Twee uitverkochte voorstellingen, voorafgegaan door een avant-première. Queers zijn gretig wat betreft een voorstelling over queer verledens. Het verleden biedt immers een speelveld van mogelijkheden om alle wensen voor het heden op te projecteren. In Disturbing Attachments waarschuwt onderzoeker Kadji Amin queers voor hun eigen aantrekking tot het verleden: pas op voor anachronistische affectieve projectie! Pas op dat je de verschillen tussen het heden en het verleden niet gladstrijkt! Pas op dat je de historische context niet negeert! Pas op dat je de angelsaksische context niet probleemloos overneemt! De laatste valkuil werd al deels vermeden: Freek De Craecker en Jarne Van Loon focussen op de Belgische context. Dit vormt meteen een interessante uitdaging aangezien verhalen over Belgische queer geschiedenissen iets minder wijdverspreid zijn. De angelsakische verhalen worden ons toebedeeld via culturele hegemonieën. Voor Belgische verhalen moet je iets meer moeite doen: een geschiedenisboek of -artikel lezen, naar een archief gaan, met oude mensen spreken. Zo belandden ze bij de Rooie Vlinder als inspiratiebron voor Ander strand – in de promotekst omschreven als een radicale queer organisatie die de allereerste Belgische Pride in Gent organiseerde. Enkele anachronismen sijpelen binnen. Ander strand positioneert zich dan ook op het spanningsveld tussen heden en verleden: “Vandaag, 48 jaar later, is er geen Pride in Gent. Hebben we dan alle rechten verworven? Waarom blijft de stad waar het allemaal begon vandaag achter?”
De geschiedenis herschreven in drie sketches
Waar begin je een verhaal dat overal zou kunnen beginnen? “In den beginne…” De woorden die doorheen de zaal klinken geven iets meer duiding aan de engelachtige figuur wiens harp-akkoorden al enkele minuten lang in de zaal weerklonken. Toch is het nog even in het duister tasten om te begrijpen waar het verhaal naartoe gaat. “De mens werd geschapen naar Gods beeld. Mannelijk noch vrouwelijk. Die/hen. Adam.” Het oorsprongsverhaal is een heel letterlijk begin om een verhaal te beginnen vertellen. Er verschijnt een tweedimensionale figuur, uitgestrekt in een ‘draw me like one of your French girls’-pose, maar dan met het marmeren lichaam van een Griekse god. Een tweede pop verschijnt: een los zwevend hoofd dat Eva moet voorstellen. “Eva is vrouw. Als in van de man. Adam is man.” Adam staat op, kust Eva, flext zijn rechterarm terwijl hij een appel naar zijn mond brengt, erin bijt en zo krijgt ook Eva een lichaam. “En zo ontstond genderidentiteit in het Hof van Eden.”
“Ander strand snijdt thema’s aan die waarschijnlijk ongewenst herkenbaar voelen voor veel mensen in de zaal.”
“We maken een tijdsprong!” De vertelstem (Jarne Van Loon) krijgt een gezicht: bruine pruik in een korte carré en een rood veloursmantelpakje. Daarboven een scherm dat 1302 aangeeft. De Guldensporenslag wordt herschreven als de eerste echte fysieke strijd voor homorechten. Twee ridders in zilveren maliënkolder vechten een half-episch, half-knullig duel uit op een hoofse melodie waar een beat werd opgeplakt. Op de borst van de ene ridder glanst een felroze Vlaamse leeuw. De andere ridder schittert in witte plateaulaarzen en een geschminkt gezicht – onze eerste kennismaking met Kelly Verpepsi, het dragpersonage van Freek De Craecker. “De Franse ridders die vooral bestonden uit sodomieten, de benaming voor homo’s in die tijd, vochten tegen het heteronormatieve, patriarchale Vlaanderen.” Een kus wordt een wurggreep: Vlaanderen blijft homovrij.
