. Je taal is je ‘thuis’. Via internet volg ik de gebeurtenissen in Vlaanderen op de voet, en skype ik met al wie mij dierbaar is. De laatste tijd betrap ik mezelf erop dat ik de Duitse acteurs alsmaar vaker Antwerps bijbreng. Het verlangen om opnieuw in mijn moedertaal te werken is groot. Daarom verheug ik mij op het weerzien met Vlaanderen en met een deel van de aloude Blauwe Maandag Cie in het NTGent, het huis van vertrouwen van Wim Opbrouck. Ondanks alle unieke kansen en mogelijkheden die ik in Duitsland krijg, is het fijn om af en toe te kunnen terugkeren naar mon plat pays, naar die haat-liefdeverhouding die nergens zo intens is als in je eigen verdomde nest.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

column
Leestijd 6 — 9 minuten

#117

01.06.2009

—

31.08.2009

Luk Perceval

Luk Perceval (1957) is acteur en regisseur. Hij richtte in 1984 samen met Guy Joosten de Blauwe Maandag Compagnie op. Het gezelschap fuseerde in 1998 met de KNS tot Het Toneelhuis. Sinds 2005 is hij voornamelijk in Duitsland actief.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!