‘Sin’ © Koen Broos

Leestijd 7 — 10 minuten

4D

Sidi Larbi Cherkaoui/Eastman

4D is een compilatie van vier duetten die Sidi Larbi Cherkaoui de afgelopen vijf jaar choreografeerde. Die periode is volledig aan me voorbijgegaan. Origine, een kleinere productie uit 2008 die hij voor het Toneelhuis maakte, was de laatste voorstelling die ik van hem zag. Ik moet eerlijk bekennen dat ik, eens ik ontslagen was van de professionele verplichting om het werk van Cherkaoui te gaan bekijken (ik was toen recensent voor een krant), niet echt de behoefte voelde om hem nog verder te volgen. Met name zijn groots opgezette stukken konden mij nooit echt bekoren. In mijn herinnering stonden deze gelijk aan blikkerende, monumentale decors waarin losse sprokkels religieus, mythologisch en iconografisch erfgoed enthousiast in het rond gejongleerd werden tot een kosmische rondedans die vooral de virtuositeit van de dansers op de scène onderstreepte.

In vergelijking daarmee oogt 4D sober. Twee dansers vooraan, zeven muzikanten en zangers achteraan, en drie witte schermen om het grote podium af te bakenen tot intieme proporties. Een schaalverkleining die je uitnodigt om Cherkaoui te bekijken als choreograaf, in plaats van als maker van bezwerende spektakels.

Matter, het eerste duet van 4D, is een fragment uit Origine. Toen werd het gedanst door Daisy Philips en Kazutomi Kozuki. Als ik het goed gezien heb – ik zat nogal ver weg – is de man die nu in een gorillapak het podium op komt huppen, Nemo Oeghoede.

Dat pak is geheel overbodig. Oeghoedes roffelende tred, verwrongen mimiek en keelklanken die men in voetbalmiddens zou typeren als ‘oerwoudgeluiden’, maken zo ook wel duidelijk dat hij het absolute nulpunt van menselijke beschaving markeert. Daartegenover staat Daisy Philips. Haar met goudbrokaat bewerkte tuniek verraadt dat zij het summum ervan vertegenwoordigt, de verlichte oosterling.

Dat clichébeeld lijkt hier vooral als dekmantel te fungeren om Philips’ indrukwekkende gevoel voor evenwicht tentoon te spreiden. Op één been voert ze een vloeiende frase uit die verschillende mudra’s aan elkaar rijgt: meticuleus uitgevoerde hand-, arm- en beenbewegingen die binnen klassieke oosterse dansvocabularia beschouwd worden als spiritueel beladen gebaren die de energetische flow van de dans voorstuwen.

Maar als je die irritatie wegdrukt, dan zie je dat uit hun ontmoeting een gelaagd duet ontkiemt dat de parallellen blootlegt tussen culturele domesticatie enerzijds en de voortschrijdende technologisering van onze biosfeer anderzijds. Gaandeweg degradeert Philips Oeghoede tot banaal gebruiksvoorwerp. Ze vergroeien steeds verder met elkaar. Hij is haar lipstick, haar smartphone, haar deurmat, schoen, bril, auto, douche, … ‘Onderwerping’ is hier het sleutelwoord.

Oeghoede en Philips demonstreren de uiterste consequentie van een samenleving die sluipenderwijs de waardering voor een mens is gaan bepalen in termen van zijn gebruikswaarde. Dat druist in tegen de aloude moraliteit die mensen onderscheidt van dingen en dieren. Je moet nooit proberen om de waarde van een mens te objectiveren. Doe je dat wel, dan begint die grens te verwateren. Die vervloeiing vreet op haar beurt de waarachtigheid aan van de verbindingen die mensen, sociale wezens die ze nu eenmaal zijn, moeten aangaan met andere mensen en dingen om de zin van hun eigen bestaan te bekrachtigen.

Simpeler gezegd, Philips en Oeghoede staan dankzij hun vergroeiing, hun objectificatie, fysiek weliswaar dichter bij elkaar, maar ze voelen zich nog meer vervreemd ten opzichte van elkaar en hun leefwereld dan voordien. Ze zijn volledig in de ban van eenzaamheid.

Op het einde van Matter verplaatst hun gedeelde verlangen naar authentiek menselijk contact zich naar een drukke Aziatische markthal die op het scherm achteraan wordt geprojecteerd. Philips en Oeghoede gaan er één voor één voor staan. Ze stappen de film binnen als afschaduwingen van een onbetekenend bestaan dat de voorbijgangers volledig ontgaat.

Dit duet zet de kwaliteit in de verf van de choreograaf Cherkaoui. Zijn omgang met bewegingsmateriaal doet me denken aan ciseleren. Dat is een procédé om edele metalen te bewerken: sculpturen, sieraden of gebruiksvoorwerpen die in één stuk gegoten zijn, worden bewerkt met een pons – een staafvormig, dun beiteltje – en een ciseleerhamer, met als doel de krommingen van het gietsel zo vloeiend en gedetailleerd mogelijk af te werken en de aanzetten van de aangiet- en ontluchtingskanalen uit te vlakken tot ze onzichtbaar zijn geworden.

Wat vooral prikkelt in Matter is het vormonderzoek dat eraan ten grondslag ligt. Hoe vertaal je de computergestuurde techniek van morphing naar een choreografisch procédé dat ervoor zorgt dat twee mensen kunnen verglijden van het beeld van een vrouw met een bril tot het beeld van een vrouw in een auto tot het beeld van een vrouw die haar voeten veegt, enzovoorts?