Opnieuw een tijdsprong. 1578. Kelly knielt ondertussen tegen de paal die al sinds het begin deel uitmaakt van de scenografie, maar onbenut bleef. “Oh mijn god! Ik wordte verbrand op den brandstapel omdat ik sodomiet ben!” – “Nee Kelly, omdat de Calvinisten in Gent af willen van de Katholieken.” Daarna passeren er nog een paar misvattingen de revue: verwijst ‘faggot’ nu naar de takjes die gebruikt werden om de brandstapel aan te steken? Of naar de twijgjes waarvan bezemstelen gemaakt werden die huisvrouwen vroeger gebruikten? En hoe zit het dan met ‘flikker’? En ‘mietje’?
Zo wordt het ook iets duidelijker waarom net deze momenten uit het verleden uitgelicht worden. Hoewel de hervertelling van het scheppingsverhaal blijft aanvoelen als een eerder onhandige poging om een mythe, die vaak aangehaald wordt om gegenderde ongelijkheid te legitimeren, toe te eigenen vanuit een queer invalshoek door clichés zo op te blazen dat het grappig wordt, lijken de andere sketches een meer reflexieve laag toe te voegen. De sketches daarna kaarten namelijk het geweld aan van hoe homoseksualiteit de geschiedenis in is geschreven; als excuus om vijanden te verketteren of om nationalistische mythes te bouwen. Toch vraag ik me af of elke toeschouwer genoeg houvast krijgt om die laag te herkennen. Het tempo van de dialogen ligt hoog in vergelijking met de tijd die genomen wordt voor de drag performances.
Vanuit de schaduw in de zon en op het strand
De voorstelling maakt plots een grote sprong naar de jaren 1970. Een klungelig en onzeker jongetje, in een korte blauwe broek met een wit hemd en witte kniekousen: “papa”. Kelly, dit keer in een gestreept hemd en beige broek: “Ja zoon?” – “Ik ben homo” – “Ah ik dacht dat je socialist was.” De gedoogde coming-out van Will Ferdy vormt een tegenpool voor de socialistische en antikapitalistische ideologie die aan de basis ligt van de radicale homogroep, de Rooie Vlinder. De rode draad wordt iets zichtbaarder: pride als een voortdurend balanceren tussen identiteit en protest, tussen integratie en confrontatie.
1977. Een enorme archieffoto van een meer schuift naar beneden: het eerste internationale flikkerkamp in Frankrijk. Een cowboy, politieagent en matroos wandelen in chaps het podium op. “We zijn er met zestig-zeventig mannen om te … je kan je er wel iets bij voorstellen.” De drie figuren versmelten in een sensuele dans waar Will Ferdy ongemakkelijk naast staat. Een vierde figuur, gespeeld door Melissa Mabesoone, zingt “you wanna kiss kiss, kiss kiss” en verleidt Will Ferdy tot een slow. De kloof wordt gedicht door een gedeeld seksueel verlangen.
1978. Het spanningsveld tussen integratie en confrontatie wordt opnieuw scherp gesteld. De Rooie Vlinder organiseert een eerste homodag in Gent en Will Ferdy weigert te zingen: “Waar zijn jullie trots op, tussen jullie vier muren hier? Is dit hoe jullie denken om aanvaard te worden? Ik ben geen janet. Ik ben geen flikker. Ik ben Will fucking Ferdy.” In plaats van Will Ferdy volgt een optreden van Mieke, de lesbische zus van Will, gespeeld door Tzula Propp. “Elektro shocks twice a week.” Will Ferdy gaat neerliggen en kijkt naar Mieke. “They will try to destroy you, and they will call it love.” Will Ferdy kruipt op handen en knieën dichterbij. “Protect me and all those other queers.” Mieke kijkt tergend naar Will Ferdy. Will Ferdy zingt mee. De kloof wordt gedicht in het gedeelde leed.
“Het is indrukwekkend hoe vaak Ander strand op gelach kan rekenen. Een homofobe vader die Kelly heet en manspreadt in plateauzolen is niet zo makkelijk serieus te nemen.”
Twee nieuwe figuren achter Will Ferdy en Mieke. De vertelstem voegt toe: “Dit is mijn echte mama. Zij speelt de mama van Will Ferdy. En Kelly, daarnaast, die speelt haar man.” Een nieuw spanningsveld wordt zo aangesneden: een perfect ogend nucleair gezin dat wordt opgebroken door queer kinderen. Een voice-over van de moeder van Will Ferdy begint te spelen: “We zijn dan om raad gegaan bij een pater jezuïet die ons gewoon gezegd heeft: voilà, uwe jonge is zo en hij moet zo leven. En help hem alstublieft… om in zijn… om in zijn… staat, gelukkig te kunnen worden.” Intussen zit ze naast haar echte kind.
