Marijs Boulogne in Excavations © Giannina Urmeneta Ottiker

Leestijd 4 — 7 minuten

Anatomy live. Performance and the operating theatre – Maaike Bleeker (ed.)

Hét referentiepunt voor zowat alle bijdragen in dit boek is The Body Emblazoned. Dissection and the human body in Renaissance culture van Jonathan Sawday. In dat ongemeen boeiende werk traceert de auteur de wortels van wat hij de ‘culture of dissection’ noemt. Met de geboorte van het anatomische lichaam wordt volgens hem ook het moderne subject geboren. Het menselijke lichaam is niet langer een ondoorgrondelijke want fundamenteel goddelijke creatie, maar ontvouwt zich op de dissectietafel als een te ontginnen en te ontdekken terrein.

In de bundel laten de auteurs elk op hun manier zien hoe het anatomische lichaam in eerste instantie een culturele constructie is, een product van onze wetenschappelijke en culturele verbeelding. Sommige schrijvers tonen aan hoe de anatomische les als theatraal dispositief op diverse momenten in de theatergeschiedenis blijft opduiken, anderen gebruiken die les als een metafoor, als een theoretische toolbox die hun toelaat een eigen dissectie op een specifieke theatrale praktijk uit te voeren. Het resultaat is in elk geval een rijke en gevarieerde bundel, ook al dreigt die hier en daar net iets te breed uit te waaieren. Heel interessant zijn de Performance Documentations, korte artikels over artiesten als Eric Joris, Ivana Müller en Marijs Boulogne, die Bleeker doorheen de bundel weefde en waarin theorie en praktijk op een spannende manier tegen elkaar aan schurken.

Bij een dissectie haal je niet alleen het menselijk lichaam letterlijk uit elkaar, je toont ook hoe het geconstrueerd is, je legt uit hoe het werkt, hoe de anatomische werkelijkheid in elkaar zit. Een dissectie is daarom niet alleen een theatraal moment maar ook een uitgesproken performatief gegeven, dat onmiddellijk ingrijpt in de werkelijkheid, of beter nog: dat een anatomische werkelijkheid construeert. Anatomie vormt zo een ideale springplank om het over historische én actuele vormen van theatraliteit te hebben. Gianna Bouchard maakt in haar artikel bijvoorbeeld een scherpe vergelijking tussen De ongelovige Thomas (1603) en Giulio Cesare van de Societas Raffaello Sanzio.

Die transhistorische lijn, van de vroegmoderne periode tot onze digital era, wordt mooi geïllustreerd in de bijdrage van José Van Dijck, Digital Cadavers and Virtual Dissection. Centraal in haar tekst staat het befaamde Visible Human Project van de University of Colorado, Boulder. Kort gezegd komt het project hierop neer: je neemt een lijk, vriest het in en snijdt het in flinterdunne plakjes, net als carpaccio. Nadat je elk sneetje digitaal gefotografeerd hebt, kleef je alles weer samen. Je krijgt een perfecte kopie van een menselijk anatomisch lichaam, dat je naar believen in en uit elkaar kunt halen. Om de ingewikkelde implicaties van een dergelijk project te duiden, keert ook Van Dijck terug naar het begin van de zestiende eeuw, naar het moment waarop de anatomische theaters in Europa als paddenstoelen uit de grond schieten. In die periode evolueert de anatomische les immers van een private, louter educatieve praktijk naar een sociaal moment dat het midden houdt tussen een open les en een publieke performance. Daarbij is eerder de kwaliteit van de performer-anatoom van cruciaal belang dan die van de aangeleverde kennis: hij, en niet het lijk, is het centrum van het spektakel. Daarenboven heeft de anatoom in die tijd ook een disciplinerende functie: hij verkiest steevast lijken van geëxecuteerde criminelen. Die zijn in het beste geval niet aangetast door ziekte of ouderdom. De anatomische les wordt zo een straf bovenop de straf, en speelt zich dus voortdurend af op de dunne grens tussen wetenschap (waarbij de anonimiteit van het subject cruciaal is) en rechtspraak (die veronderstelt dat het subject als crimineel geïdentificeerd wordt). Die spanning nestelde zich bovendien in het hart van de toenmalige spektakelcultuur, waarin terechtstellingen, anatomische lessen en theatervoorstellingen vaak hetzelfde publiek deelden. Een dergelijke grensvervaging kenmerkt ook het Visible Human Project, waarvoor een 39-jarige Texaanse ter dood veroordeelde aan plakjes gesneden werd (hoewel anoniem werd zijn identiteit snel achterhaald door journalisten): rechtspraak wordt uitgeoefend doorheen de ogen van de wetenschap en omgekeerd, en wordt tegelijk, via afgeleide producten als internetsites en cd-roms, ingebed in de hedendaagse spektakelcultuur.

Ook in de andere bijdragen staan de intersecties tussen theater, lichamelijkheid, kennis, wetenschap en visuele cultuur centraal. In de anatomische les gaat het immers om het kijken, niet als een op zichzelf staande activiteit, maar als een voortdurend spel tussen de kijker, de bredere culturele context van waaruit hij kijkt en dat wat bekeken wordt. Door die preoccupatie met visualiteit en perceptie vormt Anatomy live een interessante aanvulling op Visuality in the theatre. The locus of looking, Maaike Bleekers recent uitgegeven proefschrift (Palgrave Macmillan). Met deze bundel laat zij in elk geval zien hoe cultuurhistorisch onderzoek op een spannende manier ingezet kan worden om de actuele theater-, dans- en performancepraktijken beter te begrijpen.

Maaike Bleeker (ed.), Anatomy live. Performance and the operating theatre, Amsterdam University Press, 2008

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#113

01.09.2008

—

30.11.2008

Karel Vanhaesebrouck

Karel Vanhaesebrouck doceert theater- en cultuurstudies aan de ULB en het RITCS in Brussel. Hij is tevens gastdocent aan het ESACT in Luik. Hij is actief als essayist en dramaturg.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!