Maar wanneer Philips en Oeghoede elkaar in de menigte vinden en de belofte van een gezellig samenzijn aan de horizon begint te gloren, weet ik ook weer wat me zo stoort aan Cherkaoui als maker van voorstellingen. De Weltschmerz die het gebeuren op de scène zogezegd doordesemt, vloekt verschrikkelijk met de sussende grondtoon van dramaturgische ingrepen zoals deze. En dat die mismatch net zo goed een kwestie is van dramaturgie als van choreografie, is een gedachte die steeds prominenter op de voorgrond treedt naarmate 4D vordert.

In het tweede duet Pure lijnen de drie witte schermen het speelvlak af van Guro Nagelhus Schia en Vebjørn Sundby. Mist rolt over het helverlichte podium. Onder live begeleiding van een piano, een gitaar en een citer die een deinende flard Japanse traditionele muziek ten gehore brengen, ontrolt zich een lijnenspel waarin gepointe voeten en uitgestrekte armen de hoofdrol spelen.

Ik vermoed dat dit loom uitgevoerde steekspel van halfslachtige omarmingen en aanklampingen iets te berde wil brengen over de destructieve en tegelijkertijd louterende kracht van loslaten. Maar Pure blijft hoofdzakelijk op het decoratieve plateau hangen, waardoor ik me niet echt gemotiveerd voel om me daar verder in te verdiepen.

Als ik Pure bekijk als onderdeel van een groter geheel, dan is het de Biedermeier-versie van het grimmiger getoonzette Sin. Voor dit duet met Navala Chaudhari en Oliver Tida valt de duisternis in. Alleen hun ontblote bovenlichamen zijn uitgelicht. Tida staat vooraan, Chaudhari vlak achter hem. Ze probeert zich langs zijn rug een weg naar boven te klauwen. Zo verstrengelen ze zich tot een woelend kluwen. Dat valt abrupt uit elkaar wanneer Tida de genadeklap ontvangt van Chaudhari. Haar verwoede pogingen om hem opnieuw tot leven te poken laten zich lezen als een tantaluskwelling waarbij op symbolisch niveau gepoogd wordt om de brokstukken ‘man’ en ‘vrouw’ weer aan elkaar te lijmen tot de volmaakte eenheid die ze vóór hun zondeval waren.

Dat klinkt allemaal een pak rauwer dan het er in werkelijkheid uitzag. Laten we zeggen dat ze elkaar vooral hardhandig aan het aaien waren. De klappen die vallen tijdens deze ultrasoft-erotische interpretatie van het Adam-en-Eva-complex worden hypergestileerd uitgevoerd, waardoor het bewegingsmateriaal een aalgladde textuur krijgt. De verscheuring die Pure wil thematiseren, geurt bitter, maar glijdt bij je naar binnen als zoete koek.

Die lastige paradox is typerend voor het werk van Cherkaoui zoals ik het al kende, en hij is ook present in 4D. Sociaal isolement, culturele dominantie, religieuze twisten en seksuele repressie – stuk voor stuk oerconflicten die thematische lichtbakens zijn voor Cherkaoui – reduceert de choreograaf tot warm ingeduffelde schermutselingen op kleinmenselijke maat waaruit weemoedige liedjes van verlangen naar een leven in harmonie opklinken.

Die verregaande versimpeling van de grote schisma’s die ons collectieve geheugen en geweten bespoken, gaat er bij mij maar moeilijk in. Daarnaast hebben Cherkaoui en ik, denk ik, een fundamenteel verschil van inzicht als het gaat over de reële mogelijkheid van een vervulling van die wens. Het lijkt me dat de mensheid daarvoor nog een serieus aantal stadia van verlichting moet doorlopen. Maar voor Cherkaoui is ze wel degelijk voorstelbaar. Dat is het verzoenende gebaar dat hij wil materialiseren in zijn geciseleerde gietsels waar geen tochtgat of kras in te bekennen valt.

Het is veelzeggend dat Faun de hekkensluiter van 4D is. Niet toevallig het meest ongecompliceerde duet van de vier. James O’Hara opent als soepel kronkelende faun die de slaap van zich afschudt. Even later verschijnt Daisy Philips. Ze voert gelijkaardige bewegingsfrases uit, maar dan in bas-reliëf. Een stille wenk naar de versie van Nijinsky, maar ook naar het gegeven dat nimf en faun natuurlijk van tweeën één zijn. Ze weten het alleen zelf nog niet. Hun bewustwordingsproces begint als een lichtvoetig spel van elkaars bewegingen spiegelen, dat doorschiet richting een kamasutriaans geparfumeerde balts die uiteindelijk verstilt tot een toonbeeld van geborgenheid. Philips zit elegant gedrapeerd op de grond. Haar voeten liggen tussen de gespreide benen van O’Hara, die rechtop staat. Haar tenen strijken liefkozend langs zijn schenen.

Het hoeft niet te verbazen dat het allerlaatste beeld van de voorstelling verguld is van vervulde verlangens. Dit is de slotsom van een choreograaf die wellicht oprecht gelooft in het transcenderende potentieel van een poëtica die ik vanuit mijn eigen ervaring van de wereld helaas niet anders kan kwalificeren dan als hopeloos naïef.

4D is van 11 tot 31 maart 2014 nog op verschillende plaatsen in België en Nederland te zien.

www.east-man.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#135

15.12.2013

—

14.03.2014

Daniëlle de Regt

Daniëlle de Regt is redacteur van Etcetera, studeerde vertaler/tolk, film- en beeldstudies, theaterwetenschap en cultuurmanagement. Momenteel is ze onderzoeksmedewerker bij de Hogeschool Antwerpen, en medewerker cultuur voor De Standaard.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!