Het beeld is sterk en ontroert extra door de scène die daarop volgt: een Doppelgänger-versie van de mama verschijnt op het podium: “Hello dear honour. Ik wil mij graag verdedigen. Iedereen noemt mij de slechte moeder.” Met deze woorden begint Valentina Toth een meeslepend lied over de reactie van haar man op Will Ferdy’s homoseksualiteit: “Hij zei dat zijn zoon is dead without feeling regret. How ik maak je af. I’ll rip you apart. What is the crime in having a heart? I’m guilty as charged.” Ze drijft haar man, Kelly, langzaam richting de paal en wanneer ze met een pistoolgebaar op hem richt, wordt ze bijgestaan door iedereen op het podium. Vlak voor de paal valt Kelly neer. De paal verandert zo van een schandpaal in de begraafplaats voor het patriarchaat. Vlak daarna beklimmen Zora the Hooker en Mathilde Cominotto de paal in een sensuele dans waarbij ze beurtelings elkaars lichaam dragen en zet Spring Showers al zingend en bodybuildend een uitbundig feest in gang, waarin de hele cast samen de eerste Roze Zaterdag van 1979, georganiseerd door de Rooie Vlinder, tot leven brengt.
De kleinere tijdsprongen nemen het gevoel van overweldiging dat ik bij het begin van de voorstelling al had niet weg. Dit keer komt dat door de veelheid aan perspectieven waarmee het verleden wordt benaderd. Ander strand laat meerdere performers het nalatenschap van de Rooie Vlinder vanuit hun eigen hedendaagse blik interpreteren. Die keuze onderstreept de rijkdom aan mogelijke invalshoeken, maar maakt de voorstelling soms minder goed te volgen – zeker als de vertelstem die al die interpretaties aan elkaar praat zelf ook verschillende perspectieven tegenover het verleden aanneemt: soms spreekt ze retrospectief, soms vanuit het verleden zelf, soms vermengt ze beide tijden en soms lijkt ze zelfs in te grijpen in de geschiedenis.
Drag als ‘lustvolle janetterie’
Ander strand snijdt thema’s aan die waarschijnlijk ongewenst herkenbaar voelen voor veel mensen in de zaal. Het is dan ook indrukwekkend hoe vaak Ander strand op gelach kan rekenen. Drag helpt daarbij: elk personage wordt zo karikaturaal gespeeld dat bijna elke scène grappig wordt. Een homofobe vader die Kelly heet en manspreadt in plateauzolen is niet zo makkelijk serieus te nemen – zeker niet als je haar vlak ervoor nog als cafébazin zag in het stamcafé van Will Ferdy in een groen-paars minijurkje en een feloranje boa.
De inzet van drag kan gezien worden als een hedendaagse vertaling van wat de Rooie Vlinder ‘lustvolle janetterie’ noemde: vrouwelijke codes inzetten als provocatie en verzet. Ander strand alludeert hierop in een scène met Anja Meulenbelt (Freek De Craecker). Gekleed als een enorme luidspreker met nog een extra luidspreker in de hand, verschijnt Meulenbelt op scène. De aanleiding: de Rooie Vlinder heeft haar manifest zonder haar toestemming in hun krantje gedrukt. Haar oplossing: koop mijn boek, De schaamte voorbij, en schrap ‘feministisch’ uit jullie zelfbeschrijving. Op zagende toon en met een gekweld gezicht beoordeelt ze hoe “jullie flikkers proberen erkenning te krijgen en hakjes aan te doen, zich te schminken, nageltjes te lakken. Kortom: dat gedrag vertonen dat wij nu juist af proberen te leggen.” Anja Meulenbelt zet een dragperformance in, eindigt deze op de loeiende politiesirene uit haar luidspreker en marcheert ostentatief het podium af.
De scène met Anja Meulenbelt is tegelijk ook een zelfbewuste knipoog om een stereotype lezing van drag in Ander strand zelf voor te zijn. “Daarnet nog”, zegt Meulenbelt, “zetten jullie een karikatuur van een vrouw neer met passieloze seks die alleen maar goed genoeg is als figurant om bier te serveren. Misogynie.” De zaal lacht. “Vinden we dat grappig?” Ik vond het grappig. Tegelijk voelde ik ook teleurstelling. Ander strand vergroot immers de bestaande stereotypen over het feminisme van de jaren 1970 nog verder uit: vrouwen zouden mannenhaters zijn, humorloos, en enkel gericht op eigenbelang door vast te houden aan het biologische geslacht ‘vrouw’. Door Anja Meulenbelt haar iconische witgrijze coupe te geven, wordt ze als ouderwets en achterhaald voorgesteld – zelfs binnen de tijd waarin ook zij gewoon jong was.
Bovendien wordt het komische effect nog verder versterkt door hoe de reactie van de Rooie Vlinder gebracht wordt: op sarcastische toon wordt Anja bedankt, dat ze ‘feministisch’ zullen schrappen en volgt een mijmering dat activisten ook maar mensen zijn en fouten maken. Dit had een interessante reflectie kunnen zijn als het inhoudelijk uitgewerkt was. In plaats daarvan wordt “ik ben ook maar mens” gevolgd door “en single”. Het vergroot mijn teleurstelling omdat de echte reactie van de Rooie Vlinder nuance had kunnen brengen. Na de kritiek van Meulenbelt gaf de Rooie Vlinder aan dat ze oorspronkelijk hadden gedacht dat homo’s en hetero’s, mannen en vrouwen, samen zouden kunnen werken, maar dat ze nu inzien dat dit idealistisch is en remmend werkt. Voortaan wordt de Rooie Vlinder een homoseksuele mannengroep.
Temporal drag en wat verstopt blijft achter het karikaturale
Mijn kritiek hier gaat niet over historische waarachtigheid, noch is het een pleidooi voor een gegenderde opdeling binnen queer activisme. Hij is vooral gericht op de verantwoordelijkheid die je als theatermaker draagt in de verbeelding van het verleden en in Ander strand verliest dat verleden aan heel wat complexiteit. Ander strand neemt immers weinig risico door niet in interactie te gaan met feministische kritiek op de Rooie Vlinder en glijdt zo af naar ander risicogedrag, namelijk het reproduceren van gegenderde machtsdynamieken in hoe de geschiedenis geschreven wordt door lesbische groepen niet in het verhaal over de Belgische pridegeschiedenis te integreren. Deze gegenderde breuklijn binnen queer activisme volledig links laten liggen is een aparte keuze aangezien Ander strand het ontstaan van genderidentiteit als het ultieme vertrekpunt voor deze voorstelling koos.
Die keuze past in wat Jennifer Nash en Samantha Pinto omschrijven als het saniteringsproces van bad feminist objects: feminisme uit de jaren 1970 heeft zoveel stereotypen geaccumuleerd doorheen de tijd dat elke verwijzing naar hen gepaard moet gaan met een uitvergrote afkeuring, om zelf niet met hun fouten geassocieerd te worden. Zo blijven die figuren netjes in het verleden liggen, op veilige afstand van de expansieve inclusiviteit dat het heden zou moeten kenmerken. Onderzoeker Elizabeth Freeman verzet zich bijvoorbeeld tegen het idee dat queer politiek noodzakelijk moet breken met wat eraan voorafging. Volgens haar blijft het verleden aan het heden trekken – affectief én politiek. Freeman benoemt dit proces met temporal drag. (Radicaal en/of lesbische) feministische erfenissen van de jaren 1970 trekken aan de hedendaagse queer politiek. In plaats van ideeën uit het verleden op veilige afstand te houden door ze als achterhaald weg te zetten, pleit Elizabeth Freeman juist voor een blijvende confrontatie ermee: de breuklijnen onderzoeken in plaats van ze te vermijden.
Ander strand kiest echter voor de strategie van vermijden door de kritiek van Meulenbelt zo te ridiculiseren dat ze weggelachen kan worden. Als publiek weet je bovendien niet wat feit en fictie is. Binnen een Belgische context voelt dit risicovol, aangezien de verhalen over het verleden minder publiek voor het rapen liggen. Toch weet ook ik alles wat ik hier over de Rooie Vlinder schrijf slechts door de boeken, masterproeven en artikels te lezen die al over de Rooie Vlinder zijn geschreven.[1] Deze verhalen waren dus ook beschikbaar toen de verhaallijn van Ander strand opgebouwd werd. Een andere verwerking van dit verleden had stereotypen net kunnen nuanceren. Een voorbeeld van zo’n ander verhaal: in 1980 werkt de Rooie Vlinder samen met de Gentse radicaal lesbische groep Catal Hüyük aan een actie tijdens de Gentse feesten tegen toenemend geweld tegen homo’s en lesbiennes. Dit toont aan dat de Rooie Vlinder niet in een activistisch vacuüm opereerde, maar actief was in een context waar ook lesbisch activisme aanwezig was met wie ze samenwerkingen aangingen.
De voorstelling kent enkele creatieve ingrepen om die afwezigheid – opnieuw humoristisch – te legitimeren. In de scène waarin de dood van Will Ferdy’s vader de begrafenis van het patriarchaat symboliseert, geeft de vertelstem nog mee dat als de geschiedenis zo gegaan was, de lesbische utopie dan had kunnen beginnen. In de scène die de Roze Zaterdag verbeeldt, worden Liever Heks, Sappho en de Turnhoutse Lesbische Vrouwen vermeld in de lijst van namen van “homogroepen” die samen met de Rooie Vlinder meestappen tijdens de eerste Roze Zaterdag, waarop enkele vlaggen met slogans die verwijzen naar de historische lesbische groepen in Vlaanderen verschijnen, zoals ‘liever lesbies’. Verder blijven historische referenties naar de rol van lesbiennes binnen de Belgische Pride-geschiedenis uit.
“Ik denk aan het andere uitgelichte nieuwsfeit op de radio deze ochtend, naast de rechtszaak rond de moord op David Polfliet: Israël bombardeert Beiroet. Mensen vluchten naar het strand. Israël bombardeert het strand. Een ander ander strand.”
Lesbische afwezigheid wordt extra voelbaar in de waslijst aan gebeurtenissen die volgen op de Roze Zaterdag en met grote tijdsprongen vermeld worden. De vermenging van positieve en negatieve gebeurtenissen is krachtig en ondermijnt de illusie van een geschiedenisverloop dat gekenmerkt wordt door vooruitgang. De lijst eindigt met “2026. Nog steeds geen pride in Gent.” Spring Showers onderbreekt: “Je bent iets vergeten. 2025: de eerste dyke march in België.” Deze scène is scherp, aangezien het de gegenderde machtsdynamieken omtrent wie de geschiedenis ingeschreven wordt op scherp stelt. Toch lost het de verdere onzichtbaarheid van lesbisch activisme binnen de Belgische pridegeschiedenis niet op. Het draait opnieuw om keuzes in wat je uitlicht. Wat ook uitgelicht had kunnen worden: 1986. De eerste lesbiennedag in Gent, georganiseerd omwille van blijvende lesbofobie binnen de heteroseksuele vrouwenbeweging en de gemengde homobeweging. Naast dit gegenderde spanningsveld laat Ander strand er nog enkele uiterst links liggen: een van de meest controversiële aspecten van de Rooie Vlinder was het positieve standpunt tegenover pedofilie en pedoseksualiteit: “Er is geen bevrijding mogelijk van homoseksualiteit zonder bevrijding van pedoseksualiteit.”
Voorbij een esthetiek van provocatie
Een verhaal dat begint bij het begin heeft ook een eindpunt nodig en blijkt vandaag te zijn. Ander strand kiest ervoor om de pride geschiedenis niet te laten stoppen op het culminatiepunt van de eerste grote homobetoging. Als een front verzameld op het podium wordt het volgende gezegd: “Hallo, de Rooie Vlinder houdt ermee op! Theoretisch hebben we zo door gediscussieerd dat we ons afvragen wie er nog volgt. Vriendelijke homogroeten”. Net omdat Ander strand zo weinig van de theoretische discussies en interne conflicten binnen de Rooie Vlinder op scène bracht, komt deze boodschap erg plots. Opnieuw is de toon grappig. Dit wringt met wat de Rooie Vlinder óók in hun afscheid aangaf: het dalende ledenaantal door te extreme discussies wat gepaard gaat met een toenemende vermoeidheid die dan weer invloed heeft op het actievoeren. Deze info weglaten is ook misleidend, aangezien het gelezen kan worden als een oproep van de Rooie Vlinder om theoretische discussies achterwege te laten. Dit spanningsveld, tussen daadkracht en zelfkritiek, had ook een herkenbaar spanningsveld kunnen zijn voor velen in de zaal. Intern conflict woekert ook binnen hedendaagse initiatieven – zeker binnen die groepen die dichter bij de confrontatie-aanpak aanleunen. De poging om een nieuwe traditie van radicale queer prides in Gent te creëren werd opgegeven na een eenmalige editie in 2019.
Het aspect van intern conflict niet uitdiepen voelt wrang met de simplistische oplossing waarmee Ander strand wél eindigt: “we moeten de straat op voor onze vrijheid want niemand is vrij tot we allemaal vrij zijn.” We worden uitgenodigd om allemaal recht te staan en in een stille mars naar het stadhuis te wandelen “voor David Polfliet want gisteren startte zijn proces”. De vlaggen gaan mee naar buiten. Pride is a protest. Protect the dolls. No pride in genocide. De laatste slogan werd ook al gescandeerd vanop het podium, toen de Roze Zaterdag verbeeld werd, maar hij sloeg weinig aan in de zaal. Ik denk aan het andere uitgelichte nieuwsfeit op de radio deze ochtend, naast de rechtszaak rond de dood van David Polfliet: Israël bombardeert Beiroet. Mensen vluchten naar het strand. Israël bombardeert het strand. Een ander ander strand.
“Als theatermaker draag je een verantwoordelijkheid in de verbeelding van het verleden, en in Ander strand verliest dat verleden aan heel wat complexiteit.”
De politie wacht ons op om veilig de straat te kunnen oversteken. Ik begin verder boven de mars te zweven. Nu loop ik gevaar op romantisering van een verleden waarin de Rooie Vlinder meerdere keren in aanraking kwam met de politie omwille van hun provocerende actievoeren. Ik denk aan de tegenreactie die er kwam vanuit de extreemrechtse groep Voorpost toen de Rooie Vlinder het Nederlandse theaterstuk Snoepjes, dat over pedofilie gaat, naar Gent bracht. Ik denk aan hoe het Gentse stadsbestuur een verbod oplegde voor de vertoning van het theaterstuk en hoe de Rooie Vlinder er toen alles voor heeft gedaan om het alsnog te laten doorgaan in Blandijn. Ik denk aan hoe de Rooie Vlinder de tegenbetoging van Voorpost slim in het theaterstuk integreerde: het toneelstuk begon immers met een protestactie van het fictieve oudercomité.
Ondertussen zijn we aan het stadhuis van Gent en hoor ik de Schepen van Gelijke Kansen nog net iets zeggen over hoe we samen, zandkorreltje per zandkorreltje, een strand moeten aanleggen in progressief Gent. De dag ervoor stond Guido Totté, een van de oprichters van de Rooie Vlinder en in Ander strand tot karikatuur verengd als iemand met een grote fallusverzameling, op de plek van de Schepen. Hij nam een foto van de cast. Wat zou Guido Totté denken nu de Schepen op zijn plaats staat? Ik denk aan hoe het jammer is dat we niet weten: wat als ook de Rooie Vlinder had kunnen meespelen in Ander strand? Will Ferdy en zijn moeder kregen een eigen stem via oude geluidsopnames, maar de stem van de Rooie Vlinder leeft nog. Wat als enkele oud-leden van de Rooie Vlinder hun eigen geschiedenis mee hadden kunnen herinterpreteren vanuit hun hedendaagse blik? Was er dan meer provocatie als strategie binnen theater, in plaats van als esthetiek, in Ander strand verwerkt?
[1] Ik haalde mijn informatie voornamelijk uit de recente masterproef van Jari Goerlandt, ‘Vlinders die hun radicale vleugels uitslaan op de wind,’ (UGent, 2021). 299 pagina’s aan leesplezier over de Rooie Vlinder!
De speellijst van de voorstelling vind je hier.





